null Beeld

Naema Tahir: 'Waarom ik niet kan zwemmen'

Tijdens mijn basisschooltijd had je in het zwembad, behalve de individuele hokjes die we als kinderen niet mochten gebruiken, twee soorten collectieve kleedhokken om je om te kleden. Eén voor de meisjes en één voor de jongens.

Drie decennia later kom ik weer veel in het zwembad, omdat mijn dochter zwemles heeft. Tot mijn verbazing blijken er nu méér collectieve kleedhokken te zijn. In het zwembad van mijn dochter telde ik er maar liefst vier: een kleedhok voor meisjes met moeders, één voor meisjes met moeders of vaders, één voor jongens met moeders en ten slotte één voor jongens met moeders of vaders.

De traditionele scheiding tussen meisjes en jongens wordt dus nog steeds in ere gehouden, maar er is ook iets aan toegevoegd: aparte kleedhokken voor begeleidende moeders. Waarom is dat het geval? De reden is helder: er zijn veel moeders – doorgaans gelovige immigrantenvrouwen – die geen kleedhok willen of mogen delen met vaders. Zelfs al gaan niet zij, maar hun kinderen uit de kleren.

Ik kan me best voorstellen waarom het zwembad dat systeem heeft ingevoerd. Voor mensen die uit een cultuur komen die veel meer dan hier een scheiding kent tussen mannen en vrouwen, en reserve en afstand tussen de geslachten, zijn zulke gescheiden ruimtes prettig en, meer fundamenteel, goede, zuivere ruimtes. Waarschijnlijk is het bestaan van zulke gescheiden kleedhokken de voorwaarde waaronder het voor die mensen mogelijk is om hun dochters of zonen te laten deelnemen aan de zwemlessen. Zouden ze niet bestaan, dan zouden ze hun kinderen thuishouden en zouden die hun zwemdiploma niet halen.

Deze ‘redelijke accommodatie’ is er om het makkelijker te maken voor immigranten om te integreren in de maatschappij. Dat is wel paradoxaal: je integreert beter als je je niet volledig hoeft aan te passen. Ik weet zeker dat als die gescheiden ruimtes hadden bestaan toen ik op de basisschool zat, mijn ouders mij hadden laten zwemmen tot ik een zwemdiploma had behaald, en dat ze me niet hadden gedwongen om met de zwemles te stoppen. Als gevolg daarvan kan ik nu nog steeds niet zwemmen.

De vraag die rijst, is: hoever ga je met redelijke accommodatie? In ‘Allah in Europa’ van Jan Leyers zie je dat Frankrijk en Groot-Brittannië een verschillend antwoord op die vraag geven. Frankrijk moet niets hebben van redelijke accommodatie. Het land wil dat mensen één worden, allemaal Franse citoyens die de liberté en de egalité omarmen. Daarom wordt in Frankrijk een vrouw die met legging, shirt en hoofddoek op het strand ligt te zonnen, door de politie gesommeerd een bikini aan te trekken.

Groot-Brittannië daarentegen gaat van alle Europese landen het verst met redelijke accommodatie. Je mag je kleden zoals je wilt. Decennia geleden al werd het sikhs mogelijk gemaakt om hun traditionele hoofdtooi, de tulband, in openbare functies te dragen. Vandaag wordt het vrouwen toegestaan gezichtssluiers te dragen, hoe bedekkend ook.

Wat is de beste koers? Het voorbeeld van de kleedhokken maakt duidelijk dat redelijke accommodatie veel verstandiger is. Je krijgt uiteindelijk meer mensen die meedoen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234