Net gemist (4): hoe het toeval tegenwerkte

Close but no cigar, laat staan een monsterhit, een lucratief platencontract of de wereldhegemonie: de hele maand juli selecteert Humo de deerlijkste ‘net niet’-momenten uit de pop- en rockmuziek. Deze week de vierde en laatste portie: het geklungel. ‘De hele Belgische muziekgeschiedenis is één grote gemiste kans.’

'Prince wilde een praatje maken, maar ik moest erg dringend naar de wc'

De voorbije weken las u op deze pagina’s over legendarische muziekmomenten die nét niet plaatsvonden omdat protagonisten op het verkeerde moment stierven, omdat festivalpromotoren geld roken of omdat Mick Jagger moeilijk deed. Het wordt een paar graden lulliger wanneer een onfortuinlijke stoelgang of het drankmisbruik van een ánder in de weg komen te zitten.

Maurice Engelen «In de jaren 90 was ik in een club in Miami, toen het op dat moment nog onbekende Boyz II Men daar werd voorgesteld. In de club stonden drie viptafeltjes op een verhoogje. Mijn toenmalige zangeres van Praga Khan en ik zaten aan één tafeltje, en net ernaast niemand minder dan Prince. Wij zagen er in die tijd uit alsof we van Mars kwamen – we werden gekleed door de bizarre ontwerper Daniel Poole, in de stijl van de raves – en Prince was enigszins gefascineerd: hij hield ons al een tijdje in de gaten. Het was redelijk duidelijk dat hij met ons wou praten, maar tegelijk voelde ik me steeds ongemakkelijker worden. Ik had namelijk iets verkeerds gegeten en moest dringend naar het toilet. Net toen Prince zich vooroverboog om iets te zeggen, kon ik het niet meer houden en ben ik naar de toiletten gespurt. Toen ik terugkwam, raakte ik niet meer door het cordon van bodyguards van Prince. Ze waren nogal grondig: níémand mocht in de buurt van hun baas komen. Uiteindelijk ben ik dan maar teruggegaan naar mijn hotel. Mijn enige kans om met Prince te spreken: verknald omdat ik moest gaan kakken (lacht).»

Halverwege de jaren 90 schoot Metal Molly vanuit Tremelo, Belgium in een korte maar hevige spurt als een komeet de rock-’n-rollhemel in, voortgestuwd door het succes van de single ‘Orange’. Drie seconden lang lag ook Amerika in het schootsveld.

Pascal Deweze (in 1999) «Ik hoor het de mensen van de platenfirma nog zeggen: ‘‘Orange’ wordt het nieuwe ‘Creep’!’ Rond die tijd mochten we een showcase doen in de SIR Studio’s in New York, in de beruchte kamer met de muurvullende spiegel. We moesten er optreden voor de grote baas van RCA, het label dat ons eventueel wilde tekenen. Meteen nadat we waren binnengekomen, vroeg die kerel al of we ‘alstublieft niet te luid wilden spelen’. Hij had hoofdpijn omdat hij de dag tevoren te lang was doorgezakt! Dan denk je ‘Fuck! Wij zijn voor dit optreden helemaal naar Amerika gevlogen!’ ‘Orange’ is niét het nieuwe ‘Creep’ geworden.»

Gelukkig is uitstel niet altijd afstel, weet ook Coely.

Coely «Drie jaar geleden werd ik op Rock Werchter geboekt. Zoals voor elke Belgische artiest is dat een droom die uitkomt. Jammer genoeg kreeg ik een week vóór de show last van appendicitis. Ik was niet in staat om de show te spelen, en met pijn in het hart heb ik moeten afzeggen. Het heeft nog twee zomers geduurd voor ik me mocht bewijzen op de Werchterse Main Stage. Enkele weken geleden was het raak: schot in de roos!»

Een bijna gemiste kans: in 1988 was een paar uur niet zeker of het geplande concert van Herman Brood op de Lokerse Feesten wel zou kunnen doorgaan toen bleek dat hij... thuis de lijm voor zijn valse gebit had vergeten. Het is goed gekomen nadat de organisatie ’s avonds laat een tandarts had weten op te trommelen.


HIT GEMIST

Wereldsterren die hun songs niet allemaal zelf schrijven, krijgen hun materiaal vaak aangeboden door professionele, freelancesongschrijvers. Het probleem: hoe herken je een goede song op papier? Een beetje wereldster krijgt elke wéék nieuwe songs toegestuurd: krijg in dat tempo maar het kaf van het koren gescheiden. Stel u voor: twee minuten gebrek aan concentratie van u (of uw team adviseurs) en u ziet een geheide wereldhit door de neus geboord. Stevie Nicks zag bijvoorbeeld niets in de haar aangeboden song ‘Call Me’: enkele maanden later groeide het – met dank aan de film ‘American Gigolo’ – uit tot de allergrootste hit van de groep Blondie. Pas nadat het geweigerd was door r&b-sterren als Toni Braxton en TLC, groeide het door de Zweed Max Martin geschreven ‘...Baby One More Time’ uit tot het populairste nummer van 1998.

‘Don’t You (Forget About Me)’ – copyright Keith Forsey en Steve Schiff – werd gepresenteerd aan en geweigerd door onder meer Bryan Ferry, The Pretenders en Billy Idol, alvorens de Simple Minds er één van de grootste hits van de jaren 80 van maakten. En had de rond 2002 ingedommelde carrière van Michael Jackson nu wel of niet een boost gekregen als hij niét ‘nee’ had gezegd tegen de songs die Pharrell Williams hem had aangereikt? Niet veel later scoorde Justin Timberlake met ‘Like I Love You’, ‘Señorita’ en ‘Rock Your Body’ drie van zijn grootste hits.


SPOOKPLAAT

In een ideale wereld vindt een geweldige song of plaat automatisch zijn publiek. In de praktijk hangt veel af van hoe iets in de markt wordt gezet. Hoeveel briljante platen zijn ons in de loop der jaren ontzegd door de onoplettendheid – of erger: de onbekwaamheid – van de marketingafdeling van een platenfirma? Wilfried Brits is ex-manager van Vaya Con Dios en Blue Blot, nu van Urban Trad en Jacle Bow.

Wilfried Brits «In 2002 vroeg Universal Music Belgium of ik hun nieuwe A&R (artists and repertoire, red.) wilde worden. Een geschenk uit de hemel, want Blue Blot – de groep die mijn managementbureau, waar toen ook Rob Vanoudenhoven werkte, financieel overeind hield – had net zijn frontman Luke Walter Jr. verloren. Op mijn eerste werkdag bij Universal vond ik onder mijn bureau een kartonnen doos met een vijftigtal onbeluisterde demo’s. Daar zat het debuut van Popmachine bij. Fantastische plaat. Die hebben we toen professioneel opgenomen, en Alex Callier producete de single ‘Love Me’. Alleen: dat debuut is nooit uitgebracht omdat de marketing niet wist hoe ze het in de markt moesten zetten! Niet abnormaal, als je ziet welke artiesten ze toen hadden: Opium, Liliane Saint-Pierre, Günther Neefs, Willem Vermandere... Maar toch. Enfin, Marco Rosano, de man achter Popmachine, heeft toen een advocaat ingeschakeld om alle masters, rechten en de duizend fysieke cd’s terug te krijgen. Een gemiste kans voor hem, of voor Universal?»


DAPPER MAAR KLEIN

Erger wordt het wanneer een gebrek aan marketingvernuft een compleet land treft.

Stijn Meuris «In wezen is de hele Belgische muziekgeschiedenis één uitgebreid ‘net niet’-verhaal. Wat ik wil zeggen: in vergelijking met de hoeveelheid talent dat hier ontbolstert, zijn er ontstellend weinig Belgische bands die internationaal op lange termijn uitgroeien tot grote namen.

»De kleine oppervlakte waarop wij wonen, heeft de voorbije decennia buitenproportioneel veel goede, spannende en gedurfde muziek voortgebracht. TC Matic, Front 242, Evil Superstars, dEUS en in hun kielzog de hele Antwerpse scene, al die geweldige bands van de voorbije jaren... Ik heb daar geen empirisch bewijs voor, dat is aanvoelen. Maar ik zal niet de enige zijn die dat denkt.

»Ik hoor het de nieuwe generatie muzikanten altijd graag zeggen: ‘Wij mikken op het buitenland.’ Goed! Dóén! Zeker met de sociale media: de wereld is een dorp! En toch werkt het bijna nooit. De mensen zullen zeggen: ‘Meuris, wat ben jij een oude zak: ze proberen tenminste.’ Maar het klopt. Veel Belgische bands kondigen vooraf buitenlandse verhalen aan, maar zelden hoor je daar achteraf nog iets van. Ook al omdat we daar in Vlaanderen niet graag naar vragen. We zijn niet goed in debriefen: er moest maar eens een ongezellig antwoord van komen.

»Natuurlijk hebben sommige Belgische acts het internationaal goed gedaan: Arno in Frankrijk, Stromae Milow, Selah Sue, Soulwax... Maar dat zijn toch kleine uithalen? Ik moest geweldig lachen toen Stromae aankondigde dat hij zijn carrière on hold zou zetten. Ik dacht: ‘Wélke carrière?’ Uiteráárd heeft Stromae geweldige successen geboekt met zijn plaat. Alleen: dat was gedurende een periode van hooguit twee jaar. Twee jaar: de Britten noemen dat ‘een begin’, in België is dat blijkbaar een carrière.

»Dat is precies het omgekeerde van de Nederlanders, hè. Hun bands maken, op enkele uitzonderingen na, over het algemeen plattere, minder gedurfde, meer populistische muziek... Heel glad en geformatteerd ook, in tegenstelling tot de bravoure van veel Belgische artiesten. Maar: ze slagen er wél in om hun acts een glans te geven die veel verder reikt dan die van ons. Anouk is daar het perfecte voorbeeld van: zij en haar omgeving hebben het mercantiele talent om redelijk middelmatige muziek maximaal te vermarkten, maar ik voel akelig weinig bij die hele Anouk.

»Ergens aan een toog heb ik ongetwijfeld eens gezegd: ‘Een fusie van het talent van de Belgen en het marketinggevoel van de Nederlanders: dát zou nog eens iets zijn.’ Ook nu ik nuchter ben, geloof ik dat dat klopt.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234