null Beeld

Nick Drake - Family Tree

'Now we rise and we are everywhere.' De woorden staan gebeiteld op Nick Drakes grafzerk in het Engelse Tanworth-in-Arden en meer dan drie decennia na zijn dood blijken ze een profetie.

In zijn tijd stond Drake nergens: tussen 1969 en 1972 schonk hij drie ingetogen, kristallijne platen aan een wereld die er niet om maalde. Vandaag is hij overal, geprezen door helden als David Gilmour, Kate Bush, R.E.M., Bright Eyes en de Japanse noisemetalgroep Boris; gevierd door een steeds grotere schare bewonderaars.

De verrijzenis begon niet lang nadat de fragiele zanger in november '74, amper 26, aan een overdosis antidepressiva was bezweken: dat jaar nog klopten de eerste pelgrims op de deur van Far Leys, zijn ouderlijk huis. Vader Rodney en moeder Molly gaven ze te eten, legden ze te slapen en lieten ze niet vertrekken zonder een kopietje van een cassette met de vroegste home recordings van hun zoon. Wisten zij veel dat een opportunistische paljas die intieme, krakkemikkige opnamen vroeg of laat voor hard geld op grote schaal zou bootleggen! 'Het zou unfair zijn tegenover jou en je fans om die scheve situatie niet recht te trekken,' schrijft zus Gabrielle in de overvloedige liner notes bij 'Family Tree', de compilatie waarop ze de daad bij het woord voegt.

En dus illustreert 'Family Tree' de muzikale ontwikkeling van Nick Drake in de jaren voor z'n officiële debuut 'Five Leaves Left'. Van de 27 liedjes werd het merendeel opgenomen in Far Leys, acht werden in de lente van 1967 door een vriend geregistreerd in Aix-en-Provence, en twee een jaar later in Cambridge door studiegenoot Robert Kirby, later Drakes vaste arrangeur. Drie jaar werd eraan gewerkt; opnieuw door Kirby, maar ook door klankman John Wood, nog een Drake-getrouwe.

Met succes. Het geluid van 'Family Tree' is níét dat van nagels die over de bodem van het vat krassen, wel integendeel: 't is een opvallend plezierig portret van een jonge snaak op zoek naar zijn eigen stem. Zoals velen stak ook Drake van wal met een boel covers en een rist standards. Hoor hem bijvoorbeeld het werk interpreteren van de vergeten Engelse volkszanger Bert Jansch, of van Bob Dylan en diens minder bekende landgenoten Jason C. Frank, Dave Van Ronk en Robin Frederick, het meisje dat in Aix als een blok voor Drake viel. Al komt hij pas piepen, hij herschept die muziek naar zijn eigen beeld en gelijkenis, met - heel vroeg al - die laconieke, gedempte vocalen en dat behendige gitaarspel. Dat Drake met Robert Johnson dweepte, hoeft niet meer te verbazen: grofkorrelige blues haalt 't met een straatlengte voorsprong op weelderige folk. Tot zover de 'Tree' uit de titel, de missing link tussen Drake en de muziekgeschiedenis: fascinerend.

Dat de 'Family' uit de titel minstens zo'n sterke impact had, bewijzen twee door Molly Drake geschreven en vertolkte stukken die wel degelijk in het rijtje passen. Leg haar 'Poor Mum' maar eens naast zoonliefs 'Poor Boy', op 'Brayter Layter' uit 1970: het lijkt wel of hij zijn talent voor scherpzinnige, kommervolle ballades met de moedermelk ingezogen heeft. In de bijrollen ook Gabrielle, met wie hij in de traditional 'All My Trials' harmonieert zoals alleen broers en zussen dat kunnen, en oom Chris en tante Nancy, met wie hij (op klarinet) Mozarts 'Kegelstatt Trio' brengt. Pa legt het allemaal vast op z'n nieuwe reel-to-reel recorder.

De uitlopers van al die invloeden, Drakes eigen composities, laten de diepste indruk na. Op wat vingeroefeningen na zijn ze allemaal Drake pur sang, en dus: essentieel. Op kop wijst 'They're Leaving Me Behind' even koelbloedig richting afgrond als om het even wat op zwanenzang 'Pink Moon', en ook de embryonale versie van het klassieke 'Way to Blue' is er eentje om in te lijsten.

Gelet op het hoge doe-het-zelfgehalte en de ouderdom van het materiaal is het een half mirakel dat 'Family Tree' zo goed klinkt. John Wood tekent voor een compromis tussen toegankelijkheid en authenticiteit: opkuisen maar niet opsmukken. Staan er bijgevolg ook op: klingelende glazen, zoemende radio's, krakende grammofoons, dichtslaande deuren en een lachende Drake die zichzelf en zijn toehoorders toemompelt dat-ie wel beter kan, hoor. Die speelse human touch geeft je haast het gevoel dat je aan zijn voeten zit.

De kiem van de pijn mag dan wel al voelbaar zijn, 'Family Tree' is geen elpee van Drake-de-kluizenaar, posterboy voor de prozacgeneratie. Het is de plaat van een fijnbesnaarde young lad die in een warme omgeving tot volle wasdom komt en voor wie de wereld wijd open ligt. 'Family Tree' is een geboortekaartje. Nader tot Nick zal u in dit leven niet meer komen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234