Na de schietpartij in Orlando: homohaat wetenschappelijk verklaard

De gruwelijke schietpartij in holebiclub Pulse in Orlando, opgeëist door terreurgroep IS, lijkt eens te meer te bevestigen dat homofobie nauw verweven is met religie.

'Het idee dat homo's een bedreiging zijn voor je mannelijkheid: dát is de trigger voor geweld'

Laurens Buijs «Religie staat op gespannen voet met homoseksualiteit: dat kadert in een lange traditie waarin homoseksualiteit als een verleiding van de duivel werd gezien. Maar: er is een verschil tussen religieus zijn en er antihomostandpunten op na houden, en daadwerkelijk een homo in elkaar slaan. Of, nog extremer, naar een kroeg gaan en mensen neerschieten. Als er effectief geweld gepleegd wordt, speelt religie net een verrassend kleine rol.

»Voor m’n onderzoek aan de Amsterdamse universiteit heb ik daders geïnterviewd en hun politiedossiers en psychologische rapporten geanalyseerd. Daaruit bleek dat daders met een moslimachtergrond heel weinig bezig zijn met hun geloof: ze konden me niet goed uitleggen waarom homoseksualiteit tegen hun religie indruist en hadden ruzie met hun ouders omdat ze te weinig naar de moskee gingen. Het gebruik van geweld vloeide veeleer voort uit het feit dat ze opgroeiden in een straatcultuur, zich aan de rand van de samenleving bevonden, en erg met hun mannelijkheid bezig waren. En verrassend: zowel de Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse als Surinaamse jongens praatten op een heel vergelijkbare manier over homoseksualiteit als autochtone, seculiere en atheïstische jongens. ‘Niet-gelovig’ staat dus niet gelijk aan een comfortabele omgang met homoseksualiteit. Het racistische sentiment dat met nieuw-rechts in veel landen overheerst – het idee dat alles fantastisch was vóór de multiculturele samenleving haar intrede deed – slaat dus nergens op. Het idee dat homo’s een bedreiging zijn voor je mannelijkheid: dát is de trigger voor geweld.

»We weten inmiddels dat Omar Mateen, de schutter in Pulse, die bar zelf frequenteerde, op homosites zat en dus mogelijk homoseksuele gevoelens had: hij zat duidelijk in de knoop met zijn mannelijkheid en seksualiteit. Dan wordt religie louter gebruikt om één en ander te legitimeren. Kijk maar naar zijn religieuze standpunten: die zijn weinig coherent. Hij beweert een aanhanger van Al Qaeda te zijn, maar ook van IS en de taliban – groepen die onderling met elkaar strijden. Je kunt hem dus moeilijk een kenner noemen. Mateens homoseksuele drive was de aanleiding voor zijn daden, maar om het verhaal in te vullen, heeft hij zich achter de islam verschuild. We moeten goed beseffen dat we homofobie minimaliseren als we het afschilderen als een probleem van een achterlopende groep. Want zelfs bij de progressieve minderheid ligt het erg complex.»

HUMO Er speelde bij Mateen dus een element van zelfhaat mee?

Buijs «Dat denk ik wel, ja. Die ambivalente houding heb ik ook gezien bij andere daders van geweld op homo’s – óók bij jongens die duidelijk hetero zijn. We denken vaak dat mannelijkheid iets is wat je van nature hebt meegekregen: je hebt nu eenmaal een bepaald geslacht. Maar mannelijkheid is ook een deel van je sociale identiteit, en zeker puberjongens zijn actief bezig met de zoektocht naar hun mannelijkheid. In dat proces speelt homoseksualiteit een ingewikkelde rol. Aan de ene kant is er een duidelijke pushfactor: je zet je af tegen homoseksualiteit om je eigen heteroseksualiteit te bevestigen – homo’s worden vaak niet als ‘echte mannen’ beschouwd, zeker niet als ze tijdens de seks ook nog eens de passieve rol aannemen. Maar tegelijk is er een pullfactor: mannen zijn ook nieuwsgierig naar homoseksualiteit. Om hun heteroseksualiteit te bevestigen, willen ze zeker weten dat ze geen homo zijn. Veel puberjongens vragen zich af: ‘Ben ik wel écht hetero?’ Er is dus een soort aantrekkingskracht om dat te gaan verkennen. En homofobie gedijt in dat spanningsveld van afkeer en aantrekking.»

'Mensen die je naroepen of ongepaste vragen stellen: het is bijna dagelijkse kost'

HUMO En zeggen dat mannen vroeger gewoon met een sportwagen rondscheurden om hun mannelijkheid te bewijzen.

Buijs «Interessant, in dat verband: in onze westerse samenleving doen meisjes het tegenwoordig beter dan jongens. Ze hebben minder problemen op school, komen minder in aanraking met politie en justitie, en kunnen beter functioneren in de maatschappij. Door het feminisme en de opkomst van de liberale natiestaat is de rol van de man als kostwinner en hoofd van het gezin niet meer vanzelfsprekend. Mannen vragen zich af: ‘Wat maakt mij dan nog een man?’ Vooral laagopgeleide mannen worstelen daarmee – hogeropgeleiden hebben door hun studies en job vanzelf al een zekere status.»

HUMO Wil dat ook zeggen dat vrouwen geen antiholebigeweld plegen?

Buijs «Ja, alle daders en slachtoffers die ik onderzocht heb, waren mannen. Lesbische vrouwen krijgen af te rekenen met kattige opmerkingen en roddels, maar over het algemeen kunnen vrouwen makkelijker overweg met lesbiennes, dan mannen met homo’s.»


Homo’s vermenselijken

HUMO Niet enkel homo’s worden hardhandig aangepakt: vorige week werd er nog een transgender neergestoken in Etterbeek.

Buijs «Van alle seksuele minderheden is het met transgenders het zorgelijkst gesteld: zij zijn het vaakst het slachtoffer van excessief geweld, omdat ze de traditionele gendernormen het meest uitdagen. Ze overschrijden de starre verwachtingen van mannelijkheid en vrouwelijkheid het meest, en stuiten dan ook op de grootste weerstand. En ze hebben het al zo moeilijk: ze zitten vaak veel langer in de kast – een geslachtstransitie is natuurlijk zeer ingrijpend – en zijn heel eenzaam: 20 procent van de Nederlandse transgenders heeft al een zelfmoordpoging achter de rug.»

HUMO Vanwaar eigenlijk je interesse voor de thematiek?

Buijs «Ik heb zelf moeite gehad met m’n coming-out. Ik was toen ongeveer 20, en vond het vreemd dat ik het er zo moeilijk mee had: ik kom namelijk uit een Nederlands middenklassegezin en ben opgevoed met vrije idealen. Ik heb toen besloten ook professioneel met die puzzel aan de slag te gaan.

»Ik ben zelf ook al het slachtoffer geweest van antihomogeweld. Ik zal zelfs meer zeggen: maar weinig vrienden van me uit de Amsterdamse holebigemeenschap zijn nog nooit met één of andere vorm van geweld geconfronteerd. Mensen die je naroepen of ongepaste vragen stellen als je hand in hand over straat loopt: dat is haast dagelijkse kost. Maar ik werd ook al ’s nachts bedreigd, en ik heb ook al eens een klap gekregen van een groepje Ajax-supporters, die kennelijk vonden dat ik op een verkeerde manier naar hen keek.

»Veel mensen denken dat alles klaar is na je coming-out, maar eigenlijk moet je geregeld opnieuw uit de kast komen. Bij elke nieuwe groep mensen moet je inschatten hoe ze zullen reageren. Zelfs op vakantie: als de uitbater van je Airbnb pakweg een Italiaan is, zal geen enkele homo zeggen dat zijn reispartner eigenlijk zijn vriend is, laat staan dat je ongedwongen hand in hand over straat zult lopen. Dat is vaak een reflex: na jarenlang in de kast te hebben gezeten, ben je gespecialiseerd in je anders voordoen. Jezelf zijn voelt niet veilig aan.»

HUMO Moest je dan geen drempel overwinnen om met daders van antihomogeweld te gaan praten?

Buijs «Het was natuurlijk erg spannend, maar ik heb vooral de rol van wetenschapper aangenomen. Het is een paar keer gebeurd – vaak midden in het gesprek – dat ze me vroegen of ik homo was. Ze gingen zich dan meteen schamen over wat ze daarvóór over homo’s hadden gezegd: ‘Maar dat geldt niet voor jou, jij bent wel oké!’ Dat was één van m’n belangrijkste bevindingen: die daders zijn niet de klok rond homofoob. Het is situationeel en doet zich vaak voor wanneer ze zich met leeftijdgenoten in groep bevinden: dan willen ze hun mannelijkheid bewijzen. Maar bizar genoeg heb ik die urenlange interviews meestal als prettig ervaren.»

HUMO Toonden ze berouw over hun daden?

Buijs «Sommigen wel, vooral als hun geweld tot een letsel bij het slachtoffer had geleid. Ik heb met een jongen gesproken die bij de Nederlandse krijgsmacht zat, en samen met andere militairen naar een ontmoetingsplaats voor homo’s in een bos was getrokken. Daar zijn ze best hard tekeergegaan: ze hadden een paar mannen het ziekenhuis in geslagen, en één slachtoffer had een blijvend letsel opgelopen. Toen de dader, die ondertussen uit het leger geschorst was, aan de feiten terugdacht, moest hij huilen. Hij begreep niet wat hem bezield had. Anderen houden vast aan de legitimering: ‘Hij verdiende het, want hij was geen normale homo.’»

HUMO Pas in 1990 werd homoseksualiteit door de Wereldgezondheidsorganisatie als mentale ziekte geschrapt. De wetten zijn veranderd – in sommige landen mogen holebi’s huwen en kinderen adopteren – maar de mentaliteit verandert niet mee. Wat kunnen we daaraan doen?

Buijs «Er kleeft een eeuwenoud stigma aan homoseksualiteit, dat diep verankerd zit in de cultuur, maar er zit nu wél een deuk in dat stigma: hoewel het moeilijk blijft om uit de kast te komen, dóén jongens het wel. Maar de problemen zijn zeker niet verdwenen.

»Ik geloof niet in informatieoverdracht, waar in Nederland wel op wordt ingezet. In de lessen biologie wordt bijvoorbeeld verteld dat niet enkel voortplanting een rol speelt bij seksualiteit, maar ook plezier, en dat homoseksualiteit ook bestaat. Maar de daders die ik gesproken heb, hebben die lessen ook allemaal gehad. Ze weten heel goed hoe ze moeten denken en praten over homoseksualiteit, maar ze vóélen het niet. Ze zouden jongens die moeite hebben met homoseksualiteit, beter in een veilige setting in contact brengen met een homo, transgender of lesbische vrouw, onder het toezicht van een docent die de interactie probeert te sturen. Jongens moeten kunnen uitleggen waarom ze homoseksualiteit zo bedreigend vinden, en moeten kennis kunnen maken met een homo. Want vaak kunnen ze zich wel met zo’n jongen of man identificeren: iederéén voelt zich weleens buitengesloten.»

HUMO Stel je holebi’s dan niet als een rariteit voor?

Buijs «Ik ben in klassen mijn persoonlijke verhaal gaan vertellen, en toegegeven, aanvankelijk had ik daar ook m’n bedenkingen bij: ‘Wordt het niet aapjes kijken?’ De leerlingen weten dat het over homoseksualiteit zal gaan: wanneer je de klas binnenwandelt, hangt er om te beginnen al een rare sfeer. Maar zodra je begint te vertellen – ‘Dit ben ik, op deze leeftijd wist ik dat ik homo was, en zo ben ik uit de kast gekomen’ – wordt het plots muisstil, zelfs in de moeilijkste klassen. Ze vergeten dat het over homoseksualiteit gaat, omdat het vermenselijkt wordt. En dat kan ze echt een knop doen omdraaien die een fundamentele verandering teweegbrengt.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234