Wesley Sonck,  Johan Boskamp, Gilles De Bilde en Franky Vander Elst Beeld Humo
Wesley Sonck, Johan Boskamp, Gilles De Bilde en Franky Vander ElstBeeld Humo

Ex-winnaars over de Gouden Schoen

‘Nooit begrepen waarom ik ’m geen twee jaar op rij won’

Ook na een jaar waarin even vaak niet als wel werd gevoetbald, moet er een Gouden Schoen worden uitgereikt. Voor het eerst gebeurt dat na slechts één stemronde: nooit eerder zal hij zo makkelijk verdiend zijn als op 13 januari. Speelt dat in de kaart van een outsider als Raphael Holzhauser? Of gaat hij toch gewoon naar Lior Refaelov of Simon Mignolet? Vier ex-winnaars laten voor Humo in hun kaarten én trofeeënkast kijken. ‘Eerlijk? Ik had ’m gegeven aan de man die het jaar nadien won.’

WESLEY SONCK (2001): ‘OPDOEKEN, DIE HANDEL!’

Geen schoen, maar een foto is het eerste waaraan Wesley Sonck denkt wanneer hij terugkeert naar het glorieuze jaar 2001.

FOOT: GOUDEN SCHOEN / SOULIER D' OR / 
SONCK Wesley / PELE /
www.iso-sport.be Beeld BELGAIMAGE
FOOT: GOUDEN SCHOEN / SOULIER D' OR / SONCK Wesley / PELE /www.iso-sport.beBeeld BELGAIMAGE

WESLEY SONCK «Weet je waar de mensen mij nog altijd op aanspreken? Dat ik met Pelé op de foto stond. Eén van de grootsten der aarde!»

HUMO Was je onder de indruk?

SONCK «Nee, ik heb dat met weinig mensen. En zeker niet met voetballers. Mocht Michael Jordan plots voor mij staan, zou ik wél even schrikken. Maar verder? Ik heb nog tegen Ronaldo gespeeld – den dikke Ronaldo, zoals wij zeggen – en tegen Ronaldinho. Je kruiste die mannen in de spelerstunnel en ging ermee in duel op het veld: so what? Weet je trouwens wie ook op die foto staat? Jos Vaessen, mijn voorzitter toen bij Racing Genk. Hij moest daar niet staan, maar stond er toch. Zot van glorie: je ziet hem blinken van geluk (lacht).

»Hij hangt hier ergens, die foto, maar ik moet al goed nadenken waar. Het is trouwens pas sinds ik met Virginie samenwoon, dat mijn Gouden Schoen in een vitrinekast staat. Zelf vind ik dat niet belangrijk.»

HUMO Kwam de winst als een verrassing?

SONCK «Absoluut niet. De eerste maanden van het seizoen, onder trainer Jan Boskamp, waren een ramp. Maar toen na nieuwjaar Pierre Denier overnam, ben ik ontploft. We werden pas elfde, maar ik maakte nog een goal of tien. En in de heenronde van het volgende seizoen achttien. Bijna dertig doelpunten in één kalenderjaar: straf, hè.»

HUMO Het jaar nadien werd je landskampioen met Genk, maar moest je de Gouden Schoen aan Timmy Simons laten.

SONCK «Dat heb ik nooit begrepen: ik vond me dat jaar nóg beter. Ik was topschutter geworden en was belangrijk geweest met de nationale ploeg op de wereldbeker – volgens het reglement telt dat niet, maar in de hoofden speelt dat toch mee. Alleen stonden we met Genk halfweg pas vierde omdat de midweekse matchen in de Champions League ons punten kostten tijdens het weekend.

»Maar goed, ik had geen moeite om me bij de zege van Timmy neer te leggen. We kenden elkaar van bij de nationale ploeg en zijn die nacht nog samen met onze entourages een pint gaan drinken. Ik gunde het Timmy en wilde laten zien dat ik niet kwaad was.»

HUMO Menig winnaar heeft zijn Gouden Schoen verzilverd met een transfer naar het buitenland, jij niet.

SONCK «Ik kon naar Sevilla en Hertha Berlijn, maar Jos Vaessen zei: ‘Gij moogt niet weg!’ Tja, weg droom. Natuurlijk vond ik dat erg. Ik was topschutter met dertig goals: kun je je dat voorstellen? Nu smijten ze met de miljoenen na twaalf goeie matchen en vijf goals. Dat was in mijn tijd wel anders.

»Later ben ik voor 5 miljoen euro aan Ajax verkocht. Ook leuk, maar ik had liever in Spanje gevoetbald.»

HUMO Wie mag hem nu winnen?

SONCK «Ik heb opgevangen dat iemand punten heeft gegeven aan Nicolas Raskin van Standard. Doek die Gouden Schoen dan maar op! Waar is dan de objectiviteit? De eerste naam op mijn stemformulier was die van Simon Mignolet. Bij Club zie ik ook Clinton Mata punten pakken, bij Antwerp Refaelov, bij Genk Paul Onuachu en Théo Bongonda. Holzhauser is me ook opgevallen, maar louter door zijn statistieken. Hij hééft iets: vista en traptechniek. Maar geen versnelling. Vier keer heb ik hem live aan het werk gezien: vier keer was het ondermaats. Dan schat ik Xavier Mercier van OHL hoger in.

»De winnaar van de Gouden Schoen moet de Belgische eerste klasse ontstijgen. Hij moet het potentieel hebben om in een sterkere competitie te spelen. Hans Vanaken heeft dat, maar hij heeft ervoor gekozen om bij Club Brugge te blijven. Mignolet heeft het bij Liverpool bewezen, Bongonda bij Celta de Vigo. Mata is sowieso klaar voor het buitenland, Onuachu op termijn ook. Maar Holzhauser? Dan hadden de grote ploegen hem al lang opgemerkt. Het zou me enorm verbazen mocht hij winnen.»

HUMO Het is een door corona verbrokkeld voetbaljaar 2020 geweest. Zal dat de winnaar minder mooi maken?

SONCK «Niet als hij Mignolet of Refaelov heet.»

HUMO Ga je kijken naar de live-uitzending op VTM?

SONCK «Ik heb opnames voor ‘De container cup’. Als die uitlopen, haal ik het niet.»

HUMO Ah, ‘De container cup’, winnaar van de Ha! van Humo!

SONCK (lacht) «Dank u, Humo! Ik wist dat het zou aanslaan bij de sporters. Én bij de kijkers, die hun sporthelden misten. Door ‘De container cup’ konden ze even ontsnappen aan corona, fake news en alles wat niet mocht. Zelf heb ik gedaan wat ik altijd doe: zeggen wat ik zie. De regisseur had vooraf gezegd: ‘Pedro kent er niks van, maar we gaan ervoor!’ Toch had ik er na de eerste aflevering geen goed oog in: ‘Oei-oei, is dit wel oké?’ Tot Dirk Van Tichelt zich in de derde aflevering helemaal smeet. Toen is het ontploft.

»Het strafste is dat ik nu op straat word aangesproken als ‘diene van ‘De container cup’’. Na zeventien jaar profvoetbal, een wereldbeker, de Champions League, en alle prijzen die je kunt winnen in België. Tel daar nog eens acht jaar ‘Extra Time’ bij. En dan ben ik ‘diene van ‘De container cup’’? Belachelijk! (lacht)»

FRANKY VAN DER ELST (1990, 1996): ‘PINTJE MET DE CAJE’

Franky Van der Elst won de Gouden Schoen twee keer, en werd ook even vaak tweede.

'In Antwerpen is de tweestrijd tussen Refaelov en Holzhauser opgepookt. Ik nestel me voor de tv met een glas wijn.' Beeld BELGA
'In Antwerpen is de tweestrijd tussen Refaelov en Holzhauser opgepookt. Ik nestel me voor de tv met een glas wijn.'Beeld BELGA

FRANKY VAN DER ELST «Een redelijk palmares, om het zo maar eens zelf te zeggen (grijnst). Mijn eerste won ik na de wereldbeker van 1990 in Italië. Maar die tweede, die vergeet ik altijd... (korte stilte) 1996, zie ik nu. Het is altijd toch weer schrikken: ik was al 35! Zoals Refaelov nu. Straf, op die leeftijd verwacht je zoiets niet meer. Trouwens, in 1990 was ik 29: ook niet van de jongste meer. Ik herinner me dat ik vermoeid van het WK was teruggekeerd en dat toen na een wedstrijd aan een journalist had opgebiecht dat ik mezelf niet meer zo geweldig vond. Maar kijk, het heeft mijn uitverkiezing niet in de weg gestaan. Geen idee trouwens wie toen tweede en derde waren.»

HUMO Luis Oliveira en Luc Nilis, de twee artiesten van Anderlecht.

VAN DER ELST «Mooi! (lacht) Dat zegt toch iets over mijn prestaties.»

HUMO Zes jaar later haalde je het van Pär Zetterberg.

VAN DER ELST «Ah? Mensen denken altijd dat ik dat allemaal nog weet, maar dat is niet zo. Ik ben ook eens tweede geworden achter Zetterberg. Op het veld waren we elkaars rechtstreekse tegenstander: hij op de 10, ik op de 6. Meestal gaat de Gouden Schoen naar aanvallers. Je kunt erover discussiëren of dat terecht is, voetbal is tenslotte een ploegsport. Maar ik snap het wel: aanvallers lopen meer in de kijker.»

HUMO Hebben ze ook bij jou een streepje voor?

VAN DER ELST «Ik heb geen criteria: Clinton Mata is zo’n speler die ik gerust punten zou kunnen geven. Maar een voorwaarde voor mij is toch dat de winnaar beslissend geweest is, zoals Refaelov in de bekerfinale tegen Club Brugge en – al telt het strikt genomen niet mee – in de Europa League tegen Tottenham. Samen met de rest van Antwerp heeft hij toch een paar straffe matchen gespeeld. Schrijf maar op: Refaelov staat bij mij op één, hij is mijn favoriet.»

HUMO Iederéén lijkt het hem te gunnen, als een soort bekroning van een carrière waarin hij vreemd genoeg nooit eerder in aanmerking kwam voor de Gouden Schoen.

VAN DER ELST «Zeg mij eens, eerlijk: wanneer zou hij hem dan verdiend hebben? Goed, hij had al eens een bekerfinale beslist, met Club Brugge tegen Anderlecht (in 2015, red.). Maar is er ooit een seizoen geweest dat hij helemaal gedomineerd heeft?

»Het belangrijkste is dat je objectief en zonder veel sentiment stemt. Refaelov zal geen grote transfer meer maken, daar is hij te oud voor. Maar is dat een reden om niet voor hem te stemmen? Nee, zoals je ook Holzhauser niet kunt negeren omdat hij zogezegd een type spelmaker uit de jaren 70 is of bij een kleinere club speelt – Gilles De Bilde speelde ook maar voor Eendracht Aalst toen hij won.»

HUMO Mocht Refaelov het halen, heeft Ivan Leko daar dan verdienste aan?

VAN DER ELST «Nee. Hij heeft hem beter aangepakt dan bij Club, maar in het begin van het seizoen ook vaak gewisseld. Tegen Kortrijk zat hij zelfs op de bank, tot hij inviel en de wedstrijd besliste. Net zo goed kun je dus zeggen dat Refaelov Leko een paar keer gered heeft. Leko had Refaelov nodig: als hij Antwerp anders wilde laten voetballen dan onder Bölöni, kon hij niet zonder diens individuele kwaliteiten.»

HUMO Club Brugge werd landskampioen, speelde de bekerfinale en voert ook nu de rangschikking aan. Toch lijkt Hans Vanaken zichzelf niet te zullen opvolgen.

VAN DER ELST «Club was vorig jaar na nieuwjaar minder dominant, maar nog altijd goed. Mocht er ook in juni gestemd zijn, had je vermoedelijk een andere winnaar gekregen.

»Trouwens, ook de verkiezing van de doelman van het jaar helpt Club niet. Als je Mignolet al op dat stemformulier hebt ingevuld, ben je geneigd hem te vergeten wanneer het over de echte Gouden Schoen gaat. Doelmannen maken minder kans.»

HUMO Door corona wordt het een uitreiking in mineur. Weet je nog door wie jij je eerste Schoen overhandigd kreeg?

VAN DER ELST «Roger Milla, de vedette van het WK in Italië! Trouwens, het was de eerste keer dat de uitreiking live op televisie werd uitgezonden. Dat ging toen nog niet gepaard met glitter and glamour: ik was alleen, mijn vrouw was niet mee (vanuit de achtergrond klinkt een stem: ‘Ik mócht niet!’). Kijk, dat voegt ze er altijd aan toe (lacht).

»Waar ik vooral blij om ben, is dat ik die trofee telkens gewonnen heb wanneer ik dat zelf verwachtte. Die keer dat ik op twee punten van Zetterberg ben gestrand, was ik helemaal niet ontgoocheld. Dat is weleens anders geweest: het bekendste voorbeeld is natuurlijk de Lorre (Lorenzo Staelens, die in 1994 slechts achtste werd, red.), maar ook Mbokani droop vorig jaar ontgoocheld af. Ik snap dat wel: als je je hebt laten meeslepen in de favorietenrol en het draait anders uit, is ontgoocheling onvermijdelijk.»

HUMO Het zou Refaelov zomaar kunnen overkomen.

VAN DER ELST «Of Holzhauser. Ik weet niet hoe hij zal reageren als hij ernaast grijpt. In Antwerpen is die tweestrijd behoorlijk opgepookt. Als Refaelov wint, verwacht ik me aan een reactie uit het paarse kamp. Ik ben benieuwd: ik nestel me zeker voor mijn televisie, glaasje wijn bij de hand.»

HUMO Nog snel, voor je die fles ontkurkt: uit wiens handen kreeg je je tweede Schoen?

VAN DER ELST «Euh, wacht… (tot zijn vrouw) Weet jij het nog?»

HUMO Guus Hiddink.

VAN DER ELST (verbaasd) «Hiddink? Oei, zelfs nu je het zegt, gaat er geen belletje rinkelen.

»Ach, ik heb het altijd leuke avonden gevonden. Beetje blijven hangen, naast de dansvloer, pintje drinken met de Caje (Jan Ceulemans, red.). De Gouden Schoen blijft de mooiste individuele trofee in België. En toch: meer dan een extraatje is het niet. Of je hem nu wint of niet: dat je niet meer kunt sjotten, dát is jammer. Al de rest is bijzaak.»

GILLES DE BILDE (1994): ‘EEN EXTREME AVOND’

Spectaculairder dan de manier waarop Gilles De Bilde in 1994 met de Gouden Schoen aan de haal ging, zal het nooit meer worden. Als speler van het pas gepromoveerde Eendracht Aalst had hij aan één stemronde genoeg.

null Beeld BELGA
Beeld BELGA

GILLES DE BILDE «Daar gaat mijn record: ook nu zal de winnaar aan één stemronde genoeg hebben (lacht).

»Ik zat in de zaal toen er werd afgeteld, van vijf naar één. Mijn naam viel maar niet, terwijl ik vooraf toch als outsider was getipt. Ik dacht: waarschijnlijk ben ik zesde geworden. Tot ik plots mijn naam hoorde. Ik heb thuis foto’s liggen waarop je duidelijk ziet dat ik helemaal van mijn melk ben. Toen we ’s nachts naar huis reden, voelde ik een rust over mij neerdalen. Pas tijdens die autorit is het tot mij beginnen doordringen.»

HUMO Je was 23. Heeft die Gouden Schoen je leven veranderd?

DE BILDE «Mensen denken dat, omdat die avond zo’n extreem verloop kende. Zelf heb ik het nooit zo ervaren. Ik was al topschutter geworden in tweede klasse, we waren met Eendracht Aalst gepromoveerd, en ik had mijn debuut voor de nationale ploeg al gemaakt. Ik was al wat gewoon. Jan Ceulemans, mijn trainer, heeft toen een belangrijke rol gespeeld. Als ervaringsdeskundige (Ceulemans won de Gouden Schoen drie keer, red.) was hij de eerste om me, heel nuchter, te waarschuwen: ‘Gilleseke, de mensen gaan u anders bekijken.’ Dat is nadien ook gebleken. Ik heb dat nooit goed begrepen: in mijn ogen was ik nog altijd dezelfde voetballer en persoon.»

HUMO Een half jaar later verhuisde je naar Anderlecht.

DE BILDE «Maar dat kwam niet door die Gouden Schoen. Er hadden voordien al gesprekken plaatsgevonden. Ook met Club Brugge, trouwens.

»Met Aalst zijn we dat jaar als vierde geëindigd. Alles kon, alles mocht, niets moest: het leek wel elke week carnaval. Maar Anderlecht was een jeugddroom. Ik had er in mijn jeugd gespeeld, maar was doorgestuurd omdat ze me te klein vonden. Dat ik dan, als Brusselaar, door de grote poort kon terugkeren, was een droom. Mijn eerste seizoen was matig. Ik scoorde wel een keer of vijftien, maar we eindigden pas als tweede of derde. Daar zouden ze nu een gat voor in de lucht springen, maar toen was dat een mislukking. Het jaar nadien werd overschaduwd door persoonlijke problemen: het overlijden van mijn vader en de vuistslag die ik gaf aan Krist Porte. Mijn mooiste periode is nadien gevolgd, bij PSV.»

HUMO Wie gun je de Schoen nu?

DE BILDE «Ik heb Holzhauser enkele keren live zien spelen tijdens mijn werk voor Eleven Sports. Ik moet zeggen: ik was behoorlijk onder de indruk. Hij heeft een aparte stijl, maar is technisch zeer onderlegd en hij zíét het. Alleen, de laatste weken was het wat minder bij Beerschot. Bij Refaelov laten we ons vooral leiden door het Europese parcours van Antwerp. Volgens het reglement mag dat niet: de Gouden Schoen gaat alleen over de prestaties op de Belgische velden. Maar goed, ook daar was hij uitstekend. Leeftijd speelt geen rol: prestaties blijven prestaties. Kijk maar naar Ibrahimovic

HUMO Je noemt Holzhauser als eerste. Heeft hij jouw voorkeur?

DE BILDE «Had je me dat een maand geleden gevraagd, had ik volmondig ja gezegd. Nu twijfel ik. In ieder geval: Refaelov en Holzhauser staken er het laatste halfjaar het meest bovenuit. Hans Vanaken en Ruud Vormer waren wat minder bij Club, bij Standard is Zinho Vanheusden snel geblesseerd uitgevallen, en ook bij Genk liep het aanvankelijk niet lekker – ik ben ook niet kapot van zo’n Onuachu, al valt er niets af te dingen op zijn kwaliteiten als afwerker.»

HUMO Toen Ruud Vormer drie jaar geleden won, noemde je hem een winnaar ‘bij gebrek aan beter’. Geldt dat ook voor de beste van het coronajaar 2020?

DE BILDE «Ik vind Ruud nog altijd een goeie, nuttige voetballer. Maar het is niet iemand die met individuele klasse het verschil maakt. Daar ben ik toch naar op zoek voor de Gouden Schoen. Ik zie graag iemand die iets speciaals laat zien. En dan maakt het niet uit of het een keeper of een spits is, een jong talent of een 35-jarige.»

HUMO Hadden we die trofee niet beter een jaartje niet uitgereikt?

DE BILDE «Goh, er is al zoveel gecanceld. Laat dit dan maar hét moment voor een volstrekte outsider zijn. Iemand als Holzhauser, ja. Of hij het dan waard is geweest, moet later maar blijken.»

JAN BOSKAMP (1975): ‘VOOR HET GOEDE DOEL’

Tot 1975 was de Gouden Schoen uitsluitend naar Belgische voetballers gegaan. En toen won Jan Boskamp de trofee.

Jan Boskamp Beeld Humo
Jan BoskampBeeld Humo

JAN BOSKAMP «Ik lag in het ziekenhuis! (lacht) Er bestonden nog geen gsm’s, dus belden ze de dokter die me aan de meniscus had geopereerd om het te vertellen. Ik was de eerste buitenlander die hem won. Zoals alles wat nieuw is, had dat voor- en tegenstanders. Maar toch vooral tegenstanders (lacht)

HUMO Was je geen terechte winnaar?

BOSKAMP «Eerlijk? Ik zou hem gegeven hebben aan de man die hem het jaar nadien won: Robbie Rensenbrink. Hij en Wlodek Lubanski zijn de beste buitenlanders die ik ooit in de Belgische competitie heb gezien. Wereldvoetballers. Ik speelde pas mijn eerste seizoen in België en werd nog gezien als een speler die geen vaste waarde was bij Feyenoord. Dat had het beste middenveld van Europa, met Willem van Hanegem, Franz Hasil en Wim Jansen. Daar was ik de dupe van. Ik was al eens uitgeleend aan Holland Sport, en net toen won Feyenoord Europacup 1 (de voorloper van de Champions League, red.).»

HUMO Kon je na de Gouden Schoen en de landstitel met RWDM niet door de grote poort terug naar Nederland?

BOSKAMP «Die kans heeft zich voorgedaan, enkele jaren later. Maar dan bij grote concurrent Ajax. Johan Cruijff keerde terug van Barcelona en wilde mij erbij hebben. Om de bal af te pakken en hem netjes bij hem in te leveren, natuurlijk (lacht). Nu, voor de beste voetballer op deze aardkloot had ik dat met plezier gedaan. Alleen raakte ik na die meniscusoperatie niet door de medische keuring. Ze hadden zoiets al eens meegemaakt bij Ajax, toen Jan Mulder van Anderlecht kwam: Jan zijn knieën waren ook niet lekker meer.»

HUMO Waar staat je Gouden Schoen?

BOSKAMP «Nou, da’s een apart verhaal. Een jaar of tien geleden vroegen ze bij de VRT iets om te veilen voor SOS Kinderdorpen. Ik heb ze toen mijn Gouden Schoen gegeven. Die stond trouwens op mijn geheime plekje op zolder. Beneden hangt er maar weinig dat naar voetbal verwijst, ik heb haast niks bewaard. Nu, bij Het Laatste Nieuws (organisator van de Gouden Schoen-verkiezing, red.) waren ze niet gelukkig dat ik die schoen had weggegeven. Het hoogste bod kwam van een bestuurslid van Racing Genk, en daar is Het Laatste Nieuws op het eind nog boven gegaan. Ze hebben mij de Schoen teruggegeven, en ik heb hem aan mijn kleinzoon Milan geschonken. Hij is 18 ondertussen, en helemaal voetbalgek.»

HUMO Wie mag hem dit jaar bijzetten in z’n man cave?

BOSKAMP «Ik heb mijn drie punten aan Simon Mignolet gegeven, twee aan Joris Kayembe, en eentje aan Charles De Ketelaere. Keepers krijgen doorgaans weinig erkenning. Michel Preud’homme heeft hem eens gewonnen, Jean-Marie Pfaff ook, en Christian Piot. Simon heeft een sterk jaar achter de rug en heeft Club een paar keer rechtgehouden. Hij verdient hem.»

HUMO Voor jou geen Holzhauser of Refaelov?

BOSKAMP «Holzhauser vind ik te veel een één-tempo-voetballer. Als het tempo omhoog gaat en de tegenstander over hem heen gaat, krijgt hij het moeilijk. Zo’n speler verdient geen Gouden Schoen. Refaelov heeft wel zijn stempel gedrukt de laatste vier maanden. Hij was belangrijk voor Antwerp en liet de ploeg goed voetballen. Maar mij kun je niet ompraten, Jantje: ik heb voor Simon gekozen!»

HUMO Eén puntje voor De Ketelaere: waarom?

BOSKAMP «De Ketelaere is een fantastische voetballer, en van Belgische makelij. Ik hoop dat hij bij Club niet de dupe wordt van de komst van Bas Dost. Met Siebe Schrijvers hebben ze daar al een jonge speler opgeofferd. Dat is het makkelijkst, zo’n jonge jongen naast de ploeg zetten. Doe dat met Vormer of Vanaken en je krijgt gezeik. Ik hoop dat het niet met De Ketelaere gebeurt.»

HUMO De twee punten voor Kayembe baren me zorgen: heb je wel genoeg wedstrijden gezien?

BOSKAMP (lacht) «Toen ze me voor ‘Extra Time’ vroegen, heb ik toch weer wedstrijden uit de Belgische competitie bekeken. Je weet niet wat je ziet, Jantje! Normaal zie ik zonder moeite vijf, zes wedstrijden achter elkaar. Nu val ik soms na de tweede wedstrijd in slaap. Nooit meegemaakt! Ik wil topploegen zien, mooi voetbal. En ik mis de beleving: zonder publiek vind ik het maar niks.»

HUMO Onlangs ben je na vijf jaar afwezigheid teruggekeerd in ‘Extra Time’. Waar was je al die tijd?

BOSKAMP «Tot een jaar of twee, drie geleden zat ik bij VTM. Op zeker ogenblik deed ik – samen met Timmy Simons en Gilles De Bilde – een wedstrijd van de nationale ploeg, in het Koning Boudewijnstadion. Ik zat te sterven van de kou. Toen was ik er klaar mee: ‘Dit nooit meer, ik stop ermee!’

»Bij ‘Extra Time’ trokken ze al een tijdje weer aan m’n mouw. Ik ben aan het afbouwen, ook in Nederland, maar ze drongen aan. Goed, heb ik gezegd, ik wil nog één keer komen. De afspraak is dat het eenmalig is. Er was sprake van om ook tijdens het EK iets te doen, maar dat heb ik afgezegd, ook in Nederland. Ik word langzaam krankjorum, ik wil weer buiten en live wedstrijden zien. De laatste keer is inmiddels een jaar geleden: Chelsea – Atlético Madrid.

»Ik ben een brave burger, ik blijf thuis. Beetje wandelen in de tuin en in een warme jas op het bankje zitten. Ik heb geen tien mensen gezien. Eén keer ben ik ziek geweest omdat ik m’n griepspuit niet had laten zetten. De dokter dacht dat ik het had. Toen hebben ze dat ding in mijn neus gestopt, tot in m’n strot. Gelukkig was het na vijf dagen voorbij.»

HUMO We zijn nog niet van je af.

BOSKAMP «Nou, dat weet ik niet. Er zijn twee wedstrijden die ik nog één keer wil zien voor ik naar de andere kant ga: Boca Juniors – River Plate en Rode Ster Belgrado – Partizan. Wat ik daar heb meegemaakt: dat vergeet ik van mijn leven niet! Verleden week was Boca – River Plate op televisie. Ben ik met m’n domme kop vergeten te kijken. Godverdomme toch!»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234