Net gemist (1): de samenwerkingen die nooit plaatsvonden

De hele maand juli zet Humo de Gemiste Kansen uit de muziekgeschiedenis op een rijtje: verhalen over samenwerkingen die om de één of andere banale reden nét niet zijn doorgegaan, ontmoetingen die niet hebben plaatsgevonden omdat iemand zo nodig naar het toilet moest, of opnames die in een vochtige kelder bleven liggen. ‘Daar ging mijn grote kans om met Mick Jagger te werken!’

'Had ik hem maar gegoogeld, dan had ik nu een villa in Beverly Hills'

Als The Smiths-gitarist Johnny Marr bij de Happy Mondays was gaan spelen, zoals de bedoeling was – ‘Eind jaren tachtig werd ik door hen gekidnapt. Bodyguards moesten verhinderen dat ik de kamer verliet’ – was hij naar eigen zeggen al na een paar dagen overleden aan te veel drugs, drank en slaaptekort. Als Patti Smith daadwerkelijk de frontvrouw van de softe hardrockband Blue Öyster Cult was geworden – en die kans hád ze – was punk als genre nooit zo kloekborstig geworden. Als Bryan Ferry en Elton John bij de progrockers King Crimson waren gaan zingen – ze deden allebei auditie voor die job – ja, wat dan? In één geval weten we het wél: had Kurt Cobain – zoals hij in één interview vertelde – zijn instinct gevolgd en was hij bij Hole gaan spelen, de band van vrouwlief Courtney Love, dan was er ook geen ‘In Utero’ geweest.


Beverly Hills

‘Wat als...?’: dat is ook de vraag die Maurice Engelen van Lords Of Acid en Praga Khan zich meermaals heeft gesteld sinds hij ‘nee’ zei tegen Dr. Luke, de schrijver en/of producer van wereldhits als ‘Since U Been Gone’ (Kelly Clarkson), ‘I Kissed a Girl’ (Katy Perry) en ‘Girlfriend’ (Avril Lavigne).

Maurice Engelen «Dr. Luke had een rockachtergrond en wilde bijleren over dance. Voor de soundtrack van de ‘Mortal Kombat’-film had hij ooit een Lords Of Acid-nummer geremixt: we hadden al een beetje een band. Maar ik had in België de handen vol met een Praga Khan-theatertournee, en ik heb ’m dus afgewimpeld. Ik besefte pas hoe groot en succesvol Dr. Luke is toen onze gemeenschappelijke manager in Amerika me jaren later mailde: ‘De voorbije vier jaar had Luke 19 wereldwijde nummer één-hits. Zijn songs verkopen miljoenen exemplaren. Ik wens je een fijne vakantie.’ Pijnlijk. (Lacht) Eigen schuld: er was toen óók al internet, hè. Had ik hem toen maar eens uitgebreid gegoogeld, dan had ik nu een villa in Beverly Hills.»


Papieren zak

In 2016 brengt Triggerfinger ‘The One’ uit, een samenwerking met Method Man van Wu-Tang Clan. Bijna was dat Snoop Dogg geweest.

Mario Goossens «Na het succes van ‘I Follow Rivers’ wou onze platenfirma dat we nog een cover opnamen. Dat vonden wij geen goed idee, maar als tegenvoorstel wilden we iets doen met een hiphopartiest. De naam Snoop Dogg viel, en via een tussenpersoon in New York hebben we hem gecontacteerd. Hij zag het zitten, en er werd een bedrag afgesproken – geen details, maar het was méér dan 1000 euro. Vervolgens moest iemand hem dat geld in L.A. gaan overhandigen, in een bruine papieren zak. Geen zever: het moést in zo’n zak. Enfin, wij zagen dat zitten, en onze man in New York stond klaar. Alleen liet Snoop niets meer van zich horen. Geen antwoord, geen melding waar de bruine zak naartoe moest, niks. Bizar, en teleurstellend. Toen we maanden later hoorden dat Ian Thomas wél een nummer met Snoop Dogg had opgenomen, waren we precies toch blij dat het niet was doorgegaan (lacht)

Ruben Block «Ook niet mis: Bobby Keys, de legendarische en waanzinnig straffe saxofonist van The Rolling Stones, heeft bijna meegespeeld op onze vorige plaat, ‘By Absence of the Sun’. We zochten nog iemand om de saxpartijen in te spelen, en toen zei onze producer Greg Gordon ineens: ‘Zal ik anders eens naar Bobby Keys bellen?’ Wij schoten in de lach, maar hij bleek het nog te menen ook. Zo raar is dat niet: veel van die fantastische muzikanten van vroeger maken nog muziek. Uiteindelijk is het niet doorgegaan omdat we het niet georganiseerd kregen: we hadden heel ons schema moeten omgooien om een paar saxlijntjes te kunnen opnemen – niet eens solo’s, maar partijen die het nummer dienden. We waren achteraf ook zéér tevreden over Paulie Cera, de saxofonist die het uiteindelijk heeft gedaan. Maar ik heb toch een paar keer gedacht: ‘Doeme, we hadden bijna fucking Bobby Keys op onze plaat gehad!’ Een jaar later is hij gestorven.»

Ook Maurice Engelen heeft een gemiste Stones-kans.

Engelen «Begin jaren 90 werkte ik in L.A. aan ‘Voodoo-U’, de tweede van Lords Of Acid, voor American Recordings, het label van Rick Rubin. Rubin producete altijd twintig dingen tegelijk, en in die tijd werkte hij ook aan de platen van Tom Petty, The Black Crowes, Johnny Cash én Mick Jagger. Rick vroeg of ik iets wilde maken voor Mick, en dat zag ik natuurlijk zitten. Ik bereidde me goed voor, en stak iets in elkaar à la ‘Sympathy for the Devil’ – alleszins iets wat hij goed zou vinden. Een samenwerking met dé Mick Jagger: da’s een droom, hè? Niet veel later stapte ik met Rubin een studio in downtown L.A. binnen. Op de schermen boven de mengtafels speelden pornofilms, en in de vocal booth zag ik Jagger staan. Rubin legde alles stil en riep: ‘Hey Mick! Here’s someone from Europe you have to meet!’ Mick was duidelijk gegeneerd door de opdringerigheid van die pipo uit Europa, en tot overmaat van ramp liet Rubin hem niét het nummer horen dat ik had voorbereid, maar een keihard techno-breakbeat-nummer, dat hij bovendien volle bak door de speakers liet schallen. Ik stond daar te sterven, en op het eind was ik zo klein als een kabouter. Mick bleef cool en wimpelde mij beleefd af: ‘Appreciate it. But not really my thing.’ Daar ging mijn grote kans om met Jagger samen te werken, terwijl ik zo lang aan dat ene nummer had gewerkt! We hebben uiteindelijk nog samen voor een foto geposeerd: dat is dan toch nog iets (lachje)


Jackwerk

Voor elke bekende supergroep zijn er drie tussen droom en daad blijven hangen. Rod Stewart vermeldt in zijn autobiografie dat hij bijna een groep met Freddie Mercury en Elton John heeft opgericht. Ook Miles Davis en Jimi Hendrix hadden verregaande plannen voor een band. De bassist die ze op het oog hadden: Paul McCartney. Maar Paul was op vakantie, en toen hij eindelijk het telegram op zijn keukentafel vond, was Jimi al gestorven.

Eind jaren negentig zaten Beck en Sean Puff Daddy’ Combs dan weer samen in de studio. Beck: ‘Ik zong in de studio al improviserend over hoe duur mijn hormonen waren, en Puff keek alsof ik gek geworden was. Daarna is hij het afgetrapt. (blaast) Als hij dát al een rare tekst vond, kan hij onmogelijk naar mijn platen geluisterd hebben.’

Noblesse oblige: over Michael Jackson doen de meest bizarre ‘nét niet’-verhalen de ronde. In 1991 zou een samenwerking tussen hem en Madonna – alles was zo goed als in kannen en kruiken – ternauwernood zijn afgesprongen nadat ol’ melty face vermoedde dat Madonna hem probeerde te versieren. Madge: ‘Ik had alleen gezegd: als je iets met mij wil doen, moet je bereid zijn all the way te gaan. Ik bedoelde: artistiek!’

Uit de jaren tachtig stamt ook het gerucht van een samenwerking tussen Kraftwerk en Jackson. Feit: Ralf Hütter is naar Amerika gevlogen, en werd er in New York opgewacht door drie, vier Wacko Jacko-lookalikes. Ex-Kraftwerk-promotor Maxime Schmitt: ‘Die klonen gingen meestal samen met Jackson uit, zodat niemand wist wie de echte was. Op zich is dat zeer Kraftwerk-achtig, maar Ralf was toch vooral in de war...’ Een Jackwerk-plaat is er nooit gekomen.


Hello, Hautekiet

Een vraag tussendoor: hoe succesvol was Soulsister wereldwijd geworden als Radio 1- en voormalig StuBru-presentator Jan Hautekiet hun charismatische toetsenman was geworden?

Jan Hautekiet «Eind 1988 zat Soulsister op de piek van zijn ambitie. Ik speelde bij de LSP Band, een covergroep. Toen onze gitarist Eric Melaerts naar Soulsister vertrok, kreeg ik zelf ook de vraag: ‘Wil je bij ons komen spelen?’ Ik heb daar lang over nagedacht, want het was een aanlokkelijke en zelfs vererende vraag: ik schatte mezelf niet zo hoog in. Maar omdat mijn jongste dochter net geboren en StuBru volop aan het groeien was, heb ik – tegen het advies van letterlijk iederéén – toch nee gezegd. Spijt heb ik daar niet van, maar ik ben wél benieuwd: waar zou ik nu staan als ik wél had toegezegd? Niet dat ik vermoed dat ik de loop van de muziekgeschiedenis veranderd zou hebben of zo, maar toch.»


Ode aan de koelkast

Niet alle ‘nét niet’-momenten zijn gemiste kansen. Het is voor iedereen beter dat de Beastie Boys hun debuutplaat uiteindelijk niét ‘Don’t Be a Faggot’ hebben genoemd. En was ‘Yesterday’ een evergreen geworden als The Beatles voor de oorspronkelijke tekst – ‘Scrambled eggs / Oh my baby, how I love your legs / Not as much as I love scrambled eggs’ – hadden gekozen?

Soms worden platen opgenomen en vervolgens nooit uitgebracht. Liggen nu ergens in een kousenlade schimmel te kweken: een punkalbum van de popster Charli XCX (de platenfirma ‘wacht het juiste moment af’), een harde rockversie van Bruce Springsteens akoestische ‘Nebraska’ en een popplaat van formule 1-piloot Lewis Hamilton. Lily Allen schreef talloze songs voor een theaterversie van ‘Bridget Jones’ Diary’: nooit in de markt gezet. In 2014 lekte Allen er zelf wel eentje: een ode aan haar koelkast.

In 2003 zat James Murphy van LCD Soundsystem in de studio met Britney Spears: ‘Het was... raar. We lagen allebei een hele dag op de grond, hoofd tegen hoofd, om na te denken over teksten. Je zag aan haar dat ze het goed wou doen, maar het leidde nergens heen. ’s Avonds ging ze uit eten, waarna ze nooit meer terug is gekomen.’ Ook in de prullenmand van Murphy: pogingen tot songschrijven met Janet Jackson: ‘Pfff, bij haar is alles altijd politiek.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234