Net gemist (3): de muziek die nooit is opgenomen

Jozef Stalin zei: ‘Eén dode is een tragedie. Miljoenen doden een statistiek.’ Was Stalin een muziekliefhebber? Hoeveel legendarische samenwerkingen, muzikale hoogtepunten of briljante platen zijn ons ontzegd omdat een muzikant ontijdig aan zijn einde kwam? In juli compileert Humo de jammerlijkst gemiste kansen van de popgeschiedenis – deel drie: postume pech. ‘Zo spijtig en zo pijnlijk.’

'Elvis en David Bowie: stel je die combinatie eens voor!'

Een plaat met songs die door zowel Michael Stipe als Kurt Cobain zijn geschreven: hoe zou dát klinken? Sinds 2011 weten we uit een interview met Stipe dat dat bijna geen hypothetische vraag was geweest; in 1994 stonden de R.E.M.- en Nirvana-frontmannen naar verluidt dicht bij een samenwerking. Ze wisten welke richting ze uit wilden en hoe het moest klinken. De twee vrijden elkaar toen al een tijdje publiekelijk op, en Stipe zag in zichzelf de geschikte mentor om Cobain door de valkuilen van de roem te gidsen, zoals Patti Smith dat jaren eerder voor hém had gedaan.

Stipe: ‘Enkele weken voor hij is gestorven, stuurde ik Kurt een uitnodiging en een vliegtuigticket, plus een privéchauffeur om hem naar de luchthaven te brengen. Zodat we onze plaat eindelijk konden opnemen. Het ticket heeft hij, hoorde ik later, met een nietjesmachine aan een muur vastgemaakt. De chauffeur wachtte meer dan tien uur vruchteloos voor zijn voordeur.’ Later dat jaar bracht R.E.M. ‘Monster’ uit: veruit hun rauwste, meest grungy plaat. Daarop: ‘Let Me In’, Stipes ode aan Cobain.

Countryster Dwight Yoakam beweert te weten dat Elvis Presley zes maanden voor zijn dood aan David Bowie had gevraagd om zijn volgende plaat te producen. Bowie talmde te lang, en er is niets van gekomen. Volgens Yoakam en miljoenen andere muziekfans ‘wellicht de frustrerendste gemiste kans uit de popgeschiedenis. Stel je díé combinatie voor!’ Los daarvan heeft Bowie een paar keer laten vallen dat hij zijn song ‘Golden Years’ – die later vorm zou krijgen op de plaat ‘Station to Station’ – ooit vergeefs aan Presley heeft aangeboden.


In de lift, van de trap

‘Me and Mr. Jones’ is een klassiek geworden track uit ‘Back to Black’, de tweede van Amy Winehouse. De Mr. Jones in kwestie zou Nas zijn, de ‘Illmatic’-rapper die behalve een verjaardag (14 september) ook een producer (Salaam Remi) met Winehouse deelde, en volgens roddelaars ooit een bed. Dat laatste klopt volgens Nas niet: ‘Ze was als een zus voor mij.’ De volledige naam van Nas is in elk geval Nasir Jones en het openingszinnetje van de song is ‘Nobody stands in between me and my man’. Enkele jaren geleden vertelde Nas dat hij en Amy in 2011 het plan hadden om samen een ‘soortement sequel’ op ‘Me and Mr. Jones’ te schrijven en op te nemen. ‘Een paar maanden later stierf ze.’

Vóór hij neergekogeld werd, koesterde Tupac Shakur concrete plannen voor de wereldvrede in de hiphop. Zijn grootse visie: ‘One Nation’, een plaat die de rappers van de oostkust met die van de westkust had moeten samenbrengen, maar nooit tot volle wasdom is gekomen. In 1996 lagen mensen daar wakker van.

Horen onvermijdelijk thuis in deze kolommen: de honderden muzikanten, getalenteerde zangers en briljante songschrijvers die abrupt en veel te vroeg zijn gestorven, en van wie we nooit zullen kunnen inschatten of hun volle potentieel al was bereikt. Wie zichzelf om zeep heeft geholpen (drugs, drank, zelfmoord) rekenen we voor het gemak niet mee – pijnlijker en zinlozer zijn de sterfgevallen door een stom ongeluk of een ziekte. Sandy Denny viel van een trap. Steve Peregrin Took (samen met Marc Bolan in Tyrannosaurus Rex) stikte in een cocktailkers. Mark Sandman en reggae-outsider Judge Dread stierven op het podium aan een hartaanval. Jerry Fuchs van !!! en LCD Soundsystem – volgens Nancy Whang ‘maybe the greatest drummer that ever lived’ – viel zijn dood tegemoet in een liftschacht. Jeff Buckley! Bob Marley! John Lennon! Halve levens als één grote gemiste kans.

The day the music died kent u. Op 3 februari 1959 kwamen halve en hele legendes Buddy Holly, Ritchie Valens en The Big Bopper om in een vliegtuigongeluk. Valens had eigenlijk geen zitplaatsje op het vliegtuig. Western swing-gitarist Tommy Allsup wél, en Valens had hem vooraf herhaaldelijk gesmeekt of die hem zijn plaatsje wou afstaan. De twee wierpen een muntje op om te beslissen wie mee mocht. Valens won. Allsup zou later nog meespelen op platen van Willie Nelson, Merle Haggard en Roy Orbison.

Had in 2014 bijna vorm gekregen: een nieuwe postume plaat van Aaliyah, met oude opnames die bij elkaar gebracht en opgefrist werden door producer Noah ‘40’ Shebib. ‘Ik had de zegen van Timbaland, Aaliyahs producer en vriend. Enfin, hij zei: ‘Ik ga je niet tegenhouden.’’ Maar het project werd omstreden nadat bekend was geraakt dat ook Drake meewerkte. Zowel Timbaland als de moeder van de in 2001 omgekomen zangeres trokken hun steun onmiddellijk terug. Shebib: ‘Haar mama zei: ‘Ik wil liever niet dat dit ooit uitkomt.’ Dat was voor mij genoeg. Ik heb meteen alles in de vuilnisbak gegooid en nooit meer omgekeken.’


Bowie en De Vos

De grootste gemiste kans van Koen Kohlbacher, van het Belgische psychfolk-kwintet Birds That Change Colour, is er weliswaar één die hij levend heeft afgerond, maar de twee belangrijkste figuranten daarin zijn iconen die het tijdelijke voor het eeuwige hebben gewisseld.

Koen Kohlbacher «Zomer 2002. Ik werkte voor een tv-productiehuis, en voor een talkshow wilden we iets doen rond de nieuwe David Bowie-plaat ‘Heathen’. God zou in Brussel neerdalen, Luc De Vos zou hem interviewen. Ik mocht vooraf de vragen bedenken, en uiteindelijk mocht ik zelfs mee naar het interview. Ik was zo al bloednerveus van de gedachte dat ik mijn held Bowie zou ontmoeten, en het hielp niet dat Luc maar niet kwam opdagen. Het interview zou beginnen – ‘Vous avez cinq minutes, monsieur!’ – en ik kon Luc maar niet bereiken. Ik besliste om Bowie zelf te interviewen: de vragen kende ik. Tenzij Luc alsnog... ‘Monsieur!’ De portier maande me aan om naar binnen te gaan. ‘This is it!’ dacht ik, en ik maakte een onvergeeflijke beginnersfout. Wanneer de geschiedenis roept, mag je niet meer achteromkijken. Dat deed ik wél, en ik zag nog net Luc om de hoek verschijnen. Op zijn gemak, met een gelukzalige grijns op zijn gezicht. Bowie kreeg uiteindelijk zelfs mijn uitgeschreven vragen niet te horen, want Luc deed gewoon zijn ding. Geen eeuwig wolkje stardust voor mij. Wel een handtekening op mijn exemplaar van ‘Low’. Ook mooi.»

In 2000 vertelde Luc De Vos aan Humo: ‘Ik vind wel dat ik goed in het Engels kan zingen. Tijdens een solotournee heb ik eens een paar dEUS-nummers gezongen en dat ging mij geweldig goed af. Ik heb boven in mijn kamer vijftig songideeën liggen waar voorlopig niets mee gebeurt. Ik zou die graag op andere manieren uitbrengen. In het Engels.»

Er stonden tien tracks op de enige plaat van Automatic Buffalo, het Engelstalige project van De Vos. Er zijn dus mogelijk veertig tracks die de wereld nooit heeft gehoord.


De orgaanbusiness

Het gebeurt vrij zelden dat een liedje het potentieel bezit om levens te rédden. Extra spijtig is het als zo’n nummer zijn publiek nooit bereikt.

Sarah Vandeursen (Kenji Minogue) «Enkele jaren geleden vroeg de provincie West-Vlaanderen ons of we het zagen zitten om een nummer te verzinnen voor hun bewustmakingscampagne rond orgaandonatie. We hebben niet echt een band met organen of zo – behalve dat we er allebei een paar hebben – maar we gingen toch aan de slag. Onze song en clip waren al volledig klaar – het refrein ging zo: ‘Als ’t met joen gedoan is / Moakt ’t dan uit woar joen orgoan is?’ – toen de gedeputeerde van de provincie het licht plots op rood zette, een week voor de campagne van start zou gaan. Naar verluidt nam zij aanstoot aan het zinnetje ‘Jouw orgaan dat pompt in mij / Dat staat me aan, het maakt me blij’. Geen idee waarom. Wij waren tevreden over de eenvoud van de tekst, maar zij vond onze eenvoud blijkbaar pervers. Het zou haar aan een geslachtsorgaan hebben doen denken – zo zie je maar hoe ziek de geest van gedeputeerden kan zijn. De vollédige campagne is toen afgeblazen. Gemiste kans: het orgaandonatieprobleem in ons land had al opgelost kunnen zijn. Zo spijtig en zo pijnlijk: onze song had andere mensen in leven kunnen houden of gelukkig maken, maar we hebben nooit een echte kans gekregen.

»We hebben het nummer nog wel. Wie weet springen we, als onze carrière doodgebloed is, ooit alsnog op de orgaanbusiness. Medische thema’s bespreekbaar maken met een deuntje: een gat in de markt.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234