'We hebben gelukkig een buffertje, maar de bodem is in zicht. Nu goed, de hele wereld heeft met corona te maken.'Beeld HUMO Opening ROB 48

interviewrob de nijs

‘Nu ik parkinson heb, lijk ik de mensen dieper te raken. Het is geen medelijden, hoop ik’

‘Er gebeuren nog elke dag mooie dingen, maar het mooiste is wel grotendeels achter de rug.’ Bij Rob de Nijs (77) is de ziekte van Parkinson vastgesteld: hij takeltonomkeerbaar af, maar zijn slotakkoord wil hij zelf doen klinken. Hij heeft net zijn veertigste plaat uit, ‘’t Is mooi geweest’, en in het gelijknamige boek zwaaien collega’s en kenners uitgebreid met lof. Een gesprek over de jalousie de métier, het eeuwige beven en de dierbaren die hij moet achterlaten: ‘Wat zal Julius (8) ervan vinden als zijn vader het hoekje om is?’

Aan de receptie van Theater Cultura in Ede staat een man met een mondkapje tot ver over zijn grijze baard. ‘Moeten we dat hier ophouden?’ vraagt Rob de Nijs aan de medewerkster achter de balie. Het is vrijwillig, luidt het antwoord. Aarzelend schuift de zanger het masker weer omhoog. Even later, aangekomen in de uitgestorven theaterbar, legt hij het kapje naast zijn cappuccino. Hij knikt naar het bibliotheekgedeelte van het cultureel centrum. ‘Ik zie ginds toch mensen dat ding dragen. Weet je zeker dat het niet hoeft?’

– Bent u bang voor het virus?

ROB DE NIJS «Nee. Ik pas echt enorm op. Ik draag mijn mondkapje overal waar het wordt gevraagd. Maar het is niet het leukste om op te zetten. Kriebelig.»

– U behoort tot de risicogroep.

DE NIJS «Nou en of. Daarom ben ik altijd thuis. Daar kan me niets overkomen. Jet (zijn echtgenote Henriëtte, red.) doet de boodschappen. Ik zit binnen op de bank. Sinds maart ben ik alleen de deur uit geweest om die plaat op te nemen.»

Die is net uit. Met nummers, of in De Nijs’ vocabulaire ‘stukken’, van zijn vaste tekstschrijfster en ex-echtgenote Belinda Meuldijk, tevens de moeder van hun kinderen Robbert (37) en Yoshi (34), maar ook teksten van Bløf-zanger Paskal Jakobsen, Boudewijn de Groot en Daniël Lohues. Tegelijk verschijnt een boek over Rob de Nijs met interviews met collega’s. De plaat en het boek delen hun titel: ‘’t Is mooi geweest’. Want zijn monumentale, bijna 60-jarige carrière nadert het einde. Niet dat de zanger zich door zijn leeftijd – op 6 december wordt hij 78 – laat dwingen: het is de ziekte van Parkinson die hem heeft beslopen en langzaamaan het optreden onmogelijk zal maken. Zingen gaat daarentegen nog prima. Hij had nu met zijn laatste tournee bezig moeten zijn. Voor juni volgend jaar heeft hij een afscheidsconcert in Carré in Amsterdam in zijn hoofd. Maar ja, corona.

Jet heeft hem vanmiddag met de auto afgezet. ‘Zelf sturen gaat niet meer met die trilhanden,’ zegt hij, voor hij met twee handen zijn koffiekopje naar de mond brengt. Het hele gesprek lang zal zijn hand onder het tafelblad een eigenzinnig ritme drummen.

DE NIJS «Er valt steeds meer weg. Daar ontkom ik niet aan. Ik ben sneller moe. Daarom hebben we voor de plaat ook de tijd genomen. Maximaal twee stukken per dag, zodat mijn stem kon uitrusten.»

– Hoe voelde het om de studio in te gaan voor uw laatste opnames?

DE NIJS «Op het moment zelf dacht ik alleen: hoe zing ik dit zo goed mogelijk? Ik ben niet zo met het einde bezig.»

– En nu het af is?

DE NIJS «Ik vind het vooral spannend. Wat vinden de mensen ervan? Hebben we het goed gedaan? Ik beluister de liedjes nog veel, want ik moet ze straks misschien toch live zingen. Al hangt dat af van hoe ik evolueer.»

– Bijna elke liedtekst lijkt op uw leven gebaseerd.

DE NIJS «Mijn gemoedstoestand en privéleven zijn bekend. De pers heeft die altijd goed gevolgd, ook als ik dat niet wilde. Daar heb ik me op een gegeven moment overheen gezet. Paskal heeft de tekst voor ‘Nog niet voorbij’ letterlijk uit de verhalen over mijn gezondheid gehaald. Het gaat over een wankelende man die ouder is geworden.»

– Hoe is het om zo’n tekst te zingen?

DE NIJS «Prachtig. Heerlijk.»

– Niet confronterend?

DE NIJS «Nee, helemaal niet. Ik geef mezelf al langer bloot in mijn muziek. Ik weet daardoor welke teksten goed bij me passen. Zo kan ik de mensen meenemen in de emotie van het lied. Ik wil niet zeggen dat ik dat mijn hele leven heb gedaan – ik ben begonnen als charmezanger – maar ik maak mijn liedjes nu al jaren heel secuur.»

– In ‘Nog niet voorbij’ zingt u: ‘Het mooiste is nog niet achter de rug’.

DE NIJS «Nou, dat is natuurlijk wel de wens. Maar of het zo is, weet ik niet.»

– Wat denkt u?

DE NIJS «Er gebeuren nog elke dag mooie dingen. Maar het mooiste is grotendeels wél achter de rug: wat dat betreft, ben ik redelijk realistisch. Parkinson is een progressieve ziekte, dus het wordt alleen maar slechter. Gelukkig is het nu nog te behappen. Ik ben er tamelijk nuchter in: op een gegeven moment is het voorbij. Maar ik hoop echt dat veel mensen deze plaat nog horen en denken: verrek, dat kan hij dus ook.»

– Paskal Jakobsen vertelt in het boek hoe de tekst is ontstaan: ‘Ik zag Rob op tv en vroeg me af: hoe is het om met zoiets geconfronteerd te worden als man van in de 70 die nog heel fit is en die jonge kinderen en een veel jongere vrouw heeft?’

DE NIJS «Tja. Voor Jet is het geen shockeffect geweest, we zien elkaar elke dag. Ik heb veel aan haar gehad. Vooral in de periode dat ik net die diagnose had gekregen en het tot me doordrong wat die inhoudt. Dat was natuurlijk wel een schok. Maar we hebben gezegd: ‘Oké, hier moeten we dus mee omgaan.’ Ik weet niet wat het eindpunt is. Dat wil ik ook niet weten.

»Het gekke is: sinds de mensen het weten, kan ik ze vanaf het podium dichter bij me halen. In het begin vertelde ik nog smoesjes over mijn trillende hand. Nu denk ik: waarom zou ik? Ik vertel hoe het zit. En dat wordt gewaardeerd.»

– Willeke Alberti zegt in het boek over die periode: ‘Ik heb hem verschillende keren op het hart gedrukt: vertel het nou gewoon. Maar Rob wilde het niet zien.’

DE NIJS «Nou, dat is niet helemaal waar. Willeke is een fijne meid die ik al sinds de jaren 60 ken, maar we spreken elkaar niet elke week, hè. Ik heb Jet heus wel laten merken dat ik het zag.»

– Alberti zei ook: ‘Rob ziet er stukken beter uit nu hij voor de waarheid uitkomt.’ Is er een last van uw schouders gevallen?

DE NIJS «Het is een opluchting, ja. Het is makkelijker als je geen uitvluchten hoeft te verzinnen. Dat je niet op je handen hoeft te gaan zitten als je met iemand zit te praten, snap je? Terugkijkend besef ik: dat heeft geen zin. En het kost veel energie. Ik heb het lang ook zelf niet geweten, hè. Maar toen ik de diagnose kreeg, dacht ik al snel: ik zeg het gewoon. Mensen weten nu wat er speelt en zeggen: ‘Goh, die jongen doet het eigenlijk nog erg goed.’»

– Tijdens een optreden vorig jaar in augustus viel u van het podium. Heeft dat het proces van openheid bespoedigd?

DE NIJS «Och, ik ben zo vaak gevallen. Maar nu al maanden niet meer, omdat ik weet waarop ik moet letten. Gelukkig maar, want er overlijden veel oude mensen aan een val. Vaak gewoon thuis, wist je dat?»

‘Als ik doodga, maak ik hetzelfde mee als iedere mens ooit zal meemaken. Het enige wat ik hoop, is dat het rustig gebeurt.’ (Foto: in ‘Op1’ bij Astrid Joosten en Paul de Leeuw.)Beeld NPO

– Is er iets aan te doen?

DE NIJS «Gewoon goed oppassen waar je stapt. Ik heb veel gehad aan de tips van neuroloog Bas Bloem. Da’s echt de beste dokter van de wereld op het gebied van de ziekte van Parkinson. Ik moet blijven bewegen, bijvoorbeeld. Laat ik daar nou een pesthekel aan hebben. Ik zit liever naar muziek te luisteren of tv te kijken.»

– Maar u geeft wel gehoor aan dat advies?

DE NIJS (lacht schalks) «Af en toe, ja. Ik probeer te wandelen, maar het hoeft maar een beetje slecht weer te zijn of ik zeg: ‘Vandaag even niet, Jet.’ Bas Bloem zei gelukkig ook dat ik moet proberen door te gaan met zingen. Of dat lukt, hangt af van mijn stem. Maar goed, ik richt me liever op de positieve dingen. Deze plaat, bijvoorbeeld. Daar ben ik echt trots op. Ingespeeld met mijn eigen band, hè? Die jongens zijn zo goed. En allemaal aardige mensen. Dat heb ik in mijn leven heel belangrijk gevonden: omring jezelf met aardige mensen.»

– De uitzending van Jeroen Pauw waarin u te gast was met Bas Bloem en uw collega Ernst Daniël Smid, die de ziekte ook heeft, maakte veel los.

DE NIJS «Maar die uitzending van ‘De wereld draait door’ vond ik nog beter!»

– Daarin zong u onder meer ‘Niet voor het laatst’.

DE NIJS «Het gekke was dat ik zelf niet doorhad dat het oké was. Maar toen ik de kleedkamer binnenliep, kwam Matthijs van Nieuwkerk er meteen aan. Hij riep: ‘Moet je kijken op...’ Hoe heet dat ding op het internet ook weer? Twitter, ja! Duizenden positieve reacties, dat was ik niet gewend.»

– ‘Nu ik parkinson heb, lijk ik de mensen dieper te raken,’ zegt u zelf in het boek.

DE NIJS «Waaraan dat ligt, weet ik niet. Het is geen medelijden, hoop ik. Daar heb ik een erge hekel aan. Maar toch is er iets gebeurd waardoor mensen dichter naar de tekst van de stukken worden getrokken. En de laatste keer dat ik in een theater optrad, hoorde ik de mensen in de zaal sniffen.»

– U zegt in het boek: ‘Soms denk ik: waarom lukt dat nu pas?’

DE NIJS «Ja, ja. Ik kon er echt mee zitten als ik vond dat het niet goed ging.»

– Is dat weleens gebeurd?

DE NIJS «Ik ben erg kritisch op wat ik doe. Die onzekerheid hoort er nu eenmaal bij. Het moet elke keer door anderen worden bevestigd. Die eeuwige twijfel: ik denk dat veel artiesten er last van hebben.»

– Belinda Meuldijk zegt in het boek: ‘Rob heeft altijd prachtige dingen gemaakt, maar hij heeft er niet altijd de erkenning voor gekregen die hij verdiende.’

DE NIJS «Ik heb platen gemaakt die niemand kent. Dat vind ik zonde, het voelt bijna alsof ik ze voor niets heb gemaakt. Ik had een keer de pech dat de platenmaatschappij de promotie stopte toen bleek dat het budget in de studio was overschreden. Ik ben er nog steeds boos over, want het is één van mijn beste platen. Kom, hoe heet dat ding nou? Ik kom er straks nog op, hoop ik. Dat is één van de vervelende dingen van parkinson: je vergeet de gekste dingen.»

– Belinda Meuldijk zei dat jullie in de jaren 90 vaak over dat gebrek aan erkenning spraken. Als jullie het over André Hazes hadden, zeiden jullie verongelijkt tegen elkaar: ‘Nou, die kan ineens niets meer fout doen.’

DE NIJS «Dat is de bekende jalousie de métier. Die was mij niet vreemd, hoor. Er is niemand die over zichzelf zal zeggen: ‘Die andere verdient het en ik eigenlijk niet.’ Het gekke is: ik kan tegenwoordig veel beter naar André Hazes luisteren. Maar ja, hij is er niet meer.»

– Wat vindt u nu van dat jaloerse gevoel van toen?

DE NIJS «Het hoort erbij, maar je moet het niet laten overheersen. Ik had toen het gevoel niet op mijn juiste waarde geschat te worden: ‘Waarom hij wel en ik niet?’ Maar het heeft me ook gemotiveerd om kwaliteit te leveren. Er zijn veel platen die een groter publiek zouden verdienen. Gek genoeg komt dat grote publiek blijkbaar pas als je zegt dat je ermee gaat stoppen. Dat vind ik raar. Krankzinnig. Maar ik ben heel tevreden, hoor. Ik heb een leven lang mensen weten te boeien. De ene keer meer dan de andere. Maar ja, dat is het leven.»

EEN RUSTIGE DOOD

– U hebt al die jaren toch behoorlijk veel succes gehad?

DE NIJS «Tja... Ik kies mijn liedjes met zorg, en ik heb een brede smaak. Van jazzy stukken tot chansons. Misschien hebben mensen dat gewaardeerd.

»Zeg, denk jij dat we hier een mondkapje op moeten?»

– Er is verder niemand anders in deze grote ruimte. Ik denk dat we wel goed zitten.

DE NIJS «We zitten hier goed, ja. Waar hadden we het over?»

– Over hoe het u lukte om uw loopbaan zo lang gaande te houden.

DE NIJS «Dat is echt niet vanzelfsprekend. Against all odds heb ik altijd door kunnen gaan. Soms vonden de mensen me even minder interessant, dan zaten de zalen wat minder vol. Je kunt niet zestig jaar hot zijn. Maar het is meer dan mooi geweest.»

– Oud-televisiepresentator Herman Stok zegt: ‘Rob was al heel jong heel serieus bezig met het vak. Hij deed stemoefeningen en heeft zichzelf altijd heel goed verzorgd.’

DE NIJS (lacht) «Ik weet niet of hij met goed verzorgen veel drinken bedoelt?»

– Dus het klopt niet?

DE NIJS «Nee, eigenlijk niet. Maar misschien gaf ik die indruk.»

– Radiopresentator Frits Spits dan: ‘Je kon aan Rob zien wat de laatste mode was.’

DE NIJS «Dat klopt wel, ja. Ik ben altijd verzot geweest op mooie kleding. Gaultier, Yamamoto. Mijn collega’s deden dat niet, nee. Maar ik heb er ook veel te veel geld aan uitgegeven. En dan klagen dat ik nu nauwelijks iets overheb, tja.»

– Is dat zo? Hebt u niet zoveel op uw bankrekening?

DE NIJS «Ik had thuis net gezegd: ‘En nu gaan we echt werken voor mijn pensioen.’ En toen kwam corona. Nou, thank you. Ik zou een paar grote shows geven. Twaalfduizend man in het Sportpaleis, bijvoorbeeld. Dat gaat voorlopig niet door. Even slikken. Er moet straks voor Julius (De Nijs’ jongste zoon van 8, red.) genoeg overblijven om te kunnen studeren, bijvoorbeeld. Die plannen worden nu doorkruist. We hebben gelukkig een buffertje, maar de bodem is in zicht. Nu goed, jammeren helpt niet. De hele wereld heeft met corona te maken.

»(Manager Frank Jansen komt binnen) Frank, wat moest ik jou nou vragen? O ja, dat album waarvan de promotie... Ach, ik weet het weer! ‘Engelen uitgezonderd’. Gek hoe me dat ineens weer te binnen schiet. Mooie stukken waren dat.»

– U wilt uw afscheidsconcert graag in uw geboorteplaats Amsterdam geven. Je hoort vaak ook dat mensen in de laatste fase van hun leven terug naar hun geboortegrond verhuizen.

DE NIJS «O, nee! Helemaal geen last van. Da’s mij te druk. We zitten goed in Bennekom. Voor Julius is dit heerlijk. Hij heeft zijn vriendjes om de hoek wonen en kan lekker buiten spelen.»

– Merkt hij dat u ziek bent?

DE NIJS «Hij is heel lief en zorgzaam. Hij let er steeds op dat ik niet struikel: ‘Pas op, daar ligt een snoer, pap!’ Ontroerend vind ik dat. Hij neemt de regie in huis over. Heel schattig, al had ik het natuurlijk liever anders gehad. Hij is eigenlijk de enige over wie ik me soms zorgen maak. Dan denk ik: wat zal hij ervan vinden als zijn vader het hoekje om is? Ik heb nog wel een tijdje, maar je weet nooit.»

– Denkt u vaak aan het einde?

DE NIJS «Ja. Maar als ik ga, maak ik hetzelfde mee als iedere mens ooit zal meemaken. Het enige wat ik hoop, is dat het rustig gebeurt. (Stilte) Ik vind het eigenlijk vooral spannend. Hoe voelt dat? Het is toch iets wat je niet kent.»

– Hoe zal uw leven eruitzien als u straks niet meer zingt?

DE NIJS «Ook daarvan denk ik: ik zie het wel. Er zal wel weer iets komen waarvan ik geniet. En de waardering voor mijn carrière geeft me nu zoveel voldoening. Als dat zo blijft, kan ik daar nog wel even op teren. Verder blijf ik vooral nieuwsgierig. Ik ben meer met het leven bezig dan met de dood.»

© Het Parool

hoes Rob de Nijs - 't Is mooi geweestBeeld Humo
Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234