Nooit meer veilig

Humo-journalist Brecht Decaestecker zat op een trein naar Rotterdam toen hij het eerste push-bericht over de aanslagen in Brussel las. Al snel besefte hij: niets wordt nog wat het was.

Ik heb wel eens gelezen dat – wetenschappelijk verklaard - de meest gelukzalige ervaring die we krijgen door te reizen het moment ervoor is. Welke endorfines vrijkomen weet ik niet, maar het is altijd herkenbaar gebleven: het smeden van de plannen, het boeken van de tickets, het pakken van de koffers, het arriveren aan de luchthaven van Zaventem… Regelmatig is het leuker dan de reis zelf. De koffer afgeven aan de check-in: ik heb het nooit zonder kamerbrede glimlach gedaan. Omdat je weet: nu zijn we écht weg.

Dat net daar en dan de bommen zijn ontploft maakt de aanslag alleen maar gruwelijker, zo besef ik wanneer ik op demorgen.be getuigenissen lees van mensen die in de lokale sporthal zijn opgevangen. Ze zouden net vertrekken naar Rwanda, of met kleine kinderen terugkeren naar Canada, of voor een paar dagen naar Barcelona vertrekken… Het is – net als naar een concert kijken of een biertje drinken op een terras in Parijs – geraakt worden in één van onze ultieme vrijheden: de wondermooie wereld en al zijn inspirerende plaatsen kunnen ontdekken. Reizen is de hemel op aarde, en de inkomsthal van Zaventem is het voorportaal ernaar toe.

Of beter: was. Want niets zal nog zijn zoals vroeger. Dat besef komt al snel na het eerste push-bericht op mijn iPhone. Dat loopt binnen wanneer de trein net uit Antwerpen Centraal richting Rotterdam is vertrokken. Daar moet ik voor een dertigtal journalisten van De Persgroep een college geven over de toekomst van de digitale journalistiek, samen met collega’s van De Volkskrant en het Algemeen Dagblad.

Al heel snel is het eerste bericht over ‘explosies’ voorzien van een foto. Ik zie de hal waar ik dertig, veertig, vijftig – ik ben al lang de tel kwijt – keer geweest ben. Overal liggen brokstukken, hier en daar bebloede mensen. Een vrouw is letterlijk de kleren van het lijf getrokken. Op de volgende beelden zie je dat de glazen voorgevel volledig aan flarden is geblazen, en ervoor rennen mensen voor hun leven. Of je dat nu wilt of niet, je denkt: dat had ik kunnen zijn.

Zo dichtbij is het terrorisme nooit gekomen. Ik ben ooit één keer in de Bataclan geweest, maar hoe herkenbaar de situatie op 13 november ook was, de kans dat ik een Amerikaanse band in een Parijse concertzaal ga bekijken is klein. Dat in de dagen nadien bekend werd dat heel wat van de daders uit ons land kwamen – kan je nog van Molenbeek spreken als die mannen ook safehouses in Vorst, Schaarbeek, Verviers en Charleroi hebben? – maakte het nog meer creepy, maar dan nog zei een stemmetje: ‘Ze komen van hier, maar ze slaan daar toe.’ Met andere woorden, zo lang we niet naar Parijs gingen, waren we veilig. En dus ging de volgende citytrip naar Amsterdam. Met de auto. En toen we naar de zon wilden gingen we niet naar Egypte, van waaruit pas een vliegtuig was ontploft, maar naar Lanzarote. De Canarische eilanden, daar kan weinig gebeuren, toch?

Ik was de eerste om te zeggen dat we ons gedrag niet mochten aanpassen na Charlie Hebdo of 13 november. Dat het net dat is wat de terroristen wilden en dat ze gewonnen hebben zodra je dat doet. Maar als ik terugkijk op mijn voorbije reisjes besef ik dat ik dat – misschien zelfs onbewust – toch heb gedaan. Ik denk rationeel, maar ik handel emotioneel.

En dat ga ik nu nog meer doen. Ik merk het al op de terugreis van Rotterdam, terwijl ik dit stuk tik. In de Nederlandse havenstad staan overal zwaar bewapende militairen. Omdat geen Intercity nog naar Antwerpen reist moeten we pendelen naar Roosendaal. Ook daar: bewapende agenten op het spoor. We moeten een boemeltrein op en gaan daarmee in Essen over de grens. Tegen de twee collega’s die meereizen grap ik: ‘We zijn in oorlogsgebied.’ Maar in Antwerpen Centraal blijken we dat ook echt te zijn. Ik zie dertig militairen, nu ook met helmen op, en nog eens zoveel bewapende agenten. Sommigen kijken van op het hoogste balkon over de sporen, hun machinegeweren in aanslag. Ik zie ook een jonge agent, met angst in zijn ogen, verrast door wat hij plots moet gaan doen. Ik besef: als ik hier en nu iets heel verdachts doe word ik in het beste geval gearresteerd, in het slechtste omver geknald. En ik ben oprecht blij zodra mijn trein richting Gent het station uit is. Weer een stapje dichter bij thuis.

Ik lees op verschillende websites de woorden van Amerikaans president Obama. Zijn steun gaat uit naar de slachtoffers en we kunnen en zullen diegenen die onze veiligheid overal ter wereld in gevaar brengen verslaan, zegt hij. Ik heb het gevoel dat ik dat verschillende Amerikaanse presidenten al sinds 11 september 2001 heb horen zeggen, maar dat het niet gebeurt. Veeleer het tegendeel.

Ik mag niet naar mijn buikgevoel luisteren, zo schrijft Joël De Ceulaer op demorgen.be. Maar het roept wel luid, momenteel. En het zegt dat we ze niet kunnen verslaan. Dat we het niet zien aankomen. Dat zwaar bewapende militairen in de luchthaven van Zaventem of in de hal van Antwerpen Centraal niet kunnen voorkomen dat iemand binnen stapt, zijn kalashnikov leeg schiet en vervolgens zichzelf opblaast. Dat die onzichtbare tegenstanders onze intelligentiediensten altijd een stap voor zijn. Dat niemand hen kan verhinderen om toe te slaan, ook al zijn die plaatsen zwaar bewapend. Dat die daders keer op keer een gezicht krijgen als het te laat is. Dat we dan pas te weten komen hoe en wanneer ze naar Syrië zijn gereisd. En dat er steeds weer onschuldige mensen sterven en daarbij anderen achterlaten die hen voor altijd zullen missen, en dat andereen voor eeuwig verminkt worden. En dat we moeten stoppen met beweren ‘ze hebben gewonnen als we ons gedrag veranderen’ want we gaan het toch doen. Omdat er niemand – maar dan ook echt niemand – ons kan garanderen dat we alle mogelijke terroristen kennen, dat we weten waar ze zijn, dat we kunnen voorspellen waar en wanneer ze toeslaan, dat het niet bij ons zal gebeuren en dat we dat zullen voorkomen.

Zonder twijfel en meer dan terecht zal er in de inkomhal van Zaventem en in het Brusselse metrostation Maalbeek een gedenkplaats komen met de namen van zij die vandaag zijn gestorven. Alleen al daarom zal een bezoek aan die plaatsen nooit meer hetzelfde zijn, zoals je ook niet naar Ground Zero in New York of de uitgaansbuurt in Kuta in Bali kunt zonder even na te denken wat daar ooit is gebeurd.

Mijn gedachten gaan uit naar hen en naar zij die ze achterlaten. Ik wil hen vragen om het me te vergeven als ik in de toekomst andere keuzes maak. Omdat ik weet dat ik me niet meer honderd procent veilig ga voelen, in een station, op de trein of in een vliegtuig. In de vertrekhal van Zaventem zal mijn glimlach altijd vergezeld blijven van een achterdochtige blik om de schouder. Omdat je – voorlopig – nooit meer veilig bent.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234