Nummer 15 in de lijst van de 50 invloedrijkste Belgen in de wereld: Peter Praet, hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank

Het juryverslag bij Humo’s verkiezing van de 50 invloedrijkste Belgen is stellig: ‘Als Peter Praet (68) spreekt, spitsen aandeelhouders, beleggers, economen en regeringslieden in de hele wereld de oren.’ De voormalige kabinetschef van Didier Reynders is sinds 2012 hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank, de belangrijkste Europese instelling. De ECB is de achtcilindermotor van de Europese economie, en Praet heeft de voet op het gaspedaal. Hoe ondoorgrondelijk het monetaire beleid van de ECB ook mag lijken: de beslissingen van Praet hebben rechtstreeks invloed op uw doen en laten.

'Ik heb altijd meer sympathie gehad voor de trouwe luitenant dan voor de generaal. En ik hou ook van de nar: de zot zegt al lachend de waarheid'

Peter Praet staat ons te woord op de 38ste verdieping van de ECB-toren in Frankfurt. Zijn Nederlands is uitstekend, slechts af en toe schemert er een Franse tongval in door. Maar ook een Duitse. Niet eens het gevolg van zes jaar Frankfurt: Praet is geboren en getogen in de toenmalige ‘tiende Belgische provincie’, de strook Duitsland waar tot in de jaren 90 duizenden Belgische militairen gekazerneerd waren.

Peter praet «Mijn vader stond aan het hoofd van het Belgisch militair hospitaal in Keulen. Hij was beroepsmilitair, maar vooral dokter: hij was in het leger gegaan om zijn studie te kunnen betalen. Daarna is hij in Duitsland gebleven, hij is als kolonel aan het hoofd van het ziekenhuis gekomen. Als opvoeder was hij meer arts dan kolonel: vader was een zachtmoedig man met een voorliefde voor kunst. Hij was zelf ook altijd met zijn handen bezig: hij fotografeerde en maakte bustes van mij en mijn moeder.»

HUMO Uw moeder is Duitse.

Praet «Dat heeft me gemaakt tot wie ik ben: ik ben het product van twee culturen. Eigenlijk zelfs drie: mijn vader was in Gent geboren, maar hij heeft me in het Frans opgevoed. Hij las de Gazet Van Antwerpen – op zich vreemd voor een Gentenaar – maar aan tafel spraken we Frans. Gebrekkig Frans, in het geval van mijn moeder. En op het Belgische internaat in Rösrath, bij Keulen, was ik bij de Franstalige kinderen ingedeeld. In het begin deelden we dezelfde speelplaats met de Vlaamse kinderen, maar daarna heeft men ons uit elkaar gehaald – een Belgische stommiteit. Eén van mijn oudste herinneringen dateert van die periode. Ik was een jaar of 5 toen ze ons, allemaal expats, vroegen waar onze ouders vandaan kwamen. Ik kon niet anders dan zeggen dat mijn moeder Duitse was: ik zal nooit de stilte vergeten die toen viel. Een erg geladen stilte: we spreken over het begin van de jaren 50, de herinnering aan de oorlog was nog heel levendig. Bij de Belgen lag dat heel gevoelig. De meeste bedienden op school waren Duitsers en wij snauwden hen altijd sarcastische opmerkingen over de oorlog toe. Mijn moeder is nu 97: héél haar leven is ze gebukt gegaan onder schaamte. Daarom heeft ze lang geweigerd om haar moedertaal te spreken. Nochtans was ik sterk beïnvloed door de Duitse cultuur.»

HUMO Hoezo?

Praet (denkt na) «In de zin dat ik bijvoorbeeld heel voorzichtig ben op financieel vlak, conservatief zelfs. In de Duitse cultuur heeft geld lenen een slechte bijklank. Ik heb na mijn studie een hypotheek genomen om een huis te kopen, en ik voelde mij daar slecht bij, angstig ook. De aflossing slokte een groot deel van mijn loon op. Ik hou er nog altijd niet van om schulden te hebben: als ik een factuur moet betalen, doe ik dat metéén, ook al heb ik een maand de tijd.»

HUMO Hoe moeten we het schaamtegevoel van uw moeder interpreteren?

Praet «Pas recent is mijn moeder weer over de oorlog beginnen te praten – opvallend genoeg in haar moedertaal. Onlangs deed ze me het verhaal over haar vader die tijdens de jaren voor de oorlog, de tijd van de hyperinflatie, thuiskwam met einem blauem Brief, een ontslagbrief, en daarna lange tijd werkloos was. Ze konden onder andere overleven omdat ze een stukje grond hadden waarop ze groenten verbouwden: honger hebben ze nooit gehad. Dat was de context voor de populariteit van Hitler. Als mijn moeder hem na de oorlog in tv-documentaires zag, begon ze te huilen: ‘Ik wíst het niet! Ik wíst het niet!’ De angst is haar lange tijd parten blijven spelen. Toen de oorlog in Korea uitbrak en de Suezcrisis losbarstte, ging ze suiker en pasta inkopen. Ik heb het allemaal gezien, maar van dat soort angstgevoelens heb ik gelukkig geen last.»

HUMO Uw jeugd viel samen met de stormachtige Duitse economische relance na de oorlog, het Wirtschaftswunder.

Praet «De wederopbouw onder impuls van de grote Duitse staatslieden Konrad Adenauer, Ludwig Erhard, Willy Brandt en later Helmut Schmidt. Dat was een wonderlijke periode, maar de armoede was nog altijd enorm. Terwijl wij rijk waren: mensen kwamen bij ons aanbellen voor ein Butterbrot, een boterham. Wij reden in die periode met een grote Chevrolet. Als we tijdens het weekend naar oma en opa in Leuscheid gingen, kwamen alle kinderen van het dorp aangerend en troepten ze samen rond onze auto, zoals in de film. Wij waren wel fier, maar tegelijk was het wrang. Ik had Belgische kameraden op school en Duitse kameraden op straat, dat waren twee gescheiden werelden. Dat verklaart mijn karakter als bruggenbouwer, denk ik. En nog altijd heb ik veel affiniteit met het Duits: het is de taal waarvan ik de emoties en de finesses goed begrijp. Dat heeft me diensten bewezen toen ik hier in 2011 terugkwam.»

HUMO Uw talenkennis wordt altijd genoemd als één van uw pluspunten.

Praet «Frans en Duits heb ik thuis geleerd, Nederlands pas veel later, toen ik bij de bank werkte. Engels heb ik opgedaan in de bioscoop van het leger, waar ik op woensdagnamiddag Amerikaanse oorlogsfilms en cowboyfilms zag.»


bricoleur

HUMO Uw vader was dokter en bovendien militair. Dat zijn doorgaans overerfbare beroepen: u bent een totaal andere richting ingeslagen.

Praet «Het leger was uitgesloten: ik was jong tijdens de jaren 60. Peace, love and understanding was de sfeer. Ik droeg mijn haar lang. Dat werd op het internaat niet op prijs gesteld, maar op straat nog veel minder: Duitsland was heel rigide op dat vlak, je hoorde mensen achter de rug fluisteren. Het was de bloeiperiode van de rock-’n-roll, maar de platen van The Beatles waren in Duitsland moeilijk te vinden.»

HUMO In het uitstekende boek ‘De geldmakers’ van Véronique Goossens las ik dat u als jongeling fundamentele twijfels had over het kapitalisme, materialisme en burgerlijkheid.

Praet «Dat was pas later, toen ik in Brussel ging studeren.»

HUMO Economie, meer bepaald. Waarom?

Praet «Eigenlijk wíst ik niet wat ik wilde doen. Ik was geïnteresseerd in antropologie en sociologie, maar die richtingen boden weinig perspectief, en economie leek me een goede tussenoplossing: het combineert de studie van menselijk gedrag met harde wetenschap. Business interesseerde me van geen kanten, ik was in die tijd meer geboeid door de ontwikkelingswereld.

»In Brussel heb ik een moeilijke periode beleefd. Ik was heel jong, 17 jaar, en niet matuur. Ik had er familie, maar ik kende er niemand écht. Mijn eerste jaar was het moeilijkste. We spreken nu over 1968: het begin van de protestjaren. Ik ging niet vaak naar de les, ik hing liever rond op café met mijn hippievrienden. Ik was geen slechte student, maar ook niet exceptioneel goed. Au fond interesseerde het me niet, als ik eerlijk ben. Dat ik uiteindelijk ben afgestudeerd, komt door mijn overleversinstinct: ik vond het belangrijk om een diploma te halen. Maar ik was geen uitblinker, en daarom begrijp ik nog altijd niet goed waarom mijn naam na de laatste deliberatie bovenaan op een bord prijkte met studenten die in aanmerking kwamen voor het assistentschap. Ik geloofde het zelfs eerst niet.»

HUMO Men had blijkbaar iets in u gezien?

Praet «Ik denk dat ik me onderscheidde in de mondelinge examens, en in wiskunde en statistiek. Mijn kennis was voldoende, maar ik kreeg het vooral goed uitgelegd. Ik zag dat assistentschap eigenlijk niet zitten: je moest ook een doctoraat schrijven, en daar doe je jaren over. Ik dacht: ‘Ik begin eraan en we zien wel.’ Intussen verdiende ik een mooi loon, kreeg ik een mooi bureau en leerde ik mijn vrouw kennen (glimlacht). Ik moest alleen nog een onderwerp voor mijn doctoraat vinden.»

HUMO Zo bent u terechtgekomen bij inflatie, geldontwaarding. Eerst interesseerde economie u amper, daarna hebt u zich jarenlang verdiept in een abstract, haast mathematisch concept als inflatie. Hoe is dat gegaan?

Praet «Het boeide me omdat het net zo concreet was. 1968 was de piek van de hoogconjunctuur. Daarna ging het jarenlang bergaf, met de crisis van 1975 als dieptepunt. Iedereen was bang: ‘Zal ik wel een job vinden?’ Door de olieschokken was de inflatie enorm hoog opgelopen. Geld werd elke maand minder waard. Maar terwijl veel mensen verarmden, voelde ik er niets van. Integendeel, mijn loon werd geïndexeerd en ik had een eigen huis. Dat was die keer dat ik een lening was aangegaan. Een geweldig goede deal, niet omdat ik zo superintelligent was of zo, het was meer een kwestie van geluk. Tijdens die moeilijke jaren betaalde ik 7,45 procent rente, wat toen weinig was, ook al omdat de inflatie boven de 10 procent zat. Ik bleef maandelijks eenzelfde bedrag aflossen, terwijl mijn loon om de zoveel maanden steeg. En mijn huis werd intussen meer waard. Ik verdiende met andere woorden geld door mijn lening af te betalen. Door die ervaring raakte ik gebiologeerd door het fenomeen, en ben ik het beginnen te bestuderen. Inflatie is goed als je werk hebt en je loon wordt geïndexeerd. Via vastgoed zorgt het voor een zekere herverdeling, maar het kan een samenleving ook ontwrichten. Het drijft een wig tussen mensen die beschermd zijn en mensen die het niet zijn. Daarom is een stabiele munt nodig.»

HUMO Na de universiteit hebt u een tijdje bij het Internationaal Monetair Fonds gewerkt.

Praet «Ja, het IMF had toen nog een goede reputatie, het was een inspirerend project. De kritiek op de technocratische kantjes is pas later gekomen. Toen ik bij het IMF wilde solliciteren, zeiden mensen dat ik geen kans maakte, maar ik dacht: ‘Wat heb ik te verliezen?’ Een paar profs hebben toen een referentiebrief geschreven, en tot ieders verbazing werd ik uitgenodigd voor een sollicitatie-interview. Ik was als student goed in mondelinge examens, en dat interview ging ook vlot. Ik werd uitgenodigd voor een tweede gesprek in Parijs. Ik was de juiste man op de juiste plaats op het juiste moment: ze wilden het fenomeen inflatie begrijpen. De Duitsers deden het goed met hun Bundesbank en een streng monetair beleid. Juist op dat moment kwam ik met passie en overtuiging argumenteren – ik had lang nagedacht over inflatie. Mijn achtergrond heeft me evenmin windeieren gelegd: het IMF was erg multicultureel. Misschien heeft mijn hippieverleden zelfs een rol gespeeld, dat is tenslotte een universele, wereldwijde filosofie (lacht). Een paar weken na mijn tweede interview kreeg ik een telegram en mocht ik naar de Verenigde Staten verhuizen. Een belangrijke fase in mijn leven: pas toen heb ik mijn passie voor economie gevonden.»

HUMO Tien jaar na uw studie?

Praet «Het IMF was een erg inspirerende omgeving. Ik was fier om daar te mogen werken, maar mijn collega’s waren afgestudeerd aan de beste universiteiten van de wereld: ik begreep dat ik een achterstand had. Ik heb meteen de belangrijkste standaardwerken gekocht en ben die beginnen te lezen. Eigenlijk heb ik het vak toen geleerd. Ik heb vervolgens snel mijn doctoraat afgewerkt.

»Bij het IMF heb ik mensen als Luc Coene en Herman Verwilst leren kennen.»

'Mijn moeder, die Duitse is, is nu 97. Héél haar leven is ze gebukt gegaan onder schaamte'

HUMO Coene werd later gouverneur van de Nationale Bank, Herman Verwilst voorziter van de ASLK, dat zou samensmelten met de Generale Bank. Daar bent u dan hoofdeconoom geworden. Het heeft de schijn van een old boys network.

Praet «Na het IMF ben ik een tijd fulltime prof geweest, maar ik wilde iets anders. Ik was lange tijd een koele minnaar van de privésector, ik zag mezelf meer als een researcher en een lesgever. Maar op een bepaald moment begon het te wringen dat ik als econoom nooit in de privé had gewerkt. Omdat ik vooral in macro-economie geïnteresseerd was, ben ik bij de bank gaan werken. Trends schreef toen: ‘Wéér een Franstalige bij de Generale Bank.’»

HUMO Dat was de reputatie: een bastion van de francofone haute finance.

Praet «Mijn Vlaams was ongelofelijk slecht, maar uitgerekend bij de Generale Bank heb ik het bijgespijkerd: door speeches te geven.»

HUMO Het was Fred Chaffart, voorzitter van het directiecomité, die u onder druk zette om bij de bank Frans en Nederlands te spreken. Chaffart was een volbloed industrieel: Sabena, Tiense suiker. Bankiers en ondernemers zijn niet noodzakelijk de beste vrienden.

Praet «In het begin was de relatie moeilijk, maar we zijn vrienden geworden: een paar weken voor zijn dood heb ik hem nog thuis bezocht.»

HUMO Een citaat van ondernemer Albert Frère beschrijft mooi de wrijving tussen bankiers en ondernemers: ‘Een bankier geeft een paraplu aan een ondernemer wanneer de zon schijnt, en vraagt die terug wanneer het regent.’

Praet «Ja, daar zit een grond van waarheid in. Banken hebben de neiging om bedrijven geld te geven wanneer het goed gaat en die het eigenlijk niet nodig hebben. Maar als je bedrijven in volle hoogconjunctuur met geld bevoorraadt, ontstaan zeepbellen. Dat hebben we gezien met de huizenzeepbel in de VS. Een zeepbel zonder voorgaande, opgeblazen door banken die goedkoop geld verstrekten zonder een serieuze risicoanalyse te maken. Later in mijn carrière heb ik daar iets aan proberen te veranderen.»

HUMO Op 19 oktober 1987 spatte een andere zeepbel uiteen: op Black Monday stortten de aandelenbeurzen schijnbaar zonder reden ineen. U had kort tevoren gezegd: er is geen vuiltje aan de lucht.

Praet «Dat was mijn eerste interview bij de bank. Het verscheen op zaterdag in de krant, de maandag erna crashte de Dow Jones. Ongelofelijk. Ik werd natuurlijk uitgelachen. Het was één van de moeilijkste dagen uit mijn carrière, maar de smet is niet blijven hangen. Later heeft de befaamde beursgoeroe Roland Leuschel gezegd dat Peter Praet een naam is die mensen moesten onthouden. Op den duur kreeg ik zelfs de naam een pessimist te zijn, omdat ik te vaak waarschuwde voor zeepbellen. In die periode is mijn interesse voor financiële stabiliteit ontstaan. Dat is iets waar ik werk van wilde maken, maar je kunt alleen iets doen vanuit de Nationale Bank.»

HUMO Daar bent u uiteindelijk ook beland, maar na een uitstapje langs het kabinet van Didier Reynders.

Praet «Ik begreep dat je eerst via de politiek moest passeren. Het bestuur van de Nationale Bank is politiek samengesteld, wat ook goed is voor het evenwicht: zo zijn alle visies vertegenwoordigd. Ik was wel een liberale econoom, maar ik had geen partijkaart. Toen belde men mij tijdens mijn vakantie in Zuid-Frankrijk: ‘Didier Reynders zoekt een kabinetschef.’ Ik had hem leren kennen tijdens gespreks- en debatavonden: voor de Generale Bank kwam ik in het hele land. De kranten schreven zelfs dat ik een Bekende Vlaming was geworden: dat vond ik een hele eer, omdat ik aanvankelijk slecht Vlaams sprak.»

HUMO Zag u het kabinet als een noodzakelijke opstap?

Praet «In zekere zin wel, ja. Maar ook als een stap in het leerproces die je niet mag overslaan als je beleid wil voeren. Vergis u niet: ik heb een zekere job bij de bank ingeruild voor een risicovolle positie op het kabinet. Mensen verklaarden me gek: ‘Waarom geef je zo’n mooi leven op?’ Een hoofdeconoom heeft veel minder vijanden dan een kabinetschef. En als je ziek wordt, verlies je je vrienden en sta je op straat. Ik heb toen een levensverzekering afgesloten.»

HUMO Kon u het goed vinden met Didier Reynders?

Praet «Ja, maar ik wist al langer dat hij erg intelligent is.»

HUMO Cynisch ook.

Praet «Cynisme is een verdedigingsmechanisme. We zijn nu geen intieme vrienden meer, maar toen stond ik heel dicht bij hem. Ook toen hij ervan beschuldigd werd dat hij een rekening bij KB Lux had. Nepnieuws avant la lettre! Het was een heel interessante periode, waarin we veel vernieuwd hebben. Ik heb meegewerkt aan de belastinghervorming en het toezicht op de sector, maar eigenlijk wilde ik zoals gezegd naar de Nationale Bank. Ik heb dat toen ook duidelijk gemaakt: ‘Als ze iemand zoeken, dan ben ik geïnteresseerd.’ Vooraf weet je nooit of het zal lukken: eerst moet iemand daar ontslag nemen.»

HUMO Mensen die u op het kabinet hebben meegemaakt zeggen: ‘Het was zijn ding niet.’ Het schijnt dat u de kleine dossiers niet zo interessant vond.

Praet «Het was niet mijn omgeving, dat klopt. Maar toen een dik jaar later iemand ontslag nam uit de raad van bestuur van de Nationale Bank, heb ik gezegd: ‘Daar is mijn plaats.’»

'Het kabinet van Didier Reynders was mijn ding niet, maar ik begreep dat je eerst via de politiek moest passeren om bij de Nationale Bank te raken.'


Mister Doom

HUMO Véronique Goossens schrijft in haar boek dat u één van de mensen was die heeft gewaarschuwd voor ingewikkelde financiële producten als CDO’s, obligatieleningen met als onderpand risicovolle hypotheekobligaties. U klaagde ook over het werk van de grote ratingagentschappen en de onderkapitalisatie van de Belgische banken.

Praet «Logisch. Financiële stabiliteit was mijn domein, en het was mijn job om de risico’s aan te tonen. In 2007 heb ik een presentatie over die complexe financiële producten gegeven. Uitgerekend de mensen die er niets van kenden, begrepen toen dat er een enorme crisis op ons afkwam, beter dan de zogenaamde specialisten. Het heeft niet mogen baten: in 2008 heeft de tsunami ons overspoeld. Het was nog erger dan we hadden gedacht.»

HUMO Was u toen nog niet zo invloedrijk?

Praet «Ik was maar een ambtenaar, maar er is toen niet genoeg geluisterd. Ik heb vaak gezegd dat de liquiditeit van de bedrijven, de mate waarin ze hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen, de achilleshiel van de Belgische economie was.

»Het was heel dubbel: als ik te vroeg waarschuwde, kon ik een crisis mee veroorzaken. Maar tegelijk heb ik jaren gewaarschuwd voor de risico’s op de vastgoedmarkt, en toen noemde men mij Mister Doom.»

HUMO Was het frustrerend om niet gehoord te worden?

Praet «Nee. De grootste frustratie was dat we niets konden doen toen de catastrofe losbarstte. Ik was toen lid van het comité dat de regering bijstond tijdens de bankencrisis. Mijn goede vriend Luc Coene had de leiding en ik zat achter hem. Luc was een goede onderhandelaar, maar ook een goede vriend. Kort voor zijn dood heeft hij me gevraagd om hem een laatste dienst te bewijzen: ‘Schrijf een speech voor mijn begrafenis.’ Dat heb ik gedaan, ik was tot tranen toe bewogen.»

HUMO Klopt het dat u gecrasht bent tijdens de meest penibele momenten van de bankencrisis?

Praet (wuift) «Ik had weinig geslapen en heb een migraineaanval gekregen. Ik heb geleerd om zo’n aanval snel te herkennen – het begint met een lichtflits in een ooghoek – en in te grijpen. Je moet dan zo snel mogelijk het duister opzoeken en een pilletje nemen. Dat heb ik gedaan en ik was snel weer op de been, maar intussen schreven de kranten: ‘Peter Praet ingestort’.»

HUMO Was de bankencrisis de moeilijkste periode in uw carrière?

Praet (denkt na) «De voorbije zes jaar hier bij de ECB, met alle onconventionele beleidsmaatregelen die we hebben genomen, waren ook niet mis.»


koehandel

HUMO U bent sinds 2012 hoofdeconoom, maar u was een jaar eerder al toegetreden tot de directie van de ECB. De samenstelling van dat orgaan is het resultaat van politieke onderhandelingen. Cynici zouden zeggen: een koehandel.

Praet «Ik ben altijd duidelijk geweest over mijn ambities hier: de regering heeft me drie keer voorgedragen voor de ECB. De eerste keer heb ik het moeten afleggen tegen een Spanjaard: Spanje vond, als groot land, dat het recht had op een vaste vertegenwoordiger in de directie.»

HUMO Naar men zegt is het de tweede keer mislukt omdat Guy Verhofstadt u toen niet genoeg had gesteund.

Praet «Ik heb ook horen zeggen dat Verhofstadt zelf ambities had in Europa en zijn kansen niet in gevaar wilde brengen door een Belg in de ECB te loodsen. (Wuift) Ik weet niet wat daarvan aan is. De derde keer heb ik het wel gehaald, na een hoorzitting in het Europees Parlement. Mensen zeiden dat ik geen kans maakte omdat mijn tegenkandidate een vrouw was en de ECB dringend meer vrouwen moest aanwerven. U weet intussen dat ik goed ben in mondelinge interviews: ik heb blijkbaar indruk gemaakt op de parlementsleden (lachje).»

HUMO Was u ooit invloedrijker dan vandaag?

Praet «Ik, euhm... (twijfelt) Ik denk het niet, nee.»

HUMO De ECB is volgens waarnemers de belangrijkste van alle Europese instellingen. Kunt u eens uitleggen in welke domeinen van ons dagelijks leven de ECB doordringt?

Praet «Simpel: de ECB heeft in recente jaren een cruciale rol gespeeld in het bestrijden van de financiële crisis.»

HUMO Dat mag iets concreter.

Praet «Als wij niet hadden gedaan wat we hebben gedaan, dan was de economische toestand in Europa veel slechter geweest, en uw toestand ook. Het beleid begint zijn vruchten af te werpen, de economie trekt aan en de werkloosheid daalt. Dat is toch concreet?»

HUMO De ECB houdt de rente al jaren laag, in de hoop de economie weer aan de praat te krijgen. Bedrijven kunnen goedkoop geld lenen en investeren. Intussen brengt mijn spaarboekje niets op. Ik betaal mee het gelag, ook al was mijn aandeel in de kredietcrisis beperkt.

Praet «Om te beginnen heeft de hele samenleving baat bij een economie die beter draait. Alle sectoren die schulden hebben, hebben baat bij een lage rente, dus ook de overheid. Ze moet minder snijden doordat ze minder rente moet betalen op haar schulden, maar dat is niet onze intentie. Ons beleid wordt bepaald door ons mandaat om de stabiliteit van de prijzen te bewaren. De lage rente heeft ook voor gewone mensen positieve kanten: als u nu leent om een huis te kopen, betaalt u dankzij het rentebeleid van de ECB weinig interest. Jonge gezinnen voelen heel direct de gevolgen van ons beleid. Aandeelhouders ook: de koersen worden omhooggeduwd door de lage rente. Maar ik geef toe dat er een keerzijde is en dat er ook verliezers zijn: vooral oudere mensen die niet lenen en die rekenen op de opbrengst van hun spaarboekje omdat ze niet genoeg geld hebben om aandelen te kopen.»

HUMO Als je mensen uit de bankwereld aanspreekt over die lage rentevoeten, wijzen ze vaak naar u: ‘We kunnen niet meer betalen, want onze marges zijn minimaal.’

Praet «Ik zou in uw plaats niet té veel medelijden hebben met de banken. Ik denk dat hun problemen elders liggen. Ik spreek nu niet over de Belgische banken, maar inefficiënte kostenstructuren spelen natuurlijk ook een rol.»

HUMO Sinds 2014 pompt de ECB elke maand tientallen miljarden euro’s in de economie. Op hoeveel staat de teller intussen?

Praet «De ECB heeft obligaties gekocht voor een bedrag van ongeveer 2.000 miljard euro.»

HUMO Die techniek hebt u overgenomen van de Amerikanen. Maar zo rijkelijk met geld strooien botst toch met het financieel conservatisme waar u zich net op liet voorstaan?

Praet «Dat snap ik. Maar ik heb een mandaat gekregen. De doelstelling staat in mijn contract ingeschreven – de inflatie op peil krijgen – en dat bepaalt in grote mate de beslissingen die je neemt. De rente zit al onder nul. Dan moet je naar andere instrumenten grijpen, ook al zijn die nog niet vaak uitgetest.»

HUMO Criticasters beweren dat die gigantische geldstroom de normale werking van de economie verstoort. Daarom zeggen sommige van uw collega’s: ‘Wat heeft die man tegen de vrije markt?’

Praet «Ik ben niet tegen de vrije markt, maar ook de vrije markt heeft regels nodig. Vergeet niet dat het de vrije markt was die ons naar de crisis heeft gevoerd. De banken vonden dat we niet te veel moesten reguleren, en dat hun eigen risicomanagement voldoende was. Dat was fout: de excessen zijn niet beteugeld. Nu hebben we een vrije markt, maar met een sterk bankentoezicht.»

'Als professor en hoofdeconoom van de Generale Bank had ik niets te zeggen, maar veel te vertellen. Nu heb ik veel te zeggen en mág ik niets vertellen'


Van duiven en haviken

HUMO Een andere kritiek op de ECB is dat ze ondemocratisch en ontransparant is. De leden die het beleid uitzetten, zijn technocraten die geen verantwoording afleggen aan de kiezer.

Praet «De ECB is verantwoording verschuldigd aan het Europees Parlement. Transparantie betekent ook: uitleggen wat je doet. Dat ben ik nu aan het doen. Communicatie naar het grote publiek is moeilijk omdat monetair beleid buitengewoon complex is. Wij geven een aantal speeches en interviews om ons beleid uit te leggen. En ook de gouverneurs van de Europese nationale banken spelen daar een belangrijke rol in.»

HUMO Centrale bankiers worden doorgaans opgedeeld in haviken en duiven. U bent volgens de kranten een duif, iemand die op de mildere, zuiderse lijn zit. Cynischer stemmen zeggen: ‘Als je met Peter Praet praat, heb je na een uur alle meningen van het spectrum gehoord.’

Praet «Dat is onjuist. Die mensen weten niet hoe de discussie wordt gevoerd in de raad van bestuur. Ik heb een uur om mijn analyse en mijn beleidsvoorstellen te delen. En die analyse moet compleet en evenwichtig zijn.»

HUMO Uw ideologische flexibiliteit stelt u in staat om bruggen te bouwen.

Praet «Dat is iets typisch Belgisch, zeker? Ik ben zeker niet conflictueus, ik hou van mensen en vind empathie belangrijk. Als mensen van ideeën verschillen, is dat boeiend, zolang ze beleefd en eerlijk blijven, én de meningen goed gefundeerd.»

HUMO Uw baas, de Italiaan Mario Draghi, draagt de bijnaam Super Mario, naar het gelijknamige gamefiguurtje. Bent u dan Luigi, de broer van Mario, met dezelfde superkrachten, maar meer lengte?

Praet (lacht) «Weet u: toen ik vroeger naar oorlogsfilms en cowboyfilms keek, had ik de meeste sympathie voor de moedige en trouwe luitenanten, niet voor de generaals. En aan zeventien jaar carnaval heb ik ook een voorliefde voor de nar overgehouden, want de zot zegt al lachend de waarheid.»

'Er zijn ook verliezers, ja: oudere mensen die niet lenen en die rekenen op de opbrengst van hun spaarboekje.'

HUMO Draghi heeft een Belgische adviseur, die volgens kwatongen invloedrijker is dan u.

Praet «Frank Smets! Ik werk heel goed met hem samen. Als u na het interview even wacht, kunt u hem misschien zien.

»Eigenlijk hou ik niet van power, wel van invloed. Mensen overtuigen: daar heb ik intellectueel plezier van. En stress, angst en burn-out maken geen kans als je goed omringd bent. Ik werk samen met een team dat ik 100 procent vertrouw. Men spreekt soms over de speciale camaraderie tussen soldaten in oorlogstijd: ik kan me daar iets bij voorstellen. Ik heb dat in 2007 gemerkt, en hier opnieuw: het team is cruciaal. Daarom is uw lijst van invloedrijkste Belgen een beetje unfair: je doet altijd mensen tekort. Ik ben ooit op de tiende plaats geëindigd in een lijst van The Economist. Ik heb me altijd afgevraagd waar ik de volgende keer zou eindigen. (Grijns) Gelukkig is die volgende keer er nooit gekomen.»

HUMO Tiende bij The Economist, vijftiende bij Humo: die erkenning moet toch voldoening schenken?

Praet «Mijn vrouw heeft mij goed opgevoed. Toen ik aan het begin van mijn carrière trots thuiskwam met mijn allereerste interview – voor ‘Trends’, ik was nog professor – heeft mijn vrouw het nooit bekeken. Dat is de beste remedie tegen een dikke nek.»

HUMO Uw invloed is dubbel: ze streelt het ego, maar u mag ze niet te véél uitspelen. Als u gewaagde uitspraken doet, reageren de beurzen onmiddellijk.

Praet «Dat is moeilijk. Ik heb decennialang lesgegeven – aan vier-, vijfhonderd studenten tegelijk – en dan sprak ik zonder meel in de mond. Als hoofdeconoom van de Generale Bank ook. In die tijd had ik niets te zeggen, maar veel te vertellen. Nu heb ik veel te zeggen en mág ik niets vertellen (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234