‘Ik ben uit de armoede geraakt, maar ik ben een uitzondering op de regel, zoals de verstokte roker die 100 jaar wordt. Daarom wil ik uitdrukkelijk níét als rolmodel aangezien worden.’

working class heroesNoël Slangen

Noël Slangen: 'Mijn ouders gingen dagen aan een stuk op café. En ondertussen at ik oud brood met ketchup'

Noël Slangen groeide op in een vierdewereld-gezin, zijn ouders keken nauwelijks om naar hem en zijn zus. Geholpen door zijn geldingsdrang en een enorme honger naar kennis slaagde hij erin zich uit zijn milieu los te wrikken en een carrière uit te bouwen als ondernemer en communicatieadviseur, met klanten als Jean-Luc Dehaene, Guy Verhofstadt en Steve Stevaert. Dat hij zich kon handhaven in de harde wereld van de politiek, was geen toeval: 'Ik heb aan mijn jeugd een groot incasseringsvermogen overgehouden, ik sta altijd weer recht.'

Sinds Noël Slangen (55) zijn reclamebedrijven verkocht, is hij columnist voor twee kranten, algemeen directeur van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Limburg, maar ook voorzitter van het Kinderarmoedefonds. 'Ik wil vooral dat mensen begrijpen wat kinderarmoede is en wat ze doet,' vertelt hij in zijn werkkamer, waar we omringd zijn door duizenden strips. Zijn fascinatie voor het beeldverhaal die hij als kind al had, is intact gebleven.

NOËL SLANGEN «Eten kwam er bij ons niet altijd op tafel, maar er waren wel steeds allerhande tijdschriften en vooral strips in huis. Mijn ouders hebben een tijdje café gehouden, en klanten die hun rekening niet konden betalen, lieten dan maar strips of boeken achter.

»Ik was van de buitenwereld afgesloten. Het liefst zat ik op mijn zolderkamertje Nero te lezen. Het was een blik op de wereld die beschikbaar was en die mij prikkelde. Ik las werkelijk alles wat ik in handen kreeg, de gekste dingen eerst. Zo kreeg ik rond mijn 11de interesse in politiek, omdat ik alle folders van de gemeente-raadsverkiezingen had gelezen. En zodra ik naar de bibliotheek kon, verloor ik me ook in boeken. Als hevige lezer had ik het op school heel moeilijk om me te concentreren op mensen die praatten. Ik verwerkte informatie liever zelf - nog steeds trouwens. Maar ik denk dat die kronkel me ook heel erg geholpen heeft om mezelf te vormen. Als je 7 jaar bent, zijn Suske en Wiske-albums zeer goede geschiedenislessen.

»Mijn ouders hebben hun café maar twee jaar gehad. Het was een ruige tent waar geregeld werd gevochten en de politie met een klein hartje binnenkwam. De zaak ging failliet en dat heeft mijn ouders jarenlang achtervolgd. Deurwaarders kwamen de televisie weghalen op het moment dat mijn zus en ik ernaar aan het kijken waren (lacht). Eén deurwaarder heb ik nadien nog goed leren kennen. Jaren geleden werd ik samen met hem en een bekende ijsverkoper gehuldigd als verdienstelijke Hasselaar. Ik heb toen gezegd dat ik het een hele eer vond om gefêteerd te worden met de man bij wie ik vroeger ijsjes kocht en de man die thuis de televisie en de meubels liet weghalen. Hij was ocharme doodbeschaamd toen ik mijn speech uitsprak, want ik kende hem intussen als een fijne mens.»

HUMO Waarom sloot u zich zo af van de buitenwereld?

SLANGEN «Als kind was ik eerst een vechtersbaas. In het lager onderwijs maakte ik deel uit van het schorem dat zijn vuisten gebruikte. Nadien evolueerde ik naar een spookkind dat je nooit zag. Ik zat altijd ergens in een hoekje. Als je niet oplette, wist je niet dat ik er was. Ik probeerde mezelf onzichtbaar te maken, iets wat kinderen in armoede wel vaker doen. Niet uit schaamte, meer uit apathie: ik sloot me af van een wereld waartoe ik dacht niet te behoren. Je kunt daar ook anders op reageren, agressief bijvoorbeeld. Zodra mensen bang van je zijn, palm je een positie in. Kijk maar naar jonge drugsdealers. Het is een manier om zonder een diploma iemand te zijn in je buurt - de hiërarchie van de straat.

»Het café was in zekere zin ook een inspirerend milieu dat me aanzette om uit mijn isolement te treden. Er waren de strips en de tijdschriften, maar ook de klanten - studenten, kunstenaars, marginalen en junkies - die met mij communiceerden. Ik zat in een omgeving met heel sterke prikkels. Alleen heeft het dus niet zo lang geduurd. Op een bepaald moment kwam Tjens Couter optreden, één van de eerste groepen van Arno Hintjens, en omdat de elektriciteit nogal gammel was in het café, werden mijn zus en ik naar onze grootmoeder gebracht en nadien niet meer opgehaald. Pas na het faillissement stonden mijn ouders er terug.»

HUMO Dat was dan na enkele weken?

SLANGEN «Nee, we hebben misschien wel een jaar bij mijn grootmoeder gewoond. Terwijl zij helemaal geen plaats had voor ons: mijn zus en ik sliepen samen op een matrasje in de achterkeuken. Er was geen buitenruimte, geen speelgoed, niks. Dat was helemaal geen fijne tijd.»

HUMO Uw ouders lieten u en uw zus gewoon in de steek?

SLANGEN «Ze hebben ons nooit fysiek mishandeld, maar wel verwaarloosd. Ze zaten ook voortdurend zelf op café, en dan bleven ze dagen aan een stuk weg. Wanneer we opstonden, waren ze er niet, en als we gingen slapen nog steeds niet. Ondertussen aten wij soms oud brood met ketchup. Na een paar dagen strompelden ze midden in de dag weer binnen en gingen slapen. Rekeningen konden we vaak niet betalen. Of soms toch: met het geld van studiebeurzen.»

HUMO Hoe was de band met uw ouders?

SLANGEN (stilte) «Hm, dat evolueerde van heel aanhankelijk naar heel onafhankelijk. En op een zeker moment kwam er een breuk.»

HUMO En vandaag?

SLANGEN «Mijn ouders zijn gestorven, maar het is nooit meer goed gekomen. Mijn vader was een wreed mens, terwijl de buitenwereld enkel een goedlachse vent zag.»

HUMO Die droomde de Lotto te winnen en dan zijn gezin op straat te zetten.

SLANGEN «Klopt, maar ik vertel liever niet te veel 'Oliver Twist'-verhalen, want de problematiek van kinderarmoede gaat eigenlijk over andere dingen, zoals isolement en uitsluiting. Ikzelf en de andere working class heroes die de afgelopen weken in Humo hun verhaal hebben gedaan, zijn uit de miserie geraakt, maar wij zijn slechts het topje van de ijsberg. Onder ons zit nog een massa mensen die de weg naar boven nooit gevonden heeft.»

HUMO Waarom hadden uw ouders zo weinig aandacht voor u en uw zus?

SLANGEN «Goh, dat weet ik niet. Misschien omdat ze hun eigen leven niet op orde kregen?»

HUMO Ook zij waren aan het overleven?

SLANGEN «Ja, het was een vorm van generatiearmoede. Ze wisten niet hoe ze hun leven moesten organiseren en kwamen steeds in dezelfde uitzichtloze situaties terecht. En als het geld binnenkwam, wilden ze de stress en de armoede zo snel mogelijk vergeten op café.»

HUMO Hoe raakten ze daarin verzeild?

SLANGEN «Door een combinatie van werkloosheid en slechte middens, denk ik. Als iedereen in je familie arm is en van een uitkering leeft, dan zijn de rijke familieleden diegenen die een sociale woning hebben gekregen. Zij woonden in een propere buurt waar je met vriendjes op straat kon spelen, maar wij woonden altijd midden in de stad, waar er geen sociaal weefsel was.

»'Sociale mix' is nu het modewoord: in nieuwe wijken moeten arm en rijk door elkaar wonen. Maar dat werkt niet. De rijken hebben hun netwerk overal, terwijl de armen dat vaak enkel in hun buurt hebben, en met zo'n sociale mix ontneem je hun die buurt. Als de loftprogressieven neerdalen, wordt alles duur en trendy, en dat duwt de armere bevolking weg. Naar steden als Ninove, bijvoorbeeld, waar wonen nog betaalbaar is.»

HUMO Wat zou een oplossing kunnen zijn?

SLANGEN «Er moeten in de steden veel meer kleine en betaalbare wooneenheden worden gebouwd die bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Nu worden kansarme mensen ook nog eens gedwongen om op onbereikbare plaatsen te gaan wonen.»

‘Eigenlijk hebben velen tijdens de lockdown de stress ervaren die arme mensen altíjd ervaren, door geïsoleerd en op een kleine oppervlakte te leven.’

SCHOOLSTAKING

HUMO Terug naar uw jeugd: welke dromen had u als kind?

SLANGEN «Ik wilde journalist worden. Het grappige is dat, toen ik spindoctor was, journalisten zo'n een hekel aan mij hadden. Bij de laatste verkiezingen heb ik die droom toch nog kunnen waarmaken, als medewerker van VTM en Het Laatste Nieuws.»

HUMO U had al vroeg een bestemming, al stimuleerden uw ouders u niet.

SLANGEN «Ik schreef heel graag...»

HUMO Had de school dan toch een goede invloed op u?

SLANGEN «De school? Zeker niet. Ik deed dat gewoon thuis, op mezelf. Wanneer ik iets goeds had geschreven, gingen ze er op school van uit dat ik het had overgeschreven.»

HUMO Omdat u uit 'slechte middens' kwam?

SLANGEN «Bij sommige leerkrachten had ik die stempel. Dat zie je vandaag nog heel duidelijk bij leerlingen met een migratieachtergrond. Met Verkavelingsvlaams is blijkbaar niks mis, maar wie een verkeerd lidwoord gebruikt, heeft een taalprobleem. Uit een studie (van de KU Leuven en de UGent, red.) blijkt dat kinderen met een migratieachtergrond sneller naar lagere richtingen worden geduwd op school en sneller een B- of C-attest krijgen dan kinderen van Belgische komaf, terwijl ze identieke resultaten kunnen voorleggen. Daarom ben ik een voorstander van een centraal examen zoals in Nederland, dat niet door de eigen leerkrachten wordt verbeterd, waardoor die niet langer beoordelaars zijn, maar coaches worden. Je hoort iedereen, ook onderwijsministers, zeggen: 'Je moet vertrouwen hebben in de leerkrachten.' Wel, ik heb vertrouwen in de leraar als coach, maar niet in een onderwijssysteem dat gebaseerd is op selectie. Het onderwijs moet ervoor zorgen dat iederéén boven zichzelf uitstijgt. We moeten ons systeem fundamenteel herdenken.»

HUMO Zelf hebt u geen diploma.

SLANGEN «Nee, ik ben gestopt in het vijfde middelbaar. Toen ik 18 werd, heb ik de school verlaten en ik ben nooit teruggekeerd. Ik ben iemand die zichzelf altijd gevormd heeft.»

HUMO U hebt er geen minderwaardigheidscomplex aan overgehouden.

SLANGEN «Nee, integendeel, ik bezit eerder een zekere verwaandheid (lacht). Die is ontstaan in mijn puberteit. Ik was een spookkind, maar plots sloeg ik om en ontwikkelde ik een heel sterke geldingsdrang. Ik begon op school met een tijdschrijft en heb ook eens een staking geleid omdat de douches niet werkten. Terwijl ik mij nooit douchte op school - ik spijbelde tijdens de sportlessen (lacht). Maar die hele school in staking, dat vond ik schitterend. Daar heb ik energie uit geput om ambitieus te zijn en het verschil te maken.»

HUMO Vanwaar die plotse geldingsdrang?

SLANGEN «Op een gegeven moment was die er. Ik dacht altijd dat ik het beter wist, wat vrij irritant moet zijn geweest. Ik vind mezelf nog altijd goed in wat ik doe. Er zijn veel dingen die ik niet goed kan, maar die dingen doe ik niet. Zodra de podiumspringer in mij was losgekomen, werd ik mondiger en ben ik de wereld ingetrokken.»

HUMO U hebt zich de manier van handelen van de middenklasse heel snel eigen gemaakt.

SLANGEN «Ik wist dat ik op die manier mijn leven zou kunnen organiseren zoals ik het zelf wilde. Voor dat tijdschrift moest ik reclameadvertenties werven en van handelaar naar handelaar gaan. Dan probeer je fatsoenlijk over te komen, anders krijg je niks voor elkaar. In mijn geval met een geleend pak en das.

»Op mijn 17de ben ik bij een alternatieve vrije radio begonnen, waar ik een nieuwsdienst met twintig medewerkers heb opgericht. Ik werd opgemerkt, door mijn lange haren en kritische verslaggeving. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in Hasselt volgde iedereen ons op de voet, want wij waren de enigen die rechtstreeks verslag uitbrachten. Armand Schreurs, toen journalist bij Het Belang van Limburg, vroeg mij: 'Voor wie heb jij gestemd, Noël?' Waarop ik antwoordde: 'Ik mag niet stemmen, ik ben nog maar 17.' (lacht)»

HUMO Indrukwekkend.

SLANGEN «Nadien ben ik met een stadsmagazine begonnen en heb ik nog een radiostation gerund: Hasselt FM, een soort Studio Brussel avant la lettre. Daarna heb ik mijn communicatiebedrijf opgestart. Ik heb in die tijd voor het eerst in mijn leven ganzenlever gegeten: ik dacht dat het cement was (lacht). Nadien ben ik er wel van gaan houden.»

HUMO Had u gezien uw achtergrond nooit een aversie tegen de elite met wie u nadien jarenlang bent omgegaan?

SLANGEN «Ik heb alleen een aversie tegen de combinatie van onbekwaamheid en pretentie, en die komt helaas in alle kringen vaak voor. Ik ben nooit onder de indruk van titels, ik krijg ze nauwelijks over mijn lippen en zal mijn zinnen zo opbouwen dat ik ze niet moet uitspreken. Ik beoordeel mensen enkel op hun verdiensten, respect moet je verdienen.»

HUMO Zijn er zaken die u hebben getekend en nog steeds achtervolgen?

SLANGEN «Ja, maar dan denk ik graag aan de positieve gebeurtenissen in mijn leven: de ontmoeting met mijn vrouw en de geboorte van mijn kinderen. Al maak ik soms fouten omdat ik mensen te veel wil pleasen. Ik wil te graag dat de mensen me graag hebben. Bij kinderen die in armoede opgroeien, zie je ook dat ze ongelooflijk aanhankelijk en kritiekloos zijn wanneer ze een connectie met iemand maken.»

‘Ik ben uit de armoede geraakt, maar ik ben een uitzondering op de regel, zoals de verstokte roker die 100 jaar wordt. Daarom wil ik uitdrukkelijk níét als rolmodel aangezien worden.’

STRAATVECHTER

HUMO Wanneer wist u: 'Ik behoor tot een andere klasse'?

SLANGEN «Snel, want ik kon nooit mee op schoolreizen of gaan zwemmen. Dat was geen harde confrontatie, en ik was ook niet de enige: de klas zat vol kinderen van arme komaf. In het Hasseltse gemeenschapsonderwijs, waartoe mijn school behoorde, had men toen de walgelijke gewoonte om een A- en een B-klas te maken op basis van afkomst. In de A-klas zat de bovenlaag van de maatschappij, daar zaten de dokterskinderen. In de B-klas zat de onderlaag: de kinderen van arbeiders, steuntrekkers en armoezaaiers. Volgens het principe 'waar je wieg staat, staat je toekomst'. Veel steengoede leerlingen hadden op de eerste schooldag tranen in de ogen omdat ze in de B-klas waren terechtgekomen. Een vriend van mij - ook van arme komaf - had een ongelooflijke wiskundeknobbel en behaalde telkens meer dan 90 procent op zijn rapport, maar hij heeft daar achteraf nooit iets mee kunnen doen. Onbegrijpelijk. Voortstuderen heeft niet alleen met kennis te maken, maar vooral met de omgeving waaruit iemand komt.»

HUMO Besefte u dat er één en ander schortte aan uw thuis-situatie?

SLANGEN «Eerlijk gezegd wist ik dat niet, ik had nooit iets anders gekend. Ik had ongenoegens over hoe mijn leven verliep, maar de oorzaak kende ik niet. Pas achteraf hoorde ik van mensen die met mij op school hadden gezeten dat ik uit de toon viel, dat ik nooit iets bij me had of met iets meedeed. En dat ik niet altijd fris rook. Dat aspect mag je niet onderschatten bij kinderen in armoede: dat er geen warm water of bad is.»

HUMO Als ik uw verhaal hoor, lijkt u uzelf uit het moeras te hebben gesleurd.

SLANGEN «Klopt, bij mij is niets of niemand bepalend geweest, tenzij mijn boeken.»

HUMO Is er door uw moeilijke jeugd een verbetenheid in u geslopen, om het te maken in het leven?

SLANGEN «Ja, ik noem het mijn straatvechtersgehalte. Dat heeft me geholpen, vooral op de momenten waarop ik zwaar werd aangevallen. Toen mijn proces werd gevoerd, zowel in de rechtbank als in de media en het parlement, is de weerbaarheid die ik tijdens mijn jeugd had opgebouwd heel belangrijk geweest voor mij (Slangen werd verscheidene malen beschuldigd van belangenvermenging, hijzelf betwistte telkens de strafbaarheid van de feiten, red.).»

HUMO Heeft uw jeugd u gehard?

SLANGEN «Ik ben helemaal niet hard, maar ik kom zo over. Ik heb wel een groot incasseringsvermogen: ik sta altijd weer recht, ik blijf nooit liggen.

»Uit een onderzoek van de mensen die vorig jaar de Nobelprijs Economie hebben gewonnen (de Amerikaanse professoren Esther Duflo, Abhijit Banerjee en Michael Kremer, red.), blijkt dat arme mensen over een bijzondere vorm van creativiteit beschikken, over een ondernemingszin om te overleven. Ik ben daar een bewijs van. Helaas belanden veel mensen in armoede in stresssituaties en nemen ze geen rationele beslissingen meer. Ze kunnen niet meer helder denken en maken de verkeerde keuzes, waardoor ze in een negatieve spiraal terechtkomen en hun schulden hen blijven achtervolgen.»

HUMO Kinderen die in armoede opgroeien, verkeren in een permanente stresssituatie.

SLANGEN «Klopt, maar ze groeien vooral op in een omgeving met veel minder prikkels. In zulke gezinnen wordt er minder gepraat, komt er minder bezoek, wordt er minder voorgelezen en is er geen muziek. Als die kinderen negen maanden zijn, hebben ze al een ontwikkelingsachterstand van twee maanden. Tegen hun derde levensjaar bedraagt die al een halfjaar.»

HUMO Indrukwekkend veel.

SLANGEN «Dat is nog moeilijk in te halen. Vooral omdat je op je 4de al 80 procent van de taal- en rekenontwikkeling voltooid hebt. Een kind uit de hogere klasse heeft dan zelfs al zes keer meer woorden gehoord dan een kind uit de lagere milieus. Maar het belangrijkste verschil is dat een arm kind vier keer meer negatieve opmerkingen krijgt dan positieve reacties - één schouderklopje tegenover vier terechtwijzigingen. Wie begint dan met het meeste zelfvertrouwen aan zijn leven?

»De snelste remedie tegen kinder- en generatiearmoede zou erin bestaan om alle kinderen naar de crèche te krijgen. Een baby onder de baby's zijn, of een kleuter onder de kleuters, is immens belangrijk voor de ontwikkeling. Ook een kind heeft een sociaal netwerk nodig. We moeten ervoor zorgen dat kinderen niet opgesloten zitten, dat ze prikkels krijgen en gestimuleerd worden. Vergelijk het met een toren bouwen: een kansarm kind beschikt op dit moment maar over de helft van de blokken van een kind uit de middenklasse. Eigenlijk is de race al gelopen voor ze in het eerste studiejaar zitten. Daarom focussen we ons met het Kinderarmoedefonds op kinderen van 0 tot 3 jaar.»

HUMO Het maakt uw verhaal des te indrukwekkender.

SLANGEN «Ik ben, net als de andere working class heroes, een uitzondering op de regel, de verstokte roker die 100 jaar wordt. Daarom wil ik uitdrukkelijk níét als rolmodel aangezien worden, anders kan men naar mij wijzen en zeggen: 'Zie je wel dat je uit de armoede kunt raken! Het is gewoon een kwestie van willen.'»

HUMO Dat was precies wat Liesbeth Homans als Vlaams minister van Gelijke Kansen zei.

SLANGEN «Dat was een uitschuiver, zeker in haar toenmalige positie. Ze komt zelf uit een kwetsbare omgeving en zo heeft zij de zaken ervaren. Maar wat ze zei, klopt niet. Binnen het Kinderarmoedefonds heb ik er sterk voor gepleit dat we niet activistisch mogen zijn. We moeten de beleidsmakers niet bekritiseren, maar wel inspireren en informeren. Ik denk dat niemand zich ervan bewust is hoe groot de impact is van de verhoogde energie- en waterprijzen op kansarme gezinnen. Zij wonen in de slechtst georganiseerde en de oudste appartementen. Niemand grijpt in omdat de politiek geen empathie heeft voor die mensen, omdat ze geen kiezers zijn. Zij stemmen ook nog heel vaak tegen hun eigenbelang, áls ze al gaan stemmen.

»We onderschatten de maatschappelijke kost van armoede. Denk maar aan stijgende politiekosten door de toename van huiselijk geweld sinds de corona-uitbraak, ook bij niet-kansarme gezinnen. Eigenlijk hebben velen tijdens de lockdown de stress ervaren die arme mensen altíjd ervaren, door geïsoleerd en op een kleine oppervlakte te leven.

»Bij het Kinderarmoedefonds zeggen we altijd: enkel de overheid kan de armoede oplossen. Als organisatie kun je de armoede verzachten, maar je kunt ook kijken wat werkt en wat niet. Wij laten alles wetenschappelijk meten. Voor het GO-project in Mechelen gaven we gezinscoaches, die kwetsbare gezinnen intensief begeleiden, een blanco cheque voor een paar schoenen of gewoon om een container te huren om al het vuilnis weg te halen. De resultaten waren indrukwekkend: de mensen kwamen plots weer buiten, bouwden een sociaal netwerk op, vonden werk, en het aantal politietussenkomsten daalde spectaculair. Ik voel bij de gemeentes de toenemende wil om armoede aan te pakken. Er is ook al veel gebeurd: armoede onder senioren is spectaculair gedaald, dankzij de verhoogde pensioenen en andere tegemoetkomingen. Alleen de armoede bij gezinnen blijft jaar na jaar stijgen. En dat is niet alleen gekleurde armoede: ook eenoudergzinnen zijn ongelooflijk kwetsbaar.»

HUMO U pleit voor een minister van Armoedebestrijding.

SLANGEN «Net niet. Iederéén zou minister van Armoedebestrijding moeten zijn: de minister van Huisvesting, die van Onderwijs, die van Energie én de minister van Cultuur.»

NOOIT SCHRIK

HUMO Uw vrouw vertelde in Humo dat u over een groot rechtvaardigheidsgevoel beschikt. Wil u iets recht-zetten na alles wat u als kind hebt meegemaakt?

SLANGEN «Nee. Ik heb wel de neiging om overal op te komen voor mensen. Vanaf het middelbaar heb ik veel klappen opgevangen die niet voor mij bedoeld waren. Ik voelde me sterk en dat bracht verantwoordelijkheid met zich mee. Daar komt dat gevoel vandaan, denk ik. Je kunt zoiets nooit precies weten. Ik zou nu met een plezante anekdote moeten komen om één en ander te verklaren, maar sommige dingen zijn niet uit te leggen. Natuurlijk komt mijn engagement voor het Kinderarmoedefonds voort uit wat ik heb meegemaakt, maar ik wil ook gewoon meer begrip creëren voor de problematiek. En bovendien helpt mijn bekendheid: er komen meer giften binnen wanneer Peter Adriaenssens (zijn voorganger als voorzitter, red.) of ik in de media verschijnen.

»Ook mijn nieuwe werk bij de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Limburg doe ik heel graag. Ik heb een bijzondere liefde voor mijn provincie. Ik ben vrij werelds, maar verknocht aan mijn streek. Het is een emotionele band. Ik ben heel trots op de Limburgers, we zijn een volk dat het altijd heel goed gedaan heeft in moeilijke omstandigheden.»

HUMO Identificeert u zich daarmee?

SLANGEN «Ja. Na de sluiting van de mijnen, Philips Hasselt en het bloedbad van Ford Genk is iedereen hier weer rechtgekrabbeld.

»We waren net redelijk goed bezig, en toen kwam corona. Dan merk je dat de slag hier harder aankomt. Hier wordt vooral van buitenaf geïnvesteerd, er is hier geen ondernemerswereld zoals in andere regio's. Daardoor moet de doorsnee ondernemer hier dubbel zoveel moeite doen.»

HUMO Uw geliefde Hasselt is anders wel een middenstandsstad pur sang.

SLANGEN «Hier heerst een andere mentaliteit dan in de rest van Limburg. Ze denken soms ook dat ik bescheiden ben omdat ik een Limburger ben. Niets is minder waar voor een Hasselaar. Wat dat betreft, kunnen wij wedijveren met de Antwerpenaren.»

HUMO Met die andere Hasselaar, Steve Stevaert, voelde u meteen verwantschap. 'We zijn allebei van nul moeten beginnen,' zei hij lang geleden, bij het begin van jullie vriendschap.

SLANGEN «Dat was de cafébaas in Steve, die veel mensenkennis had. Hij was de eigenaar van één van de cafés waar mijn ouders hingen toen mijn zus en ik alleen thuiszaten. Hij kende mijn situatie heel goed. Toen ik voor het eerst op de radar van mijn vrouw kwam, zei hij tegen haar: 'Bij Noël thuis was het pure horor, dus pas op.' Nadien hebben we elkaar goed leren kennen, en onze vriendschap is er één van decennia geweest. Tot in 2015.»

HUMO U hebt met hem vooral een vriend verloren.

SLANGEN «Ja, één van mijn beste vrienden.»

HUMO Uw vrouw bevestigde ook dat u emotioneel verwaarloosd bent tijdens uw jeugd. Hoe bent u daar uiteindelijk van hersteld?

SLANGEN «Met de liefde van mijn gezin en door zelf een heel andere ouder te zijn dan mijn eigen ouders waren.»

HUMO Blijft het een wonde waarover u moeilijk kunt praten?

SLANGEN «Nee, eerder één die ik moeilijk onder woorden kan brengen. Normaal gezien kan ik de zaken goed omschrijven, maar nu slaag ik er niet in.»

HUMO U wilde eerst geen kinderen, nu hebt u er vier. Had die oorspronkelijke beslissing met uw jeugd te maken?

SLANGEN «Ja, zoals ik ook tot mijn 19de geen alcohol heb gedronken, omdat ik bij mij thuis had gezien wat het kan aanrichten. Nochtans waren mijn ouders geen alcoholisten, ze dronken vooral op café. Nu hou ik van alcohol, en door jaren bij Open VLD te werken, heb ik ook geleerd om er goed tegen te kunnen (lacht)

HUMO Is de angst voor armoede gebleven?

SLANGEN «Nee, mijn vrouw vond het bij de opstart van ons bedrijf soms vreemd welke risico's ik nam. Ik heb nooit schrik gehad om te verliezen. Ik geef heel makkelijk geld uit, ik kijk naar niks. Zekerheid bestaat toch niet. Ik ben niet bang om arm te worden.»

HUMO En anders eet u weer even boterhammen met ketchup.

SLANGEN «In het slechtste geval moet ik met niks herbeginnen, maar dat ben ik gewoon.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234