Nazisympathieën, belastingontwijking en slimme communicatie: het geheim en het succes van IKEA

Volgend jaar wordt in Antwerpen de eerste steen van een nieuwe IKEA-vestiging gelegd. Maar waar komt IKEA precies vandaan? En welke stormen heeft het grenenhouten imperium recent ondergaan? Humo ging naar de roots van IKEA, met alvast deze vraag: hoe Zweeds is die meubelwinkel met het geel-blauwe logo nog?

'Stichter Ingvar Kamprad is de gierigste multimiljardair ter wereld: hij koopt zijn kleren op de rommelmarkt'

In december was ik nog in de IKEA-vestiging in Wilrijk. De zoon wilde beddengoed, ik ging mee als pakdrager. Veel klanten lijken hier thuis te zijn. Ze steken hun hoofd in lege kastjes, draaien aan knoppen van koude fornuizen en openen kranen zonder water. Op een Hyllestad-matras ligt een koppel met jas en schoenen aan. Ze staren naar het plafond met de ventilatiebuizen en denken na over de prijs.

Ik kijk naar de labels. Matrasbeschermers uit Litouwen. Porselein uit Roemenië. Schapenvacht uit Vietnam. Broodmandjes uit China. Kokosmatten uit India. Servetten uit Slowakije. Tapijten uit Turkije. Theelichtjes uit Polen. En keukenhanddoeken uit Bangladesh, toch zo’n 8.000 kilometer van Wilrijk. Een lukrake steekproef, want in elke IKEA liggen bijna tienduizend producten. Maar hoeveel daarvan komen nog echt uit Zweden?

'Het echte machtscentrum ligt in het belastingparadijs Liechtenstein: dat hebben ze 22 jaar geheimgehouden'

Begin januari. Met de trein ben ik op één dag in Zuid-Zweden. Achter de spoorwegbrug van Älmhult strekt zich een grote parking uit onder de hardwitte schijnwerpers. Daar is het IKEA-hotel, het enige ter wereld. Ik vermoed dat zowat alle meubels, lampen en gordijnen uit de catalogus komen. Toch heb ik niet het gevoel in een toonzaal te logeren. Daarvoor ontbreken de potloden en de ballenbadkamer. Aan de balie checken executives in: vanuit de hele wereld komen ze hier seminaries en opleidingen volgen. Ik ben de vreemde eend. Ik ben hier niet op uitnodiging van IKEA en ik slaap in een gezinskamer met vier kajuitbedden; dat is goedkoper dan een eenpersoonskamer. De kamertemperatuur is 21 graden, te warm om te slapen. De receptionist zegt dat er niets aan te doen is: ‘uit duurzaamheidsoverwegingen’ worden airco en verwarming centraal aangestuurd. Ik leg me te rusten in een broeikas.

'Op internationale meetings of bij feestelijke openingen van winkels krijg je altijd die gewone man te zien die net uit het magazijn lijkt te komen, niet de CEO-miljardair.'

De volgende morgen heb ik afgesproken met Bosse Vikingson (62). Een stoere naam voor een minzame man met een breekbare glimlach. Vikingson woont 37 jaar in Älmhult en werkt al dertig jaar voor Smålandsposten. Dat dagblad heeft zes redacties en vijftig journalisten in de provincie Småland. Hij heeft tientallen stukken over IKEA geschreven. Hij is een gedreven onderzoeksjournalist en een actief bestuurslid van de Zweedse vereniging voor onderzoeksjournalistiek. Tussen z’n langdurige researchopdrachten doet hij ook de gewone verslaggeving: branden, ongevallen, gouden bruiloften en gemeentepolitiek.


Kerstbonus

Älmhult is heel belangrijk voor IKEA. Het ontwerpen van meubels en huishoudwaren wordt hier nog gedaan, net zoals de kwaliteitstesten. Stichter Ingvar Kamprad (de I en de K in IKEA) is hier ook geboren en hij heeft er in 1958 zijn eerste ‘woonwarenhuis’ geopend. Van de 10.000 inwoners werken er 4.500 bij IKEA.

Bosse Vikingson toert een hele tijd door een industriezone met alleen IKEA-fabrieken, IKEA-loodsen en IKEA-laadkades. In de straat Ikeagatan stoppen we bij IKEA Communications: hier wordt de catalogus gemaakt (oplage: 211 miljoen exemplaren). Tien maanden lang wordt eraan gewerkt door een team van tientallen fotografen, binnenhuisarchitecten, decorateurs en stylisten. Vlakbij is ‘de grootste fotostudio van Noord-Europa’, met ruimte om honderd wooninterieurs op te bouwen. Vanaf de straat zie je de dunne houten decors die idyllische ramen moeten voorstellen, en lange rekken met rekwisieten: hoofdkussens, kamerplanten en bureaulampen. Het ziet er gezéllig uit.

Niet ver van het stadscentrum liggen de woonwijken met eendere flatgebouwen. Eind jaren 50 was er een vlucht van het Zweedse platteland naar de steden, ‘iedereen wilde in de stad wonen en werken bij de beter betalende industrie’. Tussen 1965 en 1975 investeerde de regering in groots opgezette sociale huisvesting: er moesten een miljoen nieuwe woningen worden gebouwd. Aan die welvaartspolitiek heeft IKEA zijn steile opgang te danken: ‘De regering bouwde huizen en IKEA bemeubelde ze,’ zegt Vikingson.

Hij stopt bij een groot magazijn. Die hal wordt elk jaar ontruimd om lange tafels te plaatsen voor het traditionele kerstfeest. Al 53 jaar houdt Ingvar Kamprad zijn vaderlijke toespraak voor álle werknemers van Älmhult. Daarna zijn er geschenken en een koffietafel en krijgen álle aanwezigen een handdruk van hun Grote Vader. De man is één van de tien rijkste mensen ter wereld, zijn fortuin wordt op 65 miljard euro geschat. In maart wordt hij 91. Kerstmis 2016 was wereldwijd een feest voor het personeel. Wie minstens vijf jaar bij IKEA werkte, kreeg boven op zijn eindejaarspremie een bonus van 1.500 euro.


Liechtenstein

Bosse Vikingson zegt dat hij enkele jaren persona non grata was op dat kerstfeestje ‘vanwege een kritische artikelenreeks’. Met reporters van de nationale Zweedse tv werkte hij lang samen om de ondoorzichtige financiële structuur van IKEA door te lichten. In januari 2011 onthulden ze dat IKEA niet wordt geleid vanuit de bekendere hoofdzetels in Nederland, België of Luxemburg, maar vanuit Liechtenstein: ‘In dat belastingparadijs zit Interogo Foundation. Dat is dé top van het bedrijf en het is nog altijd in handen van de familie Kamprad.’

Het bestaan van Interogo werd 22 jaar geheim gehouden. In de statuten staat dat geen gegevens aan derden mogen worden gegeven, ‘en zeker niet aan buitenlandse autoriteiten’. In Liechtenstein bleek ook een stille schatkist van zo’n 100 miljard Zweedse kronen te zijn weggeborgen.

Het tv-programma was een kijkcijferrecord en Vikingsons artikelenreeks sloeg in als een bom: ‘IKEA kon niks weerleggen, alles was correct.’

Hij kreeg nadien wel een massa haatmails.

BOSSE VIKINGSON «Veel Zweden kunnen niet verdragen dat je IKEA aanvalt, dat wordt meteen persoonlijk. Kamprad is the good guy, wij waren de slechteriken. Terwijl wij hém niet eens aanvielen, alleen IKEA’s geheimdoenerij. Maar in Zweden zijn IKEA en Kamprad untouchable. ‘Raak niet aan onze Ingvar!’ is me letterlijk gezegd.»

Inwoners gingen Vikingson zelfs mijden op straat, maar hij kreeg ook steunbetuigingen: ‘Mensen kwamen me in een kalme gang van de supermarkt snel ‘Goed zo!’ zeggen, maar niemand mocht het zien.’

In de daaropvolgende jaren kwamen nog meer berichten over de fiscale maneuvers van IKEA. Nadat het bedrijf in LuxLeaks was opgedoken, maakten de Europese Groenen begin 2016 bekend dat IKEA tussen 2009 en 2014 minstens 1 miljard euro aan belastingen heeft ontdoken in Europa. De tactiek is dezelfde: geld naar landen met een lichte belastingdruk versluizen en fiscale voordeelregelingen van meerdere landen combineren. In België ontliep IKEA tussen 2005 en 2014 nog eens ‘meer dan 1 miljard euro’ aan belastingen, onder andere via de notionele intrestaftrek. Het management repliceert telkens dat het niets illegaals doet, en dat ze alleen soepel gebruikmaakt van de bestaande fiscale wetgeving.

Ik vertel Bosse Vikingson nog meer van ons land. Dat de Europese Commissie in 2015 bepaalde dat wij 700 miljoen euro moesten terugvorderen van zestig multinationals. En dat onze minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) daartegen in beroep is gegaan. Hij wil dat die voordeelregelingen voor multinationals blijven bestaan; hij verzet zich tegen het feit dat die miljoenen terug naar ons land vloeien. Bosse kijkt onthutst. Dat gebeurt in België? Door een minister?!


Köttbullar

Hij moet naar de redactie en geeft me de sleutels van zijn Saab 93. Ik rijd naar de kringloopwinkel waarvan Bosse me zei dat Ingvar Kamprad er vaste klant is. Ik ken aardig wat kringwinkels, maar nooit zag ik zo’n stort van meubels, kleren en huishoudgerief. Schaatsen liggen naast bestek, koersfietsen leunen tegen een barbecue, ski’s rusten op een boekenrek en visfuiken houden winterbanden gezelschap. De reddingsvesten? Op de klep van de piano. Wat er nog aan wandelpaden rest, is afgezoomd met uitpuilende plastic zakken vol boeken en video’s. Hier moeten ze een catalogus van maken.

’s Namiddags bezoek ik het IKEA Museum in Älmhult. Dat is vorig jaar geopend in de magazijnen waar Kamprad in 1958 zijn eerste meubelwinkel had. Het museum heeft een cafetaria met een balletjes-keuzemenu: de originele köttbullar (gehaktballen) en verder ook kippenballen, zalmballen, vegetarische en ‘Italiaanse’ ballen.

Aan de ingang is er de wandvullende lijfspreuk van Ingvar Kamprad (‘Het leven van alledag aangenaam maken voor zoveel mogelijk mensen’). En dan volgen flink wat archieffilmpjes die zijn beginjaren belichten. Als 5-jarige is hij de jongen met de zwavelstokjes: hij verkoopt lucifers in het afgelegen boerengehucht waar hij woont. Op z’n 8ste vangt hij snoek die hij op de fiets van z’n moeder in de omliggende dorpen gaat verhandelen (‘De prijskaartjes stopte ik in hun bek’). Vanaf 1943 – hij is dan 17 – zal hij vulpennen, horloges, aanstekers, wenskaarten, tuinzaad en nylonkousen per postorder gaan verkopen. Het eenmansbedrijfje heet Ikéa, met een accent, omdat hij Franse vulpennen verkoopt ‘en onder de indruk was van Parijs’.

Vanaf 1948 gaat hij meubels verkopen. In die jaren ziet hij eruit als een galante handelsreiziger, later wordt hij sjofeler. Het type van de magere missionaris met felle ogen en een warrige geitensik. In een filmpje wordt Kamprad gevraagd hoe de mensen hem later moeten herinneren. Als de bluejeans-ondernemer, zegt hij: ‘Ik haat dassen en kostuums.’

Het museum heeft woonkamers laten inrichten naar de mode van de jaren 50, 60 en 70. Er is de eerste meubelcatalogus uit 1953, saai en zakelijk. Pas twintig jaar later verschijnen er mensen in. In 1970 lonkt een blonde vamp languit vanuit een zetel. In 1973 is er een kerngezin. In 1974 rookt de moderne IKEA-man een pijp boven zijn ringbaard.

Eén living is ingericht zoals op de cover van de catalogus 2016-’17. Je kunt aan dezelfde gedekte tafel plaatsnemen, een automatische camera drukt de foto af en zo sta je prominent op de cover. Een origineel idee. Ik wil de soep lepelen, maar die is van kunststofblubber. Ik wil de gitaar nemen: die zit vast aan de muur.

De personencultus rond de stichter is hier nooit ver weg. In één museumhoek is Kamprads kantoor nagebouwd. Dat hij in een villa nabij het Zwitserse Lausanne woonde, staat er vermeld. Niet dat hij om fiscale redenen al in 1978 naar Zwitserland uitweek.

In een laatste zaaltje is een wand met trotse cijfers te zien. Aantal IKEA-bezoekers (in 2015): 884 miljoen. Restaurantgasten: 640 miljoen. Totale winkeloppervlakte wereldwijd: 11 miljoen vierkante meter.

In de museumshop kun je Kamprads geautoriseerde biografie kopen: 355 bladzijden voor 4 euro. Veel goedkoper kun je een miljardair niet in huis halen.


Bankroet

Om halfvijf is het donker op straat. In de ramen van de huiskamers branden de kerstlichtjes. Op de rijweg klinkt het gedempte klikklak van de spijkerbanden. Ik bezoek Bosse Vikingson op zijn mansardekamer. Sinds enkele jaren wonen hij en zijn vrouw aan de kust; in de werkweek logeert hij driehoog met plaats voor één bed, één stoel, één tafel en één gootsteen met een waterkoker. Hij vertelt over Rusland, waar IKEA in een financieel debacle is terechtgekomen.

Vikingson «IKEA wil in sommige landen zo hard en snel groeien dat ze zich in de problemen werken. In Sint-Petersburg hebben ze in 2003 een warenhuis neergezet in een wijk waar nog geen stroomvoorziening was. Oké, ze zouden wel generatoren huren, het móést vooruitgaan. Nu blijkt dat ze de betalingsvoorwaarden van die generatoren slecht of niet hebben nageleefd. De zaak kwam voor de rechtbank, en door de achterstallige intresten en gerechtskosten is de factuur al opgelopen tot 28 miljard Zweedse kronen (bijna 3 miljard euro), waarvan 8 miljard betaald is. 28 miljard, dat is vreselijk veel. Dat is bijna de helft van de jaarlijkse winst van IKEA over de hele wereld. De hoofdmanager voor Rusland is intussen ontslagen, hij bleek ook betrokken in een corruptiedossier.

'Je kunt in miljoenen catalogi schrijven dat je een menselijk bedrijf bent en dat je ethisch onderneemt, maar hoe meer je daarop de nadruk legt, hoe meer mensen zich gaan afvragen of dat wel klopt'

»Ik zie het als hun kwetsbaarheid voor de toekomst. Je kunt jezelf een fantastisch bedrijf vinden, je kunt in miljoenen catalogi schrijven dat je een menselijk bedrijf bent en dat je ethisch ondernemen huldigt, maar hoe meer je daarop de nadruk legt, hoe meer mensen zich gaan afvragen of dat wel klopt. Het gaat om 155.000 medewerkers en honderden miljoenen klanten, hoe kun je die blíjven overtuigen van je ‘sociale karakter’?

»Drie maanden geleden heb ik een reportage gemaakt over de Thaise fabrikant van de rode Stickat-tapijtjes en hoe hij bedrogen is door IKEA. IKEA werkte al twee jaar met hem als onderaannemer en stelde voor om die tapijtjes bij hem te laten maken, en hij zou ook nog andere IKEA-textielwaren mogen weven. Er werd hem een ‘prachtige toekomst’ voorspeld. Dus hij investeert in machines en werft extra personeel aan. Na enkele maanden productie laat IKEA hem weten dat ze niet meer in dollar maar in de zwakkere Thaise munt zullen betalen, een eenzijdige beslissing. De fabrikant lijdt daardoor 14 procent verlies en wil onderhandelen, maar IKEA reageert niet. Enkele maanden later krijgt hij bericht dat de productie naar China en Vietnam is verplaatst. Die man had tweehonderd werknemers en ineens moest hij de meesten ontslaan. Door die botte ommezwaai stond hij op de rand van het bankroet, terwijl het hem 29 jaar had gekost om zijn bedrijfje op te bouwen.

»Soortgelijke verhalen vond ik in China en Pakistan. Eerst wordt onderaannemers een stralende toekomst beloofd, ze gaan investeren, en altijd komt er een eenzijdige oplegging van prijzen die niet leefbaar zijn. In Pakistan moest een bedrijf van duizend werknemers daardoor negenhonderd mensen ontslaan (IKEA zegt dat 97 procent van hun duizend onderaannemers wél tevreden is, red.).

»In Canada ging IKEA ook heel brutaal te werk. Daar had een bedrijf dat leren overtrekken maakte al 25 jaar een contract met IKEA, dat driekwart van hun productie afnam, en ze hadden al verschillende awards gekregen voor hun samenwerking. Tot IKEA enkele jaren geleden eenzijdig verlaagde prijzen opdrong. Het was aanvaarden of opstappen, terwijl IKEA wist dat het bedrijf van hen afhankelijk was en daardoor failliet kon gaan. In 2014 ging de onderaannemer effectief failliet en de zaak komt nu voor de rechtbank.»


On-zweeds

HUMO Dat soort nieuws bereikt ons niet in België. Wil je ook zeggen dat IKEA nu meer onder vuur ligt dan tevoren?

Vikingson «Ik denk het niet. Twintig jaar geleden verschenen er ook al kritische artikels over het bedrijf. Maar ze staan wel op een keerpunt. Nu moeten ze doorbreken in Rusland, China en India, dat zijn in theorie zeer grote afzetmarkten, maar daar moet je ook met bodemprijzen komen. Dan volstaat het verhaaltje niet dat je een sympathiek bedrijf bent dat geënt is op de Zweedse samenleving, waarin alle mensen gelijke rechten hebben. Dan moet je je fabrikanten en onderaannemers onder druk zetten en je als een harde multinational gedragen. Zo komen hun kleine kanten meer aan het licht.»

'IKEA slaagt er elke keer in om de crises te bezweren door snel schuld te bekennen en de zaak op te lossen. Niets blijft aan het bedrijf kleven, het is als een tefalpan'

HUMO In 1994 was er een schandaal over grootschalige kinderarbeid bij onderaannemers in Pakistan.

Vikingson «Toch slagen ze er elke keer in om die crises te bezweren door snel schuld te bekennen en de zaak op te lossen. Niets blijft aan IKEA kleven, het bedrijf is als een tefalpan. Ze ‘compenseren’ die kinderarbeid door achteraf grote fondsen vrij te maken voor Unicef, en dat blijven ze doen. Je kunt dat windowdressing noemen, maar geen enkel bedrijf steunt Unicef zoveel als IKEA.

»Het blijft een dubbelzinnige onderneming. Overal leggen ze grote parkeerterreinen aan, zodat je met je auto bijna tot aan de kassa kunt rijden. En tegelijk werpen ze zich in hun catalogus op als milieuvriendelijk, want ze beschermen oerbossen en het regenwoud, en ze investeren in windmolens.»

HUMO Hoe denken IKEA-werknemers over hun bedrijf?

Vikingson «Ik ken heel wat mensen bij IKEA. De ontwerpers en de medewerkers aan de catalogus krijgen veel vrijheid en die vinden IKEA top. De gewone bedienden en de arbeiders in de distributieafdelingen zijn kritischer: zij hebben vragen bij de manier waarop arbeiders in sommige landen behandeld worden, en ook bij de belastingparadijzen. Belasting ontduiken is on-Zweeds. Wij zien belastingen betalen als een vorm van burgerzin. Net zoals op tijd komen op het werk of eerlijk zijn met je onkostennota’s. Zweden houden niet van gesjoemel.

»In de catalogus schermt IKEA met allerlei Zweedse waarden, maar ook in Zweden zoekt het constant achterpoortjes om zo weinig mogelijk belastingen te moeten betalen aan de Zweedse welvaartsstaat. In 2011 hebben ze in Älmhult een terrein gekocht: deels voor een nieuwe vestiging, deels om aan andere winkelketens te verhuren. Om zo weinig mogelijk grondbelasting te betalen op die aankoop hebben ze eerst een stukje van 235 vierkante meter gekocht, dat hebben ze een bedrijfsnaam gegeven en daarna ging het bedrijfje zogezegd uitbreiden en kocht het 15.000 vierkante meter grond aan. Op de uitbreiding wordt nauwelijks grondbelasting geheven: die wettelijke procedure was voor landbouwers bestemd die klein beginnen en stelselmatig uitbreiden, en zij hebben dat in hun voordeel aangewend. Ik als huisvader moet dat niet proberen, maar zij hebben dat systeem toegepast bij de aankoop van ál hun winkelterreinen in Zweden.»

HUMO Beschouw je IKEA nog als een Zweeds bedrijf?

VIKINGSON «Néé. Het management zal zeggen dat het hart van IKEA nog in Zweden ligt omdat alle design en alle concepten nog in Älmhult worden gecreëerd, maar de financiële beslissingscentra liggen elders.»

Ook de producten kun je nog moeilijk Zweeds noemen. In 2000 werd 17 procent in Zweden geproduceerd, in 2005 was dat 9 procent en nu is het nog 5 procent, volgens de Duitse databank Statista. Bijna 25 procent van de producten komt nu uit China en 19 procent uit Polen.


Vrekkige miljardair

HUMO Fascinerend in het hele IKEA-verhaal is de figuur Ingvar Kamprad. Hoe hij vanuit een eenmansbedrijf één van de rijkste mensen ter wereld werd. Heb je hem ooit gesproken?

Vikingson «Nu wordt hij uit de pers gehouden omdat hij onlangs zijn heup heeft gebroken en ook hartproblemen heeft. Maar ik heb hem al meer dan tien keer gesproken. Hij heeft een uitgesproken mening en tegelijk krijg je nooit hoogte van hem. Aan de ene kant is hij heel volks, hij spreekt dialect en zelfs lichtjes ordinair, maar op commercieel gebied is hij heel intelligent en sluw.

»Voor een miljardair is hij ook altijd nonchalant, bijna slordig gekleed, zelfs op internationale meetings of bij feestelijke openingen van winkels. Nooit krijg je een CEO te zien, altijd die gewone man die net uit het magazijn lijkt te komen.

»Hij is ook heel sociaal en kinderlijk ontwapenend. Hij kan met iedereen omgaan, zowel met de topkaderleden als de truckchauffeurs. En hij is heel fysiek. (Grijpt me fors bij de schouders, schudt dan m’n hand met twee handen en blijft zo pompen en praten) Dat doet hij met iedereen, ook met de topmanagers uit de VS, tot ze er ongemakkelijk van worden. Hij is heel onconventioneel: de man is een fenomeen.»

HUMO Hij wordt ‘de meest bescheiden maar ook de gierigste multimiljardair ter wereld’ genoemd. Vorig jaar zei hij op de Zweedse tv dat hij al zijn kleren op de rommelmarkt koopt. En toen zijn kinderen trouwden, moesten ze hun IKEA-meubelen zelf betalen.

Vikingson «In Älmhult kent iedereen hem, én zijn gierigheid. Sinds 2014 woont hij weer hier en ook toen hij nog in Zwitserland woonde, was hij hier geregeld. Een paar jaar geleden kwam ik ’m tegen in de supermarkt. Ik zei: ‘Ben je weer op zoek naar de afgeprijsde artikelen in de snelverkoop?’ ‘Nee,’ zei hij, ‘ik ga pruimtabak naar Zwitserland smokkelen.’ Hij kocht twee sloffen en aan de kassa vroeg hij korting omdat-ie er twee kocht. Het kan een grapje geweest zijn omdat ze hem kennen, maar dan nog: hoeveel miljardairs doen nog boodschappen met een plastic zak in de hand?

»Toen in 1998 zijn geautoriseerde biografie verscheen, vroeg ik een interview met hem. Van zijn persdienst kreeg ik zijn nummer niet, maar hij zou me terugbellen. De volgende morgen belde hij van bij hem thuis, en de eerste minuut van dat gesprek heeft hij alleen maar zitten klagen dat hij dat telefoongesprek moest betalen, en hoeveel hem dat per minuut kostte. Dat was in 1998, het was een gewoon binnenlands telefoontarief en hij was toen al miljardair!»

'Toen Kamprads naziverleden bekend raakte, wilde de IKEA-top hem dumpen'


Nazi-lijk

HUMO Toen hij in Zwitserland woonde, was hij ook extreem krenterig. Het plaatselijke kinderdagverblijf kreeg niet eens korting toen het IKEA-meubels kocht voor de peuters.

Vikingson «In het begin heeft hij zich daar allerminst populair gemaakt, maar de laatste jaren was hij guller.

»Het is tegen zijn natuur om extraatjes te geven. Hijzelf wil extreem spaarzaam zijn en z’n bedrijf moet dat ook zijn. Ik heb verschillende IKEA-hoofdkantoren bezocht. De Nederlandse hoofdzetel zit in Leiden boven een fotokopiewinkel, vlak naast de spoorweg. Geen vlaggen of plaket aan de deur, alleen het woordje IKEA op de bel. Dat is anoniem willen blijven, maar dat is ook extreem kostenbesparend willen zijn. Maar de advocaten die voor hun fiscale constructies zorgen, wonen wel degelijk in de meest luxueuze villa’s en kantoren.»

'Ingvar Kamprad bij de eerste IKEA-vestiging in Älmhult. 'Het is tegen zijn natuur om extraatjes te geven: zijn bedrijf moet spaarzaam zijn, zoals hijzelf.'

HUMO Van zijn 16de tot zijn 25ste was Kamprad nazisympathisant. Hij maakte kort deel uit van een Zweedse Hitlerjugend en werd daarna volgeling van Per Engdahl, een nazi-ideoloog die teksten van Hitler uitgaf. Hoe werd daarop gereageerd toen het in 1994 bekend raakte?

Vikingson «Ik weet niet hoe sterk dat nieuws in België is doorgedrongen, maar hier was het een bom. Voor IKEA en Kamprad was het een catastrofe, want het ging heel goed met het bedrijf, het was in volle opmars.»

Na dat onthullende artikel in het dagblad Expressen haalden kranten wereldwijd de zwarte blokletters boven, met koppen als ‘Nazi-lijk valt uit IKEA-kast’, en Joodse organisaties planden een boycot van IKEA. Op het hoogste niveau had IKEA een crisiscentrum opgericht en 46 dagen lang kwamen toplui bijeen. Op een bepaald moment ging het er zelfs over of ze Ingvar Kamprad moesten dumpen.

Kamprad bleef aan het roer, maar hij bukte neer in zak en as. Met een balpen schreef hij een lange fax aan zijn personeelsleden over de hele wereld. Het was een zwaar mea culpa over zijn ‘jeugdzonde’ die tegelijk ‘de grootste fout’ in zijn leven was. Door die persoonlijke schuldbelijdenis, die ook in de pers werd gepubliceerd, kon hij de crisis bezweren.

★★★

We spreken af dat we morgenvroeg naar de landelijke roots van Ingvar Kamprad gaan. Ik keer terug naar m’n hotel. Het is donker en stil in Älmhult. Ik heb een liefde voor die uitgestorven nachten in de provinciestad. Waar een mens alleen tussen de huizen loopt en goederentreinen onvermoeibaar hun reis voortzetten.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234