Na zijn doodvonnis: René Brouwer (64), de man van VTM-anker Birgit Van Mol

Sinds drie jaar moeten ze stug onkruid wieden: de dood heeft een optie genomen op Brouwer in de vorm van een smerige systeemziekte. ‘Maar niemand wrikt zich tussen ons. En zéker dat lulletje met z’n zeis niet.’

'Al het mooie ligt achter mij. Maar ik weet wat ik voor Birgit en de kinderen nog kan betekenen. Dáár knok ik voor'

In 2015 werd bij Brouwer, een Nederlander die in België dertig jaar voor de televisie heeft gewerkt, de zeldzame mixed connective tissue disease (MCTD) vastgesteld, een ongeneeslijke auto-immuunziekte. En na doortastend onderzoek bleek er nóg een sluipmoordenaar in het struikgewas te zitten: longkanker.

RENÉ BROUWER «Om het maar meteen op z’n Vlaams te zeggen: ik heb echt hoerenchance gehad. Longkanker is doorgaans fataal, hè. Maar ik ben ervan genezen. Nog twee jaar en ik word definitief kankervrij verklaard. Maar er is natuurlijk ook nog die systeemziekte. Die heeft al tot een hartfalen geleid, en recent nog tot een longembolie.

»Het is een juk dat op Birgit, onze zoon Otis en mij drukt. Pijn, ademhalingsproblemen, mijn hart dat niet meer naar behoren functioneert: ik word dagelijks geconfronteerd met de ziekte. Ik heb ook het syndroom van Raynaud, dat de vingers doet zwellen en gevoelloos maakt. Daardoor kan ik geen gitaar meer spelen, en niet langer met stokjes eten. Nu goed, dat zijn de dagelijkse beslommeringen waarmee ik heb leren leven. De ware catastrofe zit ’m in dat ene zinnetje van de dokter: ‘Zodra de ziekte je hart of je longen aanvalt, kunnen we niets meer voor je doen.’

»Sinds die boodschap word ik geschaduwd door angst: zorgeloze dagen bestaan niet meer. Birgit heeft deze zomer vakantie gehad, maar reizen kon niet, want we willen op elk moment dicht bij een ziekenhuis zijn. Het gebeurt dat ik het plots erg benauwd krijg, dat mijn hartslag van 60 naar 160 klimt en dat ik écht geloof dat ik doodga. Ik heb dit jaar al drie keer naar Birgit gebeld omdat ik geen adem meer kreeg en in paniek raakte. Bij dat hartfalen ben ik bijna gestikt. Dat is een overweldigende, gitzwarte sensatie: inademen maar geen lucht krijgen.»

HUMO Een lichaam kan een nuttig instrument zijn, een bron van trots zelfs. Maar voor jou is het je vijand.

BROUWER «Ja, en dat is een heel bevreemdend gevoel. Ik ben een topsporter geweest, ik heb een zwarte band in karate. Ik weet wat een feilloos functionerend lichaam is. Ik weet hoe góéd een mens zich in z’n vel kan voelen. Alleen: dat is kennis die ik pas later heb leren waarderen, toen het al te laat was. Op het moment zelf vond ik het allemaal maar logisch, dat zo’n lichaam floreerde. Een hele dag dansen op een festival? Dat was vanzelfsprekend. Nu lukt een halfuurtje gewoon staan nog net, maar vergeet dat dansen maar.»

HUMO Heb je een heldere prognose gekregen?

BROUWER «Neen. Ik weet alleen dat ik niet meer zo héél lang te leven heb. In het ziekenhuis van Maastricht, waar ik behandeld word omdat we in België geen gespecialiseerde dokters in de ziekte hebben gevonden, zegt de professor dat ik tot de hoogste risicogroep behoor, en dat ik dus eerder vroeg dan laat getroffen zal worden. Tegelijk noemen ze me ook wel lachend de Jezus van Humbeek, omdat ik al twee keer uit de dood ben opgestaan. Eerst na die longkanker, daarna na dat hartfalen.

»Ik heb goeie en slechte dagen. Vandaag is een goeie. Vanochtend ben ik naar de acupuncturist geweest. Dat is nodig, want die systeemziekte valt ook mijn spieren aan: ik heb last van m’n heupen, m’n rug, m’n nek. Er is altijd pijn. Daarom heb ik een jaar lang morfine geslikt. Dat verzachtte de pijn, maar het maakte nagenoeg alles onmogelijk: ik kon geen boeken meer lezen, geen films meer kijken. Ik zag eruit als een junk, ik voelde me een junk en ik ben uiteindelijk ook afgekickt als een junk. Nu doe ik het helemaal zonder pijnstillers en onderga ik wat me overspoelt. Dat is beter, want ten tijde van de morfine kon ik ook niet meer helder communiceren met mijn omgeving. En laat dat nu net zijn wat je nodig hebt als je ziek bent: nabijheid, intimiteit.»


BROOD EN SPELEN

HUMO Laten we even teruggaan naar de jaren 50 in Friesland, waar je opgroeide met een Indonesische vader en een Nederlandse moeder.

BROUWER «Mijn vader, mijn ooms en mijn opa waren Indonesiërs die in Nederlands-Indië voor Nederland hadden gevochten. In de jaren 50, na de onafhankelijkheid, waren ze naar Nederland verhuisd. Een andere optie was er niet, want ginds werden ze als landverraders beschouwd. Al die Indonesische militairen werden met hun gezinnen in de meest onooglijke dorpjes ondergebracht. Mijn oma en opa werden met hun zes kinderen in Dokkum gedropt, diep in Friesland. De mensen zwermden er rond hun huis en probeerden naar binnen te kijken, want ze hadden gehoord dat die lui uit de kolonie met hun handen aten, en dat de vrouwen met blote borsten rondliepen. Je lacht, maar ik praat over de jaren 50, hè. Vergeet niet dat mensen op Expo ’58 in Brussel nog te hoop liepen om naar tentoongestelde Congolezen te kijken.

»Mijn opa en mijn vader dachten: ‘Wij hebben voor Nederland gevochten, voor de koningin, dus wij zijn hier welkom.’ Maar dat liep even anders: de Nederlanders hadden toch moeite met die bruine mensen. Ik merkte dat wanneer ik met mijn vader door de stad liep, en hij aap en pinda werd genoemd. Hè, dacht ik, hoe kan dat nu? Mijn vader heeft voor jou gevochten, en jij noemt ’m aap? Maar mijn vader trok zich daar niets van aan. Hij sprak perfect Nederlands en gebruikte de schoolboeken van mijn neven en nichten voor zelfstudie. Hij wilde zich echt ontwikkelen. En ik moest en zou een echte Hollandse jongen worden: ik mocht geen Maleis spreken en niet omgaan met Indische jongens.

»Enfin, op mijn 32ste dacht ik dat ik het allemaal wel een beetje in de vingers had. En toen verhuisde ik naar Vlaanderen. Ik dacht: ‘Ze spreken daar dezelfde taal, dus dat loopt wel los.’»

'Ze noemen me de Jezus van Humbeek, omdat ik al twee keer uit de dood ben opgestaan. Eerst na die longkanker, daarna na dat hartfalen'

HUMO Toch zei je in 1997 in Humo dat je er jaren over had gedaan om hier sociaal goed te kunnen functioneren.

BROUWER «Het cliché van de Nederlander die directer en harder is dan de Vlaming, bleek te kloppen. Ik heb moeten leren om die assertiviteit te laten varen.»

BIRGIT VAN MOL (kucht)

BROUWER «Oké, om de dingen toch wat omfloerster te formuleren. Voor mij kan een gesprek alleen maar waarde hebben als er een fundamentele eerlijkheid achter zit. Je moet mij niet naar de bek lullen, want daar héb ik niets aan. Zoek de raakpunten en de conflictzones, en respecteer elkaar. Moeilijk is dat toch allemaal niet?

»Ik had hier vrij snel een stamkroeg. Om zes uur ging ik er aperitieven, en vaak zat daar hetzelfde groepje mannen. In discussies voerde ik geregeld het hoogste woord en beperkte de rest zich meestal tot wat knikken, ik kreeg nauwelijks weerwerk. Maar om een uur of negen, zodra er genoeg gedronken was, kwam het er plots allemaal uit. ‘Gij moet eens goed luisteren, gij!’ En vervolgens gulpte alle frustratie eruit. Maar je maakt het jezelf toch veel gemakkelijker als je die dingen om zes uur al vertelt?»

VAN MOL «Je zei me in het begin vaak dat ik zo Vlaams reageerde. Ik wist eerst niet wat je daarmee bedoelde. Nu, ik geloof wel dat er in Vlaanderen een evolutie aan de gang is.»

BROUWER «O, ja. De vrienden van mijn zoon uit mijn eerste huwelijk, beginnende dertigers, durven al sneller te zeggen waar het op staat. Ze zijn veel opener dan de vorige generatie en durven een afwijkende mening te hebben. En gelukkig maar. Al dat meebabbelen, zég.

»Het blijft toch een boeiende lap grond, België. Eigenlijk is het een Zuid-Europees land. Het heeft diezelfde passie en creativiteit. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in een prachtig, ongrijpbaar fenomeen als Arno, die keiharde rockelementen uit het noorden mengt met het temperament van het zuiden. Maar diezelfde creativiteit zit ook in de politiek, en in hoe mensen hun zaakjes regelen. Als je in Nederland een goede boekhouder zoekt, dan is dat iemand die keurig en correct over jouw administratie waakt. In België zoek je dan een witteboordencrimineel die ervoor zorgt dat de staat zo weinig mogelijk aan jou verdient zonder dat jij daarvoor in de bak vliegt. Het is een creativiteit die ik bewonder, maar soms ook verafschuw. Als mensen misbruik maken van systemen die bedoeld zijn om de zwakkeren te helpen, keert mijn maag om.»

HUMO Terug naar je jeugd, die zich in de jaren 60 en 70 in Groningen heeft afgespeeld. Een wat suffige stad, toch?

BROUWER «Dat zie je helemaal verkeerd: Groningen was indertijd de rock-’n-rollhoofdstad van Nederland, en Herman Brood was ons opperhoofd. In zijn zog zijn toen een hoop geweldige groepjes ontstaan. Wat ook hielp: alleen als cafés een liveband hadden, mochten ze na twee uur ’s nachts openblijven. Alle cafébazen stampten dus een podium in hun tent, waardoor je ’s avonds naar twintig bandjes kon gaan kijken. Het gevolg dáárvan was weer dat het niet zo moeilijk was om in een groepje te spelen. Ik drumde en speelde bas, en kon ook weleens het podium op. Ik heb nog met Herman Brood gespeeld, als drummer. Klinkt heel bijzonder, maar er zijn er minstens honderd die dat kunnen zeggen, hoor.

»Het was een heftige tijd, en ik was zo’n knuppeltje dat overal aan wilde ruiken. Heel veel vrienden van toen zijn al een poos dood. Ze bleven doorgaan met speed, coke en andere rommel, en dan haal je ’t niet. Herman Brood bleef ook maar doorgaan, hè. (Peinzend) Alles aan Brood was uitvergroot. Ging je op stap met hem, dan moest je na één nacht onherroepelijk afhaken. Dan had hij drie flessen Cointreau op en een cocktail van heroïne en speed in z’n aders, en begón het voor hem pas – maar omdat ik geen speed gebruikte, verlangde ik naar mijn bed, want ik kon niet meer. Heel rock-’n-roll, ja, tot het zielig werd. Op het einde logeerde Herman bij één van m’n beste vrienden in Groningen: hij kon niets meer, hij deed voortdurend in z’n broek en de drugs hadden nauwelijks nog effect. En het allerergste: hij was zijn waardigheid en zijn warmte kwijt. Drugs dumpen je empathie.

'Heel veel vrienden uit mijn jeugd zijn al een poos dood. Ze bleven doorgaan met speed, coke en andere rommel, en dan haal je 't niet'

»Wat mij op het rechte pad heeft gehouden, is karate. Daar ben ik op m’n 14de mee begonnen en ik heb later een zwarte band behaald. Ik had een Japanse leraar, en toen m’n vader op m’n 17de was gestorven, nam die man de vaderrol over. Ik volgde hem, op het devote af. Eigenlijk leidde ik twee levens: eentje vol gulzigheid en grenzeloosheid, en eentje vol kadaverdiscipline. Soms kwam ik om vijf uur ’s ochtends uit de kroeg en stond ik twee uur later al op om te gaan lopen, desnoods kotsend. Ik trainde elke dag. Daarna ging ik douchen en eten, en trok ik de stad in voor de rock-’n-roll van de nacht. De combinatie van roekeloosheid en strenge rechtlijnigheid gaf me zóveel. Ik voelde me rijk.»


PAK DE POEN

BROUWER «De opkomst van seks, drugs en rock-’n-roll heb ik dus op een heel intense manier meegemaakt, maar toen ik naar België verhuisde, kwam ik in een totaal andere scene terecht. De televisiewereld die ik leerde kennen, bleek veel cleaner.»

HUMO Daar wordt nochtans ook weleens een neus gepoederd, en niet alleen in de schminkstoel.

BROUWER «Bij mijn weten toen nog niet, hoor. Op feestjes had je meestal één vent die een gram bij zich had, en daar stonden er dan twintig omheen te hijgen. Ik was wel wat anders gewend. Nee, in België viel het drankverbruik me op. ‘Tijd voor een aperitiefke’, dat had ik in Nederland nog nooit gehoord om 11 uur ’s ochtends. Bij Beeldhuis, mijn eerste Belgische werkgever, werkte je tussen het drinken door. In de namiddag, na weer eens een met wijn overgoten lunch, zat ik vaak maar wat te suffen aan mijn bureau. Ik vond het maar niets, en ik kon er ook gewoon niet tegen. Het klinkt misschien heroïsch, dat jongensachtige hijsen, maar van die generatie is haast iedereen alcoholist geworden. Plus: iedereen zat toen dronken achter het stuur. De generatie van mijn oudste zoon gedraagt zich toch een stuk verantwoordelijker.»

'Otis zal nu hetzelfde meemaken als ik met mijn vader. Maar ik ga vechten. Je kind opzadelen met een gevoel van moedeloosheid is misschien wel het ­ergste wat je het kunt aandoen'

HUMO Je hebt de opkomst van de commerciële televisie in Vlaanderen van dichtbij meegemaakt.

BROUWER «Ik werkte aanvankelijk voor de BRT, waar ik een modeprogramma voor Ghislaine Nuytten maakte. Midden jarig 90 ging ik naar Beeldhuis, waar ik een programma over architectuur en wonen opnam. Ook nog voor de openbare omroep, maar de grootste klant van Het Beeldhuis was wel VTM. Ik keek met jaloezie naar de middelen die ze in Vilvoorde hadden. Daar zat poen! En als tv-maker word je natuurlijk makkelijk verliefd op een ruim budget, want dan kun je mooie dingen maken. Ik zag dus mogelijkheden en ben vervolgens zelf met een productiehuis begonnen dat vooral aan VTM leverde. Dat was halverwege de jaren 90, in de tijd dat Birgit ook de overstap maakte van de openbare omroep naar de commerciële zender.»

HUMO Vond je het fijn om in de tv-wereld te werken? Heeft het je iets wezenlijks opgeleverd?

VAN MOL «Een vrouw!»

BROUWER (lacht) «En daarnaast veel plezier: ik deed het graag. Het was een mooie tijd om televisie te maken, met ruime budgetten. Ik heb veel human interest gedraaid. Behoorlijk wat ‘Telefacts’-reportages in het buitenland, ook. De uitzending over pedofilie in Roemenië zorgde indertijd zelfs voor een kijkcijferrecord. We hadden toen het geld om de Roemeense politie te betalen. Die kregen we zelfs zover dat ze, twintig jaar vóór de GoPro, een inval deden mét een camera erbij. We hadden beelden van een pedofiele priester die met z’n broek op z’n enkels bezig was met een klein jongetje. Dankzij die beelden heeft de dader geen nieuwe slachtoffertjes kunnen maken.

»‘Polspoel en Desmet’ heb ik ook gemaakt. Heerlijk was dat, een uur lang doorbomen over politiek, op een commerciële zender nog wel. ’s Middags gingen we met onze gasten uitgebreid tafelen. Zo heb ik alle politici uit die periode – Jean-Luc Dehaene, Guy Verhofstadt, Steve Stevaert – persoonlijk leren kennen. Dat was bijzonder, zo’n kijk achter de schermen van de politiek. En soms ook heel verrassend: Stevaert blijft bijvoorbeeld één van de aimabelste mensen die ik ooit heb ontmoet. Maar ik heb ook klootzakken gezien. Het schokte me hoe open sommige politici over hun machiavellistische spelletjes praatten, hoe ze echt pochten met hun hardheid.

»Daarna werd het allemaal minder. Human interest werd reality-tv, alles werd platter. Plots volstond het om in ‘Komen eten’ met je pronte tieten door beeld te lopen om een tv-persoonlijkheid te worden. Komaan, zeg, de status van BV moet je toch op de één of andere manier verdienen? Je hoort daar toch iets waardevols voor te kunnen? Op een bepaald moment mocht ook iedereen op tv. Dat je plat Antwerps spreekt, of onverstaanbaar West-Vlaams, is tegenwoordig geen bezwaar meer om een programma te presenteren. Televisie is toch vaak van een ander niveau geworden.»


EXPEDITIE HUIG-R

HUMO Aan die televisie heb je wel je verrukkelijk bloesemende echtgenote te danken. Klopt het dat je Birgit leerde kennen toen je op zoek was naar de geschikte presentatrice voor een programma, en van iemand een vlekkerige VHS-tape toegeschoven kreeg?

BROUWER «Ja. Daar stond een presentatie van Birgit op, maar door de bedenkelijke kwaliteit van de band zag ik eerder een wazige rode vlek dan een me van m’n paard bliksemende vrouw. Daardoor ging mijn aandacht als vanzelf naar haar stem, en die was móói. Haar huig-r vond ik zelfs ronduit fantastisch – voor een Nederlander is dat pure exotiek, hè. Een week later stond Birgit voor de camera’s. Een stukje puur natuur! De camera was meteen haar vriend.

»We werkten veel samen en werden goede vrienden, maar er hing niets van amoureuze spanning rond ons. Ik was nog getrouwd, en Birgit was verloofd met een jongen uit Antwerpen, een aspirant-notaris. En bovendien was ik veertien jaar ouder. Ik zag haar als een meisje, een aardig meisje.

»Ook toen mijn huwelijk eindigde en Birgit haar verloving verbrak, bleef het puur vriendschappelijk tussen ons. Tot we op een avond op café tegenover elkaar zaten en plots niet meer uit onze woorden raakten. Het was alsof de dingen razendsnel in elkaar klikten. Ik werd er stil van, zij werd er stil van. We rekenden af, we liepen naar onze auto’s en ik zou haar zoals gewoonlijk een kus op de wang geven. Maar we keken elkaar aan en we zóénden. Ik reed naar Brussel, Birgit naar Antwerpen, en ik kon alleen maar denken: klootzak! Wat heb je nu gedaan? Ik had verdorie één van mijn beste vriendinnen gezoend.

'Ik heb een andere Birgit leren kennen. Een vrouw die ontzettend zorgzaam is, en me bij de hand neemt als ik weer door die rottige medische molen moet'

»Dat was op vrijdag, en het hele weekend heb ik toen zitten tobben over wat ik zou doen. Me excuseren? Doen alsof er niets was gebeurd? Die maandag, toen we elkaar opnieuw zagen op de BRT, hing er een bijzondere spanning. ‘Sorry’ voelde als een onnatuurlijke optie voor mij. En toen we samen in de lift stonden om naar de mess te gaan, zoenden we opnieuw. Ja, de meest romantische, oceanische kus van mijn leven heb ik gegeven in de lift van de BRT, ergens tussen de zevende en de vierde verdieping.»

HUMO Het leeftijdsverschil was geen probleem meer?

BROUWER «Ik moest mijn mening toch enigszins herzien: Birgit was niet zomaar een meisje. Ze had haar eigen bijzonderheden, waar ik eerst overheen had gekeken. Het leeftijdsverschil bleek vooral een voordeel. We hadden elkaar zoveel te leren! Het leverde ook een interessante vriendenkring op. Met andere generaties discussiëren, daar steek je wat van op. Ik vind het nu ook heel fijn om met Otis en zijn vrienden te praten. Ik wil die generatie kénnen, ook al is ze vijftig jaar jonger. Je moet bijblijven, want anders kun je beter in een rusthuis gaan zitten om naar ‘Thuis’ te kijken.»

HUMO Birgit, jij beschreef je ideale man in Humo ooit als ‘een vleugje macho, maar wel met genoeg hersenen om mij te begrijpen’.

VAN MOL «En kijk, die heb ik dus gevonden. Anders zou ik niet al 120 jaar aan René plakken, toch? (lacht)»

HUMO Kunnen jullie dan nu in alle exclusiviteit het recept voor een gelukkig huwelijk uitspellen? Ik vraag het voor een vriend.

BROUWER «Zeg tegen je vriend dat we het geluk hebben dat we elkaar altijd goed hebben begrepen. We hebben nooit ruimte gelaten voor onuitgesproken sentiment. Alle problemen die we voor ons zagen opdoemen, smoorden we in de kiem door eerlijk en direct te communiceren. De Hollandse assertiviteit, ja (lacht). De dingen bruutweg uitspreken, ook al doe je de ander daarmee pijn, dat kan zo helend werken. Want dán kan het gesprek beginnen.

»Daarbij komt dat Birgit en ik een gelijklopend gevoel voor humor hebben. Wij lachen om alles, en misschien nog het meest om elkaar. Die lichtheid is onze levensverzekering: zolang er wat te lachen valt, wordt je relatie nooit grijs.

»Voor het overige heb je vooral veel vertrouwen in de ander nodig. Nog altijd krijgt Birgit wekelijks allerlei uitnodigingen, geschenkbonnen en liefdesbrieven. Zodra je dat als partner ernstig neemt, heb je een probleem. En dus schuif ik het achteloos opzij, want anders zou ik een knullig, gefrustreerd mannetje worden. Hoe triest zou het zijn als ik haar gsm zou controleren, op zoek naar berichtjes van onbekenden? Nee, dit is onze basis: ik weet wat Birgit voor mij betekent, en wat ik voor Birgit beteken. Daar wrikt niemand zich tussen. En zéker dat lulletje met z’n zeis niet.»


TARANTINO & CRUIJFF

HUMO Otis is nu 13. Wat probeer je hem mee te geven?

BROUWER «De waarden die ik indertijd van mijn vader heb meegekregen. Een man een man, een woord een woord: dat vat het wel samen. Als mijn vader iets beloofde, wist ik 100 procent zeker dat hij het zou nakomen. Dat is wie ik ook wil zijn voor Otis, en voor Lorenzo, mijn oudste zoon.

»Weet je, ik ben een typische D66’er (Nederlandse links-liberale politieke partij, red.). Ik vind vrijheid het hoogste goed, maar daar staat wel tegenover dat je zorgzaam bent voor anderen, voor de wereld, voor de generaties die na je komen. Daar is meer strengheid voor nodig. In de supermarkt wikkel je niet elke appel in een zakje, want zo zadel je je kinderen op met een wereld vol plastic. Je vliegt niet voor 25 euro naar Barcelona, want dat is een crimineel laag bedrag voor de vuiligheid die je zo in de lucht pompt. En je spiegelt jezelf niet voor dat een kip een mooi leven heeft gehad als je ze in de supermarkt voor maar 5 euro kunt kopen. Tegelijk is er ook meer zachtheid nodig. Wat we in België een leefloon noemen, is een vernederende aalmoes: je kunt er verdorie nog geen fatsoenlijke woonst mee huren. De hele discussie over echte vluchtelingen – en dan vooral het ‘Stuur ze allemaal terug’-geroep – vind ik ook zo absurd. Mensen in nood, die help je. Dat hoort een basisprincipe te zijn dat losstaat van je politieke voorkeur, en dat dus ook de meest rechts denkende zou moeten onderschrijven. Of neem nu onze omgang met de islam. Zie ik een gesluierde moslima lopen, dan ga ik bewust voorbij aan mijn eerste reflex – het maakt me oncomfortabel, het is niet hoe ik het zou doen – en denk ik: dat is waar zij voor staat, en dat accepteer ik. Dat werkt uiteraard in twee richtingen: die moslima moet ook niet komen zeuren omdat mijn vrouw in een mooi jurkje met blote benen en armen de straat opgaat.

'Onze lichtheid is onze levens­verzekering: zolang er wat te lachen valt, is je relatie nooit grijs'

»Enfin, ik vind helemaal niet dat mijn kinderen exact hetzelfde moeten denken over al die onderwerpen. Maar ik hoop wel dat ze op diezelfde bewuste manier in het leven staan, dat ze respectvol en zorgzaam zijn. Niets is zo erg als apathie.»

HUMO Toen je vader werd van Lorenzo, was je een prille dertiger. Otis kwam er toen je net 50 was. Vergelijk de vaders eens?

BROUWER «Lorenzo heb ik minder bewust zien opgroeien, omdat ik altijd aan het werk was en we co-ouderschap hadden. Hij ging naar de kleuterschool, de lagere school en de humaniora, en plots was-ie geslaagd op de Erasmushogeschool – één keertje met mijn ogen knipperen, en het kleine kereltje was een man. Bij Otis maak ik het allemaal bewuster mee. Omdat ik niet meer werk, kan ik hem naar school voeren, voor hem koken en hem leren koken. Dat geeft een soort vertraging. Als Otis met grote ogen zit te luisteren hoe ik vertel over de eerste wedstrijd van Johan Cruijff voor Ajax, ontroert me dat mateloos. Dan jok ik met veel zwier de helft van het wedstrijdverslag bij elkaar, omdat ik het zélf natuurlijk ook allemaal niet meer zo scherp weet (lacht). Ik leer hem goeie films kennen – Otis heeft op z’n 13de al het hele oeuvre van Quentin Tarantino gezien – en duik met ’m in m’n homestudio. Dan zetten we ons achter het drumstel en leer ik hem de eerste beginselen van het drummen.

»Het vaderschap heeft een ander mens van me gemaakt. Live fast, die young: daarmee red je het niet als vader, hè. Plots begon ik aan de toekomst te denken, terwijl die vroeger simpelweg niet bestond voor mij.»


IN DE JUNGLE

HUMO O, wrede ironie: jouw eigen toekomst is heel broos geworden.

BROUWER «Ja. Mijn ziekte heeft een totaal nieuwe situatie gecreëerd. Ik heb al twee keer bijna afscheid moeten nemen. Dat is de nieuwe realiteit, en daar moet ik mee leven. Ze zet ook een interessante carrousel in beweging. Mijn relatie met Birgit, bijvoorbeeld, is intenser en dieper geworden. Weet je, je wordt altijd verliefd op de tijdelijke versie van iemand. Mensen worden ouder, veranderen, werpen hun huid af en krijgen een nieuwe. De kunst is om elkaar onderweg niet kwijt te raken. En dat lukt ons, zélfs met die ziekte.»

VAN MOL «Ik leef nu in twee snelheden. Er is het werk, waar de dingen volgens het gekende ritme voortjakkeren. En er is thuis, waar een zekere traagheid heerst en veel dingen niet meer kunnen – op vakantie gaan, bijvoorbeeld. Maar die ziekte van René levert ook iets kostbaars op: ze heeft alle ballast in mijn leven weggeveegd. Heel veel is detail geworden. De dood is zo groots, aanwezig, onoverkomelijk en definitief dat ze je leven meer glans geeft. Alles is plots zo vol, diep en heftig: ik heb een dimensie ontdekt die vroeger verborgen zat.»

BROUWER «Ik heb ook een andere Birgit leren kennen. Een vrouw die ontzettend zorgzaam is, en me bij de hand neemt als ik weer door die rottige medische molen moet. Plots zat ik – de Hollander met z’n grote bek, de manager van Birgit, de man die altijd aan het stuur had gezeten – in de kwetsbare positie, en had ik iemand nodig die me vooruitduwde. Ik ben ongelofelijk blij dat we allebei zo soepel in die nieuwe rollen gegleden zijn. Er gaan ook relaties kapot door zo’n ziekte, hè.»

Van Mol «Daar heb jij ook mee voor gezorgd, hoor, door zo’n radicale optimist te zijn. Als je elke dag depressief in bed zou liggen, dan zou het veel moeilijker voor me zijn.

»Het lastigst waren de periodes waarin er geen enkel perspectief was. De keren dat René er verschrikkelijk slecht aan toe was, en we zelfs niets konden plannen voor de volgende dag. Het heeft me geleerd dat een mens pas leeft als hij ook nog in de verte kan kijken. ‘Leef in het nu’ is zo’n mantra dat je overal hoort. Op zich is dat oké, maar als je geïsoleerd in het nu zit, dan kun je niet gelukkig zijn. Je hebt ook toekomst nodig, je moet kunnen verlangen naar het moois dat nog voor je ligt.»

HUMO René, je was 17 toen je vader is gestorven. Het moet een drukkende gedachte zijn dat Otis iets soortgelijks zal meemaken.

BROUWER «Ik heb mijn vader verschrikkelijk gemist, echt verschrikkelijk. Ik had ook een veel beter contact met hem dan met mijn moeder, wat zijn dood dubbel pijnlijk maakte. Hij nam me overal mee, hij was het die me de wereld liet ontdekken. Hij was gitarist, en al op mijn 6de mocht ik in zijn band zingen – later werd ik er de drummer. Op mijn 12de kreeg ik te horen dat die grote stuurman in mijn leven lymfeklierkanker had. Tegen alle wetten van de geneeskunde in is hij toen nog vijf jaar blijven leven. Hij weigerde om op te geven, en dat is wat ik nu ook doe.

»Longkanker, een hartfalen, organen die aangevallen worden: normaal gezien had je hier met de weduwe Birgit Van Mol zitten praten. Toen ik dat hartfalen kreeg, zeiden de dokters me dat ze me in een coma moesten brengen, en dat de uitkomst onzeker was. ‘Prima,’ zei ik, ‘kom maar op met die coma.’ En toen ik een dag later ontwaakte, wilde ik meteen weer vooruit. (Geagiteerd) Niemand krijgt me klein, ook die ziekte niet. Ik ben een knokker. Ik wil erbij blijven! (Rustiger) Weet je, ik ben opgegroeid in de stad. Vlak bij ons huis in Groningen had je een zijstraat met dertig hoeren. Als er cake verkocht moest worden voor de scouts, deed ik die hoerenstraat. Dat waren mijn vriendinnen! Het was niet evident om te midden van zoveel ruwheid – als kind zag ik pooiers mensen in elkaar slaan – op te groeien, maar zo leerde ik wel om mezelf staande te houden in de vreselijke jungle die het leven is. Het is wat ik altijd al heb gedaan, en nu tot het uiterste drijf.»

VAN MOL «Het is net die vechtlust die Otis en mij óók de kracht geeft om verder te strijden.»

HUMO Hoe gaat Otis met de situatie om?

VAN MOL «Op een verbluffend krachtige manier. Hij zat examen te doen terwijl zijn vader op intensive care lag en de dood al in zijn gezicht voelde ademen. En dat was een voortreffelijk examen! Dat je op je 13de al zo sterk bent, zo weerbaar...»

BROUWER «Terwijl het zo’n ambigue leeftijd is. Want ik voer al heel volwassen gesprekken met Otis, maar tegelijk is hij ook nog zo’n kind... Ik probeer hem wat te ontlasten: het hoeft niet altijd over de treurigheid van die ziekte te gaan.

»We gaan naar elke thuiswedstrijd van Ajax kijken. Onlangs kreeg ik een mail met de vraag of ik m’n abonnementen zou verlengen voor het nieuwe seizoen. Ik twijfelde, maar Otis was beslist: ‘We verlengen, hè!’ Ik heb het meteen gedaan en geweigerd om er nog verder over te twijfelen. Dat soort beslissingen geeft mij ook kracht. Het is telkens weer die confrontatie: kan ik nog op lange termijn denken? Nee, eigenlijk niet. Maar toch doe ik het, want anders is er niets meer.

»Otis zal nu hetzelfde meemaken als ik met mijn vader, en ik probeer hem daarop voor te bereiden. Maar in de eerste plaats wil ik een mooi voorbeeld van doorzettingsvermogen zijn. De dingen in de ogen kijken. Geloven. Vechten. Je kind opzadelen met een gevoel van moedeloosheid is misschien wel het ergste wat je het kunt aandoen.»

HUMO Zijn er dan nooit momenten waarop alle kranigheid uit je wegsijpelt?

BROUWER «Als je elke dag pijn hebt en er veel momenten zijn waarop je denkt dat je aan het doodgaan bent, als je leven geen cadeau meer is dat je dagelijks uit het geschenkpapier mag halen, dan kom je onvermijdelijk uit bij nare gedachten. ‘Voor mij mag het gedaan zijn’: natuurlijk flitst dat weleens door mijn hoofd. Maar als ik dan denk aan wat ik beteken voor Birgit, voor Otis, voor Lorenzo, dan por ik mezelf weer wakker: ‘Kom op, Brouwer. Opstaan en het stof van je kleren kloppen.’ Dat doe ik niet voor mezelf, want ik heb niet zo’n bijzonder leven meer. Al het mooie ligt achter mij. Maar ik weet – en dat is een scherp, helder besef – wat ik voor anderen nog kan betekenen. Dáár knok ik voor.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234