'Veel jongens zeggen: ze hadden me eerder moeten pakken’

DossierJeugdcriminaliteit

Na redding 16-jarig meisje uit klauwen jeugdbende: Humo keek in het brein van de jeugdcrimineel

'Veel jongens zeggen: ze hadden me eerder moeten pakken’

Het verhaal van het 16-jarige meisje dat voor 2.000 euro ‘gekocht’ was door een Brusselse bende en gedwongen werd om seks te hebben met een hele reeks mannen, wekt veel weerzin. Maar echt verbazen kan het niet: jongerenbendes zijn al langer in opmars en ook nu weer zijn de zeven aangehouden verdachten jonge twintigers. Hoe raken jongeren zo ontspoord en wat maakt hen zo cynisch? Humo keek in de hoofden van jonge criminelen.

Dit artikel is een licht aangepaste versie van het stuk dat in april 2018 verscheen

– De verhoorder: ‘Hoe zijn jullie binnengegaan?’

Ismaël: ‘We hebben aangebeld.’

– De verhoorder: ‘Wat is er dan gebeurd?’

– Ismaël: ‘De man heeft opengedaan. Ahmed heeft de man geduwd en vastgenomen. Hij heeft hem op bed gezet en zei hem rustig te blijven.’

– De verhoorder: ‘Het slachtoffer was vastgebonden. Hoe is dat gebeurd?’

– Ismaël: ‘Ik heb het slachtoffer niet vastgebonden.’

– De verhoorder: ‘Ahmed zegt dat hij de man heeft vastgehouden en dat u hem hebt vastgebonden met trekbandjes.’

– Ismaël: ‘Dat is niet waar. Ik heb hem vastgehouden, maar niet vastgebonden.»

– De verhoorder: ‘De man was gewond aan zijn hoofd. Hoe is dat gebeurd?’

– Ismaël: ‘Ik heb dat inderdaad ook gezien. Dat kwam door zijn bril. Ahmed heeft eerst geworsteld met de man en daarna ik. Echt worstelen was het niet, want het was een oude man, maar ik heb hem wel vastgehad.’

– De verhoorder: ‘Ahmed zegt dat de man tegenstribbelde vóór hij vastgebonden was. Jij zou hem een vuistslag op het hoofd gegeven hebben.’

– Ismaël: ‘Dat is niet waar. Ik zag wel dat hij bloedde, maar ik heb niet geslagen.’

– De verhoorder: ‘Het slachtoffer zegt dat hij met de kolf van een pistool werd geslagen op het hoofd.’

– Ismaël: ‘Ik heb geen wapens aangeraakt. Ahmed had er wel één bij.’

– De verhoorder: ‘Heeft Ahmed gedreigd met het wapen?’

– Ismaël: ‘Hij liet het wel zien en zwaaide ermee, zo van: ‘Ga liggen.’’

– De verhoorder: ‘Wat is er met de buit gebeurd?’

– Ismaël: ‘Er zat maar 50 euro in zijn portefeuille. Ik denk dat ik zo’n 15 euro heb gekregen.’


★★★

Het verhoor bij de politie is al een tijd aan de gang. Ismaël, de verdachte, is 14. De aanklacht is een gewelddadige homejacking op een dementerende 85-jarige bewoner van een serviceflat in Gent. De hoogbejaarde man is op een donkere winteravond gekneveld en gewond op zijn bed aangetroffen door de buren. De daders, twee mannen met bivakmutsen, worden pas vijf maanden later opgepakt: het blijken jongens van 14 en 15 jaar oud te zijn. De jongste, Ismaël, staat op dat ogenblik al bij de politie bekend voor diefstallen en afpersingen, zware vechtpartijen en nachtelijke straatovervallen. Hij heeft er al een maand in de gesloten jeugdinstelling van Everberg op zitten. Daar wil hij niet naar terug, dus blijft hij ontkennen. Tot zijn alibi doorgeprikt wordt, zijn DNA op de portefeuille van de man blijkt te zitten en alle medeplichtigen in zijn richting wijzen.

‘Ik heb gelogen,’ zegt Ismaël. ‘Ik was er wel bij. Ik heb spijt dat ik gelogen heb, maar ik heb dat gedaan omdat ik wil breken met mijn slechte verleden. Ik wil niets meer met mijn verleden te maken hebben.’

Dat laatste zal niet lukken. In de jaren na de homejacking blijft Ismaël de gewapende overvallen aan elkaar rijgen en begint hij drugs te dealen. In drie jaar tijd slijt hij meer dan de helft van zijn dagen in halfopen en gesloten instellingen, waaronder vier keer in Everberg. In de instelling maakt hij keer op keer goede voornemens, maar telkens als de jeugdrechter de jongen naar huis laat gaan – intensief gevolgd door een thuisbegeleidingsdienst – duurt het niet lang voor hij herbegint. Hij schuwt geen geweld, medelijden met getraumatiseerde slachtoffers toont hij niet: ‘Ik wil geld in mijn zakken, zoals de anderen.’ Hij vindt zichzelf in de eerste plaats een slachtoffer. ‘Mijn moeder wil me niet thuis hebben. Wil ze soms dat ik een crimineel word?’ Op zijn 17de heeft hij zich ontpopt tot een tienerpooier die meisjes verhuurt voor 200 euro per uur. De schuchtere, stotterende jongen van 13 is vier jaar later onherkenbaar veranderd in een bikkelharde kerel met een hart van leer.

Wanneer de jeugdrechter hem opnieuw naar de gesloten instelling De Hutten in Mol wil sturen, blijkt Ismaël spoorloos verdwenen. ‘Die jongen is een tikkende tijdbom. Vroeg of laat vallen er dodelijke slachtoffers,’ klinkt het in zijn omgeving.


schuld van hormonen

Jongens als Ismaël zien ze in de gesloten instelling van Everberg vaak terugkeren. ‘En elke keer worden ze een beetje bozer, een beetje cynischer,’ zegt Davy Van Dyck, psycholoog in de instelling.

Davy Van Dyck «Het zijn jongeren die in hun leven duidelijk voor opportunisme hebben gekozen. Ze vormen een kleine maar hardnekkige kern van high-risk-jongeren, die ongeveer 10 procent van ons publiek uitmaakt. Ze reageren heel impulsief als ze hun zin niet krijgen, maar ze zijn ook sluw en beredeneerd. Het zijn de jongens die zich in de instelling heel voorbeeldig gedragen en de opvoeders om de tuin proberen te leiden, maar van wie je weet dat ze afschuwelijke feiten hebben gepleegd. Het zijn meestal charismatische jongens die er ook in de instelling direct in slagen om een dominante positie in een leefgroep te krijgen, net zoals ze die in hun wijk hadden. Af en toe raak je even door dat pantser en zie je een glimp, maar meestal sluiten ze zich snel weer af. Zodra ze een voet buitenzetten, beginnen ze opnieuw.Bij hen proberen we in te spelen op hun opportunisme: ‘Je mag de keuzes maken die je wilt, maar dan zullen er wel onaangename gevolgen zijn.’ Sommigen kiezen er dan toch voor om in de pas te gaan lopen. Je moet dus blijven investeren in die jongens. Maar je hebt er ook die van de jeugdinstellingen recht naar de gevangenis gaan.»

Niemand kent ze, hun namen verschijnen nooit in de media. Tot ze op een dag uit het niets lijken te komen als beroepscrimineel, zoals de Mechelse gangster Ashraf Sekkaki, die bekend werd door zijn spectaculaire ontsnapping uit de gevangenis van Brugge met een helikopter. Sekkaki was zijn parcours langs jeugdinstellingen al op zijn 13de begonnen. Hij brak als puber in auto’s en huizen in, overviel krantenwinkels, bedreigde mensen met wapens en perste ze af. Ook hij charmeerde de politie met zijn welbespraaktheid en begon te huilen van spijt bij de jeugdrechter. Het belette hem niet één van de beruchtste gangsters van Vlaanderen te worden, die steeds driestere bankovervallen pleegde, de plak zwaaide in de Mechelse drugsscene en een kat- en muisspel speelde met de politie.

Ook de meeste IS-terroristen van Brusselse bodem – Abdelhamid Abaaoud, Brahim Abdeslam, de man met het hoedje alias Mohamed Abrini – bleken al van kindsbeen af als straatboefje een klantenkaart te hebben bij de Molenbeekse politie.

‘Het zijn de verhalen die iedereen kent, maar zo loopt het lang niet altijd af,’ zegt kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens. Hij werkte twee jaar in Everberg als consulent en schreef er het boek ‘Laat ze niet schieten!’ over.

Peter Adriaenssens «Met de meerderheid van de jongeren komt het wel goed. Maar dan moeten ze hulp en begeleiding krijgen. Soms is een contact met een slachtoffer genoeg om een jongere tot betere inzichten te brengen, soms is een plaatsing in een gesloten instelling nodig.

»We weten uit onderzoek dat er een verband is tussen delinquent gedrag van jongeren en de invloed van hormonen en hoe de hersenen daarop reageren, vooral bij jongens. Kijk naar de groep van Marokkaanse jongeren, sterk vertegenwoordigd in de jeugddelinquentie: je ziet een explosie van problemen bij de tieners, maar als ze ouder dan 25 jaar zijn, vallen die grote groepen weg in de statistieken. Er is dus een onweerlegbare link met de leeftijd.

'Kris Strybos, alias Scale van de Antwerpse hiphopgroep Sint Andries MC's: 'Ik had ook in de gevangenis kunnen zitten, maar ik heb op tijd de knop omgedraaid.'

»We hebben in de jeugdzorg lang verkeerdelijk gedacht dat het er vanzelf zou uitgroeien. We zijn te lang te soft met jeugddelinquenten omgegaan, in de overtuiging dat het met een goed gesprek wel in orde zou komen. Je mag je nooit laten misleiden door een jongere die direct zegt dat het hem spijt. We weten nu dat we niet naïef mogen zijn, en dat er jongeren zijn die niet zullen veranderen als we niet actief op hen inzetten.

»Er zijn tieners die stelen zonder dat iemand het ziet, of drugs dealen zonder dat mensen het weten. Dat wil zeggen dat ze weten dat het eigenlijk niet mag. De meest problematische jeugddelinquenten doen het open en bloot: ze kwakken iemand tegen de muur en nemen zijn gsm af. Ze bedreigen de trambestuurder op een volle tram. Voor die jongens is het slachtoffer geen mens meer, maar een voorwerp, ‘en desnoods sla ik erop’. Als ze een verklaring moeten afleggen bij de politie, hebben ze altijd een rechtvaardiging: ‘Die jongen had daar niet moeten zijn.’ Of: ‘Als die trambestuurder zijn werk niet aankan, moet hij maar geen tram besturen.’

Ergens in hun jeugd hebben ze zich afgekeerd van de buitenwereld en gekozen voor één bepaalde groep, de enige autoriteit die ze aanvaarden. Dat kan een bende delinquenten zijn, of het thuismilieu. ‘De normen die daar gelden, dat zijn de mijne, al de rest verwerp ik.’ Ze denken in zwart-wit, ze hebben het moeilijk met grijs en zijn daardoor heel beïnvloedbaar door dominante personen of religieus fundamentalisme.»


Koning van de straat

‘De film ‘Patser’ vond ik erg herkenbaar,’ zegt psycholoog Davy Van Dyck. In de film van regisseurs Adil El Arbi en Bilall Fallah storten vier jonge Marokkaanse heethoofden uit de woonblokken van het Kiel zich onbezonnen in de Antwerpse drugshandel en ze ontketenen daarmee een gewelddadige oorlog tussen twee rivaliserende clans.

Van Dyck «Er zitten scènes in die jongeren hier ook kunnen vertellen. Ze plegen veel autodiefstallen, want het is cool om met auto’s met veel blingbling rond te rijden. Ze willen hun eigen zin doen, poen scheppen, koning van de straat zijn. Die overmoed, die rebellie, dat impulsieve, dat hebben onze jongeren ook.

»En net als in de film zijn er jongeren die eruit raken – één van die jongens in ‘Patser’ wordt straathoekwerker – en blijven anderen verkeerde keuzes maken. Waaraan ligt dat? Het is altijd een samenspel van omstandigheden. Je kunt pech hebben in het leven. Veel ellende thuis, opgroeien in een kansarme wijk: dat helpt niet. Maar het belangrijkste is toch dat de jongere verantwoordelijk is voor zijn eigen gedrag. Jongeren zijn geen wezens zonder wil. De ene maakt goeie keuzes, de andere slechte.»

HUMO Kunnen jullie in Everberg zien welke kant het met zo’n jongen opgaat?

Van Dyck «Dat proberen we voor elke jongere afzonderlijk in kaart te brengen. Waarom heeft die jongen de feiten gepleegd? Wat is de kans dat hij het opnieuw doet? Welke begeleiding past het best bij hem? Hoe meer criminele feiten een jongere heeft gepleegd, hoe groter de kans dat hij het opnieuw zal doen. Dat geldt ook voor de maatregelen die al voor hem zijn genomen in de jeugdzorg: als hij in het verleden zijn voorwaarden niet heeft nageleefd, is de kans groot dat hij nieuwe feiten zal plegen. We zien veel jongens die al een heel parcours hebben doorlopen van thuisbegeleiding, herstelbemiddeling, leerprojecten, open en gesloten instellingen. Gaandeweg zie je dat ze een soort boosheid ontwikkelen, omdat ze vinden dat hun onrecht wordt aangedaan en dat ze te streng worden aangepakt. Hun normbesef schuift op, het wantrouwen wordt groter. En hoe meer negatieve factoren er in hun leven zijn, hoe meer ze verharden. Dat kan de thuissituatie zijn, maar ook de schoolcarrière, de vriendenkring, hun druggebruik en vrijetijdsbesteding...»

HUMO Het jeugdboefje uit het gebroken gezin: een cliché dat klopt?

Van Dyck (knikt) «De meeste jongens in Everberg hebben ouders die al lang uit elkaar zijn en waar de scheiding veel spanningen teweegbrengt. Moeders staan er vaak alleen voor met veel kinderen, de vader is dikwijls uit beeld of weinig betrokken. Toch zien we daar een evolutie. Er zijn ook ouders die al veel moeite gedaan hebben om tot hun kind door te dringen, maar op een gegeven moment gewoon niet meer kunnen.»

HUMO Ik sprak onlangs een meisje uit een instelling. ‘We hebben veel te jonge ouders,’ zei ze. ‘Die willen zelf nog gaan feesten en liggen zondagmiddag met een kater op de sofa. Helemaal niet leuk.’

Van Dyck «Dat zie je hier geregeld. We merken ook dat als ouders niet makkelijk met autoriteit om kunnen, hun kinderen dat model kopiëren. En de geschiedenis herhaalt zich. Sommige jongens hier zijn zelf al vader of hebben een zwangere vriendin. We spreken over 16- en 17-jarigen. Ze laten het niet altijd zo duidelijk merken, maar je voelt dat ze nood hebben aan een volwassene die het probleem samen met hen aanpakt.

'Vandaag is het normaal dat een trambestuurder wordt bedreigd door een 14-jarige, en dat twintig volwassenen op de tram dapper naar buiten zitten te kijken ''

»Veel jongens in Everberg zijn hun interesse voor school kwijt, terwijl dat net een heel belangrijke stimulans kan zijn om hun leven terug op de rails te krijgen. We proberen hen zoveel mogelijk warm te maken voor opleidingen en onderwijs, omdat we merken dat het hun zelfvertrouwen vergroot. Dat helpt hen om ook op andere vlakken in hun leven andere keuzes te maken.»

Adriaenssens «Toen ik in Everberg werkte, vond ik het onthutsend om te zien hoeveel jongens al op heel jonge leeftijd gedragsproblemen hadden en nooit hulp hadden gekregen. Kleuters die agressief worden, andere kinderen pijn doen, dieren pijn doen, zich hyperactief en impulsief gedragen… Hoe vroeger die gedragsproblemen zich manifesteren, hoe slechter de prognose. Van ADHD weten we bijvoorbeeld dat het het risico op delinquent gedrag verhoogt. Zo’n 10 procent van de kinderen heeft gedragsproblemen, maar je kunt dat bijsturen. Dat was bij die jongens duidelijk niet gebeurd.»

Van Dyck «Gedragsproblemen in de peutertijd leiden vaker naar het beroeps- en het technisch onderwijs, omdat het gedrag van de leerling in de klas minder goed is en hij de leerstof niet opneemt. Hij raakt al achterop in de lagere school en kan niet meer bijbenen wat hij misschien wel aan intelligentie of vaardigheden in zich heeft. De gedragsproblemen worden meestal erger rond de leeftijd van 10 à 11 jaar, bij de overgang van de lagere school naar het middelbaar. Dan gaan ze spijbelen en gaat het snel van kwaad naar erger. De school hebben de meeste jongens in Everberg al lang opgegeven.»

Adriaenssens «Kinderen met gedragsproblemen maken moeilijk vriendjes en zoeken het gezelschap van andere pestkoppen op. Ze vormen een groepje en beginnen zich af te zetten tegen de buitenwereld. Volwassenen zijn niet te vertrouwen, de politie is corrupt, politici zijn zakkenvullers. De haat tegen de maatschappij begint al te kiemen in de lagere school. En dikwijls zetten ze in die kleine bendes hun eerste stapjes in de misdaad.

»In het slechtste geval kunnen gedragsproblemen zich ontwikkelen tot een antisociale persoonlijkheidsstoornis of psychopathie. Een jongen van 16 brak in bij een bejaarde vrouw, beroofde haar van haar geld en verkrachtte haar. Dat soort gruwelijk gedrag kun je alleen maar verklaren met die diagnose, maar het maakt het niet minder onbegrijpelijk.»


Rippen en stelen

‘Als je in het hoofd van zo’n jongere wilt kruipen, moet je naar de Nederlandse rappers luisteren, met hun liedjes over geweld en snel geld,’ zegt Kris Strybos, alias Scale van de Antwerpse hiphopgroep Sint Andries MC’s.

Kris Strybos «Die liedjes gaan over bijna niks, alleen over stoerdoenerij, geld rippen, BMW’s stelen, bitches slappen. Maar de invloed op de jongeren is enorm. Kijk naar Boef, die haalt vijftig miljoen views op YouTube. Jongeren zien die rappers als een rolmodel en willen dezelfde spullen, dezelfde levensstijl, dezelfde attitude.»

Scale geeft workshops hiphop aan jongeren in jeugdinstellingen en gevangenissen. Hiphop als uitlaatklep voor hun boosheid en frustraties.

Strybos «Ik herken wel wat van mezelf in die jongens. Ik had ook in de gevangenis kunnen zitten. Ik ken het gevoel dat je alleen staat en tegen alles en iedereen moet opboksen, dat je geen volwassenen vertrouwt, dat je denkt: kust allemaal mijn kloten.»

Zware misdaden heeft hij nooit gepleegd, maar hij zat altijd ‘op het randje’.

Strybos «Er zijn situaties geweest waarin ik wist: nu moet ik opletten. Je maakt één verkeerde klik in je hoofd, je zegt één keer ‘Fuck it’ en je rolt de zware business in. Dan wordt het echt gevaarlijk. Zeker toen ik alleen ging wonen.

»Rijk worden interesseerde me niet. Dat is anders bij de jongens die ik in de jeugdinstellingen ontmoet. Alles draait rond status en geld. Ze willen aanzien, nu meteen, op een zo makkelijk mogelijke manier. Net zoals in rapvideo’s: daar staan die gasten letterlijk met geld te góóien. Als ze geen BMW kunnen kopen, dan stelen ze hem wel. Politie? Fuck de politie. Sommige jongens gebruiken hun lichaam als statussymbool. Ze gaan trainen in de fitness en nemen doping om zo snel mogelijk een beer te worden. Stoer vanbuiten, zodat ze hun binnenste niet moeten laten zien.

»Ze moeten aan een bepaald imago beantwoorden. Als je lang genoeg praat, merk je dat daaronder veel onzekerheid en een laag zelfbeeld zit. Als ik in jeugdinstellingen kom, haal ik er direct de jongens uit die een makkelijke prooi zijn.

»Ik merk dat ze hiphop gebruiken om hun gedrag goed te praten: ‘Hiphoppers doen al die dingen ook, dus kan het niet zo verkeerd zijn.’ Neem nu Para Turk, die rapper uit Antwerpen-Noord die twee jaar in de cel heeft gezeten omdat hij een tienerpooier was en meisjes seksueel uitbuitte. Die is intussen vrij en populairder dan ooit. De muziek wordt misbruikt om geweld, homofobie en vrouwonvriendelijkheid te propageren.»

HUMO Hoe heb jij je leven op de rails gekregen?

Strybos «Ik was 25 en alles ging plots erg verkeerd. Mijn administratie raakte niet in orde, water en elektriciteit werden afgesloten, ik was net geopereerd, mijn grootmoeder stierf. Toen zijn bij mij de stoppen doorgeslagen. Ik heb een maand in een instelling gezeten. Het was net op het moment dat we met Sint-Andries MC’s op de radio een hit hadden met ‘Represent 2000 Antwerpen’. Ik heb het de eerste keer op Studio Brussel gehoord op een klein speakertje in mijn kamer. Er kwam een begeleider langs en ik zei: ‘Hoor eens, dat zijn wij op de radio.’ Hij knikte meewarig: ‘Jaja, manneke.’

»Dat was een keerpunt. ‘Ik moet hier zo rap mogelijk weg,’ dacht ik. ‘Ik moet mijn leven op orde krijgen.’ Na een maand was ik daar buiten. Het was niet simpel, want je moet je zogezegde vrienden teleurstellen.»


Robin Hood

HUMO Hoe beginnen jongeren eraan? Voor de kick?

Van Dyck «Dat hoor je vaak. Ze zien dingen op YouTube in rapvideo’s en ze horen stoere verhalen op straat. Of iemand uit hun omgeving overtuigt hen: ‘Er is geen gevaar, het is geen echt wapen. We wachten tot een kwartier voor sluitingstijd, tot er niemand meer is, en dan gaan we naar binnen.’ Dat klinkt als een spannend avontuur.»

Adriaenssens «Er is veel armoede, en die jongeren zijn gefrustreerd omdat zij niet hebben wat anderen wel hebben. In Everberg heb ik vaak jongens gehoord die zeggen: ‘Ik pik een smartphone op school. Weet je wanneer die jongen in mijn klas een nieuwe heeft? Morgen. Is dat dan zo erg?’»

Strybos «Ze zien zichzelf als een moderne Robin Hood, maar dan niet om het geld aan de armen te geven, maar aan zichzelf. Dievenbendes gaan niet in de arme wijken inbreken, ze kiezen de rijke villawijken in Wommelgem en Brasschaat. ‘Je moet het geld halen waar het zit,’ zeggen ze. ‘Die rijke stinkerds zullen het niet missen.’»

Adriaenssens «‘Mij is tekortgedaan, dus ik heb het recht om anderen iets aan te doen.’ Ergens kan ik hen begrijpen, maar het is nooit een excuus. Opgroeien in een kansarm milieu duwt je niet automatisch in de criminaliteit. Er zijn veel kwetsbare jongeren die het wél goed doen, en dat komt in de eerste plaats door henzelf.

»Er zijn ook genadeloze boefjes die wél alle mogelijkheden hebben gekregen. Kinderen uit betere kringen die verwend worden en altijd hun zin krijgen – als hun rapport maar goed is, bijvoorbeeld. Verwenning is een echt gif. Ouders die geen grenzen stellen, maken van hun kinderen kleine, narcistische dictators die de wereld naar hun hand zetten. Dat zijn vaak de jongeren die als ze betrapt worden, het goed weten te spelen, die bij de politie of de rechter direct zeggen: ‘Ik had het niet mogen doen, ik wil in therapie.’ En de volgende die hij te grazen neemt, is de therapeut.»

'Ouders die geen grenzen stellen, maken van hun kinderen kleine, narcistische dictators die de wereld naar hun hand zetten ''

HUMO Slechte vrienden spelen ook een belangrijke rol. Een jongen uit Everberg zei ooit in een interview: ‘Ik spijbel en smoor een beetje weed, en dan zit ik bij van die gasten die meisjes verkrachten en iedereen die ze tegenkomen in elkaar slaan, en inbraken plegen.’

Adriaenssens «Het is altijd de schuld van een ander.

»Dat het initiatief bij die slechte vrienden ligt, is met een korrel zout te nemen. Maar dat een slechte vriendenkring je in een spiraal van criminaliteit kan brengen, dat je elkaar kunt triggeren, dat is zeker zo. Als je bij een groep wilt horen, moet je de regels en de wetten van die groep aanvaarden. Veel drugsgebruik bij jongeren gebeurt onder druk, om erbij te horen.»

Strybos «Ik merk dat moslimjongeren de islam gebruiken om hun gedrag goed te praten. Hoe vaak hoor ik jongens in de gevangenis niet zeggen: ‘Ik pleeg overvallen en dat is verkeerd, ik weet het, maar ik vraag vergeving aan Allah en ik trouw met een goed meisje, en dan ga ik een goeie moslim worden.’»

HUMO Onlangs werden in Antwerpen twee 17-jarigen betrapt toen ze in vijf auto’s inbraken. ‘Uit verveling,’ zei de ene. ‘Om te lachen,’ zei de andere. Gewone jongens uit een doorsneegezin, die nog nooit iets mispeuterd hadden.

Van Dyck «‘Uit verveling,’ dat horen we dikwijls. Ze vertellen bijvoorbeeld dat ze met de maten iets zijn gaan drinken, omdat ze zich verveelden. Sloten wodka, en dan gaan ze dansen op de auto’s op de parking. (Bootst een jongere na) ‘Dan komt daar een kerel klagen dat ik zijn auto kapotmaak, die gast viseerde mij echt, maar ik laat mij niet doen. We hebben hem eens goed aangepakt en in de vijver gegooid. Dat was lachen.’ Zo’n verhaal. Het was ‘een spannende avond’.»

HUMO Het lijkt soms alsof ze in een videogame leven.

Van Dyck «Veel jongeren vertellen over hun leven alsof het een film is. Ze vertellen graag over hun feiten, met een zekere bravoure en trots. Je krijgt de indruk dat ze de voeling met de realiteit kwijt zijn.»

HUMO Vervelen ze zich sneller dan vroeger? Een meisje vertelde me dat ze naar de cinema gaan saai vond. Anderhalf uur stilzitten, dat vond ze niet te doen.

Van Dyck «Hun ongeduld is groot. Ze hebben nooit geleerd om hun behoeften te beheersen. En het moet allemaal snel gaan. Het hangt samen met de gejaagde levensstijl op de sociale media, waar alles instant gebeurt.

»Die jongeren ervaren ook veel druk van hun buurt of hun familie: ze willen het wel goed doen, hun ouders trots maken, veel geld verdienen… Hun wensen zijn vaak traditioneel, maar zodra ze merken dat dat niet zo makkelijk gaat, dat ze er moeite voor moeten doen en geduld moeten hebben, haken ze af.

»Veel drugsgebruik begint zo: je voelt de verveling of de saaiheid dan niet zo hard. Een hele dag rondhangen op een pleintje is aangenamer met een joint dan zonder.»

Adriaenssens «We weten dat wijken waar een actieve jeugdwerking is, veel meer bescherming bieden tegen jeugddelinquentie dan wijken waar niets is. Het tekort aan jeugdwerkers en de afschaffing van het straathoekwerk in ons land is een ramp.»

'Peter Adriaenssens: 'Bij een 11-jarig diefje hebben mensen moeite om er de ernst van in te zien. Maar het is heel belangrijk dat je dan al ingrijpt.''

HUMO Veel jongeren worden na hun verblijf in Everberg in hun wijk ingehaald als een held. ‘Die heeft wel in Everberg gezeten!’

Van Dyck «We zien veel jongens die oprecht geloven: ‘Als ik buitenkom, ga ik het anders doen.’ Maar de buitenwereld verandert niet. Voor een jongen van het Kiel in Antwerpen, die in zijn straat over de dealers struikelt, is het niet makkelijk om die dingen te weerstaan.

»Veel jongens vertellen dat ze daarbuiten een engeltje en een duiveltje op hun schouders hebben zitten. Het duiveltje blijft maar in hun oor fluisteren: ‘Ga mee inbreken in die school, anders vinden ze je een pussy.’ En: ‘Je bent slimmer dan de flikken, je wordt toch niet gepakt.’ Ze verlangen zelf naar coaching, een stem die hen tot de orde roept. Precies daarom is de vervolghulpverlening ná Everberg zo belangrijk.»

HUMO ‘Mijn eerste diefstal,’ vertellen veel jeugdboefjes, ‘pleegde ik op mijn 11de.’ Dan al?

Adriaenssens «Ja, en ze zijn intussen zelfs jonger. Bij een 11-jarig baasje hebben mensen moeite om er de ernst van in te zien. Terwijl het juist heel belangrijk is dat je bij dat eerste kleine delict op die leeftijd al ingrijpt, omdat je het gedrag dan nog veel makkelijker kunt corrigeren. Hoe jonger, hoe beter de resultaten. Voor Everberg moet je minstens 14 jaar zijn, maar vandaag krijgen we 11- en 12-jarigen die we in een gewone setting niet onder controle krijgen.»

Van Dyck «Veel jongens zeggen: ‘Eigenlijk hadden ze me eerder moeten pakken. Ze hadden me eerder moeten plaatsen. Had ik hier nu niet gezeten, dan was ik gewoon doorgegaan.’ Als niemand je tegenhoudt, verschuift je normbesef alsmaar.»

HUMO Vanwaar die verjonging?

Adriaenssens «Ik denk dat het niet makkelijk is om vandaag op te groeien. Jongeren zijn op zoek naar veiligheid en zekerheid, en ze zitten in een snel veranderende wereld die hen overrompelt en prikkelt. Ze hebben hun eigen smartphone en hun eigen laptop, en ze kijken naar hun eigen films op hun kamer. Ze worden gebombardeerd met seksuele boodschappen. Er zijn de complexere gezinsstructuren waar ze zich soms geen raad mee weten. Als ouders na een scheiding geen afspraken maken, wordt zo’n kind stuurloos en probeert het de situatie naar zijn hand te zetten.

»Tegelijk hebben ze nooit eerder zoveel mogelijkheden gehad om zich te onttrekken aan het toezicht van een volwassene. Als je zoon of dochter van 13 vandaag spijbelt en een hamburger gaat eten, dan wordt die gewoon bediend. Twintig jaar geleden zei de man van het hamburgerkraam: ‘Wat doe jij hier? Moet je niet op school zijn?’ De spijbelcijfers stijgen continu vanaf 12 jaar, en we wéten dat schooluitval één van de risicofactoren is om jeugddelinquent te worden. Maar niemand spreekt die pubers daarop aan.

»Dit is de eerste generatie jongeren die de baas is op straat, en voor het eerst hebben we een generatie volwassenen die zich incompetent gedraagt. Vandaag is het normaal dat een trambestuurder wordt bedreigd door een 14-jarige, en dat twintig volwassenen op de tram dapper naar buiten zitten te kijken. Ze kunnen wel hun smartphone nemen om de politie te bellen, en zullen achteraf exact kunnen vertellen hoeveel minuten het heeft geduurd voor de politie arriveerde. Maar reageren doen ze niet, ‘want straks heb ik een mes in mijn buik’. Terwijl onze grootouders liever waren doodgevallen dan dat ze moesten zeggen dat ze bang waren voor een 14-jarige.

»We leunen allemaal achterover en kijken naar onze beleidsmensen: de politie moet het maar regelen, en de minister moet maar voor meer plaatsen zorgen in gesloten instellingen. Maar we vinden het niet normaal dat we op ons eigen gedrag worden aangesproken. Daar moeten wij als volwassenen ook eens over nadenken.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234