null Beeld

Nobelprijs voor Literatuur 2017: onze glazen bol mag weer even van stal!

Als je dezer dagen iemand met afgekloven vingernagels ontmoet, is de kans groot dat het een schrijver is, want volgende week wordt de winnaar voor de Nobelprijs voor Literatuur bekendgemaakt. Dit zijn de vier belangrijkste namen voor wie het erop of eronder wordt.


Damyan Zakuska: Bulgarije

undefined

null Beeld

'Zakuska combineert het be­roep van aannemer met dat van schrijver.'

Met de meeslepende romancyclus ‘Mariska’, over een burenruzie aan de oevers van de gelijknamige rivier, werd Damyan Zakuska (1943) ook in ons taalgebied bekend. In zes boeken vertelt Zakuska hoe een meningsverschil over de aanbouw van een veranda tot een gewelddadig conflict leidt, waarbij een huismoeder haar buurvrouw een oog uitsteekt met een vlijmscherpe vingernagel. Dat gebeurt in het vijfde boek. Deel zes behandelt de vraag of we te maken hebben met een stom ongeluk (iemand tijdens een woede-uitbarsting ongecontroleerd beschuldigend aanwijzen) of een vooraf geplande misdaad (het mens was die ochtend nog langs de manicure gepasseerd voor verse valse vingernagels).

Zakuska heeft zijn hele leven gewerkt als aannemer, en dat doet hij nog steeds. Hij wordt geroemd om zijn materiaalkennis, en om de uiterste precisie waarmee hij gebouwen beschrijft. In eigen land is hij nog beroemder om zijn poëzie dan om zijn prozawerk. Elke bouwvakker kan er moeiteloos een paar gedichten uit zijn meermaals bekroonde bundel ‘Gyproc e Dzen!’ (‘Gyproc is Zen!’) opdreunen.

null Beeld

EROP! Een criticus schreef: ‘Voor Zakuska is het leven een vloerplaat waarop chape moet worden gestort. Dat lijkt een eenvoudige taak, maar er kan veel fout lopen. Alleen een topschrijver kan alle grote en kleine hindernissen op papier zetten.’

ERONDER! Ragnar Ulfung, de secretaris van het Nobelcomité, heeft twee jaar geleden zijn badkamer laten renoveren door een paar Polen. Na een maand zat hij al met een lek en moest de inloopdouche worden afgebroken om de zaak op te lossen. Na wat illegaal gestookte wodka laat Ulfung zich graag ontvallen ‘dat Slavische aannemers sukkels zijn’. Zakuska heeft de perceptie dus tegen.

Uit ‘Mariska, deel IV’ (1996):

O, die betonmolen! In de ochtendschemering stond hij daar met zijn holle oog naar de verblekende sterren te staren, maar algauw werd die holte een hongerige mond die gevuld werd met scherp zand en cement, overgoten met het heldere water van de Mariska. En dan werd het feest. Als een bronstige danser draaide hij om zijn as, om en om, om plots stil te vallen. En nu was hij als een ijzeren moederborst op wielen, wier gelukzalige specie terechtkwam in gulzige kruiwagens, om uiteindelijk tot rust te komen tussen zwijgende stenen van 9 x 19 x 5 centimeter, een baksteenformaat dat in grote delen van Europa gangbaar is.


Eduardo Desayuno: Paraguay

undefined

null Beeld

'Eduardo Desayuno trouwde in 1987 met zijn muze Isobel.'

Heel Latijns-Amerika kent hem: Eduardo Desayuno, de tedere romanticus. Zelf zegt hij over zijn werk: ‘Ik heb maar twee thema’s: de liefde en de dood. Over de dood zal ik misschien nog wat schrijven als ik zelf onder de zoden lig en dus ervaringsdeskundige ben. Voorlopig schrijf ik enkel over mijn Isobel.’

Desayuno werd in 1964 geboren in een gezin waar weinig warmte heerste. ‘Ik werd behandeld als een hond,’ schrijft hij ergens, ‘en dat mag je tamelijk letterlijk nemen. Mijn ouders hadden een kennel en hun motto was: doe maar gewoon mee met de rest. Ik was een jaar of drie toen ik begon te beseffen dat die andere haarloze dieren die mee om het schaarse voer vochten geen honden waren, maar mijn broers en zusjes. Ja, we leidden een eenvoudig en sober leven, en wellicht ontstond daar de discipline die je nodig hebt als schrijver.’

In 1987 trouwde Eduardo Desayuno met Isobel Duarte, en in datzelfde jaar verscheen zijn debuut ‘Isobel’, waarin hij vertelt hoe hij zijn bruid leerde kennen. Twee jaar later kwam ‘Isobel es incredíble’ (‘Isobel is ongelofelijk’), een ontroerend verslag over haar eerste zwangerschap. Nog een jaar later kreeg hij de Staatsprijs voor Proza voor ‘Isobel siempre tiene razón’ (‘Isobel heeft altijd gelijk’). Inmiddels heeft hij al meer dan veertig romans over Isobel op zijn naam staan. Zijn werk wordt vooral gelezen door vrouwen.

EROP! Iedereen die ooit verliefd is geweest, herkent zich in Eduardo en Isobel. De Buenos Aires Herald: ‘Alsof Orpheus en Eurydice samen nieuw behang kiezen, of Dante die dooie bladeren uit de dakgoot haalt terwijl Beatrice chili con carne klaarmaakt, dát is wat Desayuno ons voorschotelt. Heerlijk!’

ERONDER! In ‘Maduro pero hermoso’ (‘Rijper maar mooier’) verhaalt de schrijver hoe Isobel op de avond van 11 september 2001 zei: ‘Langs de andere kant: die Twin Towers waren wél lelijke gebouwen. Zet die tv nu maar eens af.’ Dat is hem in sommige kringen kwalijk genomen.

Uit ‘Isobel brilla!’ (‘Isobel schittert!’, 2009)

De wereld leek stil te staan, daar in die schoenwinkel. Het ene schoentje na het andere omhulde haar sierlijke voetjes, en na een uur of twee probeerde ze een paar beige sandaaltjes, die haar zo goed stonden dat ik begon te huilen. ‘Niet huilen, Eduardo,’ zei Isobel op die lieve dwingende toon waar ik zo van hou. Ik stopte dus met huilen. ‘Kom,’ zei Isobel, ‘ze hebben hier niet echt wat ik zoek, we gaan naar een andere schoenwinkel.’ Naar een andere schoenwinkel! Reeds kreeg ik visioenen van de paradijselijke uren die mij opnieuw stonden te wachten, en alweer vulden mijn ogen zich met tranen van geluk, die ik gauw wegvaagde omdat ze mij het uitzicht belemmerden op mijn prachtige, lieve, sensuele, verstandige echtgenote, op mijn godin, op mijn muze, op mijn alles... Op mijn Isobel! O! Isobel! O!


Dragan DoruŽak: Servië

undefined

null Beeld

'Doružaks latere werk staat bol van de dt-fouten.'

Dragan Doružak (1937) is de ouderdomsdeken van onze top vier. Hij debuteerde met het experimentele ‘Knjiga stramicana’ (‘Het boek der bladzijden’, 1959), dat begon met de legendarische openingszin: ‘Een boek schrijven is niet zo eenvoudig, hoor je weleens. Wat een onzin! Ik ben al drie zinnen ver. Wat zeg ik? Vier! Of vijf eigenlijk. Nee, zes als je goed telt. En als ik zo doorga, en dat is wat ik ga doen, zit ik over amper twee minuten al aan een halve bladzijde.’ Het boek werd een succes, want literatuur was spotgoedkoop onder het socialistische regime, en op het sprokkelen van aanmaakhout voor de kachel stonden strenge straffen.

Later gooide hij het inhoudelijk over een andere boeg. In ‘Teškocé’ (‘Moeilijkheden’, 1962) vond hij een nieuwe toon. ‘Schrijf eens over iets anders dan over hoe gemakkelijk het is om een boek vol te pennen! Dat krijg ik vaak te horen. Gemakkelijk gezegd, als je vanop de zijlijn staat toe te kijken. Maar begin er maar eens aan! En ik spreek uit ervaring: het is een verdomd gesukkel. Ik zal blij zijn als ik die eerste alinea uit mijn pen heb geperst. Voilà, zover zijn we dus. Maar mijn voorspelling klopt niet: ik ben niet blij. Toch niet noemenswaardig.’

null Beeld

EROP! Doružak raakt als geen ander de essentie van het schrijverschap: het schrijven zelve!

ERONDER! Zijn latere werk staat vol dt-fouten. In het Servisch is dat geen probleem, want die taal kent geen dt-regels. Maar wie zijn werk in vertaling leest, heeft daar weleens moeite mee.

Uit ‘Pisanje bez prosipanja’ (‘Schrijven zonder morsen’, 1991)

Hier zit ik dan. Ik eet soep. Niet eenvoudig, met je ene hand soep eten en met de andere hand schrijven, zonder te morsen. ‘Eet eerst je soep, en ga dan verder met schrijven,’ zegt mijn vrouw. ‘Sorry,’ zeg ik, ‘maar je snapt niks van literatuur. Er is een groot verschil tussen soep die je eet, en soep die je hebt gegeten. Want dat kan om het even welke soep zijn: soep van gisteren, soep van vorige week, soep van toen je nog een kind was en niet kon vermoeden dat je ooit nog hele bladzijden over soep zou schrijven, laat staan een volledig boek. En zet maar een nieuwe pot op het vuur, want ik voorzie vierhonderd bladzijden, en in het tempo van één bord soep per drie pagina’s... Reken maar uit.’


Mamuro Chochoku: Japan

undefined

null Beeld

'Chochoku werd in 2011 opgepakt in Fukushima waar hij tai chi stond te beoefenen.'

Het centrale thema bij Mamuro Chochoku (1959) is de donkere kant van onze hoogtechnologische samenleving. In ‘Ochiru Karada’ (‘Daverende lijven’, 1985) voerde hij de volautomatische geisha Nori op, een robot die nauwelijks van echt te onderscheiden was. Tot er seks aan te pas kwam, want dan sloeg haar dieselmotor aan. De beschrijving van haar roetfilter behoort tot de top van de Japanse erotische literatuur, en dat wil wat zeggen.

In zijn meest recente boek ‘Uchu’ (‘Het heelal’, 2017) wordt een schoolmeisje opgevreten door de iPhone die ze voor haar verjaardag kreeg. Het apparaat kotst haar uit in een parallel universum, maar via een zwart gat raakt ze weer thuis. Met een zware hamer slaat ze de iPhone aan diggelen, waardoor het ding verandert in een zwarte kat in een pilotenuniform uit de Tweede Wereldoorlog. Het werk van Chochoku zit vol duistere symboliek.

Mamuro Chochoku werd in 2011 opgepakt in de ruines van de reactor van Fukushima, waar hij tai chi stond te beoefenen. Hij verklaarde dat hij daarmee de straling tot nul had kunnen herleiden als men hem nog een halfuurtje zijn gang had laten gaan.

EROP! Chochoku staat midden in de angstaanjagende, maar fascinerende wereld van nu.

ERONDER! Zijn werk is ongeloofwaardig. Ingenieurs wezen erop dat Nori nooit moet gaan tanken, hoewel ze aan de lopende band seks heeft.

Uit ‘Ai to sushi’ (‘Liefde en Sushi’, 2007)

Nadat hij haar oogleden en lippen had ingesmeerd met wasabi, omwikkelde hij haar zorgvuldig met zeewier. ‘Tijd om je te versnijden, Yoko,’ mompelde hij, en hij greep naar het rituele zwaard. ‘Tijd is een relatief begrip,’ antwoordde Yoko, ‘en kijk eens uit het raam.’ Yoshi keek naar buiten. Drie manen stonden in een loodrechte lijn boven de horizon. ‘Dat verandert de zaak,’ zei Yoshi, en hij pleegde harakiri. Yoko stond op van het bed, nam een douche en reed met de metro naar Yakeshi, waar ze avonddienst had in het verpleegtehuis voor dementerende Unixprogrammeurs.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234