Neerlands Wanhoop: Freek de Jonge over de dementie van zijn moeder

Neerlands Hoop zong ooit over ‘pakhuizen vol met rimpelkneuzen’. Maar Freek de Jonges moeder zou haar laatste dagen ook in een zorginstelling slijten, kwaad op het leven en scheldend tegen de Surinaamse verpleegster. Een geest die vooral in duisternis dwaalde. ‘Had ik mijn demente moeder in huis moeten nemen? Ik heb het met mijn vrouw besproken. Maar dan zeg je toch: laten we realistisch zijn.’


Lees meer over dementie »

'Had ik mijn demente moeder in huis moeten nemen? Ik heb het met mijn vrouw besproken. Maar dan zeg je toch: laten we realistisch zijn'

Freek de Jonge «Lastiggevallen worden met de problemen van een ander? We wíllen het gewoon niet meer. Dat zie je ook weer met de opvang van vluchtelingen, daar hebben we geen tijd en vooral geen energie meer voor. Politici hebben dan de mond vol van de ‘participatiesamenleving’ die moet terugkomen, maar de argumentatie is van praktische en financiële aard. Het is goedkoper. Daar heeft toch niemand een boodschap aan?»

We zitten aan een lange tafel in zijn eeuwenoude boerderij aan de Brink in Muiderberg, en we zijn nog maar net begonnen. Hella, herstellende van hartproblemen, geniet buiten van de zon.

De Jonge «Demente ouderen verdwijnen in een parallel universum dat we ‘verzorgingshuis’ noemen. De dagelijkse zorg laten we dolgraag over aan professionals. Hupsakee, weg ermee. Met Neerlands Hoop had ik al een liedje over ‘pakhuizen vol met rimpelkneuzen’, over bejaarden die werden geïsoleerd van de samenleving. Hier en daar zie je nog mensen die heel happy en met veel voldoening hun oude vader of moeder verzorgen, maar dat zijn uitzonderingen. Als er iemand met een collectebus langskomt, willen we best nog wat geven, maar in onze samenleving is échte bekommernis om de ander nagenoeg verdwenen.

'In onze samenleving is échte bekommernis om de ander nagenoeg verdwenen'

»Het is een probleem van tijd en ruimte. Zo noem ik het maar. Op het moment dat de mens zijn intrede doet in de schepping, begint-ie met het indelen van de tijd en het verdelen van de ruimte. Daarmee zet hij een dubbele beperking in. Nou, we zijn nu in een tijdperk aangekomen dat we voor ons gevoel minder tijd én minder ruimte hebben dan ooit. Geldt ook voor mij, hoor. Had ik mijn demente moeder in huis moeten nemen? Dat heb ik wel met Hella besproken. Maar dan zeg je toch: laten we realistisch zijn, in ons leven kunnen we dat helemaal niet opbrengen. Te druk. Te emotioneel beladen, misschien wel. Komt het ooit terug, drie, vier generaties in één huis? Ik denk het niet. Die tijd is voorbij.»

- Je moeder was je eerste publiek. In haar eentje.

De Jonge «Daarom had ik een bijzondere relatie met haar – ze kon heel erg om mij lachen. Toen ik wat ouder werd, lag zij eerder in bed. Dan kwam ik nog weleens de slaapkamer binnen en gaf een soort voorstelling, met haar lingerie, of andere attributen die voorhanden waren. Als je een beha op je hoofd zet, wek je de suggestie van een Zeeuwse kap. ‘Nu moet je ophouden,’ zei ze dan, ‘anders doe ik geen oog meer dicht’.

»Mijn moeder had wel medelijden met mij. Dat kwam ook door mijn bril. Die glazen waren zo dik, het was verschrikkelijk. Op de middelbare school bleef ik om de haverklap zitten. Mijn vader en moeder probeerden wel streng te zijn, maar dat konden ze niet volhouden. Ik was ook geen vervelende, onhandelbare puber. Eén keer was ik in de volle overtuiging dat ik voor het eerst in één keer geslaagd was. Mijn moeder had de avond ervoor toch maar even bij de leraar geïnformeerd of dat werkelijk zo was. Niet dus. De volgende ochtend zag ze mij opgewekt naar school fietsen. Ze huilde omdat ze wist welke teleurstelling mij te wachten stond. Toen ik weer thuiskwam, werd ik als een held onthaald omdat ik het weer doorstaan had. Daarna gingen we gezellig op vakantie, en het volgende schooljaar deed ik die klas gewoon nog ’s een keertje.»

- Je groeide op in het Groningse Westernieland. Je vader was hervormd predikant.

De Jonge «Hij was superieur. Dan kwam hij de kamer binnen en zei: ‘Koffie.’ Ging mijn moeder meteen naar de keuken. Even later zei hij: ‘Nog maar een bakkie doen.’ Ging ze wéér. Mijn moeder hield onvoorwaardelijk van mijn vader, en hij ook wel van haar. Maar hij was gewoon de baas, dat waren geen eerlijke verhoudingen. Mijn moeder was sterk, gedreven. Een schort om en aanpakken – elke dag maakte ze het huis schoon. Het is wonderlijk, want haar ouders behoorden tot de gegoede burgerij van Groningen. Haar broers gingen studeren, en zij moest naar de huishoudschool. Ze had een enorm intellectueel minderwaardigheidscomplex. Eigenlijk ontleende zij haar identiteit vooral aan haar man.

»Trots op je status, dat gaf mijn moeder mij wel mee. Als domineesgezin behoorden wij tot een bepaalde elite. Ze kwam met haar handtas de kerk binnen, waar dan al honderd mensen zaten. Op het koorhek stond een vaas met bloemen – die de koster er zomaar had ingepleurd. Mijn moeder ging dat dan nog opzichtig even opschikken, weet je wel. Vervolgens nam ze deftig plaats in de speciale domineesbank. Die was iets verhoogd. Wij zaten daar en keken neer op het gewone volk. Dat gaf mij ook een goed gevoel – het werkte zeker mee voor mijn zelfvertrouwen. Maar ja, het moest natuurlijk een keer fout gaan. Eén keer bleef ze met het hengsel van haar damestas aan iets haken. Die hele tas rolde door de kerk. Geweldig. Lag ze op haar knieën om de lippenstift en poederdoos erin te harken, haha. ‘Help, help nou, snel.’»


Blauwe arm

- Had je een fysieke band met je moeder?

De Jonge «Mijn moeder was lijfelijk. Zeker. Mijn vader was preutser, dat was wel grappig aan dat stel. Hij stapte nooit voor halftien z’n bed uit. Soms kwam hij haastig de kamer in, omdat de telefoon ging of zo. Dan liep hij in zijn pyjamabroek met zijn handen voor zijn kruis, doodsbang dat het vogeltje naar buiten zou schieten. Toen mijn ouders 25 jaar getrouwd waren, ben ik eens gaan terugrekenen. Ik zei tegen mijn moeder: ‘Maar... dan was u al zwanger voordat u getrouwd was.’ ‘Ssst!’ siste ze. En niet met een lach. Mijn vader is in Westernieland op de fiets langs alle lidmaten (leden van de protestantse kerk, red.) gereden om te vertellen dat mijn moeder zwanger was, eigenlijk om vergeving te vragen. Ik denk dat mijn moeder wel erg naar het lijfelijke verlangde. Zij heeft ongetwijfeld mijn vader verleid. Ze vertelde me een keer tamelijk vrijmoedig dat ze opeens weer seks met hem had gehad. Dat was jaren niet voorgekomen. Vond ik wel indrukwekkend. Heftig.»

- Je vader overleed in 1978, pas 53 jaar oud.

De Jonge «Daarna is mijn moeder in ernstige problemen gekomen. Want ja, de bodem viel uit haar leven. Ik heb daar nooit met haar over gesproken – wij hebben nooit diepgaande gesprekken gevoerd. Ik weet wel: als het ging om reflected glory, was ze op haar best. De laatste keer dat ik dat in volle glorie zag, was na de première van ‘King Lear’, waarin ik de nar speelde. Zij zat in het café naast de schouwburg. ‘Wat heb jij een gewéldige moeder,’ zeiden al die acteurs de volgende dag. ‘Zo sociaal, zo open, en lachen...’ Toen dacht ik: wat is het toch grappig, dat ze zich opeens in haar totaalheid kan geven aan wildvreemden, terwijl ze in eigen kring alleen maar vraagt, eist en lastig en chagrijnig is.

»Mijn moeder schaamde zich ook voor mij. Als ze in de lift commentaar hoorde over wat ik nu weer op tv had geroepen met Neerlands Hoop, en dat het toch een schande was, dan kromp ze in elkaar. Dat vond ze vreselijk. Ik heb haar weleens toegesproken met een Bijbelcitaat: ‘Vrouw, wat heb ik met u vandoen?’ Dat zei Jezus tegen zijn moeder, Maria. Heel simpel. Heel hard.

»Op zeker moment had ze de kinderen een beetje tegen elkaar opgezet. Toen Eddy Habbema en Just Enschedé in het tv-programma ‘Hoge bomen’ zeiden dat Hella bij Neerlands Hoop de oorzaak van alle ellende was, zei mijn moeder door de telefoon: ‘Ze hadden wel een beetje gelijk.’ Dat maakte de zaak er niet beter op. Narrigheid, boosheid, jaloezie – het was één grote puinhoop.»

'Van kinderen accepteren we dat ze in hun broek pissen en nog helemaal niks weten, bij een 80-jarige zien we er het nut niet van in. Of de lol'

- Na enkele afstandelijke jaren kreeg je een foto van je moeder met een blauwe arm, met als enige commentaar: zo ligt je moeder er nu bij.

De Jonge «Ze was gevallen. De boodschap van mijn broers en zusters was duidelijk: het is tijd dat je je kop weer eens laat zien, hoe kun je zo harteloos zijn. Mijn moeder was inmiddels terechtgekomen in een verzorgingshuis in Geersdijk, Zeeland. Ik ben er direct naartoe gereden. Ik moet zeggen: ik vond het ook moeilijk en lastig om haar zo lang niet te zien. Toen ik mijn moeder voor het eerst weer zag... Ze was heel slecht. Versuft. Ver weg. Ze was ook verward door de medicijnen.

»Kijk, het lichaam is op een bepaalde manier een machine, met spieren, botten, aderen en gewrichten. Hella heeft net een bypass gehad, het is wonderbaarlijk wat ze kunnen. Maar er is ook chemie. Dan praat je over hormonen, eiwitten, enzymen. En daar begrijpen ze in de medische wetenschap helemaal geen flikker van. Ze gooien er een medicijn in, dat heeft bijwerkingen, om die tegen te gaan geven ze weer een ander middeltje, en voor je ’t weet ben je één groot bruisend laboratorium.»

- In 2010 verhuisde je moeder van Geersdijk naar Weesp, naar de gerenommeerde zorginstelling Hogewey, die sterk persoonsgericht werkt.

De Jonge «We hebben meteen gezegd: ophouden met die medicijnen. Laten we dan eens kijken wat er gebeurt. Toen bleek dat ze helemaal niet zo gek was als je dacht. Ze was immobiel en zag slecht, maar tot op zekere hoogte heb ik nog lang met haar kunnen praten. Ze zat op haar stoel, en haar kracht lag dan in het genereren van medelijden. Feitelijk deed ze zich vaak zwakker en zieliger voor dan ze was, een toneelstuk om ervoor te zorgen dat jij daar genoeg van onder de indruk was. Zo wilde ze jou aan zich binden.

»Twee keer in de week ging ik naar haar toe. Dat had ik me ook voorgenomen. Maar die bezoekjes betekenden eigenlijk niks, in de zin van ‘gezellig’ of écht contact hebben. Maggy was een uitzondering. Zij was mijn kleinkind, dus háár achterkleinkind. Maggy had een ernstige hartafwijking. Dat raakte mijn moeder direct, want ze had zelf een tweeling verloren. Ze werd dan heel emotioneel. Op één of andere manier verlangde ze naar dat heftige verdriet, om daar een connectie mee te leggen, zodat ze nog betrokken kon zijn, meelevend. Je merkte dat een fysieke aanraking wel op prijs werd gesteld. Dat ik haar... gewoon, omarmde. Dat ging niet zo geweldig. Ik had moeite om dat op te brengen, die lichamelijkheid met m’n moeder. Uiteindelijk ging ik altijd met een klotegevoel weg. Het had iets onvoldragens, iets onvolmaakts. Ik voelde me schuldig.»


naar de vissen

De Jonge «De tijden zijn echt veranderd. Ik weet nog dat mijn opa en oma bij ons woonden. Die zaten ergens op een stoel of scharrelden nog een beetje om het huis. En ja, die gingen op zeker moment dood. Maar ze waren geen storende factor. Kijk, van kinderen accepteren we volledig dat ze in hun broek pissen en dat ze nog helemaal niks weten, dat vinden we allemaal heerlijk, maar als je als demente 80-jarige weer terugkomt in dat stadium... dan is het kinderlijke alleen maar hinderlijk. Daar kunnen we dan het nut niet meer van inzien. Of de lol. Ik had in dat tehuis in Weesp echt wel contact met mensen. Als je er vrijmoedig ingaat met een grap, ontstaat er iets. Ik stelde simpele vragen. ‘Zoekt u iets?’ Een bewoner rammelde aan een deurhendel. ‘Het lijkt wel of die deur dicht zit.’ Die humor bracht opluchting. Mijn moeder zat eens in een ruimte met twintig andere mensen naar een cd met klassieke muziek te luisteren, naar ‘Für Elise’. Dat hele gezelschap dirigeerde een beetje mee. Op zeker moment staat er een mevrouw in een bloemetjesjurk op. Ze schuifelt tussen de rijen door naar voren, neemt plaats achter de piano, speelt vlekkeloos ‘Für Elise’ en gaat weer zitten. Zonder dat er een woord wordt gesproken. Fenomenaal. ‘Wat vond je daar nou van?’ vroeg ik aan mijn moeder. Ze zei: ‘Beetje fluks, beetje snel gespeeld.’ Haha. Ze was een tikje jaloers – dat de ander het podium pakte.»

- Je moeder was in haar nadagen ‘permanent ontevreden’. Waarom?

De Jonge «Ze had toch wel het gevoel van een onvoltooid leven. Ze is al die tijd voor de ander op de wereld geweest. Daar was ze boos om. Wat ze haar leven lang had gedaan – keeping up appearances – kon ze niet meer opbrengen. Al haar slechte eigenschappen werden uitvergroot. In dat tehuis in Weesp was een Surinaamse verpleegster. Daar ging ze hele lelijke, discriminerende, vervelende dingen tegen zeggen, dat die zwarte vrouw de oorzaak van alle ellende was. Heel pijnlijk. Was het haar ware aard of niet? Haar twee broers, mijn ooms, waren allebei fout geweest in de oorlog. Eentje was echt antisemitisch. Ik dacht: deze eigenschap van mijn moeder is kennelijk onderdrukt door mijn vader, en dat komt nu in volle hevigheid aan het licht. Maar goed, daar hoeven we niet van op te kijken. Wie denkt dat racisme is uitgebannen?»

'De wanhoop als je niet meer kunt communiceren, het verlies van privacy, van eigenwaarde. Ik zou dezelfde keuze maken als Hugo Claus'

- Je moeder overleed in 2012. Hoe waren haar laatste dagen? Gaf dat nog enige toenadering?

De Jonge «Neuh... (korte stilte) Op zeker moment liepen we naar binnen – toen was ze dood. Toen lag ze daar. Ik was tamelijk opgelucht dat het zover was.»

- Was haar dood min of meer aangekondigd?

De Jonge (draait zich om naar Hella, die de kamer is binnengekomen) «Mijn moeder op het laatst – weet jij nog hoe dat precies ging?»

Hij is met zijn gedachten alweer terug bij Beethoven, bij ‘Für Elise’. Hoe die demente vrouw na haar schitterende recital in stilte terugliep naar haar stoel.

De Jonge «Iedereen die dat aangehoord heeft... Je weet niet waar dat goddelijke moment bij hen is gebleven. Verdwenen. In een zwart gat. Wat is dit nou? Philip Scheltens (hoogleraar neurologie en directeur van het Alzheimercentrum VUmc Amsterdam, red.) doet fantastisch werk en is shakespeareaans gedreven om de ‘grootste bedreiging voor de mensheid’ een halt toe te roepen. Maar wat is dementie? In wat voor bewustzijn leef je dan? Wij kunnen ons niet voorstellen wat zij ervaren en beleven. Omdat onze geest nog goed functioneert, denken wij dat die andere geest permanent lijdt. Tja. Die wanhoop fascineert mij toch ook. Vanuit mijn calvinistische opvoeding ben ik gevoelig voor de schoonheid van het lijden, daarin zit een verdieping van je menselijkheid. Door ons verlichtingsideaal van de ratio zijn we er fel tegen gekant, we willen negatieve emoties uitbannen, maar ja, je wil toch ook geen afgestompte koele kikker worden?»

'Moeder deed zich vaak zwakker en zieliger voor dan ze was, een toneelstuk om jou aan zich te binden.'

- Schrijver Hugo Claus besloot voortijdig uit het leven te stappen om het lijden als gevolg van alzheimer uit de weg te gaan. Zou jij dan níét die keuze maken?

De Jonge «O, jawél. Dat zou ik ook onmiddellijk doen. De wanhoop als je niet meer kunt communiceren, het verlies van privacy, van eigenwaarde – ik denk dat het onverdraaglijk is.»

- Is dat niet in tegenspraak met wat je net zei?

De Jonge (schudt het hoofd) «Kijk naar hoe de evolutie is gegaan. Op zeker moment ploft er een vis op het droge, happend naar adem, en merkt dat er nog iets anders bestaat dan water. Die vis hoef ik niet te zijn. Miljoenen jaren later zijn we in onze ontwikkeling toegerust om ook zonder water te kunnen. Dan wordt het voor mij al interessanter, begrijp je? Misschien ben je als demente persoon in een vierde dimensie, in een werkelijkheid die wij niet kennen, zoals die vis op het droge. Maar voorlopig zeg ik: laat mij maar lekker zwemmen. En als het toch zover komt... Anders dan mijn moeder heb ik het gevoel van een tamelijk voltooid leven. Ik kán er een punt achter zetten. Het beste is om in een bootje de woeste zee op te gaan – terug naar de vissen.»

Dit interview komt uit ‘Het mooiste woord is herinnering’ (VUmc Alzheimercentrum), waarin bekende Nederlanders vertellen over dierbaren die aan dementie lijden.



Freek de Jonge, ‘Dit is geen oudejaarsconference’, 25 december tot 3 januari, DeLaMar Theater Amsterdam.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234