Naema Tahir: 'In het hoofd van een ander'


U kent het vast, een nare winkelervaring. Ik had er enkele maanden geleden nog eentje. Het was niet zo heel ernstig, maar ik merkte dat ik door die ervaring die winkel niet meer binnenstapte. Geen drama, hoor. Maar ik vond het wel jammer, want het is één van mijn favoriete winkels.

Ik besloot om een klacht in te dienen. De winkel had daarvoor een speciaal emailadres, dus het was een simpele kwestie van opschrijven wat me was overkomen. Dat ik op een doodgewone dag, enkele doodgewone vragen stelde aan een verkoper van een crème die ik misschien wel wilde kopen. Dat ik had willen weten of die crème wel zijn beloftes waarmaakte, of hij je huid echt verjongt en zo.

Ik had vooraf research gedaan naar de crème, uit nieuwsgierigheid, maar ook omdat ik lijd aan een milde vorm van vitiligo. Ik kan dus niet zomaar alles op mijn gezicht smeren. Ik vond informatie over de actieve ingrediënten in de crème, en leerde dat de werking ervan tegenviel. Afijn. De verkoper luisterde naar mij en toen ik vroeg of hij me kon vertellen of de crème wel echt werkte, vroeg hij tamelijk bot en geïrriteerd waarom ik hem zoveel vragen stelde als ik toch alles al wist. Met de staart tussen de benen ben ik weggegaan. Zoiets had ik niet eerder meegemaakt.

Toen ik mijn klacht opschreef en mailde, luchtte het op.

Maar toen begon het te knagen. Ik moest denken aan jaren geleden in Rome, waar ik op reis was voor mijn werk en ik een lederwarenzaak was binnengegaan. Ik wilde een tas kopen of bekijken, ik weet het niet meer. Achter de kassa hing een gordijn en door een kier zag ik een paar mannen nieuwsgierig naar me kijken. Ze hadden dezelfde huidskleur als ik, en ze herkenden in mij een landgenote. Ze fluisterden naar elkaar en keken naar me. Toen ging één van de mannen naar een achterkamer, fluisterde weer iemand anders iets toe, en ook die kwam even kijken. Ik was diep beledigd. Waarom keken ze zo naar mij? Hoe onbeleefd. Hoe onbeschoft!

Ik stapte ontdaan de winkel uit. Ik vertelde mijn collega erover, dat die onbeleefde mannen de hele tijd naar me hadden staan staren. Hij zei: ‘Wees niet boos op hen. Bedenk: ze zijn vast arm, armer dan jij. Ze zitten de hele dag in die donkere kamer stiksels te zetten in lederwaren. Je zou nooit met hen willen ruilen. En dan zien ze iemand die ze herkennen en kijken ze naar je.’

Toen ik aan dat voorval terugdacht, heb ik mijn klacht bij het warenhuis ingetrokken. Ik heb misschien wel het recht om te klagen. En de winkel had me misschien wel gelijk gegeven. Maar ik wilde de zaak niet opblazen. Ik wilde niet boos zijn op mensen die de hele dag in de winkel staan, die iets doen wat ik moeilijk zou vinden om te doen, verkopen aan klanten die nooit tevreden zijn en altijd maar vragen blijven stellen.

Niet de verkoper van de crème zat fout. Ik zat zelf fout. In plaats van meteen te denken dat mij iets werd aangedaan, had ik me wat meer in hem moeten verplaatsen. Dat blijft moeilijk voor mij. En ik vermoed voor veel andere mensen ook.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234