Nobelprijswinnaars Peter Higgs en François Englert

Stond geprogrammeerd, die vrijdagnamiddag in de Royal Society of Edinburgh: het allereerste dubbelinterview met Peter Higgs en François Englert, laureaten van de Nobelprijs voor de Natuurkunde 2013 en geestelijke vaders van de higgsboson, de heilige graal van de natuurkunde waarvan in 2012, bijna vijftig jaar nadat de Schot en de Belg de theorie bedachten, definitief het bestaan werd bewezen. Englert liet het afweten, maar wij sleepten niettemin een boeiend gesprek uit de brand met Peter Higgs, naar wie het deeltje uiteindelijk genoemd werd. Tegen de zin van Englert.

Vorige week was het precies vijftig jaar geleden dat de Schot Higgs en de Belg Englert – die laatste in tandem met de intussen overleden Amerikaanse Belg Robert Brout – onafhankelijk van elkaar en zo goed als simultaan, het bestaan van een tot dan toe onbekend elementair deeltje voorspelden. Geen klein bier: voornoemd elementair deeltje verklaart waarom andere deeltjes en alle objecten om ons heen massa hebben, wat wij vervolgens als gewicht ervaren. Zonder het deeltje van Higgs en Englert zou het standaardmodel van de fysica op losse schroeven komen te staan. Het mag dan ook niet verbazen dat het deeltje – zeer tegen de zin van zijn ontdekkers – het ‘godsdeeltje’ ging heten. Er kwam uiteindelijk een donutvormige deeltjesversneller ter waarde van 6 miljard euro aan te pas om te bevestigen wat Englert en Higgs in 1964 met potlood en papier voorspelden: in 2012 werd, in een experiment met de Large Hadron Collider van het CERN, 100 meter onder de Zwitserse grond, de bewuste boson ontdekt.

Dat ik de twee in Edinburgh zou treffen, kwam zo: daags na het interview wisselen de Brusselse ULB en de universiteit van Edinburgh eredoctoraten uit: ze eren respectievelijk Higgs en Englert. Een zoenoffer, een harmonieus slotakkoord van een dispuut dat bijna vijftig jaar sluimerde. Want ook al staken Englert en Brout in 1964 Higgs de loef af: tot op vandaag kent de wereld het deeltje waarvan sprake als het ‘higgsboson’. Englert is er nog altijd niet goed van.

Het overweldigende decor van de wiedergutmachung: de Kelvinzaal van de Royal Society. Weelderige tapijten op de grond, ontzagwekkende portretten tegen de met rode pluche beklede muren. Peter Higgs meldt zich als eerste, perfect op schema. Higgs is 85 intussen en – zoals eerdere interviews hadden geleerd – inderdaad de nederigheid in persoon. Een modest hemdje met korte mouwen, een obligate vulpen in het borstzakje. Higgs gaat lichtjes gebogen en is een beetje hardhorig, maar zijn blik is tegelijk kraakhelder en zachtaardig. Terwijl we de komst van Englert afwachten, monstert de Nobelprijswinnaar – het oortje van zijn grote brilmontuur tussen de lippen – het majestueuze portret in de zuidelijke hoek van de kamer: de befaamde natuurkundige Lord Kelvin.

HUMO Is hij een idool?

Peter Higgs «Hij was in elk geval een groot Schots wetenschapper, één van de belangrijkste natuurwetenschappers van de late 19e eeuw. Zijn ideeën over de thermodynamica waren baanbrekend, maar hij heeft ook heel praktisch werk gedaan: Lord Kelvin heeft de installatie van de allereerste trans-Atlantische telegrafiekabel gesuperviseerd.»

Dan maakt Higgs voorzichtig een kwartslag, schouwt met onderzoekende blik een ander schilderwerk: ‘Over déze man weet ik dan weer níéts.’ Grijnzend: ‘Clearly a chemist.’ Ik dis de anekdote over Wolfgang Pauli en zijn vrouw op. Higgs antwoordt met een guitige lach: ‘Ach ja, mensen en vooroordelen.’

HUMO Bent u het eens met Ernest Rutherford, de eerste held van de subatomaire fysica: ‘De enige wetenschap is de natuurkunde, de rest is postzegels verzamelen’?

Higgs (gniffelt) «In zekere zin heeft hij gelijk: natuurkunde is fundamenteel. Paul Dirac, grondlegger van de kwantummechanica, heeft ooit gezegd: ‘Dankzij de kwantummechanica begrijpen scheikundigen eindelijk waar ze mee bezig zijn’ (lacht).»

Twintig minuten zijn verstreken, van Englert is geen spoor. Higgs tuurt lichtjes verontrust door het raam: ‘Do you think François got lost, perhaps?’ Ik bel de woordvoerster van de universiteit: ook zij heeft geen idee waar de gevierde Nobelprijswinnaar uithangt. En dus zetten we het interview voorlopig voort zonder Englert, en reizen daartoe vijftig jaar terug in de tijd.

O, shit!

HUMO Vijftig jaar geleden deed u de ontdekking die u wereldfaam en uiteindelijk zelfs de Nobelprijs opleverde. Herinnert u zich die periode nog goed?

Higgs «Ik heb er zelfs heel heldere herinneringen aan.»

Wat volgt is inderdaad een ragfijne reconstructie van drie zomerweken in juli 1964.

Higgs «Het begon op 16 juli, toen het nieuwste nummer van het wetenschappelijke vakblad Physical Review Letters arriveerde in het kleine bibliotheekje van onze vakgroep. Dat nummer was midden juni al verschenen, maar het werd geleverd via surface mail (over land en zee, niet via luchtpost, red.), waardoor het lang onderweg was geweest. (Abrupt) Ik herinner me de timing nog erg goed omdat ik verantwoordelijk was voor de bibliotheek: ik heb de ontvangstdatum zelf op het schutblad gekribbeld, het ligt nog altijd zo in onze rekken.»

In 1964 stond de deeltjesfysica nog in de kinderschoenen. Atomen en moleculen waren bekend, overal ter wereld zochten geleerden naar de samenstellende subatomaire onderdelen. Onder hen ook Peter Higgs, die al een tijdlang met de zogenaamde stelling van Goldstone in zijn maag zat, waarvan u en ik wellicht niet méér moeten weten dan dat het een duizelingwekkend complex probleem was, waardoor de deeltjesfysica klem zat. Higgs en collega’s waren op zoek naar – zeg maar – een ontbrekend puzzelstukje.

Higgs «Ik was dat blad aan het doornemen toen mijn oog op een bijdrage van ene Walter Gilbert viel. ‘O, shit!’ was mijn eerste reactie. Gilbert beweerde dat eerdere, beloftevolle suggesties om de stelling van Goldstone op te lossen, onmogelijk waren. Omdat je dan zou raken aan de principes van de relativiteitstheorie van Albert Einstein. De heilige koe van de natuurkunde! ‘Je kunt dit probleem niet oplossen zonder aan de relativiteitstheorie te raken,’ zei Gilbert. ‘Oh yes, you can,’ zei ik. En ik ben beginnen na te denken.»

HUMO Het indianenverhaal wil dat u de dag nadien bent vertrokken voor een kampeerpartijtje in de Highlands, dat u vervolgens halsoverkop onderbrak, omdat u de oplossing had gevonden.

Higgs (schudt het hoofd) «Waar dat verhaal vandaan komt, weet ik niet, maar het klopt dat ik er na een weekend piekeren uit was: toen ik ’s maandags op kantoor aankwam, ben ik beginnen te schrijven. Acht dagen later heb ik mijn paper naar Physics Letters gestuurd, een ander vaktijdschrift, dat werd uitgegeven door het CERN. En ze hebben het gepubliceerd.»

Higgs’ oplossing voor de stelling van Goldstone koppelt – hold on to your shorts – ‘Maxwell-achtige electromagnetische velden’ aan ‘spontane symmetriebreking’, en verhelpt via die weg een belangrijk probleem dat de theoretische fysici toen dwarszat. In de fysica bestaan verschillende natuurkrachten – de zwakke kernkracht die op heel korte afstand werkt, in de kern van atomen, en electromagnetisme, dat op een veel langere afstand werkzaam is – die moeilijk te verenigen waren binnen één theorie. Tot Higgs – en tegelijk ook Brout en Englert – een wiskundige techniek uit een compleet ander domein van de fysica toepaste: de spontane symmetriebreking. Ze toonden aan dat eenzelfde fenomeen, of eenzelfde formule, spontaan ‘gebroken’ kan worden in twee verschillende effecten.

Higgs «Het was een wiskundige oplossing voor de stelling van Goldstone, maar het zei niets over de fysische consequenties. Ik ben blijven broeden en heb een tweede paper geschreven, die ik op 1 augustus heb opgestuurd naar het CERN: die werd geweigerd, ze vonden dat hij te veel op gissingen was gebaseerd. (Met uitgestreken gezicht) I got kind of angry: ik denk dat ze het gewoon niet begrepen hadden. Ik heb die paper – een A4’tje – verder uitgewerkt en aangevuld met enkele paragrafen, waarin ik onder meer melding maakte van een nieuw, onontdekt deeltje. Dat zou nooit op papier zijn verschenen als de hoofdredacteur van Physics Letters beter van begrip was geweest. Omdat ik nog altijd kwaad was, heb ik mijn aangepaste versie niet naar het CERN gestuurd maar naar Physical Review Letters.»

HUMO Dat andere blad?

Higgs (knikt)

The Brussels team

Vandaag weten natuurkundigen dat het higgsveld de volledige ruimte doordringt, en dat het interageert met deeltjes, waardoor die massa krijgen. Eén van de vele allegorieën die de voorbije jaren is aangesleept om één en ander bevattelijk te maken: stel u een walkingdinner voor, in een zaal vol politici van laag allooi – gemeenteraads- en provincieraadsleden – wanneer plots de deur opengaat en Margaret Thatcher binnenwandelt. Thatcher wordt binnen de kortste keren omstuwd door de aanwezigen – het veld van higgsdeeltjes – waardoor Margaret Thatcher massa krijgt.

Higgs «De hoofdredacteur van Physical Review Letters heeft mijn paper op 31 augustus in ontvangst genomen, vond hem goed maar wees me erop dat diezelfde dag een euhm... gelijkaardige paper was verschenen, van the Brussels team

HUMO Dat moet een hele klap geweest zijn?

Higgs «Nee, ik dacht: ‘Tiens, doen ze dat soort onderzoek ook in Brussel?’ Dat had ik niet verwacht. Voor mij was Brussel: Ilya Prigogine. Die was gespecialiseerd in thermodynamica.»

HUMO U was op de meet geklopt: dat moet toch een dreun geweest zijn?

Higgs «Nee, hoor. Ik was blij dat iemand tot dezelfde conclusie was gekomen als ik, maar vanuit een totaal andere invalshoek. Zij waren vertrokken vanuit de diagrammen van Feynman, en ik vanuit de traditionele, klassieke lagrangiaanse veldtheorie.»

Recapitulons: het artikel van Brout en Englert verscheen op 31 augustus, dat van Higgs uiteindelijk pas in oktober. Weer een paar maanden later kwamen nog drie andere onderzoekers van het Imperial College tot een soortgelijk inzicht.

HUMO Zoiets verzin je niet.

Higgs «Het was net opvallend dat erg weinig mensen in het probleem geïnteresseerd waren. Tom Kibble, één van de onderzoekers van het Imperial College, zei ooit: ‘Er heerste een oorverdovende stilte.’ In het begin werd onze theorie ook niet erg serieus genomen, hoor.»

Mijn gsm rinkelt, op slag sluipt een lichte wanhoop in Higgs’ blik: ‘You’d better get that, right?’ De woordvoerster van de universiteit aan de lijn. Nadat ik het gesprek beëindigd heb, trekt Higgs zijn gezicht in een bedenkelijke frons: ‘We’ve lost him, haven’t we?’ Ik leg hem uit dat François Englert de afspraak niet haalt, dat hij voorstelt om het gesprek in zijn hotel voort te zetten. ‘Dat is helaas geen optie,’ zucht Higgs: ‘Ik moet vanavond naar het galadiner. En ik moet me nog omkleden.’ Het galadiner blijkt een prelude op de ceremonie van morgen. Englert zal er ook aanwezig zijn. Ik vraag of we het interview daar misschien kunnen voortzetten. Higgs schudt het hoofd: het is een formele bedoening. Peinzend: ‘Dit is vervelend, isn’t it?’

Een fotofinish werd het in 1964: met Englert en Brout als nipte overwinnaars, op de hielen gezeten door Higgs. Toch kent de hele wereld het deeltje als het higgsboson. Als men François Englert ernaar vraagt, houdt hij in eerste instantie de boot af – ‘Het is maar een naam’ – maar als men even aandringt, klinkt het al snel: ‘Tja. Het is bevreemdend dat iets wat je hebt uitgevonden de naam van iemand anders draagt.’ Ook Higgs zit ermee in zijn maag.

Higgs «The name has been a sort of an embarrassment to me.»

Deed de begripsverwarring geen deugd: een vergissing van collega-natuurkundige en Nobelprijswinnaar Steven Weinberg, die de referenties van de twee publicaties door elkaar haalde en tijdens toespraken de naam higgsboson lanceerde.

Higgs «Je kreeg ook een sneeuwbaleffect. In 1972 – onze theorie had intussen aan geloofwaardigheid gewonnen – was ik aan de vooravond van een conferentie aan de praat geraakt met een collega. Hij vroeg me tijdens een receptie uit over onze theorie, en ik heb hem – glas wijn in de ene hand, een bord eten in de andere – uitgelegd hoe het in elkaar zat. Ik gaf natuurlijk niet alle voetnoten mee: ik was op een feestje. De dag nadien bleek dat die man rapporteur was op de conferentie, en deed hij en public mijn theorie uit de doeken, zoals ik het hem de avond voordien had uitgelegd, zónder de voetnoten dus. Die man had zijn huiswerk niet gedaan; hij schreef alles aan mij toe. Het heeft me veel tijd en moeite gekost om dat later uit te leggen. Ik begrijp dat Brout en Englert upset waren.»

HUMO Dat ze kwaad waren was u wel ter ore gekomen?

Higgs «O ja. (Gniffelt) In 1991 liep ik in Aken een collega tegen het lijf die de dag voordien in Brussel een voordracht had gegeven. Hij had er de hele tijd over het higgsboson gesproken, tot hij zich realiseerde dat hij dat in Brussel misschien beter niet deed. Hij probeerde zijn vel te redden, prevelde dat hij wist dat er andere mensen bij betrokken waren, maar dat het een gewoonte was geworden om over een higgsboson te spreken omdat Higgs een korte naam is: ‘Vijf letters.’ Waarop vanaf de eerste rij een luide, brommende stem weerklonk: ‘My name has five letters. B-R-O-U-T’ (lacht). Een jaar later heb ik Brout voor het eerst ontmoet, tijdens een congres: we konden goed met elkaar opschieten. Ik herinner me dat we zij aan zij – met ons ontbijt op een dienblad – door het hotelrestaurant stapten toen we onze Nederlandse collega Tini Veltman tegen het lijf liepen: ‘You two? And not even fighting?(lacht)»

HUMO Hebt u intussen ook met François Englert één en ander kunnen uitklaren?

Higgs (ontwijkend) «Wel, het is positief dat wat lange tijd foutief het higgsmechanisme werd genoemd, nu steeds vaker het brout-higgs-englertmechanisme wordt genoemd. Het houdt nog altijd geen rekening met de drie anderen, maar het is een begin.»

HUMO Het voorstel om hen wél te betrekken en bijvoorbeeld te spreken over het B-E-H-G-H-K-boson maakt slechts moeizaam school.

Higgs «Tja. Mensen in ons vakgebied blijven neigen naar de naam higgsboson. Nice and brief. Voor mij mogen ze mijn naam vandaag nog schrappen, het eender wat noemen, als het maar kort is.»

HUMO Maar hebt u erover gepraat met Englert?

Higgs (pulkt aan een papierhoekje) «Tijdens de Nobelprijsweek – die eigenlijk tien dagen duurt en erg vermoeiend is voor een oude wetenschapper als ik – hebben we allebei een lezing gegeven. Ik heb mijn verhaal autobiografisch gehouden, François heeft meer over de theorie gesproken. Hij liet een dia zien bij de passage over het deeltje. Er stond bij: the scalar boson of the electroweak theory. Zo heet het higgsboson in Brussel (lacht).»

HUMO Maar hebt u er met hem over gepráát? Het is bekend dat hij het er moeilijk mee heeft.

Higgs «Ik heb uitgelegd dat hij the scalar boson of the electroweak theory nooit verkocht zal krijgen: het is gewoon niet catchy genoeg. En feit is: Brout en Englert hebben in hun paper niet expliciet verwezen naar het deeltje, ook al wisten ze ontegensprekelijk van het bestaan ervan af. Ik heb het wél vermeld. Maar dus alleen omdat de man van het CERN niet had begrepen waar ik mee bezig was.»

HUMO Uw namen en trackrecords zijn sinds 1964 innig verstrengeld. Toch hebt u elkaar pas op 4 juli 2012 voor het eerst ontmoet: hoe is dat zo gekomen?

Higgs (denkt na) «Ik weet eigenlijk niet zeker of ik daar wel een antwoord op heb.»

HUMO U deed zeer specifiek wetenschappelijk onderzoek en wist dat iemand, aan de overkant van het Kanaal, hetzelfde werk deed: u hebt nooit de telefoon genomen en afgesproken om inzichten en ideeën uit te wisselen. Hoe kan dat?

Higgs «Het is in elk geval zo dat we na onze ontdekking in 1964 wisten dat we iets ontdekt hadden, maar niet wat we ermee moesten aanvangen. Op den duur hebben we het – zeg maar – opgegeven en zijn we andere dingen gaan doen. Englert en Brout zijn zich gaan specialiseren in de kosmologie, bijvoorbeeld.»

Wedden met Hawking

Op 4 juli 2012 was het eindelijk zover: de eerste ontmoeting, op de dag dat het CERN aankondigde dat twee onderzoeksteams het higgsdeeltje hadden ondekt. Higgs, met spreekwoordelijk Brits gevoel voor understatement: ‘It was quite overwhelming.

HUMO Zeg dat wel: u had tranen in de ogen. En terecht, zou ik denken.

Higgs «Strikt genomen was het geen reactie op de aankondiging zelf, want ik wist wat er gezegd zou worden: ik reageerde op de sfeer en de omstandigheden. Toen de woordvoerders van de twee teams hun uitleg hadden gedaan, kwam Rolph Heuer, de directeur van het CERN, het podium op: ‘We have it.’ Mensen stonden recht, juichten, er stak een stormachtig applaus op. Het was als het einde van een voetbalwedstrijd, met een klinkende overwinning van de thuisploeg.»

HUMO De ontdekking op zich zal u toch ook enig genoegen geschonken hebben?

Higgs «Zeker, ja: het kan nooit kwaad om gelijk te krijgen (lacht).»

HUMO Hebt u de voorbije vijftig jaar ooit getwijfeld: wat als ik ernaast zit?

Higgs «Nee. Maar ik wist niet of men het deeltje nog zou ontdekken tijdens mijn leven: voor zulke experimenten zijn waanzinnige hoeveelheden energie nodig. Toen ik wist dat ze een machine konden bouwen die krachtig genoeg was, wist ik dat het ervan zou komen. Aan onze theorie zélf heb ik nooit getwijfeld, want die was succesvol. Op basis van onze theorie zijn fenomenen voorspeld die intussen wél waren waargenomen. Als je ons deeltje van het papier zou weggommen zouden veel theorieën nonsens worden, en veel waarnemingen die bevestigd waren ook. We konden dus niet fout zijn: onze theorie stak te goed ineen.»

HUMO Wie wél twijfelde, was de gevierde fysicus en rolstoelpatiënt Stephen Hawking. Hij heeft zelfs 100 dollar verwed tégen uw deeltje.

Higgs «Stephen Hawking dacht dat het higgsboson niet ontdekt kón worden: hij heeft tien jaar geleden een theorie ontwikkeld met één of ander effect van de zwaartekracht. Nonsens, in mijn ogen. Gordon Kane, met wie Hawking gewed had, heeft zijn 100 dollar intussen op zak.»

HUMO U hebt eerder al geklaagd dat Hawking door zijn sterrenstatus ongestraft wegkomt met onbezonnen uitspraken.

Higgs «Ik heb in 2002 tijdens een informeel diner tegen een journalist van de krant The Scotsman gezegd dat de woorden van Hawking anders gewogen worden omdat hij bekend is: de dag nadien stond het lang en breed in de krant. Als ik had geweten dat die man mij aan het interviewen was, dan had ik dat nooit gezegd. Nu: het klopt dat het sowieso moeilijk is om met Stephen Hawking in debat te treden, omdat hij afhankelijk is van de spraakcomputer die hij bedient met zijn wenkbrauwen: het duurt tien minuten voor hij kan antwoorden. Kort na het incident heb ik hem een brief geschreven waarin ik uitlegde wat er gebeurd was: het is gekoeld zonder blazen. Very peacefully.»

De grote Stephen Hawking kreeg ongelijk: het higgsboson wérd ontdekt. De wetenschappelijke waarde staat buiten kijf: het deeltje is het sluitstuk van de grondslagen van de fysica, men wint er Nobelprijzen mee. Maar wat is het praktische nut? Een evergreen van een vraag die Higgs elke keer opnieuw voor de voeten geworpen krijgt. Hij beantwoordt ze niettemin, geduldig en eerlijk.

Higgs «Het praktische nut? Van het higgsboson? (Haalt schouders op) Niets, I would guess. Ik denk niet dat iemand er in de nabije toekomst geld mee zal verdienen. Het deeltje is moeilijk onder controle te krijgen, je kan ze niet bundelen in een straal – voor medische toepassingen, bijvoorbeeld. Het higgsboson was zo moeilijk op te sporen omdat het maar kort bestaat, een microscopisch kleine fractie van een seconde: 0,00000000000000000001 seconde. Als men zegt dat ze het gezien hebben, wil dat zeggen dat ze de sporen hebben gezien die het deeltje heeft nagelaten.»

Tok tok tok. De massieve donkere houten deur van de Kelvinzaal zwaait kreunend open, een mevrouw stapt binnen: ‘Mag ik een boodschap doorgeven?’ Ze plakt een minuscule post-it op de tafel: ‘Professor Anglert (sic) won’t make it to the interview.’

Inschikkelijke zonderling

HUMO U klaagde daarstraks: de mensen van het CERN begrepen niet waar u mee bezig was. Geldt dat niet voor de meeste mensen wier pad u kruist? François Englert zei ooit dat zelfs veel wetenschappers, inclusief wiskundigen, niet begrijpen wat hij te vertellen heeft.

Higgs «Van mensen die bij het CERN werken, mag je verwachten dat ze het wel begrijpen.»

HUMO Englert weigert zijn werk in simpele termen uit te leggen: ‘Je kunt niet om complexe wiskundige formules heen als je het wilt vatten.’ Valt het u onderhand niet zwaar om elke keer opnieuw het onuitlegbare te moeten uitleggen?

Higgs «Ik heb de laatste maanden wat kunnen oefenen, hè (lachje). Ik hoop dat ik er beter in ben geworden, want ik was er echt heel slecht in. In 1998 zijn ze mij voor de eerste keer komen interviewen, iemand van de zondagskrant The Observer. Het was hopeloos, de brave man verstond geen woord van wat ik zei. Ik probeer de meest onbegrijpelijke delen van de theorie dus te omzeilen. Richard Feynman legde de kwantumtheorie uit in termen van ‘hoopjes atomen’: ik probeer niet veel technischer te worden.»

HUMO Diezelfde Richard Feynman schreef ooit dat de aard en het gedrag van subatomaire deeltjes zo tegengesteld zijn aan onze dagelijkse ervaringen, dat ze zowel voor de nieuweling als de ingewijde altijd mysterieus en onbegrijpelijk zullen blijven. Hebt u een visuele voorstelling van wat u op papier, met vergelijkingen en berekeningen, bestudeert? Hoe ziet de binnenkant van een atoom eruit in uw hoofd?

Higgs «Ik stel me er níéts bij voor. Dat hoeft niet: ik ben een theoreticus. Hoe de deeltjes eruitzien, dat is een zorg voor de experimentalists.»

HUMO U ziet enkel de vergelijkingen en de berekeningen erachter?

Higgs «Het is misschien een kwestie van karakter, maar ik ben bereid om te werken in een abstract, wiskundig kader. Ik denk eerder in velden, ik ‘zie’ de mechanics erachter. Feynman doelt met zijn uitspraak op bepaalde aspecten van de kwantumfysica, die schijnbaar conflicteert met hoe de zichtbare wereld rondom ons werkt. Wij zijn newtoniaanse concepten gewoon. De zwaartekracht. Maar binnen in een atoom gelden andere wetten. Dat weten we omdat we er sluitende theorieën over hebben. Die wetenschap in overeenstemming brengen met onze dagelijkse ervaring: dat is voer voor filosofen (lacht).»

HUMO U hebt zich een leven lang bekwaamd in het redeneren op niveaus die niets meer te maken hebben met het hier en nu: verveelt het gewone dagelijkse leven u soms?

Higgs (verbaasd) «Nee. Zeker niet. Ik heb wel wat tijd gespendeerd aan abstracte theorieën en modellen, dat is juist, maar ik kan daarnaast gerust genieten van de activiteiten en dingen waar andere levende wezens ook van genieten.»

En toch is het clichébeeld van de verstrooide professor en de wereldvreemde zonderling nooit ver weg bij Peter Higgs. Hij bezit pas sinds een halfjaar een gsm: ‘Nog nooit gebruikt.’ Een televisie heeft hij niet, al heeft hij wel één keer naar ‘The Big Bang Theory’ gekeken: ‘Ik was niet onder de indruk.’ Zijn eerste computer kocht hij pas op zijn tachtigste. Eigenaardig misschien, voor een wetenschapper in een vakgebied waar technologie cruciaal is, maar Higgs heeft al toegegeven dat hij moeite heeft om de allernieuwste evoluties te volgen.

Eén geniale ingeving en twee wetenschappelijke papers, samen enkele vellen papier, leidden – met enige vertraging, weliswaar – naar roem en erkenning. Higgs bleef al die tijd lesgeven aan de universiteit, maar op onderzoeksvlak bleven nieuwe, grote succesverhalen uit. Ter illustratie: toen de universiteit vlak voor Higgs’ pensioen een lijst met recente publicaties opvroeg, antwoordde hij per brief: ‘none’. Op zijn cv prijken er alles bij elkaar een vijfentwintigtal. Waarvan er slechts twee een blijvende indruk maakten.

HUMO U hebt uw volledige carrière gewijd aan één minuscuul, letterlijk onzichtbaar deeltje van de werkelijkheid: hebt u dat nooit als te beperkend ervaren?

Higgs «Zo zie ik het absoluut niet, nee. Het is... Het is... Ik raakte gefascineerd door een zeer specifiek probleem en ik wilde daarvoor tot het uiterste gaan. Alles moest wijken. (Haalt schouders op) Zo is het gegaan, niet anders.»

Dat werkelijk álles moest wijken blijkt overduidelijk uit de anekdotes die de kranten bijeensprokkelden nadat Higgs de Nobelprijs won. Ze schreven onder meer dat hij de geboorte van zijn zoon miste doordat hij in de bibliotheek gekluisterd zat. Dat verhaal bleek waar, maar alleen – eerlijk is eerlijk – omdat zijn vrouw een maand te vroeg beviel.

Higgs «Er waren inderdaad momenten waarop mijn professionele agenda conflicteerde met het leven dat mijn familie wilde leven. Zo heb ik eens – toen we op het punt stonden op het vliegtuig naar Amerika te stappen – een familievakantie afgeblazen om een conferentie te kunnen bijwonen. Ik heb daar nu spijt van, het heeft mijn huwelijk geen deugd gedaan: in 1972 ben ik gescheiden. Toen we trouwden, dacht mijn vrouw dat ik inschikkelijk was. Iets wat ik altijd ontkend heb, maar wat ik achteraf gezien misschien wel was – tot 1964. Na 1964 veranderde alles: toen heb ik mijn prioriteiten herschikt. Als mijn vrouw had geweten wat in 1964 zou gebeuren, zou ze nooit met mij getrouwd zijn. Anderzijds kan ik me niet voorstellen hoe ik het toen anders gedaan zou hebben: ik wist dat ik iets belangrijks had ontdekt.»

HUMO Zijn theoretische fysici niet gewoon moeilijke mensen om mee samen te leven? Omdat jullie subatomaire leefwereld te zeer verschilt van het wereldse bestaan?

Higgs «Eerlijk? Ik zou het niet weten. Ik heb nooit met een theoretisch natuurkundige samengeleefd (lacht).»

Minzaam glimlachend keert Higgs zich om, zijn blik gaat op zoek naar de grote klok tegen de muur. Kwart voor zes. Fronsend: ‘Het galadiner. Ik moet er echt vandoor, I’m afraid.’ Tien minuten later sta ik op straat: terwijl de pubs vollopen voor uitgelaten after hours-vertier, bel ik François Englert op zijn hotelkamer. ‘Aha!’ klinkt het in vloeiend Franglais: ‘Finally! Daar bent u dan. Ik dacht dat u naar mijn hotel zou komen?’ Beleefd leg ik uit dat zulks moeilijk lag voor Peter Higgs, en dat het verdorie toch jammer is dat hij verstek heeft laten gaan. Englert: ‘Mister, heeft de brave mevrouw van de universiteit u dan niet verteld dat mijn vliegtuig vertraging had? (Zucht) Mister: zodra een universiteit ergens bij betrokken is – zeg ik altijd – draait het, steeds weer, helemaal in de soep. Wist u dat dan niet?’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234