Na de heisa over het WK-lied: rapper Damso ontdekt het feminisme

‘Ik heb die affaire luchtig opgenomen. Ik moest erom lachen. Bovendien: de jeugd staat aan onze kant.’

'Ik ben boeken over feminisme beginnen te lezen omdat ik de kritiek wilde begrijpen'

We spreken de Brussels-Congolese rapper in Studio ICP in Elsene, waar hij het grootste deel van zijn nieuwe, derde plaat ‘Lithopédion’ heeft opgenomen. Net als op die plaat speelt Damso tijdens het interview geen rolletje: hij is eerlijk, intuïtief, intelligent. Hij weigert de vaandeldrager van een generatie te zijn en laat zich nooit verleiden tot bitterheid.

– Je eerste twee platen gingen helemaal over jou. Met ‘Lithopédion’ lijk je wat afstand te nemen en je open te stellen voor de wereld. Het is ook de eerste keer dat je in je teksten ‘tu’ zegt, ‘jij’.

Damso «De geboorte van mijn zoon heeft mijn kijk op de wereld veranderd. Voor het eerst voel ik dat er een menselijk wezen belangrijker is dan ik. Vroeger zong ik altijd in de eerste persoon. Ik had nooit een ‘beste maat’ of een ‘kleine broer’ of ‘neefje’ tegen wie ik me kon richten. Maar nu mijn zoontje er is, kan ik hem dingen uitleggen. Dat is nieuw voor mij, het voelt fijn bij het schrijven en het geeft me een nieuwe invalshoek.»

– De muziek is zacht, melancholisch, niet zo agressief als de meeste hiphop. Hoe komt dat?

Damso «Daar zit het vaderschap ook voor iets tussen. Mijn eerste plaat, ‘Batterie faible’, was agressiever. Ik had toen net een heftige periode achter de rug en zat met heel wat opgekropte woede. Bij ‘Ipséité’ klonk ik meer genuanceerd, ik oogstte succes en ontdekte stilaan mezelf. En nu ben ik rustiger geworden. Ik heb geleerd dingen te aanvaarden.»

– Zweer je ook de vulgaire teksten af nu je vader bent?

Damso «Nee. Je eerste liefde blijf je altijd trouw. Ik ga niet veranderen. Mijn zoon zal zich aan mij moeten aanpassen. Ik zal hem wel uitleg geven, zodat hij het begrijpt. Hij is de enige met wie ik over mijn ‘vulgaire’ teksten in discussie zal gaan. En die zogenaamde vulgariteit is ook niet zomaar pipi-kaka-hoer, hè. Bij mijn teksten komt heel wat techniek kijken: het ritme van de flow, de versvoet.»

– Dat brengt ons bij de heisa rond het WK-lied voor de Rode Duivels. Je hebt toen amper gereageerd. Waarom?

Damso «Omdat die affaire mijn leven niet veranderd heeft. Ik heb het allemaal luchtig opgenomen. Ik moest erom lachen. De hele heisa kwam ook maar van één kant. Plots schreeuwden bepaalde mensen en bepaalde media moord en brand om een rapper naar wie ze nog nooit geluisterd hadden en een muziekgenre waarvan ze de conventies niet kenden. Mensen profiteerden ervan om meteen ook hiphop zwart te maken.

»Ik denk dat we gewoon niet dezelfde taal spreken. Dat is alles. Het is ‘zij’ tegen ‘ons’. En dan laten mensen zich eens goed gaan op internetfora en ontaardt het in vulgair racisme. Het leek me beter om me daar niet in te mengen en wat afstand te houden. Maar ik wilde wel graag de kritiek begrijpen van feministische groepen die me een vrouwenhater noemden – wat ik níét ben. Daarom ben ik boeken beginnen te lezen over feminisme. Die moeite hebben zíj zich ten opzichte van mij niet getroost.»

– Op het hoogtepunt van de controverse zei Vincent Kompany dat alleen België zichzelf in een dergelijke situatie kon storten. Neem je je gastland iets kwalijk?

Damso «Nee, België heeft niks gedaan. Het gaat om één organisatie die gezwicht is voor de druk van de politiek en de sponsors. Een vriend zei me ook: ‘Je staat in de New York Times!’ Het heeft me dus aardig wat gratis publiciteit opgeleverd.»

– Je was in 2017 de meest gestreamde artiest in België, ‘Ipséité’ brak alle verkooprecords en je videoclips worden miljoenen keren bekeken op YouTube. Wat betekent dat voor jou?

Damso «Ik ben tevreden, meer niet. Ik zit niet in een egotrip zoals andere rappers. En ik weet hoe muziek werkt. Er zijn artiesten die niks schrijven, die tachtig man aan hun plaat laten werken en zichzelf vervolgens tot nummer één uitroepen. Ik doe een beroep op beatmakers voor mijn tracks, op een fotograaf voor mijn platenhoezen, op een regisseur voor mijn videoclips... Als ik dat allemaal in mijn eentje zou doen, dán zou ik kunnen zeggen: ‘Ik ben de nummer één, ik maak jullie allemaal in.’

»Ik wil gewoon goeie muziek maken die mensen raakt. Ik hoef niet meer nummer één te zijn, dat ben ik al geweest. Ik weet wat dat is. Financieel is het een goeie zaak, maar het brengt ook heel wat problemen met zich mee. En de echte vraag is: word je er gelukkiger van? Daar heb ik nog geen antwoord op.»

– Het leverde je alvast geen prijzen op: je werd straal genegeerd op de MIA’s en de D6bels Music Awards, en in Frankrijk op de Victoires de la musique. Frustrerend?

Damso «Nee hoor, het kan me niet schelen. Het enige wat me stoort, is dat ze alleen maar een categorie ‘urban’ of ‘hiphop’ hebben toegevoegd om hun eigen geweten te sussen.»

– Erger je je dan nooit aan criticasters?

Damso «Ik heb het woord sérénité op mijn hand laten tatoeëren, ‘sereniteit’. Daar kijk ik vaak naar als ik het op mijn heupen krijg. Maar ik ga me niet ergeren als het over mijn muziek gaat, want dan zeg je eigenlijk tegen al die mensen die niet van hiphop houden dat je ze nodig hebt. Terwijl het duidelijk is dat we ze níét nodig hebben. We vullen zalen zonder hen, we hebben fans, we verdienen geld, we maken goeie muziek en roepen emoties op. De jeugd staat aan onze kant, en de jeugd is de toekomst. Zíj lopen achter, wij niet. Waarom zou je dan om goedkeuring smeken?»

– Op je nieuwe plaat zing je: ‘Il faut croire en Dieu, mais il faut surtout croire en toi’ – je moet in God geloven, maar vooral in jezelf. Ben je gelovig?

Damso «Ik geloof in God. Ik geloof in een hogere kracht. Voor mij is het leven een schaakspel tussen God en de duivel. God heeft bij voorbaat gewonnen, maar dat weet de duivel niet. En wij staan er middenin, als pionnen.»

– Iemand zei dat je geen vrouwenhater bent maar een mensenhater, een misantroop. Klopt dat?

Damso «Dat is een beetje sterk uitgedrukt. Ik zou mezelf eerder een realist noemen, en de realiteit ziet er niet al te rooskleurig uit. Als ik morgen een mooiere realiteit zie, zullen mijn teksten ook veranderen.»

– Het nummer ‘Julien’ gaat over pedofilie. Hoe is die song ontstaan?

Damso «Ik was alleen thuis met mijn zoon. Ik had acht uur aan een stuk naar dezelfde melodie geluisterd terwijl ik keek hoe hij zat te spelen, en de mensen op straat zag voorbijkomen. Het was alsof ik in het hoofd van iedere voorbijganger kon kruipen. Ik begon als vanzelf te schrijven over de menselijke natuur, en wat daar het meest verontrustend aan kan zijn.

»Ik ben zelf nooit met pedofilie geconfronteerd, ik stel alleen vragen: ‘Wie draagt schuld?’ De menselijke natuur kan ongelooflijk wreed zijn. ‘Juliens’ vind je overal. Door erover te praten geef je tenminste aan dat ze bestaan. En dat we oplossingen moeten zoeken, in de eerste plaats door aan preventie te doen. Als mijn zoon denkt dat de wereld alleen maar rozengeur en maneschijn is, loopt hij meer gevaar. Toen ik nog in Kinshasa woonde, ging elke avond bij zonsondergang de avondklok in. ’s Nachts waarden er bandieten rond die kleine jochies ontvoerden om er kindsoldaten van te maken. Dat wist iedereen, mijn ouders waarschuwden me ervoor. Niet om me bang te maken, maar omdat ik moest weten dat zoiets bestónd.»

– Wat heb je over jezelf geleerd tijdens de opnames van ‘Lithopédion’?

Damso «Dat ik gelukkig kan zijn, terwijl ik de hoop daarop al had opgegeven. Vroeger vond ik alleen vreugde in de muziek. Nu besef ik dat er ook andere mooie dingen zijn in het leven, en daarvan wil ik genieten.»

– Op slotsong ‘William’ zeg je dat dit weleens je laatste plaat zou kunnen zijn. Meen je dat?

Damso «Daar denk ik elke dag aan. Het heeft geen zin meer, vind ik, het is een doodlopende straat. Ik heb de muziek ontdekt in zoveel vormen, nu wil ik alle vormen van het geluk proeven. Aan het einde van de tour koop ik een vliegticket en trek ik eropuit met mijn zoon. Ik kom pas terug als ik een nieuwe plaat in mijn hoofd heb. En lukt dat niet, dan kom ik niet terug.»

© Moustique

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234