Nazi-aanklager Ben Ferencz: 'We moeten minder geld investeren in het vermoorden van terroristen en meer in onderwijs'

Een leven als een Hollywoodfilm: de Amerikaan Ben Ferencz fungeerde na de Tweede Wereldoorlog in Neurenberg als aanklager en trekt op zijn 96ste nog ten strijde tegen oorlogsmisdaden. Een gesprek over misdaden tegen de menselijkheid, het schrobben van toiletten en Marlene Dietrich in bad.

'Er staken menselijke beenderen van Auschwitz in mijn jaszak: die moesten mij eraan herinneren waarom ik in Duitsland was gebleven'

- Meneer Ferencz, u was 27 jaar oud toen u in 1947 hoofdaanklager werd van het Einsatzgruppen-proces, één van de vervolgprocessen op het proces van Neurenberg. Hoe kwam u aan die job?

Ben Ferencz «Door toeval. Generaal Telford Taylor, de hoofdaanklager van Neurenberg, had me naar Berlijn gestuurd om bewijsmateriaal te verzamelen. Begin 1947 brachten mijn medewerkers me een paar Leitz-ordners met op het etiket: ‘Bijzondere meldingen USSR’, die uit de voormalige Gestapo-centrale kwamen. We konden amper onze ogen geloven toen we die geheime berichten lazen. Daarin meldden de leiders van de Einsatzgruppen (paramilitaire nazigroeperingen actief tijdens de Tweede Wereldoorlog, red.) trots hoeveel duizend joden ze weer hadden doodgeschoten. Ik nam mijn rekenmachine en telde de cijfers op. In drie jaar tijd hadden ze meer dan een miljoen burgers vermoord. Met die cijfers ging ik naar Taylor en ik zei: ‘We moeten die mensen voor het gerecht brengen.’»

- Uiteindelijk zijn er van de drieduizend leden van de Einsatzgruppen maar 24 gedagvaard.

Ferencz «Omdat er in de beklaagdenbank in het justitiepaleis van Neurenberg maar 24 plaatsen waren! Taylor had ingestemd met het proces op voorwaarde dat het snel en zonder extra medewerkers kon gevoerd worden. Ik koos de beklaagden vanuit twee gezichtspunten: het moesten hoge officieren zijn en ze moesten uit de hoogopgeleide bourgeoisie komen. Er waren maar zes generaals van de SS bij, meestal met een doctorstitel. In het burgerlijke leven waren ze tandarts, pastoor of leraar geweest. Er zat zelfs een operazanger tussen. Het waren intelligente en wellicht heel fatsoenlijke mensen – tot ze massamoordenaars werden.»

- Primo Levi, de schrijver en Holocaust-overlevende, heeft ooit gezegd: ‘Monsters bestaan, maar ze zijn met te weinig om echt gevaarlijk te worden. Echt gevaarlijk, dat zijn de normale mensen.’

Ferencz «Neem nu Otto Ohlendorf: vader van vijf, hoogopgeleid, een intelligent en eerlijk man. De meeste van zijn medebeklaagden ontkenden alles en logen. Iemand beweerde zelfs dat hij op de begrafenis van zijn grootmoeder was geweest toen de executies plaatsvonden! Ohlendorf ontkende zijn daden niet. Hij probeerde voor de rechtbank te bewijzen waarom het geen misdaad was 90.000 joden te vermoorden, en hij beriep zich op noodweer: hij was ervan overtuigd dat de executies noodzakelijk waren om het Duitse Rijk tegen het bolsjewisme te beschermen.»

- Een absurd argument.

Ferencz «Natuurlijk, en ik heb ervoor gezorgd dat Ohlendorf werd opgehangen voor wat hij gedaan had. Maar dezelfde motivering wordt nu nog altijd gebruikt om aanvalsoorlogen goed te praten. Alleen spreekt men niet meer van noodweer, maar van ‘preventieve aanvallen’. Zo hebben Bush en Blair de oorlogen tegen Afghanistan en Irak gerechtvaardigd. Ik vind het vreselijk dat mijn regering nu bezig is met dingen waarvoor we destijds in Neurenberg Duitsers als oorlogsmisdadigers hebben laten opknopen.»

- Hebben we niets geleerd uit de geschiedenis?

Ferencz «We leven vandaag in een compleet irrationele samenleving. Terwijl overal ter wereld mensen honger lijden of op de vlucht zijn, investeren onze regeringen dagelijks miljarden dollars in wapens, zodat we elkaar nog sneller kunnen vermoorden. Er is een regelrechte concurrentie aan de gang om wie in zo kort mogelijke tijd de meeste mensen kan doden. Alleen gekken doen aan zo’n concurrentiestrijd mee, en helaas zijn de gekken toevallig staatshoofden en regeringsleiders. Zolang er geen internationale instelling bestaat die staten dwingt hun conflicten op een vreedzame manier bij te leggen en die bovendien ook overtreders kan straffen, zullen we aan deze spiraal van geweld niet ontkomen.»


In bad met Marlene

- In 1943 hebt u zich vrijwillig voor het leger gemeld. Hoe hebt u de Tweede Wereldoorlog als soldaat ervaren?

Ferencz «Ik had rechten gestudeerd aan de universiteit van Harvard. Maar het Amerikaanse leger zette mijn talenten in door me korporaal 1ste klasse te maken en me op te dragen toiletten te schrobben in het hoofdkwartier van generaal Patton. Op een dag bracht Marlene Dietrich een bezoek aan de troepen. Op één van de etages was er een ligbad – destijds een zeldzaamheid. Toen ik zoals altijd de wasruimte binnenliep om de toiletten schoon te maken, lag Marlene poedelnaakt in generaal Pattons bad. Ik stamelde alleen ‘Excuse me, sir’ en zorgde dat ik wegkwam.»

'Ik vind het vreselijk dat mijn regering nu bezig is met dingen waarvoor we destijds in Neurenberg Duitsers als oorlogsmisdadigers hebben laten opknopen'

- Kreeg de zaak een staartje?

Ferencz «Niet veel later kwam Marlene naar buiten en ze complimenteerde me dat ik zo snel van geest was geweest om haar met ‘sir’ aan te spreken. Daarna nodigde ze me uit om mee te gaan lunchen met haar en generaal Patton, aan wie ze me als een oude bekende voorstelde.»

- Ook als eenvoudig soldaat had u het niet slecht.

Ferencz «In het leger was het huilen met de pet op. Ik werd opgeroepen als typist bij de artillerie, terwijl ik helemaal niet kon typen. Maar de baan had wel het voordeel dat ik toegang had tot een officiële dienststempel. Die was nuttiger dan elk wapen. In 1944 werd ik gedetacheerd voor het onderzoek naar oorlogsmisdaden, maar het leger wilde me nog altijd geen bevordering geven. Toen nam ik een blad papier met het briefhoofd van generaal Pattons hoofdkwartier en stelde ik een document op waarmee ik mezelf de toestemming gaf altijd en overal mensen te mogen verhoren. Ik zette er een stempel onder en zocht de één of andere dronken luitenant om er zijn handtekening onder te zetten.»

- En niemand heeft daar moeilijk over gedaan?

Ferencz «Ik heb gewoon mijn uniform van korporaal 1ste klasse uitgetrokken en heb me voorgedaan als civiel rechercheur. Als we een concentratiekamp bevrijdden, ging ik zo snel mogelijk naar binnen en beval ik de eerste officier die ik tegenkwam me tien mensen te geven om bewijsmateriaal en dossiers in veiligheid te brengen. Ik trad op alsof ik generaal Patton zelve was. Voor alle zekerheid had ik op de brief met de volmacht ook nog ‘geheim’ gestempeld. Dat bewees me in dat idiote leger nuttige diensten bij het ophelderen van oorlogsmisdaden.»

- U was bij de bevrijding van Buchenwald, Mauthausen en andere concentratiekampen. Wat hebt u daar gezien?

Ferencz «Het maakte een onwezenlijke indruk op mij, alsof er een gordijn voor mijn bewustzijn werd getrokken. Overal lagen er lichamen op de grond: dode, stervende en huilende mensen. Sommigen lagen als houten blokken op elkaar gestapeld, de rook van de crematoria hing nog in de lucht. Het was gruwelijk. Ik zag SS’ers wegvluchten, onze soldaten renden achter hen aan. Soms kregen overlevenden als eersten een kampopzichter te pakken en vermoordden ze hem. Op een keer zag ik hoe een groep overlevenden een SS’er afranselde, vastbond en levend in de oven van een crematorium schoof.»

'De 27-jarige Ferencz (foto: linksonder) als aan­klager in Neurenberg: 'Er was in het justitiepaleis maar plaats voor 24 beklaagden.'

- Vond u dat u moest ingrijpen?

Ferencz «Ik stond op enkele meters afstand en dacht bij mezelf: ‘Hier vindt nu een oorlogsmisdaad plaats, moet ik ertegen optreden?’ Maar ik besloot niets te doen. Ten eerste had ik hen in mijn eentje niet kunnen tegenhouden en ten tweede had ik het gevoel dat er toch een vorm van gerechtigheid meespeelde. Dus liet ik het gebeuren.»

- Hoewel het om lynchjustitie ging?

Ferencz «Ja, maar het was geen genoegdoening die ik voelde. Het was macaber en wreed, maar het strookte met de omstandigheden. Daarmee was voor mij de kous af.»


Streven of sterven

- Eén van uw taken als rechercheur in het Amerikaanse leger was het onderzoeken van oorlogsmisdaden tegen Amerikaanse soldaten.

Ferencz «Het gebeurde vaak dat Amerikaanse piloten een vliegtuigcrash overleefd hadden en vervolgens door Duitse burgers vermoord werden. Vrouwen en oudere mannen uit de omgeving gingen naar de plek waar het vliegtuig was neergestort, sloegen de piloot neer en begroeven zijn lijk ter plekke. Ik moest die lijken weer opgraven om te kunnen aantonen dat het om oorlogsmisdaden ging. In de lente van 1945 was het koud: de grond was hard en ik kon nauwelijks graven. Met een pikhouweel hakken ging niet omdat het lichaam dan doorboord zou worden, wat op schotwonden zou lijken. Daarom keek ik eerst waar het been lag, bond ik er een touw aan vast en probeerde ik het lijk met mijn jeep een stuk uit de grond te trekken.»

- Hoe vond u de daders?

Ferencz «We hadden overal onze pantservoertuigen staan, en de Duitsers waren als de dood voor ons. Ze trilden op hun benen als ze een Amerikaan zagen komen. Ik ging altijd meteen naar de burgemeester en beval hem alle mensen te verzamelen die in de buurt van de crash geweest waren. Daarna gaf ik de bijeengeroepen getuigen het bevel op te schrijven wat ze gezien hadden en dreigde ermee dat wie loog, zou worden neergeschoten.»

- U hebt burgers bedreigd met de dood?

Ferencz «Waarmee anders? Dat ze geen toetje zouden krijgen?»

- Als jurist wist u toch dat de executie van burgers een oorlogsmisdaad is?

Ferencz «Ik had me als rechtenstudent in Harvard al met oorlogsmisdaden beziggehouden en kende dus ook het principe van de wederkerigheid. De Duitsers hadden honderdduizenden joden vermoord. Bovendien zou ik niemand daadwerkelijk hebben laten neerschieten, ook al vertelde die leugens. En de helft van hen vertelde natuurlijk leugens.»

- Na de oorlog had u als afgestudeerde van Harvard bliksemsnel carrière kunnen maken.

Ferencz «In plaats daarvan bleef ik tien jaar in Duitsland. Ik onderhandelde over de teruggave van joodse eigendommen en de regeling van herstelbetalingen tussen Israël en de Bondsrepubliek.»

- U droeg jarenlang een envelop met menselijke beenderen in uw jaszak. Waarom?

Ferencz «Die beenderen had ik bij een bezoek aan Auschwitz op het terrein gevonden en meegenomen. Ze moesten er mij altijd aan herinneren waarom ik in Duitsland was gebleven. Op een dag werd er onderhandeld over het onderhoud van verlaten joodse begraafplaatsen in Duitsland. De Duitsers beloofden dat ze de volgende 20 jaar de zorg voor de begraafplaats op zich zouden nemen – even lang als dat ook voor Duitse graven gangbaar is. Ze zeiden: ‘Jullie kunnen van ons niet verwachten dat we joodse graven beter behandelen dan Duitse.’ Dat was me al te kras. Ik knalde de briefomslag met de beenderen op tafel en riep: ‘Vinden jullie misschien dat de doden ervoor moeten betalen, die door jullie vermoord zijn?’ Mijn plaatsvervanger Ernst Katzenstein, een heel intelligent man, probeerde de plooien glad te strijken. We lasten een pauze in de onderhandelingen in. Na een kwartiertje kwamen de Duitsers terug en zeiden in te stemmen met het onderhoud van de joodse graven – voor eeuwig.»

- Na uw terugkeer naar Amerika hebt u zich onvermoeibaar ingezet voor de oprichting van een Internationaal Gerechtshof. U werd er vaak om uitgelachen, en toch hebt u nooit opgegeven. Hoe voelde u zich toen u, zoveel jaar na de processen van Neurenberg, het slotpleidooi mocht houden in het eerste proces tegen oorlogsmisdadigers aan het Internationaal Strafhof in Den Haag?

Ferencz «Als 27-jarige aanklager had ik in mijn stoutste dromen niet kunnen vermoeden dat ik als oude man nog altijd hetzelfde pleidooi zou houden: dat de moord op mensen vanwege hun ras of hun geloof een misdaad tegen de menselijkheid is en strafrechtelijk vervolgd moet worden.»

- Sinds de oprichting in 2002 heeft het Strafhof in Den Haag een paar tientallen mensen gedagvaard, maar slechts twee ervan kregen een veroordeling. Alle beklaagden waren Afrikanen. Grootmachten als Rusland, China en ook uw eigen land, de Verenigde Staten, steunden de rechtbank niet en wilden ook geen eigen staatsburgers uitleveren.

Ferencz «Dat alle beklaagden Afrikanen zijn, is toeval. En het klopt natuurlijk dat het gerecht te traag werkt, te duur is, en nog niet functioneert zoals het zou moeten. Het is een prototype. Maar kijk eens wat er binnen een mensenleven mogelijk is geweest. Ik ben nu 96 jaar oud. Al in 1941 schreef ik, als student, een artikel over de nood aan een Internationaal Gerechtshof, en nu hebben we zo’n prototype. Dat is toch een fantastische stap voorwaarts! Ik heb er mijn levensdoel van gemaakt aan oorlogsverheerlijking een einde te stellen. Het gezond verstand en het recht moeten zegevieren.»

- Gelooft u in een toekomst zonder oorlog?

Ferencz «Daar streef ik naar, en ik geloof dat het kan. Als we niet ophouden met oorlog te voeren, zal dat wellicht het einde van deze planeet betekenen. We wonen allemaal op hetzelfde kleine stukje aarde en we moeten de natuurlijke hulpbronnen delen opdat de mensen menswaardig en in vrede kunnen samenleven, ongeacht hun ras of religie. We mogen geen geld meer uitgeven aan wapens die voor volkerenmoord gebruikt worden. Anders plegen wij, aardbewoners, uiteindelijk zelfmoord.»

- Sinds 2004 zijn door de inzet van Amerikaanse drones in Pakistan alleen al duizenden mensen gedood, waaronder ook vele burgers. Is dat ‘nevenschade’, zoals de regering van de Verenigde Staten beweert, of zijn dat oorlogsmisdaden?

Ferencz «Het begrip ‘collateral damage’ is een flauwe uitvlucht voor achteloze moord. De aanvallen met drones zijn noch te verantwoorden via de VN-Veiligheidsraad, noch als daad van zelfverdediging. Ze zijn een misdaad tegen de menselijkheid en dus ook strafbaar.»

- De Amerikaanse veiligheidsdiensten hebben software ontwikkeld waarbij algoritmen beslissen wie als mogelijke ‘extremist’ het doel van een droneaanval wordt. Maar algoritmen kun je geen proces aandoen.

Ferencz «Misdaden worden altijd gepleegd door daders, niet door machines of computerprogramma’s. We moeten de mensen die zoiets bedenken en uitvoeren voor een internationaal tribunaal brengen en laten zien dat het misdadig is wat ze doen. We moeten minder geld investeren in het vermoorden van terroristen en meer in onderwijs voor jonge mensen. Zij zijn het die een einde kunnen maken aan een ideologie – niet door wapens, maar door een meer hoogstaande ideologie.»

©Stern

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234