'Naar het hoofd gestegen schaamhaar Dwarskijker over 'Patrouille Linkeroever' en 'Alloo in de psychiatrie'

Ik heb even vaak om de eerste aflevering van 'Patrouille Linkeroever' moeten lachen als bij het doorbladeren van een postzegelalbum


Patrouille Linkeroever

VTM – 30 maart

De spot drijven met gerechtsdienaren is een oud vermaak, als het al niet van alle tijden is. Als teenager op jaren, wiens geheugen nog meewil, herinner ik me ‘De Kolderbrigade’, comedy van eigen akker waarin Romain Deconinck de rol van commissaris Kolder neerzette: een familienaam die nietsontziend de teneur van deze serie aangaf. Samen met Gaston Berghmans en Leo Martin, zijn twee klunzige hulpinspecteurs, probeerde Kolder zo goed en zo kwaad als dat ging moordzaken van heb ik jou daar op te lossen. Het was poppenkast met levende have. En het was 1980. Het zou me niet verwonderen dat ik toen al naar het televisiescherm riep: ‘Arresteer in godsnaam de hele cast, commissaris, en vergeet ook niet jezelf in te rekenen!’ Vroeger was niets beter, maar ik was naar eigen zeggen al behoorlijk goed.

36 jaar later nam ik op een woensdagavond plaats voor de eerste aflevering van ‘Patrouille Linkeroever’, een comedyserie waarin enkele Antwerpse dienders elkaar inzake ontoereikendheid en onkunde proberen te overtreffen, met nadrukkelijk komisch oogmerk welteverstaan. Al snel leek het alsof sollicitanten die bij ‘Safety first’ waren afgewezen, het toch nog tot politieman of -vrouw hadden geschopt. In het politiebureau hing een cameraploeg rond die het dagelijks werk van onderhavig korps in reality-tv aan het omzetten was – een dramatisch kunstgreepje dat menigeen wel eventjes aan ‘The office’ zal hebben doen denken. Het schijnt me toe dat de bedenkers van ‘Patrouille Linkeroever’ hun grote voorbeelden nooit helemaal te boven zijn gekomen.

Voor de lens van de tv-ploeg stelde hoofdinspecteur Johannes Geubels (Jonas Van Geel) in de eerste aflevering aan al zijn personeelsleden dezelfde vraag: ‘Hoe zou jij jezelf omschrijven in één woord?’ Daar kwam een tableau de la troupe van, waaruit wij, eenvoudige kijkers, al snel konden opmaken wat we zoal van de personages mochten verwachten. Drie van hen droegen een kenschetsende snor: Johannes Geubels duldde iets vlassigs tussen neus en bovenlip. De snor van Pol Doornik (Gene Bervoets), een martiaal model, had lang geleden nog bij de rijkswacht gediend en leek op zijn gezicht geschilderd door iemand die zich in verkeersstrepen heeft gespecialiseerd. Die van Bruce Tavernier (Kevin Janssens) was, in combinatie met zijn kroezige matje, een duidelijk bijeffect van een zorgwekkend testosterongehalte: schaamhaar dat hem naar het hoofd was gestegen. Bruce Tavernier was vast verwant aan Mario, de ex-militair die Kevin Janssens in ‘Quiz Me Quick’ heeft gespeeld. Misschien heb ik ondertussen al iets te vaak een karikatuur van een doorgeschoten he-man à la Rambo gezien. Ik heb ze in ieder geval al veel vaker gezien dan een doorgeschoten hymen. Liliane Verdonckschot (Mieke De Groote) had geen snor, maar te oordelen naar de viriele manier waarop ze zich in haar uniform voortsleepte, had ze er vast wel één gewild. Voor de rest moest ze, wellicht voor de herkenbaarheid, een buitengewoon werkschuw mens in staatsdienst verbeelden. De andere vrouw in dit gezelschap is Saskia Van Deun (Eva Binon), een opgeruimde flapuit die zich hardop afvraagt of we criminelen niet beter een knuffel zouden geven. Dave Duyns (Nico Sturm) was dan weer een onbesnorde neuroot die aan scopiofobie leed, de angst om gezien te worden: ‘Mijn moeder heeft mij als kind constant gefilmd’ klonk het getraumatiseerd. Een combi besturen vond hij ook al problematisch, wat weleens hinderlijk kan zijn voor een smeris. Ik maak me sterk dat al deze personages in theorie, toen ze nog maar pas waren bedacht, wel onweerstaanbare humor deden vermoeden, maar in de praktijk viel dat tegen. Mogelijk heb ik de voortekenen van een glimlach voortgebracht toen Pol Doornik en Bruce Tavernier in een burenruzie om een grasmaaier tussenbeide moesten komen. Zij vernietigden zonder omhaal de twistappel – de grasmaaier – waarna ze doodleuk de besnorde koppen bijeenstaken voor een selfie met de gepacificeerde buren. Voor de rest heb ik even vaak om de eerste aflevering van ‘Patrouille Linkeroever’ moeten lachen als bij het doorbladeren van een postzegelalbum. Iets minder dan ik had gehoopt, helaas.

Een optimist zou zeggen: ‘‘Patrouille Linkeroever’ kan alleen maar beter worden.’

Alloo in de psychiatrie

'Het is zaak om vooral niet onbewogen te blijven. Ik sla dan ook geen aflevering van 'Alloo in de psychiatrie' over'


VTM – 31 maart

Iemand die zich in de zorg nuttig maakt en daar ook voor is opgeleid, zei me dat Luk Alloo van alles verkeerd doet in ‘Alloo in de psychiatrie’. Dat hij patiënten in het Psychiatrisch Centrum Caritas in Melle weleens aanraakt – het occasionele schouderklopje – zou zelfs een zware beroepsfout zijn, vernam ik. Nu, Luk Alloo zit niet in de zorg, en specialisten zullen altijd wel iets aan te merken hebben op indringers in hun vakgebied. In ‘Alloo in de psychiatrie’ stel ik vooral vast dat Luk Alloo, de reportagemaker, het vertrouwen van de psychiatrische patiënten in een handomdraai weet te winnen. Het ziet ernaar uit dat ze hem al op het eerste gezicht mogen, en voor zover hun conditie dat toelaat, spreken ze ook merkwaardig vrijuit in zijn programma. Alsof ze net als ik een sterk vermoeden hebben dat Luk Alloo het hart op de juiste plaats heeft. Dat hij de schoonzoon van Will Tura is, was voor één patiënte ook een niet te onderschatten pluspunt. Het verbaast me telkens weer dat psychiatrische patiënten vaak heel goed beseffen wat er aan ze scheelt. Bovendien kunnen velen hun stoornis ook nog eens helder en gedetailleerd beschrijven aan een buitenstaander die er zonder omwegen naar vraagt.

De vorm van ‘Alloo in de psychiatrie’ is een tikje eigenaardig. De klemtoon ligt meer op dynamiek dan op rust: voor mijn part had dat gebanjer van afdeling naar afdeling niet gehoeven – ’t is altijd weer alsof Alloo te hulp is geroepen om ergens op het domein een laaiende frituurketel te blussen. Luk Alloo vuurt meestal een stuk of vier vragen tegelijk op een patiënt af, waardoor het gesprek soms de dwingende toon van een interview met een vermodderde veldrijder krijgt, die kort na de aankomst uit zijn neus staat te lekken. Bedaardheid zou het onderwerp van dit programma volgens mij beter dienen.

Telkens als Luk Alloo zich met een patiënt heeft onderhouden, stiefelt hij naar het bureau van een psychiater of een psycholoog, die de patiënt in kwestie dan in een wetenschappelijk kader plaatst, en diens ziekte, tot lering van het ruime publiek, discreet toelicht. Dat systeempje is me al te zeer – hoe zal ik het zeggen? – een systeempje.

Bij een psychologe vatte Luk Alloo zijn ervaringen in Caritas als volgt samen: ‘’t Is een les in nederigheid.’ ‘Goed dat jij er die lering uit trekt,’ antwoordde die psychologe fijntjes. Als je nederig bent, kom je volgens mij van pure nederigheid niet in beeld als je dit soort programma maakt, maar in de context van commerciële televisie heeft Luk natuurlijk de merknaam Alloo hoog te houden. Laten we liever ootmoedig zwijgen over nederigheid.

En laten we het over die keren hebben dat ‘Alloo in de psychiatrie’ vast meer mensen dan alleen maar mij naar de keel heeft gegrepen. Neem nu de oude vrouw Nicole, die al sinds de fleur van haar leven, ruim veertig jaar geleden, psychiatrisch patiënt is. Luk Alloo was erbij toen haar man Joseph, de vader van haar twee kinderen, haar kwam bezoeken. Dat doet hij trouw twee keer per week. Terwijl Nicole volgens Joseph 80 is, hield zij het op 108 – laatst had ze uit goede bron vernomen dat ze al 108 was. Joseph sprak haar niet tegen, ook niet toen ze zei dat ze van indianen afstamde en wel zeker meende te weten dat ze geen twee, maar drie kinderen had, onder wie een adoptiekind. Joseph sprak haar al decennialang niet tegen. Hij zei dat zijn leven hard was geweest, maar hij klaagde niet. Ik ben er zeker van dat Joseph beter weet wat liefde is dan ik. Terwijl haar man en Luk Alloo hardop over Nicole spraken, dwaalde ze naar een parallelle wereld af: ze zag met haar eigen ogen allerlei mensen in de bezoekerszaal zitten die Joseph en Luk Alloo niet konden zien, vooral types die het niet goed met haar voorhadden. Af en toe leek ze naar de in bredere kring aanvaarde werkelijkheid terug te keren. Ze zei dat Joseph de liefde van haar leven was.

En dan is er ook nog de aandoenlijke Ilse, een vrouw van middelbare leeftijd, die, sinds ze in haar jeugd misbruikt werd, aan een dissociatieve stoornis lijdt. Ze wil veel vertellen, en daartoe moet ze letterlijk naar woorden happen – taal lijkt voor haar uit te snellen. Nog een gevolg van misbruik. Met haar vertederende kinderstem zei ze dat ze weer een week spoorloos was geweest, want haar ziekte gaat met fugues gepaard, waarbij ze zowel geestelijk als fysiek aan een dreiging probeert te ontsnappen, en zichzelf meteen ook zoek maakt buiten het psychiatrisch centrum. Dit keer was ze, voor zover ze het zich kon herinneren, ergens in de godvergeten natuur in een drassig en koud weiland terechtgekomen – ze wist ook nog dat ze ergens van een helling was afgerold, en dat een boom haar van de verdrinkingsdood in de Schelde of de Dender had gered. Ze was volkomen onderkoeld toen een kleuter en zijn grootvader haar vonden. Volgens de politie was dit haar 75ste fugue. Ze zei dat ze een geur had opgesnoven die haar aan haar verkrachter van weleer deed denken. Toen was een kwaadwillende kracht, die zij ‘De Reus’ noemt – ‘Ik haat hem’ – voor de zoveelste keer met haar op de loop gegaan. Ze was opgetogen over het gps-horloge dat ze onlangs had gekregen. Daardoor zou ze voortaan waar dan ook traceerbaar zijn: ‘Nu voel ik me veilig.’

Het is zaak om vooral niet onbewogen te blijven. Ik sla dan ook geen aflevering van ‘Alloo in de psychiatrie’ over.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234