'Niet schieten': Viviane De Muynck en Jan Decleir spelen de grootouders van Bende-slachtoffer David Van de Steen

Vorig jaar had de zogeheten Reus van de Bende van Nijvel, onze nationale schandvlek, ineens een stellige identiteit, maar het duurde niet lang of het daderschap van die dode werd met stelligheid in twijfel getrokken. Het oude wijsje. De pijn van de nabestaanden van de slachtoffers van de Bende zeurt intussen maar door. Een pijn die, ook als ze op een dag een oud zeer zal zijn, wellicht nooit zal wennen. Met het gelijknamige boek van David Van de Steen en Annemie Bulté als leidraad, heeft Stijn ConinxNiet schieten’ gedraaid, een film over een overlevende en vooral over twee bejaarde nabestaanden van slachtoffers van de Bende.

'Ik ben altijd een believer geweest: ik geloofde van meet af aan dat de hoogste regionen van de macht iets met de Bende van Nijvel te maken hadden'

Petje en Metje, de grootouders van David Van de Steen, worden gespeeld door Jan Decleir en Viviane De Muynck, twee acteurs die, behalve hun vak, ook nog hun geboortejaar met elkaar gemeen hebben: 1946. In 1985 waren ze allebei 39, in de kracht van hun leven. Hoe reageerden ze in die dagen op kwade tijdingen over de Bende van Nijvel?

Viviane De Muynck «Met verstomming en verslagenheid: mensen die naar de supermarkt gingen en beestachtig werden afgemaakt, zonder dat iemand precies wist wat er aan de hand was. Mijn vader dacht onmiddellijk aan een coup. Maar hoe angstaanjagend het ook mocht zijn, toch was ik er in die tijd vaak helemaal niet mee bezig. Mijn privéleven en mijn werk in het theater eisten mijn gedachten meer op.»

Jan Decleir «Ik herinner me vooral mijn ongeloof, mijn stomme verbazing: ‘Toch niet híér?’ Het klopte niet. De CCC (Cellules Communistes Combattantes, red.) waren toen ook actief. En in twee jaar waren die opgerold. De staat stelde prioriteiten.»

De Muynck «Ja, de CCC werd meteen als een groot gevaar voor de staat afgeschilderd, terwijl de overheid in die dagen liever leek te zwijgen over de Bende van Nijvel. Je had toen ook voortdurend het gevoel dat het justitiële apparaat maar wat aanmodderde. Burgers voelden zich niet meer beschermd door de staat: dat was het onbehagen van de jaren 80.»

Decleir «Ik ben altijd wel een believer geweest: ik geloofde van meet af aan dat de hoogste regionen van de macht iets met de Bende van Nijvel te maken hadden. Een coup in België was op zich een belachelijk idee, maar intuïtief sloot ik die mogelijkheid toch niet uit. Maar goed, hoe onwezenlijk die tijden ook waren, het leven ging voort.»

HUMO Hoe was je leven in het begin van de jaren 80?

Decleir «Om dat uit te vogelen zou ik een onderzoeksjournalist moeten inschakelen. De gaten in mijn geheugen worden met de dag groter.»

De Muynck «Ik speelde toen bij Mannen van den Dam, een maatschappijkritisch theatercollectief. Dat betekende ook dat we eindeloos vergaderden en oeverloos palaverden. Uit democratische overwegingen hadden we geen regisseur – iederéén deed de regie, en vóór we het met z’n allen eens raakten over wie wat zou spelen, was er al een eeuwigheid verstreken. We keken op naar de Duitse regisseur Peter Stein, die in zijn gezelschap in Berlijn ook de toiletdames mee liet beslissen: zij mochten zich aan de grote vergadertafel uitspreken, en niet alleen over de noodzaak van pauzes. Dat hoorde toen zo. Gelijkheid is mooi, maar nu ben ik van mening dat niet iedereen moet wauwelen over dingen waar hij of zij niets van af weet. Op een bepaald moment had het soort politiek theater waar wij ons mee bezighielden, zichzelf overleefd. Het was te moralistisch en te betweterig geworden. En toen we nog maar eens met een politieke boodschap bij de ingang van fabrieken gingen staan, pikten de arbeiders dat op een bepaald moment niet meer.»

Decleir «In de jaren 80 ben ik weggegaan bij de Internationale Nieuwe Scène. ’t Was welletjes geweest. Ik had ook genoeg van het soort vergaderingen waar Viviane het over heeft. Ik begon toen solostukken te spelen: Pjeroo Roobjee, Hugo Claus, Dario Fo. Als ik terugkijk, zie ik niks dan chaos. Wat ik gedaan heb, lijkt eigenlijk nergens naar (lachje).»

De Muynck «We zijn oude soixante-huitards, Jan. L’imagination au pouvoir! Die gedachte drijft me nog altijd voort.»

Decleir «Wat is er van de geest van mei ’68 overgebleven? Bitter weinig, vrees ik. Ik vind er ieder geval geen sporen van terug als ik naar ‘De ochtend’ luister. Maar dat neemt niet weg dat mei ’68 mij dierbaar is. Het schiet mij te binnen dat mijn broer Dirk in ’68, samen met nog zeven andere acteurs, door de politie uit de Beursschouwburg, hun werkplek, is geslagen. Op last van één of andere politicus die het theater kennelijk belangrijk genoeg vond om er geweld tegen te gebruiken.»

De Muynck «Mei ’68 was een lovenswaardige poging om de maatschappij een andere wending te geven. Iets van die orde hebben we hier later niet meer meegemaakt. Alleen al het idee dat je iets kón veranderen, was avontuurlijk.»

HUMO Voor je actrice werd, was je directiesecretaresse. Kon je in die functie iets aanvangen met de geest van mei ’68?

De Muynck «Bij de scheepswerf Béliard Murdoch, waar ik de secretaresse van de directeur-generaal was, mochten vrouwen geen pantalon dragen. Ik kocht een broekpak en hing het op kantoor in de kast. Zodra ik moest overwerken, trok ik dat broekpak aan. Het verzet zat in zulke kleinigheden (lacht).»


Permanent gemis

HUMO Laten we het nu over het oudere echtpaar hebben dat jullie in ‘Niet schieten’ spelen, de grootouders van David Van de Steen, die zijn ouders en zijn zusje heeft verloren tijdens de moordpartij in de Delhaize in Aalst. Had je die grootvader, genaamd Petje, snel te pakken, Jan?

Decleir «Neen, ik heb er tamelijk lang over gedaan. Enkele jaren geleden stelde Stijn Coninx me voor aan David Van de Steen, en toen was Petje, zijn grootvader, nog maar pas gestorven. Ik heb bij die gelegenheid in het gezelschap van David en Stijn een wandeling door Aalst gemaakt, langs alle plekken die voor hem van belang waren, ook de parking van het warenhuis. Daar twijfelde ik er ineens hevig aan of ik die grootvader wel moest spelen. Ik kwam er namelijk Nathalie Palsterman tegen, van wie de vader daar door de Bende van Nijvel was vermoord. ‘Ik zie dat niet graag,’ zei ze. Ze zag Stijn, David en mij daar niet graag rondlopen. Showbusiness, moet ze misschien gedacht hebben. Nu ja, die twijfel van ethische aard was er al vóór Nathalie Palsterman, overigens een heel aardige vrouw, mij aansprak. Zo van: ‘Wie help ik daarmee?’ Ik voorzag ook valkuilen: zo’n film kan snel een héél sentimentele affaire worden. Ik ken mijn bloedbroertje Stijn Coninx heel goed: hij is gevoelig voor sentiment, omdat hij gevoelig tout court is, een aardige en onwaarschijnlijk lieve man. We moesten er dus voor waken dat we niet aldoor leunden op mededogen met de slachtoffers, waardoor de reflectie op de achtergrond zou raken. Ik werd die sentimentaliteit overigens ook al gewaar toen ik het oorspronkelijke scenario las. Enfin, door nog meer contacten met David en zijn entourage heb ik toch maar voor de film gekozen, en vanaf toen zijn we er heel, héél hard aan beginnen te werken. Dat kwam voornamelijk neer op herschrijven – we hebben maanden aan de schrijftafel gezeten.»

HUMO De film is ‘waargebeurd’. Is ‘waargebeurd’ hinderlijk voor een acteur? Beperkend?

Decleir «Er bestaan wel enkele beelden van de personages die Viviane en ik moesten vertolken, maar daar hadden wij niks aan. Bovendien heeft het overgrote deel van het publiek geen idee van die mensen.»

De Muynck «Ik heb de moeder van Tom Lanoye gespeeld in ‘Sprakeloos’, en de moeder van Griet Op de Beeck in ‘Vele hemels boven de zevende’, maar ik had daarbij niet de minste behoefte om een bestaand iemand na te spelen. Ik speel de motieven van iemand, wat iemand dríjft, en juist dát maakt een rol universeel. Ik was om te beginnen vereerd dat Stijn Coninx me voor de rol van Metje vroeg. Van meet af aan had ik er vertrouwen in, en ook vertrouwen in Jan. We hadden al eens een ouder echtpaar gespeeld in ‘Met man en macht’ (tv-serie van Tom Lenaerts en Tom Van Dyck, red.).»

HUMO Na die slachting in de Delhaizewinkel, waarbij ze drie naasten heeft verloren, wil Metje er niets meer over horen. Ze sluit zich volkomen af voor wat er is gebeurd. Begrijp je dat?

De Muynck «Ja. Haar man wil wéten, terwijl zij het juist niet meer geweten wil hebben. Die deur moet dicht blijven van haar: wat erachter zit, is te vreselijk voor woorden. Ze wil dat gebeuren niet elke avond ontleden. Haar idee is ook: aan hen denken brengt de doden niet terug. Daarom richt ze zich op wie er nog is: haar kleinzoon David. Haar houding heeft niets met domheid te maken, maar alles met permanent gemis. En ook wel met het gevoel dat haar iets ongelofelijk onrechtvaardigs is overkomen.»

HUMO Dacht je ook aan depressie toen je haar speelde?

De Muynck «Neen. Ze is ook taai, maar anders dan haar man. Ze gaat door, ondanks zichzelf, ook al is haar verlies oneindig, een peilloos diepe afgrond.»

'Onze cultuur doet er alles aan om het noodlot weg te cijferen. Wij kunnen gewoonweg niet omgaan met ouderdom, ziekte en dood ''

HUMO Het is me bekend dat je ervaring hebt met verlies en rouw: je man is jong gestorven en ook je zoon is je ontvallen.

De Muynck «Het monsterlijke van ons vak is dat je zulke persoonlijke ervaringen gebruikt, of je dat nu wilt of niet. Ze dringen zich, al dat niet bewust, aan je op zodra een rol ook maar even in de buurt van dat soort verdriet komt. Het zit in mijn wezen en ik raak het nooit meer kwijt.»

HUMO Alles verandert. Alles wordt vooral minder. Ook dat wezenlijke verdriet?

De Muynck «Er is op den duur een soort aanvaarding van het onvermijdelijke, het noodlottige. Aanvaarding ook van het feit dat je niet alles onder controle hebt. Maar of het verdriet daar minder door wordt? Neen. Het is onlosmakelijk met mij verbonden. Het is een ongeneeslijke wond, ook al groeit er dan een dun vliesje overheen. Op onvoorziene momenten scheurt dat vliesje weer – ik hoef maar een onnozele oude hit als ‘Owner of a Lonely Heart’ te horen of ik begin al te janken. Ik kan het niet helpen.»

Decleir «De kracht van zo’n liedje is nu eenmaal de Grote Verstaanbare Emotie, iets waar wij, acteurs, ook ons voordeel mee proberen te doen.»

De Muynck «Onze cultuur doet er alles aan om het noodlot weg te cijferen. Wij kunnen gewoonweg niet omgaan met ouderdom, ziekte en dood.»

Decleir «Je kunt niet buiten dierbare doden: mijn verongelukte broer Dirk, mijn vader en mijn moeder, vrienden, altijd zijn ze bij me, terwijl ik in helemaal niets geloof – ik zal hen zeker niet terugzien als ik voorgoed mijn ogen heb gesloten. Maar zolang ik leef, zijn zij een deel van mijn leven. En ik zal als acteur weleens iets doen met het verdriet dat met de herinnering aan hen gepaard gaat, maar nooit bewust. De scène in het lijkenhuis, waarin Petje de lichamen gaat identificeren, wilde ik eerst heel anders spelen: onderkoeld, alweer om sentimentaliteit vóór te zijn. En toen de camera liep, besliste ik in een fractie van een seconde om het helemaal níét onderkoeld te spelen, omdat de situatie heel anders aanvoelde. Ik heb daarbij niet bewust aan mijn broer Dirk, noch aan mijn dode ouders gedacht.»

De Muynck «’t Is een prachtige scène. Het gaat om dat ene moment waarop je je helemaal aan de situatie overgeeft. Dan gebeurt het. Je kunt daar vooraf geen afspraken over maken, je kunt niet eens voorzien hoe je zoiets zult spelen. Je doet op zo’n beslissend en wonderlijk moment iets waar je geen idee van had.»

Decleir «Eerst zou die identificatiescène zich in een academisch ziekenhuis afspelen, in een cleane ruimte met wel vijftig roestvrijstalen snijtafels. Ik sprak mensen die bij de echte identificatie van de slachtoffers aanwezig waren geweest, en zij hadden het over een rommelig en nogal morsig lijkenhuisje, waaruit je meteen kon opmaken dat de betrokken instanties helemaal niet op zo’n noodlottige gebeurtenis voorbereid waren. De meeste lichamen lagen naar het schijnt op de grond, er liep te veel volk rond, en er werd volop gerookt. Naarmate de draaidag van die scène dichterbij kwam, ben ik steeds meer op een andere setting blijven aandringen: een dood lichaam op de vuile grond maakt een heel andere indruk op mij dan een dood lichaam op een cleane tafel. En die rommeligheid maakt alles vanzelf veel emotioneler.»


Leren alleen leven

HUMO Metje verdroeg zelfs het gedachtenisprentje van haar kind en kleinkind niet in haar blikveld. Reageerde jij anders op het verlies van dierbaren, Viviane? Wil je bijvoorbeeld iets van ze bewaren?

De Muynck «Natuurlijk wel. Bij mij thuis zijn veel foto’s van mijn zoon te zien. Mijn persoonlijke ruimte is mijn terras, dat nu vol planten staat, maar binnen is het één en al herinnering. Mijn zoon was muzikant – zijn basgitaren staan er nog, en aan de muur van mijn woonkamer hangt een jachttrofee van mijn man: het gewei van een eland. Ik ben niet van plan dat ooit weg te doen, want ik vrees dat ik het dan zou missen. Dat het een extra leegte zou achterlaten.»

'Viviane De Muynck: 'Het monsterlijke van ons vak is dat je persoonlijke ervaringen als het verlies van je man of je zoon gebruikt, of je dat nu wilt of niet.' (Foto: met Jan Decleir in 'Niet schieten' als Metje en Petje.)'

HUMO Senne Rouffaer zei me ooit dat hij op de sterfdag van één van zijn kinderen ’s avonds op het toneel stond.

De Muynck «Ik zou dat niet doen.»

Decleir «Elke situatie zal wel anders zijn. Ik kan me niet over die keuze van Senne uitspreken.»

De Muynck «Ik heb twee keer in mijn leven een voorstelling afgezegd. Dat had met een oogoperatie te maken, waardoor ik eruitzag als Robert De Niro in ‘Raging Bull’. En de dag na de begrafenis van mijn zoon heb ik ook een voorstelling afgezegd. Ik had niet de indruk dat men me dat kwalijk nam, maar men bleef wel aandringen.»

HUMO Waar put je meestal troost uit?

De Muynck «Uit mijn werk. Uit de mensen op mijn werk. Uit het spelplezier. Uit het publiek. Uit een samenwerking met Jan, bijvoorbeeld, die na de opname van een scène zegt: ‘Meer moet dat niet zijn.’ Troost zal altijd wel met mijn werk te maken hebben. Iemand zei me ooit: ‘Je kunt goed spelen, maar minder goed leven.’ En daar moet ik het mee eens zijn, ook al weet ik niet precies wat ‘niet goed kunnen leven’ is.»

HUMO Je leeft alleen, als ik het goed heb.

De Muynck «Ik leef al alleen sinds het overlijden van mijn man in 1977. Kijk, ik ben nooit een ingénue geweest, een jong en naïef en onschuldig meisje op het toneel. Toen ik beroepsactrice werd, was ik al een madame. Ik ben nooit een symbool van begeerlijkheid geweest. Of laat ik liever zeggen: zo heb ik mezelf nooit gezien. Al heb ik weleens gehoord dat iemand een oogje op me had: ‘Had je dat niet door? Allee, Viviane!’ Het feit dat ik alleen leef, had ook met mijn kind te maken. Ik dacht: hier komt niemand binnen die de baas over mijn zoontje zal spelen. Ik heb wel avontuurtjes gehad, maar nooit meer een lange relatie. De mannen voor wie ik viel, vielen niet voor mij. ‘Alleen zijn moet je leren,’ heb ik ooit in een toneelstuk gezegd, ‘maar zodra je het alleen zijn geleerd hebt, geef je het niet makkelijk meer af.’ Ik ben intussen al 72, hè. Vriendschap is heilig voor mij. Ik heb een heel goede homoseksuele vriend. De fysieke factor ontbreekt, maar wat dan nog? Ik zou me heel ongemakkelijk voelen. En bovendien is een man van mijn leeftijd toch beter af met een jongere vrouw? Nietwaar, Jan? (lacht)»

HUMO Hoe vaak heb jij behoefte aan alleen zijn, Jan?

Decleir «Laat ik zeggen dat ik de mogelijkheid heb om me thuis terug te trekken: de infrastructuur is er (lacht). Ik heb dus goed voor mezelf gezorgd, en daar hoef ik thuis geen verantwoording voor af te leggen. Maar heel bewust de eenzaamheid opzoeken doe ik niet. Het hoeft ook niet. Straks ben ik weer voor tien dagen in het buitenland, en dan is alleen zijn aangenaam voor mij. Maar evengoed prijs ik me gelukkig dat ik me zowel goed kan voelen in een groep als alleen met mijn geliefde. Ik ben blij met de veelheid aan menselijke relaties.»

De Muynck «Het gevaar bestaat dat ik mijn appartement niet meer uit kom als het niet moet. Ik was uitgenodigd op de verjaardag van Tom Lanoye: een prettig vooruitzicht, maar toch moest ik mezelf eerst overtuigen om erheen te gaan: ‘Je heb zijn moeder gespeeld. Je móét naar zijn verjaardag. Komaan!’ Opgetuigd als een zeilschip ben ik toch maar naar dat feest gegaan. ’t Was een plezierige avond, maar had ik mijn eerste impuls gevolgd, dan was ik in mijn schulp gebleven.»


De wraak van Petje

HUMO Even terug naar ‘Niet schieten’. Volgens Stijn Coninx is dat het liefdesverhaal van Petje en Metje. Hebben die twee een goed huwelijk?

Decleir «Geleerden, doctors in dit of dat, zouden daar verstandiger dingen over kunnen zeggen dan ik, maar ik denk het wel. Er zit iets door en door Vlaams aan dat huwelijk: er is namelijk van alles onbespreekbaar in. Dat ze zijn blijven wonen in een appartement met uitzicht op de parking van de winkel waar hun kind en kleinkind zijn vermoord, is ook zo Vlaams. Dat honkvaste. Dat onverzettelijke. Telkens als ze uit het raam kijken, zien ze die vervloekte plek. Je zou toch denken dat iemand dan onmiddellijk verhuist? Het liefst nog naar een andere stad? Of naar een afgelegen dorp?»

De Muynck «Die mensen hadden in Congo gewoond, ze hadden dus al één en ander meegemaakt. Ze hebben er gewapend rondgelopen, ze hadden er een bedrijf en zijn alles kwijtgeraakt.»

Decleir «Petje is volgens mij een wijze en rechtschapen man, en vooral: een absolute believer. Niemand kon hem ervan afbrengen dat er hoge heren met de Bende van Nijvel waren gemoeid. In die overtuiging is hij gestorven.»

HUMO Kort na zijn pensionering slaat de Bende van Nijvel toe in Aalst. Vanaf dat moment belast die man zich met een nieuwe levenstaak: hij belooft aan zijn kleinzoon dat hij de daders aan de kaak zal stellen, wat mij een niet geringe belofte lijkt.

Decleir «Ja, maar volgens mij doet hij het ook om dat kind enigszins gerust te stellen. Een mens belooft van alles, hè? ’t Is alsof hij dat jongetje een lolly voorhoudt.»

HUMO David heeft gezegd dat zijn grootouders streng voor hem waren. Dat valt mij in de film niet zo op.

Decleir «Wij zijn minzamer, zachtaardiger. Ook dat zal wel weer aan Stijn liggen (lacht).»

De Muynck «Nu ja, ze probéren streng te zijn, maar ze schelen bijna twee generaties met die jongen, en dat beseffen ze ook wel. Maar dat hield me hoe dan ook niet zo bezig. Ik wilde in de eerste plaats dat je de verwevenheid zou voelen van twee mensen die lang samen zijn, zo’n verbondenheid die aan één blikwisseling genoeg heeft.»

Decleir «En toch hebben ze een pikorde. Petje is de baas, zonder dat daar ooit over gesproken wordt.»

HUMO Was wraak een element in je interpretatie van Petje, Jan?

Decleir «Dat heeft meegespeeld, ja. In de film zie je een wensdroom van Petje: hij trekt met een geladen revolver naar een antiekzaak op de Zavel in Brussel, die gedreven wordt door iemand die in verband wordt gebracht met de Bende van Nijvel en ooit heeft laten blijken dat hij er meer over weet. De echte man in kwestie is antiquair, of toch iemand die op de vlooienmarkt in Brussel zaken doet. In het oorspronkelijke scenario was hij een patissier, en daar kon ik emotioneel niet bij. Ik wilde die figuur dus liever niet in een taartenwinkel ontmoeten, waar ik dan in mijn wensdroom gebakjes van de toonbank zou moeten schieten. Dat krijg ik niet over mijn hart: gebakjes moeten gegeten worden.»

'Er gebeuren nu enorm veel dingen waar ik als kind al bang voor was. Ik heb de indruk dat mijn kinderangsten concreet aan het worden zijn ''

HUMO Daarnet had ik het over de nieuwe levenstaak waarmee Petje zich belast. Ben jij je ooit van één of andere levenstaak bewust geweest, Jan?

Decleir «Neen, daarvoor is mijn leven altijd te chaotisch geweest. Maar het leven dat ik me voornam, moest wel plezierig zijn. En ook dat is niet helemaal gelukt (lacht). Hoewel ik me altijd in de buurt van linkse, geëngageerde mensen heb opgehouden, ben ik nooit een wereldverbeteraar geweest. Ik heb nooit echt geloofd dat het verbeteren van de wereld mogelijk is. Er restte mij nog de katholieke spreuk ‘Doe het goede stil’ als richtsnoer, maar ook dat is me niet gelukt. Bovendien wilde ik juist afrekenen met dat katholieke geloof waarvan alles hier doordrongen was. Daaraan heb ik misschien wel een soort levenstaak gehad, maar toen ik ermee klaar meende te zijn, dacht ik: en wat nu? Dan maar een beetje toneelspelen, zeker? Laat ik zeggen dat ik het leven voor mij en vooral voor mijn omgeving aangenaam probeer te maken. Volstaat dat als levenstaak?

»Ik zal in het leven ook wel schoonheid nastreven, maar wat is dat? Onder andere ‘verstaanbaarheid’, denk ik de laatste tijd steeds vaker. Verstaanbaarheid is om te beginnen: goed spreken. Ook acteurs schijnen zich daar steeds minder van aan te trekken. Een zendmicrofoon komt soms goed van pas, maar is nog geen reden om te mompelen op het toneel. Ik vermoed dat toneelscholen nog maar weinig aandacht aan spraakles besteden. Jammer. Al zijn er natuurlijk heerlijke uitzonderingen. ’t Is onwaarschijnlijk hoe goed Bob Dylan bekt als hij zijn radioprogramma ‘Theme Time Radio Hour’ presenteert.»

HUMO Jullie zijn allebei 72. Voelt die leeftijd heel anders aan dan toen jullie tien jaar jonger waren?

De Muynck «Fysiek wel. Over de bovenkamer heb ik alsnog geen klachten. Mijn netvlies liet los aan beide ogen. Om degeneratie tegen te gaan krijg ik regelmatig inspuitingen in mijn oogballen. Ik ben een hartstochtelijke lezeres geweest, en nu kan ik geen boeken meer lezen. Zien is voor mij geen evidentie meer, maar hard werk, al twaalf jaar.»

Decleir «Fysiek worden we er niet beter op: artrose en zo. Kun je nog televisie kijken, Viviane?»

De Muynck «Ik heb een groot scherm, niet het allergrootste, maar ondertitels kan ik niet meer lezen. Al die sterke Scandinavische series ontgaan me dan ook compleet. Het erge is ook dat de behoefte om te lezen niet afneemt.»

Decleir «Ik merk dat ik dingen begin te vergeten en dat ergert me. Ik heb nog niets leuks aan de ouderdom kunnen ontdekken. Voor de rest ben ik van de school van Jan Mulder: 200 jaar worden, maar dan in goede conditie.»

De Muynck «Bette Davis zei: ‘Ageing is not for cowards.’»

HUMO Wat voor toekomstperspectief hebben jullie nu?

Decleir «Ik wil zo lang en zo gezond mogelijk in leven blijven met mijn geliefde.»

De Muynck «Ik wil mijn gevoel voor humor niet verliezen, en vooral niet bitter worden. En in gesprekken wil ik jonge acteurs proberen te helpen. Ik wil zo’n beetje de wijze grande dame uithangen, dus (lacht).»

HUMO Net nu je bijna de juiste leeftijd voor dat bisschopsambt hebt, Jan, hebben beleidsmakers van de openbare omroep beslist dat je niet langer Sinterklaas mag spelen.

Decleir «Dat heb ik via de pers vernomen, wat ik heel onaangenaam vond. Als er iets wringt, bel ik de betrokken mensen op en zeg ik: ‘Er wringt iets. Kunnen we het daar even over hebben?’ Beleefdheid heet het. Als je zo’n beslissing neemt aan de Reyerslaan, dan bel je toch niet eerst de pers op? Nu, die beslissing zal wel weer met een ziekte van deze tijd te maken hebben: managers die, om mee te tellen, allemaal binnen de kortste keren hun persoonlijke stempel op het beleid moeten drukken. Er zijn nu ook al kúnstmanagers.»

'Jan Decleir: 'Ik heb nog niks leuks aan de ouderdom kunnen ontdekken, maar ik ben van de school van Jan Mulder: 200 jaar worden, in goede conditie.''

HUMO Laat ik er, nu we het over ouderdom hebben, even een filosoof bij slepen. Aristoteles zei over mensen op jaren: ‘Wat hun nog van het leven rest, is kort, en wat voorbij is lang. Dat verklaart ook hun praatziekte: ze houden niet op het over het verleden te hebben.’

De Muynck «Ik heb een olifantengeheugen, maar als ik al eens over het verleden spreek, dan het liefst met mensen van mijn leeftijd.»

Decleir «Mijn probleem is dat ik me van alles niet meer scherp herinner, en als een gesprek mij kan helpen om één en ander weer met scherpere contouren op te roepen, dan praat ik er graag over. Ik ben het dus niet eens met Aristoteles. Er mag voor mijn part zelfs vaker achteromgekeken worden. Alles is me te vluchtig tegenwoordig. Het gaat te snel voorbij. Wat ik ook steeds vaker te horen krijg, is: ‘Dit of dat is van voor mijn tijd,’ als pasklaar excuus, omdat je niet weet wie bijvoorbeeld Orson Welles was, laat staan wat die man heeft betekend.»

De Muynck «Als ik al eens een masterclass geef, heb ik al gemerkt dat Rainer Werner Fassbinder tegenwoordig een nobele onbekende is. Ik verdraag dat slecht.»

HUMO De dichter Petrarca vond dat mensen op jaren vooral aan het werk moesten blijven: ‘Als ik rust neem en het langzaamaan ga doen, dan ben ik voor ik het weet dood.’

De Muynck «Ik zal weleens klagen: ‘Niet nóg een tournee met Needcompany!’ Maar een leven zonder werk kan ik me niet voorstellen. Ik heb de wereld afgereisd met Needcompany, en mogelijk wordt dat reizen me op den duur te veel. Maar nu nog niet. Mits comfortabel: in businessclass, als het om intercontinentale vluchten gaat.»

HUMO De meeste Vlaamse acteurs gaan niet op wereldtournee.

De Muynck «En ze hebben ook nooit geroepen: ‘Australia, do you wanna see my tits?’ Waarop een zaal van 1.200 man brult: ‘Yeahhhhhhh!’ (lacht) Leuke dingen voor de mens.»

HUMO Jij bent tot nog toe ook altijd aan het werk gebleven, Jan.

Decleir «En zo wil ik het houden. Ik vind het ook erg fijn dat ik nog word gevraagd. Maar ook als ik niet meer word gevraagd, zal ik me sowieso kunnen bezighouden. Mijn oude ambacht van beeldend kunstenaar is er ook nog, hè. Dingetjes bedenken is nog een mogelijkheid. Nu, we móéten wel werken, want ons pensioen stelt weinig voor – al zullen we niet in armoede vervallen, hoop ik. Dat de armoede toeneemt in dit land, en dat de voedselbanken goed beklant zijn, vind ik behalve schandalig ook onbegrijpelijk. En van al die weelde gecombineerd met leegte begrijp ik ook al niets.»

HUMO Waar maken jullie zich in deze fase van jullie leven nog zorgen over?

Decleir «Er zijn wel heel veel mensen op de wereld. Er gebeuren nu enorm veel dingen waar ik als kind al bang voor was. Ik was bang voor auto’s, voor de medemens… Ik heb de indruk dat mijn kinderangsten concreet aan het worden zijn.»

De Muynck «En dan de politiek-economische onwil om de klimaatverandering onder ogen te zien. Ik woon op de 22ste verdieping: als het stormt, stormt het anders en vooral heviger dan vroeger.»

HUMO Tijd voor een optimistische noot: denken jullie weleens aan het bejaardentehuis als eindbestemming?

De Muynck «Ik ga daar niet naartoe. Ik hoop dat ik net als Metje en mijn vader, die 92 is geworden, op een dag kan zeggen: ‘Zo is het wel genoeg geweest.’»

Decleir «Ik denk nooit, nóóit aan het bejaardentehuis. Ik ben er volstrekt niet mee bezig. Het komt niet eens in me op.»

‘Niet schieten’ loopt vanaf 10 oktober in de zalen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234