Noodkreet uit de forensische jeugdpsychiatrie: 'Sommige jongeren zijn wandelende tijdbommen'

Taho is 17 en niet zomaar een vechtjas: in het diepst van zijn gedachten is hij een Apache die in zijn reservaat de strijd aangaat met de cowboy en de cowgirl die hem als kind opsloten in de kelder, terwijl er boven seks- en drugsfeestjes werden gehouden.

Taho is een romanpersonage en ook weer niet. Wat hij meemaakt, is immers echt gebeurd. Zijn verhaal werd opgetekend in ‘Skunk’ door Geert Taghon, diensthoofd van De Patio, de forensische jeugdafdeling van het psychiatrisch ziekenhuis Heilige Familie in Kortrijk. Die afdeling behandelt jongeren tussen 12 en 18 jaar die een ‘als misdaad omschreven feit’ hebben gepleegd én een psychiatrisch probleem hebben.

‘Voor alle duidelijkheid,’ benadrukt Taghon, ‘Taho bestaat niet: hij is een samenraapsel van verschillende jongeren die ik ben tegengekomen in de acht jaar dat ik in De Patio werk. Maar de feiten die hij pleegt, zijn wel uit het leven gegrepen.’

'Sommige jongeren zijn wandelende tijdbommen. Onlangs is er iemand bij ons vertrokken voor wie wij ons hart vasthouden'

HUMO Dus de strafexpeditie die het hoofdpersonage onderneemt – een rauwe, berekende wraakpartij die hij eerst op dieren heeft geoefend – is echt gebeurd?

Geert Taghon «Ik kan daar niets over zeggen, want ik moet mijn beroepsgeheim respecteren. Maar laat ik zeggen dat de wereld waarin ik werk, zéér destructief kan zijn (grijnst).

»Ik ben dit boek beginnen te schrijven zonder de bedoeling het op grote schaal uit te geven. Ik wilde het online laten drukken en onder vrienden verspreiden. Als mensen mij naar mijn werk vragen, vind ik het altijd moeilijk om uit te leggen wat ik precies doe. De verhalen van onze jongeren zijn soms zó absurd, zó wereldvreemd, dat mensen denken: dat bestaat niet. Met dit boek wil ik een inkijk geven in de wereld waarin ik werk.»

HUMO Hoe komt het dat jongeren in zulke situaties terechtkomen? Er is het onvermijdelijke nature/nurture-debat, maar de kick die Taho ervaart wanneer hij een kat scalpeert en daarna helemaal vilt, de lichamelijke sensaties die daarbij opborrelen, dat is toch geen aangeleerd gedrag?

Taghon «Ik geloof sterk dat er altijd een aanleg is. Maar er is ook een context nodig die de aanwezige ingrediënten activeert en het geheel tot een giftige cocktail maakt.

»Je belandt niet voor niets in de forensische jeugdpsychiatrie – voor ze bij ons terechtkomen, hebben onze jongeren al heel wat meegemaakt: geweld, misbruik, verwaarlozing, mishandeling, drugs. Dat escaleert, tot ze door hun omgeving worden uitgespuwd. Jongeren met een psychose verliezen zichzelf: ze kunnen realiteit en waan niet van elkaar scheiden. Ze zitten opgesloten in hun eigen wereld. De meesten hebben ook geen enkele impulscontrole meer: ze kunnen zichzelf niet bedwingen en zijn voortdurend boos.»

HUMO Hoe breng je die jongeren terug in de samenleving?

Taghon «Met zéér kleine stapjes. Dat lukt: ik kan verhalen vertellen van jongeren die het goed doen. Maar er zijn evenveel verhalen van jongeren bij wie de hulp níét aanslaat. Tijd is de belangrijkste factor, want die jongens en meisjes wantrouwen hun omgeving en kunnen zich moeilijk aanpassen aan de dagelijkse werking van een school, van een samenleving. Je moet de tijd nemen om verder te kijken dan hun gedrag en een manier zoeken om hen te begrijpen. Dat krijg je niet voor mekaar in een paar maanden.

»Soms is het een race tegen de klok, want hoe dichter bij 18, hoe minder tijd er is. Zodra jongeren volwassen zijn, stopt alle jeugdhulpverlening en komen ze in de volwassenhulpverlening terecht. En die twee zijn totaal niet op elkaar afgestemd.»

HUMO In de Bijzondere Jeugdzorg kun je een verlengd verblijf aanvragen tot je 21ste. Geldt dat ook in de forensische jeugdpsychiatrie?

Taghon «Ja, maar dat gebeurt niet veel: je moet toestemming hebben van de jeugdrechter én de jongere moet het zelf willen. Er zijn ook veel voorwaarden aan verbonden en de slagkracht van een jeugdrechter is vaak een lege doos na 18 jaar.

»Op hun 18de valt het netwerk van de jongeren weg: minderjarigen krijgen hulp aangeboden, volwassenen moeten er zelf om vragen. Jongeren onder de 18 functioneren omdat ze weten dat er iemand meekijkt. Een jeugdrechter is een stok achter de deur: als het dreigt mis te lopen, moet je een stuk van je vrijheid afstaan. Na je 18de krijg je pas opnieuw met een rechter te maken als je een nieuw feit hebt gepleegd.»

HUMO Waar gaan de jongeren die jullie behandeld hebben naartoe als ze volwassen zijn?

Taghon «Sommigen gaan begeleid wonen, anderen slagen er niet in op eigen benen te staan en komen letterlijk op straat terecht. Ze weten wel dat er een CAW bestaat om psychologische begeleiding te krijgen of hulp te vragen bij huisvesting. Maar de drempel om de stap te zetten, is hoog.

»De moeilijkste groep zijn zij die geen hulp meer willen. Ik heb het ooit meegemaakt dat een jongere in het midden van de nacht wakker werd en zei: ‘Ik ben 18, ik mag hier weg.’ Hij had gelijk: hij mocht gaan en staan waar hij wilde. We hoorden pas opnieuw van hem toen het weer fout was gelopen.»

HUMO Wie psychiatrie zegt, denkt medicatie. Ook in de jeugdpsychiatrie?

Taghon (knikt) «De jongelui die bij ons aankomen, slikken vaak veel medicatie. Ze zitten aan de antipsychotica, de rilatine, de antidepressiva. En vaak in grote dosissen. Vreemd, toch: als die jongere zo veel medicatie neemt, hoe kan het dan dat hij alsnog bij ons terechtkomt? Wij bouwen het medicijngebruik af, bij rilatine is dat bijna standaard. Dikwijls met succes: medicatie is pas werkzaam als het de jongere ondersteunt in zijn functioneren, niet als het dient om problemen op te lossen. Een deel van onze jongeren heeft niet eens medicatie nodig.»


Café noch jeugdhuis

HUMO Angst is een vaak terugkerend thema in het boek. ‘Angst kan een vriend zijn,’ zegt Taho, ‘het helpt mij te overheersen.’

Taghon «Vrijwel alle jongeren die wij behandelen, staan angstig in het leven, hoe stoer ze zich ook voordoen. Ze zijn bang om hun plaats niet te vinden, bang om aangesproken te worden, bang om niet mee te tellen. Dat zit diep. Ze zijn opgegroeid in een omgeving waarin ze hebben geleerd alert te zijn. Ze observeren situaties, schatten voortdurend anderen in, zijn wantrouwig tegenover volwassenen en de hulp die zij aanbieden. Ze gebruiken zelfs agressie om te testen hoe sterk hun begeleiders zijn.»

HUMO Je spreekt uit eigen ervaring?

Taghon «Slaan, schoppen, smijten, steken: ik heb het allemaal meegemaakt. Bij fysieke agressie is het belangrijk dat we herstelgericht werken: de jongere moet actief iets doen – samen de muur schilderen, een huiselijke taak doen, een taart bakken. Bij zware fysieke agressie gaan we een herstelgesprek aan.

»Onze jongeren hebben weinig taal. Ze hebben nooit geleerd te zeggen wat ze voelen, ze tónen het – vooral door kwaad te zijn: ze roepen, tieren, slaan, lopen nerveus rond. Tijdens hun behandeling gaan we dus in de eerste plaats dingen dóén: samen naar de moestuin, de winkel of de zorgboer. En al doende proberen we een gesprek aan te knopen.»

'Vaak zie je alleen nog het bizarre, agressieve onaangepaste gedrag. Dan moet je gaan graven'

HUMO Je zei daarnet dat de jongeren die je behandelt, opgesloten zitten in hun eigen wereld. Ze denken in wij-zij-termen. Hoe doorprik je dat, hoe maak je daar een normale relatie van?

Taghon «Normaal zal het nooit worden. Een relatie aangaan met de jongere betekent vooral veel geven, en blij zijn met de kleine dingen die je krijgt. Er is weinig wederkerigheid, je mag de lat niet te hoog leggen.

»Je prikt door het pantser door er te zijn, je lijfelijke aanwezigheid is hun houvast. Je moet ook kunnen omgaan met hoe ze zijn, zorgen dat je niet overspoeld raakt door hun gewelddadige en bizarre gedrag. Dat vraagt veel openheid: ook jóúw angsten en ergernissen tegenover sommige jongeren moeten bespreekbaar zijn in het team. Want soms zijn het echt geen ‘toffe gasten’.»

HUMO Hoelang blijven jongeren bij jullie?

Taghon «Zes maanden tot een jaar – al zijn er ook jongeren die kort bij ons verblijven voor een diagnostische observatie.

»Die lange periode is nodig wegens de ernst van de problematiek: het duurt een tijd voor onze jongeren opnieuw naar school kunnen gaan – wat ‘school’ ook moge betekenen. Ook samenwonen, in een groep leven, is voor hen een hele opdracht.»

HUMO Hoeveel jongeren slagen er uiteindelijk in op eigen benen te staan?

Taghon «Rond de 60 procent, schat ik, al is op eigen benen staan een relatief begrip: er is geen alternatief, en vaak is het met vallen en opstaan.»

HUMO Dat betekent dat je ook veel energie steekt in mensen bij wie het niet lukt.

Taghon «Ja, maar een jongere die wél slaagt, is alleen maar winst voor de samenleving.»

HUMO ‘In de instelling moesten we overleven dankzij vriendjespolitiek, persoonlijk amusement en zelfbescherming,’ zegt Taho. Je schetst een weinig opbeurend beeld van de jeugdhulpverlening.

Taghon «Maar dat is wel het beeld dat jongeren vaak hebben. Om te overleven, moeten ze soms vreemde dingen doen.

»Er zijn hulpverleners die ongelofelijk hard hun best doen, maar jongeren bereiken is nu eenmaal geen gemakkelijke opdracht. Ik besef dat mijn boek geen vrolijk verhaal is, en dat ik focus op de uitzonderingen – maar die uitzonderingen zijn er wel.»

HUMO ‘Je moet al serieuze feiten plegen, wil je in deze samenleving gestraft worden,’ zegt Taho. Zijn we te coulant voor jeugddelinquenten?

Taghon «Bij momenten wel. We leggen regels op die soms erg onduidelijk zijn voor volwassenen, laat staan voor jongeren. Kijk naar ons drugsbeleid: zelfs wij weten niet altijd wat mag en wat niet. Hetzelfde met de 30 kilometerzones: de pakkans is zo klein dat je het risico neemt. Jongeren denken net zo. En zelfs wanneer ze tegen de lamp lopen, weten ze: ik ben minderjarig, er zullen amper gevolgen zijn.»

HUMO Dat klinkt als een oproep voor meer repressie.

Taghon «Dat is het nadrukkelijk níét (lacht). We moeten vooral duidelijker zijn, aanklampender. Jongeren moeten nauwgezetter worden gevolgd. Dat ze weten dat er consequenties zijn als ze niet naar school gaan. Dat hoeven daarom geen sancties te zijn: je kunt ook langsgaan en vragen waarom ze er niet waren. ’t Is zoeken naar wat de drempels zijn, en daar afspraken over maken. Jongeren willen gewoon gezien worden.»

HUMO Taho heeft weinig vrienden. Als hij al contact maakt, dan is dat uit opportunisme. Heeft dat te maken met de overlevingsmodus waarin hij zich bevindt?

Taghon «Onze jongeren zijn erg eenzaam, ze zijn niet meer verbonden met de samenleving. Het café of het jeugdhuis: dat kennen ze niet. Gezonde relaties aanknopen kunnen ze niet, ze hebben het nooit geleerd. Daardoor gaan ze erg vreemd en onaangepast om met anderen. Er is ook weinig ik-identiteit. Wie ben ik? Wat wil ik worden? Dat zijn moeilijke vragen voor hen.»

HUMO Het wezen van een relatie, kun je dat nog aanleren op je 16de als je het nooit hebt gekend?

Taghon (lacht) «Wij maken geen nieuwe jongeren. Maar je kunt hun wel leren aansluiting te vinden met de samenleving. We gaan op zoek naar hun interesses, naar wat ze goed kunnen. Dat gebruiken we als hefboom om hen de weg te laten vinden naar een teken- of sportclub. We hebben een netwerk van verenigingen waar onze jongeren terechtkunnen, zij doen extra moeite voor onze gasten. Er zijn bijvoorbeeld jongens die geregeld gaan paardrijden bij ons in de buurt.

Onze jongeren willen gewoon een plek, ze willen iemand worden. Maar meestal worden ze geconfronteerd met wat ze niet kunnen.»


De druk van de wachtlijst

HUMO In mijn vriendenkring bevinden zich toevallig nogal wat jongerenwerkers. Ze zijn aan de slag in een CLB, een time-outproject en een instelling voor Bijzondere Jeugdzorg. Overal hoor ik hetzelfde: na een tijdje ligt de burn-out op de loer. Met probleemjongeren werken is een slopende job.

Taghon «’t Is inderdaad a hell of a job. Het vraagt veel van je. Het belangrijkste is: hoe kijk je naar de jongeren? Als je hen als criminelen beschouwt, dan zal je niet ver raken.»

HUMO Ik heb niet de indruk dat mijn vrienden dat doen, maar dat de problemen van de jongeren steeds complexer worden. Hulpverleners zijn daar steeds moeilijker tegen opgewassen.

Taghon «Dat klopt. Je moet enorm veel draagkracht hebben om met zulke jongeren te werken. In de forensische jeugdpsychiatrie sta je gelukkig nooit alleen voor een groep, je bent minstens met twee. Je moet veel incasseren – als je één jongere van ons publiek in een groep hebt, is dat al zwaar. Wij hebben constant met minstens zeven jongeren met ernstige psychiatrische stoornissen en agressieproblemen te maken. Behalve de draagkracht van de individuele begeleider, kunnen ook het team en de ondersteuning van een leidinggevende een rol spelen bij burn-outs.»

HUMO Nog een oud zeer: de wachtlijsten in de jeugdhulpverlening, soms tot 100 procent.

Taghon «100 procent? Voor ons outreach-project hebben we een wachtlijst van 300 procent. Iederéén in West-Vlaanderen kan zich bij ons vijfkoppig outreach-team aanmelden – de enige voorwaarde is dat de jongere een psychiatrische problematiek heeft en onder toezicht van een jeugdrechter staat. Met als resultaat dat er drie keer zoveel jongeren staan te wachten om ambulant te worden behandeld dan we aankunnen. Er is enorm veel vraag naar ondersteuning, zelfs binnen de sector. Onze jongeren vragen een intensieve opvolging. Ze worden soms op een andere dienst geparkeerd om het personeel tot rust te laten komen – iets waar ik trouwens alle begrip voor heb.

»Bij onze crisisopnames hebben we hetzelfde probleem: de twee beschikbare bedden zijn de klok rond bezet – als we willen, krijgen we tíén bedden gevuld, met alleen maar crisisaanvragen. En ook de gesloten forensische afdeling heeft voortdurend wachtlijsten. We zijn nu volzet, maar we weten dat er vijf jongeren staan te wachten om opgenomen te worden.»

HUMO Wat gebeurt er met jongeren die op wachtlijsten staan?

Taghon (zucht) «Dat zijn de echte drama’s. Ik ken jongeren die elke maand naar een andere instelling verhuizen, of die van crisisopvang naar crisisopvang sukkelen. Soms zijn het net pionnen die worden verschoven tot er plaats is in het juiste vakje. Schrijnend.»

HUMO Voelen jullie druk om de behandelperiode van jongeren te verkleinen?

Taghon «Wat je voelt, is de druk van de wachtlijst, van mensen die zich kwaad maken: ‘Hoe is dat nu mogelijk, ik zit hier met zo’n zwaar dossier. Ik kan die jongere toch niet op straat zetten!’ Maar wij gaan daar niet anders door werken. Ons outreach-team biedt vaak een uitwijkmogelijkheid met een tijdelijke ambulante opvolging. Zij behandelen nu zo’n dertigtal jongeren, van wie het merendeel uiteindelijk niet in de psychiatrie opgenomen hoeft te worden.»

HUMO Volgens kinder- en jeugdpsychiater Jan De Corte, verbonden aan het Limburgs psychiatrisch ziekenhuis Asster, raken veel jongeren die hulp nodig hebben, niet verder dan een opvoeder in de Bijzondere Jeugdzorg. Een psycholoog, een psychiatrisch verpleegkundige, een kinderpsychiater: vergeet het. De basis van de geestelijke gezondheidszorg is ontoereikend.

Taghon «De psychiatrische expertise is ook niet groot. Het is niet altijd makkelijk om te bepalen waaraan het bij een jongere schort. Ik ben een voorstander van multidisciplinaire teams van specialisten die psychiatrische problematieken van kleins af bekijken. Want hoe ouder kinderen worden, hoe moeilijker ze nog bij te sturen zijn. Het groeipotentieel zit bij de kleintjes, waar de kiem van een probleem opduikt – bij al onze jongeren zien we dat het verhaal start in de kleutertijd.»

HUMO Kleuters labelen als toekomstige psychiatrische patiënten, dat is toch een horrorscenario?

Taghon «Je moet niet gaan labelen, je moet de ouders helpen. Als de ouders van onze jongeren van in het begin ondersteund zouden zijn geweest, dan waren hun kinderen wellicht nooit bij ons beland.

»Ik merk ook dat de hulpverlening vaak versnipperd is. Ik ken gezinnen waar er drie, vier diensten actief zijn – thuisbegeleiding, pleeggezinnendienst, psychiatrie – maar waar er zelden overleg is tussen die diensten. Dat zijn zware gezinnen om mee te werken, moeilijke jongeren ook om te bereiken. Maar als we niks doen, creëren we op lange termijn problemen in de samenleving.»

HUMO En dan mogen jullie het rechttrekken.

Taghon «Dat is veel gezegd, wij willen er vooral voor zorgen dat jongeren steviger in hun schoenen staan. De bedoeling is: in zo kort mogelijke tijd hun gezonde elementjes activeren, zodat ze kunnen functioneren in de samenleving. Vaak zie je bij hen alleen nog het bizarre, agressieve, onaangepaste gedrag. Al de rest is ondergesneeuwd geraakt. En dan moet je gaan graven.»


Wandelende tijdbommen

HUMO Schuilt er in elke jongere iets goeds?

Taghon «In elke jongere zit een kern van goedheid. De dag dat ik dát niet meer geloof, moet ik ander werk zoeken. Maar bij een aantal jongeren zit die kern zo ondergesneeuwd, dat je het niet meer opgespit krijgt.

»Al die stoere binken zijn uiteindelijk erg kwetsbare jongens. Maar ze hebben al heel jong geleerd zich te verdedigen, letterlijk en figuurlijk, zodat je hun goede kern niet meer bereikt.»

'Ik ken jongeren die van crisisopvang naar crisisopvang sukkelen, als pionnen die worden verschoven tot er plaats is in het juiste vakje'

HUMO De jeugdpsychiatrie maakte onlangs een slechte beurt door een ‘onbehandelbaar’ meisje te dumpen voor het Antwerpse justitiepaleis. Daarop mocht ze het genoegen smaken van een nachtje cel. Er zijn ook steeds vaker berichten over jongeren die uit plaatsgebrek in de volwassenpsychiatrie worden gedumpt.

Taghon «Ik ken natuurlijk niet het volledige verhaal, maar het frustreert me mateloos hoe er met jongeren wordt getjold, zoals ze in West-Vlaanderen zeggen – vaak omdat de instellingen de jongeren niet meer willen of aankunnen. Het zijn geen jongeren meer, maar subjecten voor wie ergens een bed moet gevonden worden. Dat is toch triestig?

»Het ergste is wanneer je jongeren moet opgeven omdat je ze niet meer geplaatst krijgt. Heel wat gasten met wie wij werken, zijn klaar om terug naar de samenleving te gaan, of naar een andere instelling. Maar er is zo weinig plaats dat ze vaak in de kou komen te staan. Het is toch wraakroepend dat je een jongere een jaar behandelt, dat die jongere een mooi parcours aflegt, maar aan het eind van de rit nergens terechtkan? Meestal gaat het om jongens die een hulpverlener hebben aangevallen, of ernstige seksuele feiten hebben gepleegd.»

HUMO Zijn er tijdens het traject al gedwongen opgaves?

Taghon «O, ja. Er zijn jongeren bij wie je het luikje niet vindt. Je moet daar ook eerlijk in durven te zijn. De meesten komen dan in gemeenschapsinstellingen terecht, zoals in Ruiselede. Sommigen zijn wandelende tijdbommen. Onlangs is er iemand bij ons vertrokken voor wie we ons hart vasthouden – vroeg of laat gaat er iets gebeuren.»

HUMO Met hem of met iemand anders?

Taghon «Ik vrees met iemand anders. Maar we kunnen niets doen, die jongen wil niet geholpen worden.»

HUMO Voelt dat aan als een mislukking?

Taghon «Ik heb geleerd dat van me af te zetten: je kunt niet voor iedereen instaan. Het zijn uiteindelijk de jongeren zélf die het moeten waarmaken. Het enige wat ik kan doen, is hun mijn vertrouwen geven. Elke keer opnieuw.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234