Na de kanker: hoe Rolling Stone Ronnie Wood won van de dood

Ronnie Wood is 70 maar nog lang niet afgeschreven. Hij werd vader van een tweeling, overwon longkanker en bewijst dat hij méér in zijn mars heeft dan bluesy gitaarlicks. Naast zijn plek in de rockgeschiedenis als lid van The Rolling Stones heeft hij al jarenlang een carrière als kunstschilder, die hij nu bekroont met een boek vol eigen werk. ‘Ik had geluk, ik trok aan het langste eind.’

'Ik liet een röntgenfoto maken, en ja hoor: er zat een grote schaduw op mijn longen, een enorme ontplofte ster. Ik dacht: 'Fucking hell!''

We treffen elkaar net voor ons interview in de lift van een hotel in het centrum van Londen. ‘Heb ik u al eens eerder ontmoet?’ vraagt hij meteen. Dat is niet zo, maar misschien neemt Ronnie Wood na al die jaren van uitspattingen als gitarist van The Rolling Stones het zekere voor het onzekere en vraagt hij dit aan iedereen. Hij is vorig jaar opnieuw vader geworden toen zijn vrouw, Sally Humphreys (ze trouwden in 2012), beviel van een tweeling, allebei meisjes. Hij heeft vier andere kinderen uit zijn vorige huwelijken en zes kleinkinderen. Zijn strakke rock-’n-rolluiterlijk verraadt niets van de gezondheidscrisis die hij vorig jaar meemaakte, toen bij hem longkanker werd geconstateerd en hij geopereerd moest worden om de tumor te verwijderen.

Als we gaan zitten voor ons gesprek is hij vriendelijk, opgewekt en soms een beetje afgeleid. Hij drinkt cola (zijn ‘laatste ondeugd’). Af en toe bladert Wood – die net als Freddie Mercury en Pete Townshend in de sixties een kunstopleiding volgde aan het Ealing Art College – door zijn nieuwe boek, ‘Ronnie Wood: Artist’, een overzicht van de kunst die hij tijdens zijn leven maakte. Hij laat me verschillende tekeningen en schilderijen zien.

- Bent u trots op het boek?

Ronnie Wood «Oh ja! Ik wilde dit al ruim vijftig jaar doen, en het verlangen werd steeds intenser. Er is een mooie Franse uitdrukking voor het verzameld werk van een kunstenaar: catalogue raisonné, een systematisch, doordacht overzicht. Voor mij is dit boek zoiets.»

- Is kunst voor u een soort ‘geestelijk gezondheidsproject’ – iets dat alleen over u gaat, los van de Stones?

Wood «Ik heb eigenlijk altijd kunst gemaakt – het is uitermate troostend en iets dat ik in mijn eentje kan doen. Ik heb het muzikale groepsproject, en daarnaast heb ik dit, mijn eigen, persoonlijke commentaar op de dagelijkse gebeurtenissen. Er gaat bijna geen dag voorbij zonder dat ik een tekening of schilderij maak.»

- Uw ouders waren binnenschippers, de eersten in hun familie die op het land gingen wonen.

Wood «De Woods en de Dyers, mijn moeders familie, kun je traceren tot de 18de eeuw. Ze leefden allemaal op het water: ze vervoerden timmerhout of zout. Misschien is er ook een link naar de Spanjaarden – waarom zou ik anders op mijn 70ste nog zwart haar hebben?»

- U hebt het boek opgedragen aan uw overleden ouders en broers.

Wood «Ik bedank mijn moeder en vader voor hun geduld en steun. We woonden in een kleine arbeiderswoning, maar we mochten de achterste ruimte als creatieve kamer gebruiken. En mijn broers stimuleerden me heel erg – ze waren tien jaar ouder, ook kunstenaars en muzikanten. Door hen leek het heel vanzelfsprekend om de hele dag te tekenen en muziek te maken. Ze namen hun artistieke schoolvrienden mee naar huis – al die meisjes! Ik zat daar in mijn korte broek en grijze hemd en dacht: ‘Dat lijkt me nu een leuke baan. Veel extraatjes, en je mag ook nog eens schilderen!’»

'Als ik zou moeten kiezen tussen muziek maken en schilderen, zou ik de muziek laten vallen. Thuis speel ik toch nooit gitaar'

- Uw bekendste schilderijen zijn van de Stones en andere beroemdheden, maar het werk in uw boek is heel gevarieerd.

Wood «Die beroemdheden, dat komt uit de tijd dat ik het wilde maken in de kunstwereld. Toen mijn geld begon op te raken, eind jaren 80, realiseerde ik me dat ik een andere bron van talent had waaruit ik kon putten: ‘Ik kan schilderen! Laat ik eens proberen om daarmee een voet tussen de deur te krijgen.’ Dus maakte ik portretten, véél portretten (lacht).»

- Keith Richards heeft het nawoord van uw boek geschreven. Moedigen de Stones uw schilderkunst aan?

Wood «Ja, maar dat was niet altijd het geval. Keith en Charlie (Watts, de drummer, red.) zijn zelf ook kunstenaars. Charlie was altijd erg kritisch over mijn werk, hij zei dan: ‘Dit heb je overdreven, het was goed zoals het was, en nu heb je er te veel aan geprutst.’ En hij had nooit ongelijk. Keith zei altijd dat je heel veel kunt uitdrukken door wat je weglaat, door de lege plekken die je creëert – niet alleen in de muziek, maar ook met penseel en doek. Zo valt er altijd iets te leren, zowel op muzikaal als op artistiek gebied.»

- Voelt u zich nog steeds de ‘nieuweling’ in de Stones?

Wood «Ik speel nog maar een dikke veertig jaar mee (lacht). Het begon met een stage van zeventien jaar: zo lang duurde het voor ik loonsverhoging kreeg, voor ik ook maar aan geld dácht. Ik zei: ‘Zou ik misschien een beetje meer kunnen krijgen?’ en ze antwoordden: ‘We dachten dat je het nooit zou vragen – en wie niet vraagt, die wil niet, mate.’»

- Misschien was u ‘afgeleid’ – jarenlang stonden u en Keith Richards symbool voor de uitspattingen van de rock-’n-roll.

Wood «Oh ja – voor je ’t wist, waren er tien jaar voorbij! Het is altijd leuk met Keith, we hebben veel lol. We hebben al jaren een meningsverschil over wie van ons de betere gitarist is. We belden Eric Clapton en hij zei: ‘Dat zijn jullie geen van beiden. Ik ben beter dan jullie twee bij elkaar.’ We komen nog steeds samen met Clapton en elke keer als we elkaar zien, is het alsof de tijd heeft stilgestaan. En toch zijn er nog zoveel verhalen die verteld moeten worden, zoveel avonturen.

»Ik heb net kanker overwonnen, dat is mijn meest recente avontuur. Ik ben vijftig jaar lang een fervent kettingroker geweest en ik dacht: daar moeten toch consequenties aan zitten. Dus liet ik een röntgenfoto maken, en ja hoor: er zat een grote schaduw op mijn longen, een enorme, ontplofte ster. Ik dacht: ‘Fucking hell!’

»Ik ben erin gestapt met een positieve houding. Ik dacht: goed, ik heb een tumor, laten we die eruit halen. Ze gingen mijn lichaam binnen via mijn blaaspijp, mijn knalpijp... Euh, hoe noem je dat ook alweer? Mijn luchtpijp! Er staken allerlei slangen uit mijn lijf. Ik zat vastgesnoerd als een marionet.»

- Dan voel je je toch erg kwetsbaar, niet?

Wood «Ja, maar ik heb de dokters versteld laten staan: een week later zat ik al terug in de studio. Het is niet de bedoeling dat je zo snel geneest. Het kwam voor een groot deel vanwege de blijdschap die ik voelde omdat ik nog leefde, omdat de kanker niet uitgezaaid was. Er was zoveel dankbaarheid om me heen.»

- Veel artiesten zijn in 2016 gestorven, ook David Bowie…

Wood «Bowies dood kwam extra hard aan omdat we even oud waren – allebei modellen uit 1947. David en ik zagen elkaar niet veel, maar áls we elkaar zagen, klikte het altijd. Hij trok aan het kortste eind met de kanker. Hij had ook een beroerte gehad, wist ik. Omdat hij geen concerten meer gaf of in het openbaar verscheen, vermoedde ik al dat er iets aan de hand was met zijn gezondheid. Ik had geluk, ik trok aan het langste eind.»

- Denkt u, nu u ouder wordt, na over wat u zult achterlaten?

Wood «Mijn twee kleine meisjes hebben ervoor gezorgd dat ik alleen nog maar lánger wil leven, zodat ik ze kan zien opgroeien. Ik ben door deze tweede kans in het leven nog dankbaarder geworden dat ik van ze mag genieten, van de kinderen die ik al had, van Sally, van het touren, alles.»

'Mijn twee kleine meisjes hebben ervoor gezorgd dat ik alleen nog maar lánger wil leven, zodat ik ze kan zien opgroeien'

- Is het niet gek dat u opa bent en tegelijkertijd vader van twee heel jonge kinderen?

Wood «Dat is nu eenmaal hoe mijn leven is gelopen. Ik kan niet wachten om ze mee te nemen op tour. Ze zijn al op het Toronto Film Festival geweest en naar het muziekfestival Desert Trip in Californië. Ze zijn in Boston geweest, in New York, de Royal Albert Hall met Paul Weller… Ze zijn gek op mensen!»

- U hebt portretten van Sally opgenomen in het boek en u noemt haar uw ‘muze’. Spelen vrouwen een belangrijke rol in uw leven?

Wood «Oh ja! Mijn moeder zei altijd dat ik het gelukkigst was als ik me in het gezelschap van meisjes bevond – en dat is waar, ik raak erdoor geïnspireerd.»

- Wat vindt u, als vader van drie dochters, van het feminisme?

Wood «Oh, dat weet ik niet. Mijn kinderen zeggen me vooral hoe zíj over de dingen denken. Zeker mijn oudste dochter Leah, op niet mis te verstane wijze, bless her. Tegenwoordig vertellen ze me over dingen die me kunnen helpen – medicijnen, kruidengeneesmiddelen. Mijn zonen Jesse en Tyrone doen dat ook. De schrik over mijn gezondheid bracht een heel zorgzame kant in hen naar boven.»

- U hebt kanker overleefd. Als u terugkijkt op uw tijd met de Stones, op al die drugs en die gekte, leek het er dan ooit op dat het u fataal zou worden?

Wood «Zowel met drugs als met drank kwam er altijd een moment waarop ik er genoeg van had: dat is mijn redding geweest. Midden in zo’n roes dacht ik opeens: ‘Nog zo’n pil en je bent er geweest.’ Je kijkt naar de mensen om je heen die pillen nemen alsof het snoepjes zijn, helemaal van de wereld, en dan dacht ik: ‘Niet doen.’ Je moest altijd op je hoede zijn.»

- Als u het mocht overdoen, zou u uw leven dan precies op dezelfde manier leiden?

Wood «Ik zou willen zeggen: ‘zonder de sigaretten,’ maar toen ik opgroeide, rookte iedereen!»

- Was het lastiger om daarmee te stoppen dan met harddrugs?

Wood «Roken was inderdaad het moeilijkste om op te geven. Die goede oude Champix-pillen (die de drang naar nicotine onderdrukken, red.) hielpen. Zonder Champix denk ik niet dat ik het langer dan een paar weken zou hebben volgehouden. Het oude gevoel zou zijn teruggekeerd, de oude excuusjes – ‘Oh, wat maakt het ook uit, ik geniet ervan!’ En ik genoot er écht van.»

- Heeft geluk een rol gespeeld in uw muzikale carrière?

Wood «Het klopt dat ik op het juiste moment op de juiste plek was, maar ik heb de boel wel een beetje naar mijn hand gezet. Ik heb eigenlijk iedereen aan de kant geduwd en een plek voor mezelf veroverd. Maar het was ook zwoegen. Zelfs als tiener bleef ik tot vroeg in de ochtend op om te oefenen, een gitaarlick onder de knie te krijgen, uit te zoeken hoe het uiteindelijk samen zou klinken. Het lijkt misschien of je zomaar tegen een bepaalde sound aanloopt, maar er gaat veel werk aan vooraf.»

- Wat zou makkelijker zijn om op te geven, muziek of schilderkunst?

Wood «Dat is een moeilijke vraag. Maar ik zou het musiceren opgeven. Ik zou thuis nog altijd een beetje gitaar kunnen spelen, maar zelfs dat doe ik bijna nooit, tussen het touren door. Dat realiseerden Keith en ik ons allebei tijdens de repetities: ‘Ik denk niet dat ik een gitaar heb aangeraakt sinds de laatste keer dat ik je zag.’»

- Had u gewild dat u tijdens uw leven meer aandacht aan uw schilderkunst had besteed?

Wood «Nee, ik ben bekend als muzikant en het publiek kan maar een bepaalde hoeveelheid informatie aan. Maar ik heb in mijn leven twéé dingen gedaan en het zou leuk zijn als ik voor allebei erkenning kreeg. Ik heb tentoonstellingen gehad, maar dat was altijd tijdelijk – dit boek is nu mijn ‘permanente tentoonstelling’. Het zal fantastisch zijn om het straks in een boekenkast te zien staan en te zeggen: ‘Ik ben kunstenaar.’»

‘Ronnie Wood: Artist’ verschijnt op 17 oktober bij Thames & Hudson.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234