null Beeld

Neil Young - Fork in the Road

In 'Just Singing a Song', het derde nummer op 'Fork in the Road', zijn tweeëndertigste studioplaat als we de tel niet kwijtgeraakt zijn, beweert Neil Young met grote stelligheid: 'Just singing a song won't change the world'. Zo is dat. Maar voor en na zeurt hij wél een eind aan onze oren over energieverspilling of over de geldcrisis.

Met permissie: uit de mond van iemand die ticketprijzen tussen 54 en 79 euro aanvaardbaar vindt voor een optreden in het Sportpaleis (op zaterdag 6 juni), klinkt 'Where did all the money go? / Where did all the cash flow?' behoorlijk gespleten. En het is niet eens een goeie song: een kwart wittemannenrap, de rest doorsneegitaarrock.

Nu heeft Neil Young ons in het verleden wel vaker op karamellenverzen en zachtgekookte levenswijsheden getrakteerd - 't zou allemaal zo erg niet zijn als de nieuwe songs tenminste aan de hooggestemde verwachtingen zouden beantwoorden. Helaas! 'Fork in the Road' bevat 38 minuten poepsimpele garagerock die niks toevoegt aan het oeuvre van de man. Old stuff by Young, Neil. Soms klinkt dat goed, een paar keer zelfs opwindend, maar voor het grootste part gewoon middelmatig en vooral: voorspelbaar. 'Fork in the Road' zal níét herinnerd worden als een mijlpaal.

Met de vingers in de neus maakt Neil Young een dozijn van dit soort platen, als hij dat zou willen. Om maar te zeggen dat hij en zijn begeleiders (niet de mannen van Crazy Horse, die uit de gratie gevallen zijn, maar Ben Keith, Anthony Crawford, Rick Rosas, Chad Cromwell en vrouw Pegi) op 'Fork in the Road' op full automatic staan. Waarmee we meteen ook bij het concept van de plaat zijn aanbeland: auto's, wat ermee te doen en wat ze verbruiken. Het zal wel geen toeval zijn dat Young en een paar vrienden aan een verbruiks- en natuurvriendelijk prototype sleutelen.

Stinkers op 'Fork in the Road' zijn de slepers 'Off the Road' (bweikes) en 'Light a Candle' - schimmen van de ballads die Young in het verleden al beter geschreven heeft, maar waarvoor nu blijkbaar de inspiratie ontbrak. Ook schrijnend: de paar uptempo's waar hij, godbetert, goedkope Crosby, Stills & Nash-harmonieën uit Dunaldi bij verzonnen heeft. Bijvoorbeeld in de voor rest potige opener 'When Worlds Collide' slaat dat als een tang op een varken.

Blijven aan de goeie kant over: de meezinger 'Fuel Line' met zijn onnozel maar aanstekelijk koortje, de single 'Johnny Magic' (vorige week in Arriba! opgevoerd als 'lekker voortrockend', maar eigenlijk een doorslagje van 'Hey Hey, My My (Into the Black)' uit 'Rust Never Sleeps'), 'Get Behind the Wheel' en het afsluitende titelnummer. Het recept van allevier: de bekende snerpende gitaarsolo's, Youngs beverige stem die boven het lawaai uit probeert te komen, een rammelende begeleiding en een gruizelige lofiproductie. Het gemiddelde garagebandje zou er blind voor tekenen - én van ons een schouderklopje krijgen (***) - maar niet Neil (**).

Cough up the bucks? Laat maar zitten!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234