null Beeld

Na Eandis: de Chinezen komenVier verkenners vertellen

De Eandis-deal zal herinnerd worden als een scheet die nooit gelaten werd. Maar moeten we echt zo bang zijn voor Chinese overnames? Hoe denken de Chinezen hier over de kwestie, en hoe kijken ze naar het land dat zo gulzig groeit?

Jeroen Maris

'Gezichtsverlies is het ergste dat je een Chinees kunt aandoen'


Yumi Ng: ‘Rol de rode loper uit’

Een Verre-Oostenwind wervelt het restaurant binnen. Het is Yumi Ng (46), de dochter van Chinese immigranten. Ze is hr-consultant en schreef in ‘Brutazur’, haar eerste roman, bepaald niet timide over onder meer sm. Ook als ze me over de getorpedeerde Eandis-deal, de honger van China en haar eigen geschiedenis bijpraat, laat ze haar woorden neerkomen als gillende zweepjes.

Yumi Ng «Ik begrijp waar de angst en het wantrouwen vandaan komen. ‘Die Chinezen zijn zo machtig en zo ambitieus. Ze zijn ook met zovelen, ze lijken van niets bang en ze hebben iets onvermoeibaars. Worden we onder de voet gelopen?’ Die angst wordt nog extra gevoed doordat de Chinezen zich niet altijd even duidelijk uitspreken over hoe ze de toekomst zien, en wat ze precies ambiëren.»

undefined

null Beeld

undefined

'Een Chinees wil ontvangen worden op de rode loper. Dat zie ik ook op microniveau: als ik met mijn vader op restaurant ga, wil hij persoonlijk begroet worden'

Toch schreef Yumi in een opiniestuk in De Morgen dat de Eandis-deal afgeschoten werd om ‘redenen die er niet toe doen.’

Ng «Ik vind het heel eerbaar om geen zaken te doen met landen waar de vrijheid van meningsuiting voortdurend in de ballen getrapt wordt en mensenrechten details zijn. Maar doe het dan consequent in plaats van à la carte. Wapens verkopen aan Saoedi-Arabië bijvoorbeeld is klaarblijkelijk géén probleem.»

Ik gooi Yumi een vrolijke uitspraak van VUB-professor Jonathan Holslag voor de voeten: ‘Wij laten China geld verdienen door onze industrie kapot te dumpen, en laten hen met dat geld Volvo kopen, en nu bijna Eandis.’

Ng «Daar zijn we in het Westen inderdaad zélf mee verantwoordelijk voor. Ik vind het crapuleus dat de namaakindustrie in de shoppingcentra in Shanghai door de Chinese overheid wordt gedoogd, maar het loopt daar natuurlijk wel mooi vol westerlingen die er Louis Vuitton-sacochen en andere lelijke brol komen kopen. En als je in de Makro een dvd-speler van 29 euro koopt, weet je dat die niet in een Gentse fabriek gemaakt is, hè. Je kan niet allerlei sluipwegen nemen om je persoonlijk welvaartsniveau in stand te houden, en tegelijkertijd verwachten dat je economie in binnenlandse handen blijft.

»De Chinezen zijn dolgedraaid. Ze willen te snel te veel, en zijn hun eenvoud verloren aan het platte kapitalisme. Dat is een analyse van mijn vader, en ik volg hem daarin. Hongkong – de regio waar mijn ouders vandaan komen – wordt nu overspoeld door miljonairs van het Chinese vasteland. Hoe die zich gedragen! Ze lopen een winkel binnen, schofferen het personeel en gaan weer buiten met dozen vol met Rolexen.

»Weet je, ik ben hr-consultant, en vroeger werkte ik vooral voor multinationals. Dat was heel prettig en leerrijk, maar hoe lang kun je een corporate slave zijn? Ik kón dat niet meer, afdelingen verhuizen naar Polen terwijl ik de fabriek hier prima zag draaien, en net voor Kerstmis mannen van 58 ontslaan die hun hele leven aan de firma hadden gegeven. Nu werk ik alleen nog voor kmo’s, waar het veel menselijker aan toegaat. Het zou goed zijn als China én Europa zichzelf ook eens zo’n ethische spiegel voorhouden.»

Nog een keer Holslag over China: ‘Elke investering in het buitenland heeft als doel om zoveel mogelijk strategische informatie te verzamelen. Zoals de Amerikanen de 20ste eeuw hebben beheerst, zo willen de Chinezen de 21ste eeuw beheersen.’

Ng «Misschien heeft Holslag een glazen bol, en kan hij in het brein van de Chinese leiders kijken. (Fijntjes) Ik kan dat niet. Waar ik wel van overtuigd ben: dat China incontournabel wil zijn op de globale markt. Een Chinees wil ontvangen worden op de rode loper, met een gracieuze buiging erbij. Dat zie ik ook op microniveau: als ik met mijn vader op restaurant ga, wil hij persoonlijk begroet worden, met een respectvolle handdruk. Dat mag ook wel, want hij laat altijd heel vette fooien achter (lacht).»

Yumi werd in 1970 geboren in een gezin van Chinese immigranten. De grootoom van haar vader had voor de Tweede Wereldoorlog het pad al geëffend: verstopt in een goederenboot was hij naar België gevlucht.

Ng «Hij was één van de eerste Chinezen in België. Begin jaren 50 is hij hier een restaurant begonnen. Op aanraden van zijn grootoom vluchtte mijn vader ook naar hier. ‘Het is hier goed, en we gaan samen heel veel geld verdienen.’ Bovendien vond mijn vader – hij was 20 toen – de Belgische vrouwen zo mooi. Daar heeft hij gretig gebruik van gemaakt (lacht). Na een jaar ging hij terug naar Hongkong om zijn familie te bezoeken en – heel typisch – te tonen dat hij het financieel goed stelde, en toen werd er een diner georganiseerd om mijn vader voor te stellen aan de vrouw die later mijn moeder zou worden. Zij was verliefd op iemand anders, maar ze werd verplicht om naar het diner te gaan. Mijn vader besliste die avond dat hij met haar zou trouwen. Mijn moeder werd dus tegen haar wil in uitgehuwelijkt, en volgde mijn vader naar hier. Met alle gevolgen vandien: haar leven was er één van wrokkige ontgoocheling.»

Leverde nog een extra spoortje frustratie op: de in China dominante ‘cultus van de zoon’.

Ng «Ik was een grote teleurstelling voor mijn ouders: ik was de derde dochter, terwijl ze absoluut een zoon wilden. Mijn moeder huilde na de bevalling, en het eerste jaar kleedde ze mij als een jongen. Helaas: er wilde maar geen piemel groeien. Mijn moeder zag mij doodgraag, hoor, maar géén zoon krijgen betekent voor een Chinees gezichtsverlies. En gezichtsverlies is het ergste dat je een Chinees kunt aandoen – dat moeten de Europese politici en zakenlui die met de Chinezen onderhandelen goed onthouden.»

In China kreeg die cultus van de zoon een macaber neveneffect als gevolg van de éénkindpolitiek, de in 1979 ingevoerde bepaling dat een koppel slechts één kind mag krijgen.

Ng «Aangezien iedereen een jongen wilde, zitten de weeshuizen in China nu vol meisjes. En je wilt niet weten hoeveel er in de vijver gedumpt zijn. Door die gruwel is er nu een demografisch onevenwicht: te weinig meisjes voor te veel jongens. Daardoor hebben de meisjes onredelijke eisenpaketten voor hun toekomstige. En dan gaat het niet in de eerste plaats over een fraai uiterlijk of een knappe persoonlijkheid, wel over status en bezittingen. Dat economisch denken zit zó in die samenleving geplamuurd.»

Weer naar Antwerpen, waar Yumi opgroeide in het restaurant van haar ouders. Eindelijk kan ik het iemand vragen: waarom begon zowat élke Chinees van de eerste generatie een restaurant, en heeft élke steenweg en élk onooglijk dorp in Vlaanderen een ‘Golden Lotus’ of een ‘New China’ waar de gelakte eend niet om een Michelinster kwaakt?

Ng «Sommigen hadden effectief een opleiding gevolgd en waren bijvoorbeeld kok geweest op een vrachtboot. Zoals veel Chinezen in Amerika een wasserij hebben, niet uit passie maar bij gebrek aan een beter idee, zo hebben veel Belgische Chinezen een restaurant. Als je niet kunt lezen en schrijven, zoals de meesten van die eerste generatie, is koken een goede optie. Vandaar ook dat er zoveel sléchte Chinese restaurants zijn in Vlaanderen, waar de gebraden kip in slappe kerriesaus verdrinkt en met frieten geserveerd wordt.»

In tegenstelling tot haar moeder werd Yumi niet uitgehuwelijkt.

Ng «Het gebeurde weleens dat een man bij een tante een foto van me zag, en naar het restaurant van m’n ouders kwam om m’n hand te vragen. Maar mijn vader kende me, en wist dat hij het niet eens moest voorstellen. Vroeger hoopte hij nog dat ik met een Chinese jongen zou trouwen, maar daar is hij van teruggekomen. Mijn zussen en ik hebben zelfs nooit een tong gedraaid met een Chinees.»

In haar kindertijd werd Yumi door haar ouders een haast devoot respect voor het gastland aangepraat.

Ng «We moesten er niet aan dénken om ons te misdragen. En we mochten nooit vergeten dat we vreemdelingen waren, en bijgevolg onze mond moesten houden. Terwijl bijvoorbeeld Marokkaanse jongens als koningen opgevoed worden. Bij Chinezen zit gehoorzaamheid en respect voor de orde er ingebakken. Ik heb een grote burgerzin overgehouden aan mijn opvoeding, en ik zal nooit van het systeem profiteren – hoe makkelijk dat in dit land ook is. Je kan sterke meningen hebben – en die héb ik – maar dat hoeft je niet te beletten om je respectvol te tonen tegenover de maatschappij die je alle kansen geeft. Dat mis ik in België: hoffelijkheid.»

‘Maar dat is detailkritiek,’ benadrukt Yumi gloedvol. ‘Ik ben héél blij dat ik hier geboren ben.’

Ng «Eigenlijk heeft mijn moeder in haar leven maar één keuze zelf kunnen maken: die om zelfmoord te plegen. Dat is zo wrang. Vandaar allicht dat ik haast obsessief gesteld ben op vrijheid, en dat het dus goed is dat ik niet in China geboren ben. Alhoewel: dan had ik wel een manier gevonden om te vluchten. Want van mijn papa heb ik een prachtig cadeau gekregen: zijn moed en zijn zelfredzaamheid.»


Zhi Zhong: ‘Stop toch met staken’

Ik loop langs bij Zhi Zhong (48) in zijn ‘Chinese Health Care Centre’ in Antwerpen. Als je yin en je yang uit elkaar gegroeid zijn, zorgt hij met acupunctuur en Chinese kruidenthee voor de relatietherapie. Aan de overkant van de straat heeft hij een massagesalon waar allerlei lichamelijke besognes een oplossing vinden. Tien jaar geleden ruilde Zhi Qingdao – een stad in het noordoosten van China – in voor Antwerpen.

'Ook aan België zit iets dat ik maar niet kan begrijpen: waarom zijn jullie niet gewoon tevreden'

Zhi Zhong «Daarvoor was ik één keertje in België geweest. Van die reis herinnerde ik me dat Belgen zo rustig zijn. Dat is wat ik apprecieer aan mensen: dat ze geen driftkikkers zijn, maar gentlemen. Dat ze fijne manieren hebben. Het leven dat ik zocht – eentje met rust en evenwicht – vond ik in België. In Chinese steden kan je nooit een kalm wandelingetje maken.»

null Beeld

Toch klinkt Zhi niet knorrig als hij praat over de snelle transitie van China.

Zhong «De economie groeit en bloeit, en dat heeft een hoop positieve effecten. Dat koffie nu door iedereen gedronken wordt, om maar iets te noemen, terwijl het vroeger iets van de rijken was. En cultureel wordt het land ook rijker: muziek en film zijn overal. Die economische boom heeft de geesten verfrist. Het is alsof China volwassen aan het worden is. Wist je dat tatoeages heel lang taboe zijn geweest? Als je er eentje had, kon je het wel schudden: dan was je een slecht mens, en werd elke gelegenheid aangegrepen om je in de gevangenis te gooien. Nu mag je zelfs het leger in met een tatoeage.

»Toch moet China opletten dat het zichzelf niet voorbijsnelt. De vastgoedprijzen in de steden zijn de afgelopen jaren ontzettend gestegen. Een appartement in Peking kost makkelijk een miljoen euro. Ik mag hier nog tien jaar hard werken, dat krijg ik nooit bij elkaar. (Peinzend) Mijn land is me iets te hebzuchtig geworden. Maar goed, dat kun je net zo goed van Europa zeggen. Want ook aan België zit iets dat ik maar niet kan begrijpen: waarom zijn jullie niet gewoon tevreden? Die altijd terugkerende stakingen, ik snap het niet. In China werken veel mensen zich de ziel uit het lijf, terwijl ze nauwelijks wat verdienen. En je hebt de hele rijken, die makkelijk geld scheppen. Dan is het in België veel rechtvaardiger geregeld: wie hard werkt, wordt beloond. Wie zich liever niet inspant, krijgt minder. Koester dat toch!»

Alles verandert in China, of beter: bijna alles.

Zhong «In China heb je één onaantastbare zekerheid: het communisme (lacht). Ik vind de parlementaire democratie een prima systeem, hoor. Maar anderzijds: bijna twee jaar zonder regering, dat is in China onmogelijk. En zeker, vroeger heb ik weleens geroepen dat dat hele communisme maar beter kon verdwijnen. Nu, met het ouder worden, kom ik daarvan terug. China is zo’n immens land. Als je daar democratie installeert, wordt het een kakofonie van stemmen. Ik geloof dat China beter af is met een sterk centraal gezag.»

Zhi, een aimabele dokter die in zijn thuisstad in een ziekenhuis werkte, trouwde in België voor de tweede keer, en heeft hier een zoon en een dochter.

Zhong «In China krijgen kinderen veel te veel druk opgelegd. Ze moeten presteren: goeie cijfers halen op school, uitblinken in sport, briljant viool en piano spelen, fantastisch kunnen dansen. Ik push mijn kinderen nooit: ik wil gewoon dat ze gelukkig worden.

»Het is misschien atypisch voor een Chinees, maar zelf ben ik ook niet zo bezig met de vraag of ik succesvol ben. Een hele tijd geleden heb ik beslist dat ik geen leven van hoge toppen en diepe dalen wil leiden. Het mag een fijne, vlakke lijn zijn – en dat is het ook.»


Denny Liem: ‘Help, de communisten komen!’

Denny Liem (40) heeft een kantoorjob in Brussel, maar is samen met zijn vrouw ook de innemende uitbater van frituur Den Hoek in Antwerpen – zijn geboortestad.

Denny Liem «Mijn ouders zijn indertijd naar België gekomen. En ja hoor: ze begonnen hier een restaurant. Maar ze verwachtten niet dat de kinderen het later zouden overnemen. Neen, we moesten goed ons best doen op school en een diploma halen.

null Beeld

»Mijn vrouw en ik werkten in de privésector, maar vooral zij droomde ervan om een eigen zaak te beginnen. Van Belgische vrienden kregen we te horen dat een frituur ideaal zou zijn. En dat klopt: je hoeft niet te veel personeel in dienst te nemen, je spendeert geen uren in de keuken. In 2012 hebben we dan frituur Den Hoek overgenomen.»

Het is ook in 2012 dat ‘frietchinees’ tot woord van het jaar wordt uitgeroepen. De markante symboliek ontgaat niemand: als de Chinezen nu ook al frieten bakken en Sitosticks in het vet laten sissen, hebben ze zich definitief in de Vlaamse navel genesteld.

Liem «Ik verwachtte toch een klein schokeffect, want de vorige eigenaars hadden hier zestien jaar frieten gebakken. En plots stonden er Chinezen. Twee maanden lang hebben we toen zij aan zij met de vorige eigenaars gewerkt: zo werden we opgeleid én konden we kennismaken met de klanten. Die mensen moeten je vertrouwen. En eigenlijk was de twijfel in de ogen van de klanten snel verdwenen. Het helpt natuurlijk dat we Nederlands spreken. En dat de frieten goed zijn. (Glimlacht) Dat weet ik, want elke zondag eten we ze zelf.»

De afgelopen weken werd er in Den Hoek weleens gelachen met de afgesprongen Eandis-deal.

Diem «Ik begrijp de terughoudendheid. Als je economie grotendeels in eigen handen is, weet je hoe het allemaal geregeld is. Zodra er buitenlandse inmenging is, is dat allemaal veel minder duidelijk. Maar ik geloof dat Eandis gewoon een afgesprongen businessdeal is – niet een slinkse poging van de Chinese overheid om hier te komen spioneren. Dat zijn Donald Trump-uitspraken.

»Het is ook een beetje contradictorisch om gretig handelsmissies naar China op te zetten, maar als puntje bij paaltje komt terug te deinzen. Shanghai is trouwens een zusterstad van Antwerpen. Dat komt de handelsbelangen ten goede, neem ik aan – maar dan geldt het ‘gele gevaar’-argument dus niet? Ik weet ook niet of het beeld van China hier nog helemaal up-to-date is. Veel mensen lopen nog rond met het stoffige idee van Mao en zijn Rode Boekje. ‘Help, de communisten vallen binnen!’ Maar de steden in China zijn intussen kosmopolitische plekken geworden, perfect vergelijkbaar met Parijs of New York. In de straten van Peking en Shanghai vind je dezelfde winkels als op de Champs-Élysées en 5th Avenue.»

Terwijl ik wacht op een kleine friet met mayonaise, twee viandellen, een mammoetworst en een kaaskroket, komen de vrouw en het aardige zoontje van Denny gedag zeggen.

Diem «Ik was niet bewust op zoek naar een Chinese vrouw – mijn vorige partners waren geen Chinezen. Maar de ware dus wel (lacht). Mijn vrouw is ook hier opgegroeid, en dus behoorlijk westers. Als ik samen zou zijn met een vrouw die in China is opgegroeid, zou het veel moeilijker zijn. Of we ons leven naar China zouden kunnen verplanten? Ik heb het daar vaak over met mijn vrouw. We hebben verschillende vrienden die het gedaan hebben, maar dat valt niet altijd mee. In China is alles zó competitief. Er wonen zoveel mensen met een muur vol diploma’s – en wat is dan jouw toegevoegde waarde? Het is er voortdurend boksen: dat moet je kunnen en willen. Maar na ons pensioen, ja, dan trekken we misschien wel naar China – liefst naar een wijk met een goede frituur.»


Yan Zhang: ‘Vader in Vietnam’

undefined

null Beeld

'Dat vond ik ontroerend mooi: dat er in België een instantie bestaat die je helpt als het geluk je even door de vingers glipt'


En dan ontmoet ik Yan Zhang (43), een vrouw die weet dat een mens een rug heeft om ’m te rechten. Ze werkt voor een bedrijf dat de productie en de import vanuit China van premiums regelt – de gadgets of spulletjes die je gratis krijgt bij de aanschaf van een bepaald product. Met een ongecompliceerde charme vertelt Yan haar verhaal, dat een rijtje pittige Chinese bijzonderheden bevat: de durf om de wereld in te trekken, de weigering om je trots op te geven, en de drang om niemand tot last te zijn.

Yan Zhang «In China heb ik een heel gelukkige jeugd gehad te midden van de natuur. Televisie was er niet, dus beklom ik met mijn vrienden de bergen en gingen we in de rivieren zwemmen. Onze ouders lieten ons vrij: de huissleutel hing aan een touwtje rond onze nek, en we moesten maar terugkeren wanneer we honger kregen. Mijn kindertijd was behoorlijk wild, ja (lacht).»

Yan heeft een broer en een zus.

Zhang «Mijn broer en ik werden geboren voor de eenkindpolitiek werd ingesteld, mijn zus erna. Dat mocht dus niet. Ik herinner me nog goed dat er soldaten bij ons thuis kwamen: mijn moeder moest naar het ziekenhuis voor een abortus. Dat deed ze ook, maar daar werd ze te mager bevonden – een abortus was te riskant. Mijn zusje werd geboren, en dat had vooral voor mijn vader gevolgen. Hij was bij het leger, en daar werd hem elke kans op promotie ontnomen.»

Soldaten moeten in China op hun 40ste verplicht met pensioen. De vader van Yan zocht en vond een baan in Shenzhen, een stad aan de grens met Hongkong.

Zhang «Shenzhen is internationaler en multicultureler dan België. Het leven was er helemaal anders. We woonden op de zevende verdieping van een flatgebouw – en er was geen lift! Vrienden maken was ook moeilijker dan op het platteland.»

Net toen Yan aan de universiteit aan haar studie economie begon, klopte het leven aan met een eerste mokerslag: haar vader stierf.

Zhang «Hij had een leveraandoening. Die was vermoedelijk het gevolg van de chemische wapens in de Vietnamoorlog – hij had daar gevochten. Al zijn kompanen van toen zijn aan dezelfde aandoening gestorven.

»Mijn moeder moest in haar eentje voor drie kinderen zorgen. Ik nam verschillende baantjes om mee bij te dragen, want mijn broer en zus zaten nog op de middelbare school, en onderwijs is heel duur in China.»

Yan studeerde netjes af aan de universiteit en vond een fijne baan. En toen deed het internet zijn intrede.

Zhang «Ik bezocht een chatbox om m’n Engels te oefenen, en daar raakte ik aan de praat met een Belg. Het klikte, hij kwam me bezoeken in China, en we begonnen aan een langeafstandsrelatie. Het voelde allemaal erg goed, en na een poos beseften we dat er maar twee opties waren: trouwen of die relatie langzaam zien verpieteren. Het werd de eerste optie: we trouwden en ik verhuisde naar België.»

Er kwamen snel kinderen: een zoon in jaar één, nog een zoon in jaar twee, een dochter in jaar drie.

Zhang «Als mensen me nu advies vragen over een nieuw leven in het buitenland, zeg ik: ‘Leer eerst de taal, zoek dan een geschikte job, en begin dan pas aan kinderen.’ Maar ik heb het dus omgekeerd gedaan. Die eerste jaren waren ontzettend moeilijk: ik moest nog acclimatiseren, voor de kinderen zorgen, en ik stond er alleen voor. Mijn man had het druk met zijn werk, en ik kreeg niet veel steun van andere mensen. Misschien omdat ik Chinese ben, of misschien omdat iedereen vermoedde dat het om een schijnhuwelijk ging – wat het niet was.

»Maar in België speelden de culturele verschillen op, en onze persoonlijkheden werden eilanden die van elkaar wegdreven. Ik heb toen beslist om van mijn man te scheiden. (Huilt) Dat ik mijn kinderen niet kan laten opgroeien in één familie, daar voel ik me nog altijd ontzettend schuldig over.»

Yan was financieel afhankelijk van haar man, en had niemand om op terug te vallen. Ze stapte noodgedwongen naar het OCMW.

Zhang «Ik legde mijn situatie uit en er werd voor tijdelijk onderdak gezorgd. In de eerste maand kreeg ik een leefloon. Maar daar voelde ik me niet goed bij: ik wilde wérken voor m’n geld. En dus ging ik na een maand aan de slag als poetsvrouw. Mijn werkuren werden zo geregeld dat ik ook nog voor mijn drie kinderen kon zorgen. Dat vond ik haast ontroerend mooi: dat er in België een instantie bestaat die je helpt als het geluk je even door de vingers glipt.

»Na een paar maanden wees de vrouw van het OCMW me op een vacature. Ik solliciteerde bij het bedrijf – import uit en export naar China – en ik kreeg de job.»

Na enkele jaren ging het bedrijf failliet, maar al snel kon Yan aan de slag bij een ander bedrijf. Ze kocht een huis in Oostmalle en bouwde een sociaal leven op. Al was dat laatste geen evidentie.

Zhang «Belgen zijn heel vriendelijk, maar moeilijk te lezen: ik vind het niet zo eenvoudig om dicht bij iemand te raken. Belgen houden ook van klagen. Dat begrijp ik niet goed. Voor Chinezen zijn er twee opties: je legt je ergens bij neer, of je doet er iets aan.»

Ze blijft hier, de lieve, dappere, trotse dame met de weemoed in de ogen.

Zhang «Ook wanneer mijn kinderen straks volwassen zijn, want ik wil hun kinderen zien opgroeien. En: dit is mijn thuis. Op bezoek bij mijn familie in China begin ik na twee weken België te missen. Als ik op mijn sterfbed terugkijk op mijn leven, zal het een móói leven geweest zijn. Geen gemakkelijk leven, nee, maar ik heb al m’n ellende zélf opgelost. Mijn trots, mijn kracht, mijn liefde: het is allemaal intact. En het wordt allemaal alleen maar mooier en mooier.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234