Na zijn euthanasieverzoek: de verrassende verrijzenis van Jean-Pierre Van Rossem (73)

‘Voor het einde van het jaar zou ik toch willen kunnen zeggen: ‘Het is genoeg geweest,’’ heb ik Jean-Pierre Van Rossem horen zeggen, vroeg in het jaar 2017. ‘De afslag naar de dood is genomen.’ Met een euthanasieaanvraag zocht hij de exit.

'Mensen klampen me geregeld aan op straat: 'Van Rossem, zijt ge nog niet dood?' Ik moet me bijna verontschuldigen dat het nog niet gebeurd is'

Door een deur die op een kier stond, ben ik een klein appartement op de negende verdieping binnengedrongen, met zicht op het uiteinde van België: de Oostendse pier. De gastheer is aan tafel blijven zitten, omdat hij zo moeilijk loopt. De aankleding is kaal, een goed deel van de ruimte is ingenomen door tegen elkaar aangeschoven schilderijen; op een ezel een onaf doek. Van Rossem komt moeizaam recht, de rondleiding begint meteen. ‘Pas op, de olieverf is nog niet droog. Dat duurt makkelijk drie weken. Het meest werk ik met acryl, dan kun je een vlek makkelijk van de vloer krabben.’

Het is figuratief werk. ‘Dit is de haven van Antwerpen. Dit is een vluchtelingenkamp.’ Voor de meeste doeken is hij verre van mild: ‘Dit lijkt helemaal op niks! Het is nog proberen, hè, ik had veertig jaar niet meer geschilderd. Academie heb ik nooit gevolgd. Ik ken genoeg schilders, ze hebben me technieken aangeleerd.’ Hij heeft een goed doek gevonden. ‘Dit zijn glazen huizen, vooral geïnspireerd door Kiefer.’

Anselm Kiefer, één van de beroemdste naoorlogse schilders uit Duitsland, die naam zal vanmiddag nog geregeld vallen. Zelfde geboortejaar als Van Rossem.

Jean-Pierre Van Rossem «Een wonderlijke man, ik heb hem leren kennen via Jan Hoet. Dat soort schilderijen wil ik nog maken. Het probleem is: hier kan ik niet werken. Ik ga weg uit Oostende, terug naar Kapelle-op-den-Bos. Ik ken daar iemand met een groot atelier.»

HUMO En ik die dacht u in uw eindstation op te zoeken.

Van Rossem «Dat is een groot misverstand geweest. In januari moest ik voor iemand een doctoraat af hebben. Ik had weken aan een stuk gewerkt zonder te slapen, en op een dag, op weg naar een broodjeszaak, wist ik plots niet meer wie of waar ik was: een totale black-out. Dat was een moment van paniek: ‘Mijn hersens slaan tilt!’ Dat dat soort aftakeling me zou overkomen, daar heb ik altijd een heilige schrik voor gehad. Pas later heb ik me gerealiseerd wat er gebeurd was: om wakker te blijven had ik in de loop van één dag meer dan vijftig Red Bulls gedronken, van die grote, vandaar die black-out. Dat besefte ik nog niet toen ik in de studio van Radio 2, bij die heel lieve madame, zei dat het afgelopen was. Zodat mensen me nu geregeld aanklampen op straat: ‘Van Rossem, zijt ge nog niet dood?’ Ik moet me bijna verontschuldigen dat het nog niet gebeurd is.»

HUMO U was gaan navragen hoe het zat met euthanasie in dit land.

Van Rossem «Het zou niet kunnen, zei men mij. Ik kreeg die aanvraag niet rond. Daarom heb ik wel mijn voorzorgen genomen voor het geval er ooit iets niet in orde is met mijn hoofd. Want ik blijf erbij dat een mens de controle moet kunnen bewaren over zijn eigen levenseinde. Als de overheid zoiets niet mogelijk maakt, dan moet je het zelf maar organiseren. Ik heb Nembutal in huis: dat is een product waarmee ze in Amerika terdoodveroordeelden ombrengen. Als je niet de juiste dosis neemt, riskeer je epileptische aanvallen en kan het gebeuren dat je nazaten je nog levend vinden, totaal verkrampt. Maar ik heb door farmacologen een gegarandeerd dodelijke dosis laten samenstellen.

»Maar het gaat dus weer goed, en wat me drijft, zijn die schilderijen. Ik kan niet verwachten dat ik meteen een werk van het niveau van Kiefer ga schilderen, maar als je me nog vijf jaar geeft en ik in een groot atelier kan werken… Ik hoop ooit nog een schilderij voor een paar miljoen te verkopen.»

HUMO Oei, de honger naar geld is ook weer wakker geworden!

Van Rossem « Nee, dat is geen honger naar geld. Ik wil gewoon de middelen hebben om te kunnen schilderen. Ik heb nu geen geld om doeken te kopen, ik moet werken met wat ik krijg. Verf en acryl krijg ik van collega’s, en iemand koopt doeken voor me op die ik dan overschilder. Kijk, daar in de hoek van dat doek kun je de handtekening van de oorspronkelijke schilder nog zien. Dat is geen manier van werken, hè?»

HUMO U had vroeger problemen met uw handen en u kon moeilijk schrijven, stond in uw gevangenisdagboek in Humo aan het eind van vorige eeuw. Is dat verleden tijd?

Van Rossem «Nee, één vinger van mijn rechterhand staat helemaal krom. Ik heb moeite om een penseel vast te houden. Zeker als ik details wil schilderen, bijvoorbeeld twijgen aan een boom.»

'Mijn vader, nu 97, is zijn leven lang ongelooflijk braaf geweest. Hoe kon ik daar mijn vijand nummer één van maken, en dat meer dan een halve eeuw volhouden?'

HUMO U kent allicht de oplossing van Mark Eyskens: alleen bladerloze bomen schilderen!

Van Rossem «Eyskens kan niet schilderen, hij is in zijn schilderwerk een even grote amateur als in zijn economische ideeën. Zijn vader, Gaston Eyskens, dat was wel een grote meneer!’»

HUMO Het idee van een afscheidsinterview begraven we dus. Dan maar een portret: ‘De verrijzenis van J.P. Van Rossem, schilder’?

Van Rossem «Schilder én schrijver. Ik hoop ook nog één goeie roman te schrijven. Ik ben eraan bezig. Een oude man ontmoet op een Waddeneiland twee jonge kinderen, ikzelf en mijn broertje, dat verongelukt is. Het is een confrontatie met mezelf. De dood van mijn broertje is het sleutelmoment van mijn leven. Ik was 7, hij was 5. We organiseerden een koers, 100 meter lopen in een hangar, tot aan de straat. Als jongste mocht hij vooroplopen, ik hield de anderen tegen. En hij liep met zijn handjes in de lucht recht onder een vrachtwagen. Ik heb er een enorm schuldgevoel aan overgehouden voor de rest van mijn leven, ik wil dat van me af schrijven, uitleggen hoeveel gevolgen het gehad heeft. Vraag me niet precies hoe, maar dat ik zo verzot geweest ben op auto’s, heeft daar ook mee te maken. Als ik naar Formule 1-wedstrijden keek, kreeg ik altijd het beeld van mijn broertje voor ogen.»

HUMO Een ander jeugdtrauma dat u hebt meegetorst tot in uw memoires ‘De engel in de duivel’ uit 2009: de moord op konijn Kaduin. Uw vader liet hem slachten voor uw eerstecommuniedis.

Van Rossem « Ook dat heeft een enorme weerslag gehad op mijn leven: al heel vroeg was ik heel kritisch, want ik vertrouwde volwassenen niet, dat waren lafaards. En ik projecteerde al het kwade dat ik in hen zag op mijn vader. Mijn ouders zijn nu allebei 97, ik heb me met hen verzoend. Het is mijn zus die me doen inzien heeft: hou nu eens op met die onzin. En als je mijn vader nu ziet… zo’n lieve, ouwe man, die regelmatig valt en zich bezeert… Hoe ongelooflijk braaf is hij zijn leven lang geweest. Hoe kon ik daar mijn vijand nummer één van maken, en dat meer dan een halve eeuw volhouden?»


Tweehonderd romans

HUMO Zullen we eens door die halve eeuw lopen, en beginnen bij het vroegrijpe kereltje dat in zijn kamer in Brugge de ene roman na de andere zat te schrijven?

Van Rossem «Ik was een jongen die in fantasieën leefde. Ik kende hele gedichten van Sylvia Plath vanbuiten. Ik was meteen voor haar gewonnen toen ik een paar verzen van haar las: ‘Dying is an art, like everything else. I do it exceptionally well’. Ik wou haar zien, ben naar Londen gereisd. Mijn vader werkte voor de spoorwegen, ik had gratis tickets, eerste klas. Ik was een totaal naïeve jongen, ik weet nog dat ik daar een drugstore zag, en er om drugs ging vragen. Ben ik daar buitengekeken! Sylvia Plath wou me niet ontvangen, ze zat waarschijnlijk heel diep in de knoop, het was kort voor haar zelfmoord.

»Wie ik wél gezien heb, op mijn 16de in Parijs, was de Duitse schrijver Franz Jung. Ik had een boek van hem gevonden bij een bouquiniste. Die man had een ongelooflijk leven gehad: als jonge communist kaapte hij al op zijn twintigste een boot om naar het Rusland van Lenin te varen, hij is drie keer aan executie ontsnapt…»

'Het gaat weer goed met me, en wat me drijft, is het schilderen. Ik hoop ooit nog een schilderij voor een paar miljoen te verkopen.'

HUMO Hoe verliep die ontmoeting?

Van Rossem «Het intrigeerde hem dat zo’n jonge kerel hem over de arbeidswaardetheorie van Marx kwam onderhouden. Want over literatuur durfde ik met hem geen discussie aan te gaan. Ik wist te weinig van Duitse literatuur.»

HUMO Die Franz Jung is u een leven lang blijven intrigeren, allicht omdat u uw leven kon spiegelen in het zijne. Ook hij botste met zijn vader, was economist, belegger, schreef boeken in de gevangenis, verdiende graag veel geld. En hij was ook een fantast. Ik bedoel: kunnen we al die verhalen van u geloven?

Van Rossem «Mijn leven zit nu eenmaal vol onwaarschijnlijkheden. Ik fantaseer dat allemaal niet; noem het fabulieren, zoals ook Hugo Claus dat deed: er zit altijd een grond van waarheid in, die je wat mooier aankleedt.

»Nog als snotneus stond ik met mijn eerste roman voor de deur van Claus aan de Predikherenlei in Gent, maar ik durfde niet aan te bellen. Ik heb in Parijs opgetrokken met de zangeres Barbara, een uitzonderlijke madame. Op een viltje heb ik voor haar een tekst geschreven, maar ze heeft er nooit een lied van gemaakt. En voor Jeanne Moreau ben ik op mijn 16de naar Saint-Paul-de-Vence gereisd. Op haar was ik echt verliefd: voor de moslim is de heilige oorlog een plicht, voor Van Rossem zijn de vrouwen een plicht waar je nooit aan mag verzaken!»

HUMO Een carrière in het fabulieren had u misschien wel gelegen, maar de jonge Van Rossem heeft de sprong naar de literatuur nooit aangedurfd?

Van Rossem «Dat had met andere dingen te maken, er was geen tijd meer om te schrijven. Ik heb een opleiding gekregen als econometrist aan de Pennsylvania State Universitiy. Daar heb ik kunnen meewerken aan het eerste grote econometrische model in de Amerikaanse economie, onder Lawrence Klein, die een jaar later de Nobelprijs kreeg. En dat is een obsessie geworden: van 1973 tot 1989 heb ik dag en nacht dat model zitten te verbeteren.»

HUMO Daar waren vier gevangenisjaren bij – als heroïneverslaafde had u uw geld op ongeoorloofde manieren gezocht. U kweekte in de gevangenis veel wraakgevoelens: u dacht eruit te komen óf als terrorist óf als toekomstig miljardair, zei u weleens. Had u echt bij Baader-Meinhof kunnen terechtkomen?

Van Rossem «Ik geloof het niet. Want ik ben fundamenteel tegen geweld, mensen doodschieten is aan mij niet besteed. Ik heb wel één van die gasten gekend, Augustijnen, een Nederlander die bij de Baader-Meinhofgroep zat. Hij heeft veertien dagen ondergedoken gezeten bij mij thuis, op de Frère Orbanlaan in Gent. Ik zou een communistische anarchist geworden zijn, maar gelukkig had ik mezelf genoeg onder controle. De Rode Brigades vond ik interessanter dan Baader-Meinhof, daar zaten bekwame denkers tussen. Professor Negri, dat was geen uil. Maar ook zij hebben zich vastgereden.»

HUMO Als jonge dertiger, hebt u weleens gezegd, kon u prof informatica worden aan de Gentse Universiteit, maar u ging liever voort met uw repetitiebureau. De blunder van uw leven?

Van Rossem «Soms denk ik weleens: ‘Godverdomme, ik had prof moeten worden in plaats van thesissen voor anderen te schrijven – ik heb er intussen meer dan honderd geschreven, naast tien doctoraten. Maar als wetenschapper had ik dat excentriek leven niet gehad, en zou ik zo’n grijs bestaan wel aankunnen? Dat is een dilemma waar ik nooit uitgekomen ben.»

HUMO Dat rijke mensen via u een diploma kunnen kópen, daar hebt u geen problemen mee?

Van Rossem «Ik heb heel veel thesissen voor niks gemaakt, als het mooie meisjes waren (lachje). Maar ook over die thesissen bestaat een misverstand. Ik zeg altijd wel dat ik die schrijf, in feite deden we dat altijd samen. De studenten zaten hier bij me, ik liet ze alle berekeningen namaken. Ik ben er nu definitief mee gestopt, men moet niet meer langskomen. Mijn laatste doctoraat heeft een grote onderscheiding opgeleverd, daar ben ik trots op.»

HUMO Zelf hebt u nooit een doctoraat gehaald.

Van Rossem «Ik heb mijn doctoraat verkocht aan de zoon van een textielbaron uit het Gentse.»

HUMO Hoe slim bent u eigenlijk?

Van Rossem «Ik weet dat zelf niet. Mijn vader vond mij een genie, maar dat ben ik niet. Ik kan wetenschappelijke kennis snel absorberen en erop voortbouwen. Een genie is wat anders: professor Englert, dat is een genie! Ik ben ook een wiskundige, maar wat hij gevonden heeft met zijn deeltjestheorie, dat zou ik nooit kunnen vinden. Of die drie gasten die nu net de Nobelprijs fysica gewonnen hebben omdat ze erin geslaagd zijn zwaartekrachtgolven te meten: dat kan ik allemaal niet.»

'Ik heb meer dan honderd thesissen geschreven, naast tien doctoraten. Mijn eigen doctoraat heb ik verkocht aan de zoon van een textielbaron uit het Gentse'

HUMO En ook de schrijver is niet geniaal?

Van Rossem «Ik schrijf heel snel en herlees nooit wat ik geschreven heb. In mijn computer zitten een kleine tweehonderd romans: de meeste zijn niet te pruimen. Ik ben geen vernieuwer, ik kan morgen perfect een nagelaten boek van Hugo Claus schrijven, niemand zou eraan twijfelen of het echt van hem is. Ik ben een goed na-aper, maar zelf iets echt nieuws schrijven…»


Couckenbak

HUMO Dan maar kiezen voor een carrière als oplichter?

Van Rossem «Je kiest er niet voor oplichter te worden, je rolt daarin. Mijn carrière als belegger is heel stom begonnen. Ik had in mijn repetitiebureau een vijftiental fils à papa, die een hekel hadden aan wiskunde en dus zei ik hen: ‘Ieder van jullie brengt volgende week 100.000 frank mee, en dan zal ik je eens tonen wat je met wiskunde kunt doen.’ We belegden dat geld en het bracht zoveel op dat hun papa’s al gauw aan mijn deur stonden met valiezen vol zwart geld.»

HUMO U gebruikte uw Moneytron-model. Een goed stuk van vorige eeuw is, in mijn herinnering, opgegaan aan de discussie of dat oplichterij was of niet.

Van Rossem «Dat Moneytron-model was gebouwd door de beste econometristen in België, hè? Knappe bollen die allemaal van het Planbureau kwamen. Wie zegt dat het Moneytron-model gebruikt is voor oplichting zit er compleet naast. Dat model garandeerde een opbrengst tussen de 20 en 25 procent – vergeet niet dat er toen wel een hoge inflatie was. Maar dat was nog niet genoeg voor die rijke sloebers: ‘Meneer Van Rossem, heb je niks beters?’ En dan zijn we begonnen met nepaandelen: dat is een ander verhaal.»

HUMO De arme Van Rossem die zich door de rijke sloebers op sleeptouw liet nemen, zichzelf omschreef als de slaaf van hun systeem: vreemd toch voor onze bulderende anarchist?

Van Rossem «Als je in dat milieu wilde blijven meedraaien, moest je andere dingen doen. Wij deden hetzelfde als de banken, we leven in een wereld die fundamenteel corrupt is.»

HUMO Dat was inderdaad altijd de verdedigingslinie, waarmee u uw praktijk kon goedpraten.

Van Rossem «Dat is geen goedpraten, ik zeg alleen dat ik niets anders deed dan wat de grote banken deden, dat is een objectieve vaststelling. Spijt daarover heb ik dan ook niet. Ik had het niet móéten doen, dat is wat anders. Ik had kunnen zeggen: ‘Ik speel niet mee,’ en mijn zakencijfer laten verschrompelen tot een tiende of zo van wat het was.»

HUMO Op het hoogtepunt had u behalve honderden miljoenen dollars een vloot Ferrari’s, een jacht waarmee u één keer van San Remo naar Monaco voer...

Van Rossem « Ja, dat was een speelgoedje, dat 89 miljoen dollar gekost had. Zoals mijn twee vliegtuigen speelgoedjes waren.»

HUMO ‘Ik had gewoon niet door hoe verloederd ik wel was,’ zei u eens. Of smaakt dat soort decadentie toch lekker na?

Van Rossem «Ach, ik heb dat allemaal gehad, ik mis het vandaag niet. Ik heb wel 110 Ferrari’s gekocht… Vandaag kan ik niet eens meer met een Ferrari rijden, denk ik. Ik kan nog amper lopen, alle aders in mijn benen heb ik kapotgerookt.»

HUMO ‘Geld is niet meer dan een pot stront,’ hield u de Humo-lezers al voor in 1989.

Van Rossem «Het is me nooit om het geld op zich te doen geweest. Comfort, dat had ik wél nodig. En dat heb ik hier in dit kiekenkot niet meer. Dit is echt rondkomen: ik heb een pensioentje van 1.280 euro in de maand, al de rest wordt aangeslagen. Dan moet je niet gek doen. Aan sigaretten alleen geef ik 800 euro in de maand uit.»

HUMO Voelde u leedvermaak om u heen toen uw rijk instortte?

Van Rossem «Wees maar zeker. Mensen die kwamen zeggen: ‘Van Rossem, niet één Ferrari heb je nog!’ terwijl het genoegen van hun gezicht spatte. Zo klein zijn mensen. Tot 2013 kon ik gelukkig denken: ‘Onnozelaars, ik verteer nog altijd tien tot twintig keer meer dan jullie!’ Want tot dan heb ik goed kunnen leven van wat er overbleef op de Zwitserse bank – die val naar beneden moest je tot dan dus wel met een korrel zout nemen, ik heb mijn ribben niet gebroken.»

HUMO Al die tijd bent u wel blijven zeggen dat er géén geld in Zwitserland was.

Van Rossem «Met de financiële politie die tot vandaag achter mijn vlerken zit, moest ik dat wel volhouden. Ik heb het zelf niet uitgerekend, maar een ijverige staatsambtenaar heeft dat wel gedaan en komt tot bedragen van meer dan een miljoen euro per jaar. Ik ben al eens veroordeeld, maar er loopt nu nog een proces omwille van dat geld. Ze doen maar.»

HUMO Op 5 juli 1990, het moment dat u in de problemen geraakte, schreef De Telegraaf: ‘Belgische Trump op zwart zaad’. Had u iets met de ondernemende zakenman Trump?

Van Rossem «Alvast in die zin dat ik hem een hotel in New York verkocht heb. Met onze Zwitserse groep hadden we een hotel gekocht met 264 kamers, en wat we ook probeerden om het rendabel te maken, het lukte gewoon niet. Ik heb twee maanden onderhandeld met Donald Trump, eerst met zijn medewerkers, en dan om de prijs te bepalen met hemzelf. Ik vond hem toen al een enorm opgeblazen kikker, verliefd op zichzelf. Ik weet nog dat ik tegen mijn vrouw zei: ‘Echt een dommekloot!’»

HUMO Maar wel een betere zakenman dan Jean-Pierre Van Rossem.

Van Rossem «Ja, want hij is erin geslaagd me dat hotel te doen verkopen met bijna 40 procent verlies. En hij is er wel in geslaagd om het winstgevend te maken, door meteen de drie restaurants die erin zaten te sluiten. Die waren dag en nacht open, wat te veel aan personeel kostte.»

HUMO In het zog van uw financieel debacle lanceerde u zich als politicus, met de partij ROSSEM. Toen ik u een kwarteeuw geleden interviewde, stond u in het centrum van de politieke belangstelling. Wat ik toen onvoldoende begrepen had: het was u vooral om de parlementaire onschendbaarheid te doen, wie weet kon u zo uw hachje redden.

Van Rossem «Natuurlijk kwam dat op de eerste plaats. Plus de gedachte: nu ik toch niks meer te doen heb, kan ik me beter toeleggen op de politieke vraagstukken.»

HUMO U ging, volgens uw eigen inschatting, met overwegend crapuul op uw lijsten de verkiezingen van 1991 in.

Van Rossem «Aanvankelijk dachten we zelfs aan de slogan ‘Eigen crapuul eerst’, een soort tegenhanger van ‘Eigen volk eerst’ (lacht).»

'Ik kan morgen perfect een nagelaten boek van Hugo Claus schrijven, niemand zou eraan twijfelen of het echt van hem is. Maar zelf iets echt nieuws schrijven...'

HUMO Het crapuul haalde drie Kamerzetels binnen.

Van Rossem «We zijn in dat parlement binnengerold zonder enige kennis van hoe een parlement werkt, en heel spoedig werd het me duidelijk dat ik niet de grote politieke kanonnen naast me had die ik nodig had. Jan Decorte stelde wel iets voor, maar was te veel kunstenaar en te weinig politiek geëngageerd. Ik heb het opgegeven. Ik heb bij de eedaflegging van Albert II moedwillig ‘Vive la république’ geroepen om ermee te kunnen ophouden, dat was heel bewust een politieke zelfmoord. Ik houd zoiets niet vol, ik wil altijd dat dingen veranderen, en in dit land verandert er nooit iets. Wat is vandaag in godsnaam ‘de kracht van verandering’ van de N-VA? Niks.»

HUMO In 2014 greep u flink naast een politieke comeback: in plaats van de 8 à 9 procent waarvan u gedroomd had, haalde u een schamel aantal stemmen.

Van Rossem «Mijn hoofd had niet geregistreerd hoe grondig de maatschappij intussen veranderd was. Om nu aan de bak te komen moet je geregeld op tv komen, en daar heb ik mijn buik van vol. Mensen wisten niet dat Van Rossem opnieuw op een lijst stond.»

HUMO Het volk had inmiddels met Coucke een nieuwe miljardair die tot de verbeelding sprak: was u weleens jaloers?

Van Rossem «Iemand die zijn zaak verkoopt voor tien of twaalf keer zoveel als ze waard is, daar kan ik geen bewondering voor hebben. En wat hij met KV Oostende gedaan heeft: Yves Vanderhaeghe buitensmijten… Hij moest zichzelf buitensmijten, hij kent niks van voetbal. En dan dat ‘Het is weer Couckenbak’… Als je dáármee in de belangstelling moet komen, heb je weinig te bieden, hè?»

HUMO Zegt de man die zelf in ‘Big Brother VIP’ opdook en nadien uitpakte met de ‘Anti-Big Brother’-song: ‘Geen stijl, geen rijm, enkel rochel en slijm’. Hebt u trouwens, als avant-gardist qua ruiger taalgebruik, sympathie voor het Nederlandse ‘Geen Stijl’?

Van Rossem «Nee, ik vind het rechtse rakkers. En ik heb het schelden niet alleen op gang getrokken: lees Rimbaud of Zola. Ik ben de 110.000ste die het gedaan heeft.»


Voltooid verleden

HUMO We hebben het, om recht te doen aan uw leven, nog te weinig over vrouwen gehad. Waren ze geen drive om in de wereld van glitter en geld te blijven vertoeven?

Van Rossem «Waren ze echt een drive? Ze waren toch ook een middel om de tijd te passeren.»

HUMO U schreef eens dat u uw vrouwen compleet verkeerd bemind hebt.

Van Rossem «Dan heb ik het over de twee fantastische vrouwen die ik gehad heb, Niki en Rachida, elk de moeder van één van mijn twee zonen. Ik heb hen veel te kort gedaan, door mij bezig te houden met alle soorten tuttebellen.»

HUMO Nog een Van Rossem-quote: ‘Vrouwen maken ons groot en als ze ons losmaken, weer piepklein.’

Van Rossem «En dat heb ik gevoeld! Met de breuk met Rachida, nu een dozijn jaren geleden, is de voltooid verleden tijd begonnen. ‘Der Weg nach unten’ – zoals de memoires van Franz Jung heten.»

HUMO In uw roman ‘Brigitte’ vraagt de hoofdpersoon zich af of hij een ‘destroyer of women’ is: ‘Ben ik een abusive man?’

Van Rossem « Ik ben inderdaad een destroyer of women geweest, ik ben op een laffe manier uit het leven van zoveel vrouwen verdwenen. Vroegen ze een telefoonnummer, dan gaf ik ze een willekeurig nummer, en het was voorbij. Terwijl sommige van die vrouwen het echt meenden. Dat had ik allemaal nooit mogen doen.»

HUMO Na de breuk met Rachida, schrijft u in uw memoires, stond u ook een keer op een trein te wachten, in een Jaguar dwars over de treinsporen geparkeerd. Maar u was te laf?

Van Rossem «Dat is juist verwoord: ik ben te laf voor zelfmoord. Ik heb altijd een grote bewondering gehad voor de dichter Jan Arends, die op de dag dat zijn laatste bundel verscheen, ‘Lunchpauzegedichten’, het raam opende en er uitsprong.»

HUMO U hebt in interviews geregeld laten weten uzelf lelijk als de nacht te vinden. Moesten die Ferrari’s die lelijkheid overschreeuwen?

Van Rossem «Helemaal niet. De meeste vrouwen die verliefd werden op mij, werden verliefd op mijn verstand. ‘Van Rossem weet zoveel!’ Ik heb thesissen geschreven over de meest uiteenlopende onderwerpen, van oosterse tapijtkunst tot theologie.»

HUMO Na de dood van de renner Frank Vandenbroucke schreef u hem een honderd bladzijden lange postume brief, die ongepubliceerd bleef. Hier had u duidelijk weer een soulmate gevonden waarin u zich kon spiegelen: een man van grote hoogtes en laagtes, van excessen, met een heftig leven dat onherroepelijk bergaf ging.

Van Rossem «Weer ‘Der Weg nach unten’, ja… Ik heb hem maar één keer ontmoet, maar we zijn daarna wel blijven telefoneren. Die jongen was doodongelukkig, zeer eenzaam. Van de grote Frank Vandenbroucke die alle klassiekers had kunnen winnen was niks meer over. Hij heeft zijn klop gekregen toen zijn vrouw Sara het uitgemaakt had.»

HUMO Laat ik er, nu we toch zo somber bezig zijn, deze quote aan toevoegen: ‘Jean-Pierre is als de trieste held uit een Grieks treurspel. Zijn persoonlijke vrijheid is hem heilig. Hij heeft uitzonderlijke talenten en een geniaal verstand, maar kan het nooit op de juiste wijze gebruiken.’

Van Rossem «Interessant. En wie heeft dat geschreven?»

HUMO Jan Van Rossem, uw vader, in zijn boek ‘Jean-Pierre Van Rossem. Leven met een genie’. Hij noemde u een vlinder die zich nooit volledig heeft kunnen ontpoppen.

Van Rossem «Hoeveel spijt heb ik niet over al die jaren dat we geen woord met elkaar gesproken hebben. Die vallen nooit meer in te halen. Vandaag kunnen we geen diepzinnige gesprekken meer voeren, want hij hoort nauwelijks nog. Alleen mijn moeder slaagt erin zich verstaanbaar te maken, ik weet niet hoe ze het doet.»

HUMO Uw eigen evaluatie van uw leven kon moeilijk zwarter dan op Radio 2 in januari jongstleden: ‘Sorry dat ik er geweest ben.’ En het zelfportret in het gastenboek was navenant: ‘Een viscerale klootzak die geen aandacht verdient.’

Van Rossem «Dat was in ieder geval zeer authentiek op dat moment: ik wist niet meer wie ik was. Moraal van dat verhaal: ik drink geen vijftig Red Bulls meer op één dag. Mijn jongste zoon komt hier wekelijks met mij naar de match van Cercle Brugge kijken, hij brengt dan twaalf Red Bulls mee en méér drink ik er niet meer.»

HUMO Er is nog beterschap mogelijk, nu de afslag naar de dood nog niet is genomen.

Van Rossem «Ik denk nu: ‘Allee, Van Rossem, leef u maar uit in de schilderkunst.’

»In 2006 had ik pancreaskanker, ze gaven me nog drie maanden. Ik ben toen door het oog van de naald gekropen, met een riskante behandeling in Duitsland. Ik was in paniek, niet omdat ik zou sterven, maar omdat een groot werk over economie waaraan ik toen bezig was onvoltooid zou blijven. Ik heb het kunnen afwerken en het bezorgd aan wie het kan interesseren, ik heb nooit geprobeerd om het uit te geven. Als ze me morgen zouden zeggen dat ik een uitgezaaide kanker heb, zou ik opnieuw panikeren, en weer niet omdat ik de dood vrees, maar omdat mijn Anselm Kiefer-werk niet af zou raken.

»Hét grote kenmerk van mijn leven is dat ik niks plan. Ik ben nu 73 geworden en voor de eerste keer heb ik me een doel voor ogen gesteld: ik wil een werk maken dat minstens even groot is als de doeken van Kiefer. En dan kan ik rustig heengaan. Wat ik nu doe, is nog amateurwerk, al zit er ook hier en daar voortreffelijk werk tussen. Ik weet hoe het moet om – letterlijk en figuurlijk – een groot werk te maken, ik weet verdomd goed dat ik er het talent voor heb.

»Heb je ooit Kiefers atelier in Barjac gezien? Dat is 35 hectare groot, hij heeft er enorme kubussen op elkaar gestapeld. En daar wil ik een impressie van schilderen, op reuzenformaat, zeven meter op drie. Een werk zo enorm dat je het nergens hangen kunt, tenzij in de inkomhal van een bank (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234