Marino LerrajetaBeeld Soigneur

pensioenkoen meulenaere

‘Om mee te lachen: Spaanse coureurs’

(Verschenen in Humo op 3 september 1987)

Weet u welke Spaanse wielrenners ooit wereldkampioen op de weg zijn geworden ? Denkt u rustig even na. Wij kluiven ondertussen een laatste kippeboutje af, spoelen een bodemrestje Margaux door en genieten daarna breeduit van een geurend kopje koffie met bijhorend aftereight muntchocolaatje. Indien wij rookten, wij zouden zelfs een fijn sigaartje durven op te steken. Tijd nu om ons met uw probleem bezig te houden. Is u al iemand te binnen geschoten? Niet Ocaña, mocht u dat denken, want dat jaar won Gimondi

Niets? Welaan, zoek niet langer: nog nooit is een Spanjaard wereldkampioen op de weg geworden. Niet bij de profs en ook niet bij de amateurs. En - afgezien van Miguel Poblet - heeft zelfs nooit een Spanjaard een klassieker gewonnen. Wat zeggen we? Op diezelfde Poblet en een zekere Luis Otano na, hebben ze zelfs nooit het podium gehaald. En toch hebben wij de neiging om veeleer met minachting over onze renners te praten dan over de Iberen. Ten onrechte; een eenvoudige wandeling door de erelijsten van de top-koersen laat geen ruimte meer voor interpretatie. 

Beginnen wij met het WK, toch dé koers van het jaar. Sinds 1927, toen de Italiaan Alfredo Binda de eerste officiële wereldtitel voor profs op zijn naam schreef, is een bont allegaartje van nationaliteiten op het hoogste schavotje gepasseerd. Italianen en Belgen vooral, een massa Fransen en Nederlanders, een paar Zwit-sers, twee Duitsers en zelfs een Amerikaan. Geen enkele Spanjaard, niet één. Zelfs op het podium is hun verschijning zo goed als nooit genoteerd. Wij doorlopen de lijst en vinden in 1935 Luciano Montero terug, veelvoudig Spaans kampioen, die hier bij ons in Floreffe met ruim verschil de duimen moest leggen voor de elegante kracht van Jean Aerts. Om de volgende Spaanse medaille te vinden moeten wij liefst tweeëndertig jaar overbruggen. Het fameuze WK in Heerlen, waar Eddy Merckx Jan Janssen erop legde in de sprint. Ramon Saez, bijgenaamd Tarzan, zat toen mee in de goede ontsnapping. Hij eindigde derde. Wie zich deze Saez nog herinnert mag de hand opsteken. 

Voort gaan wij in de lijst, om bij het legendarische WK in Barcelona te belanden: Meertens, Merckx, Gimondi en Ocaña. Je zou nu zeggen: het wás in Spanje, Ocaña hád de Tour gewonnen en voor de andere twee kwam het er vooral op aan dat Maertens niét won’. Derde! 

Tot slot houden we halt in 1980 in Sallanches, waar alleen Gibi Baronchelli min of meer in het spoor kon blijven van een ontketende Bernard Hinault. Op vijf minuten was Juan Fernandez de beste van de geklopten: derde. In totaal dus vier podiumplaatsen; bij de amateurs welgeteld twee. In zestig jaar tijd. 

Klassiekers 

Maar in vergelijking met de klassiekers valt dat nog mee. Twee Spaanse renners, zegge en schrijve twee, zijn er ooit in geslaagd in een klassieker bij de eerste drie te eindigen. De strafste van hen was Miguel Poblet, die het mirakel voor mekaar bracht te winnen. Twee keer zelfs, meer bepaald Milaan-San Remo. Met Poblet werd in Spanje de draak gestoken: hij kon namelijk niet klimmen. Sancho Panza noemden ze hem. Sprinten kon Poblet wel en dat kwam hem in de klassiekers goed van pas. In ‘57 en ‘59 was hij dus laureaat van de Primavera, de eerste keer vóór Fred De Bruyne, de tweede voor Rik Van Steenbergen. Tussenin was hij tweede, achter de keiler van Herentals. 

Wij bladeren door de andere klassiekers. De Ronde van Vlaanderen: geen spoor van een Spanjaard ooit bij de eerste drie. Luik-Bastenaken-Luik: geen enkele Spanjaard op het podium. Parijs-Roubaix : twee ereplaatsen, voor Poblet. Lombardije idem : Poblet een keer tweede en een keer derde achter Van Looy en Vannitsen. In Parijs-Tours is Luis Otano, een helper van Bahamontes en Roger Rivière, een keer derde geweest, en daarmee moeten de Spanjaarden het stellen. Gent-Wevelgem: nooit iemand voorin. De Waalse Pijl, je zou nu zeggen voor klimmers: niemand. Neem de Gold Race, Frankfurt en Zürich: wel geen klassiekers maar allà laten we, voor de aardigheid toch eens kijken: rien du tout. Bordeaux-Parijs misschien nog even controleren? Of nee, we zullen ernstig blijven. 

Spaanse renners, de erelijsten liegen niet en bewijzen het overduidelijk, zijn knoeiers. Je kan toch moeilijk staande houden dat je in het internationale wielerorkest een noot meeblaast als in de hele geschiedenis slechts één man erin geslaagd is om een belangrijke ééndagkoers te winnen. Men zegt: Spanjaarden zijn ronderenners. Zeker, zij kunnen een hele reeks eindzeges voorleggen in de Rondes van Catalonië, het Baskenland, Burgos en zelfs in de eigen Vuelta de España. Maar kijken we naar de Ronde van Frankrijk dan vinden we er slechts twee: Bahamontes en Ocaña, bij afwezigheid van Eddy Merckx. Ronde van Italië, nooit gewonnen. Zwitserland, één keer Fuentes en daarmee uit. 

Wereldkampioen 

Het Spaanse palmares in grote internationale koersen is kortom zo onwaarschijnlijk schraal, dat je je ogen bijna niet gelooft. Het enige wat ze hebben is de voorzitterszetel van de internationale federatie. Voor het volledig ontbreken van Spanje op het internationale toneel worden officieel twee redenen gegeven. Ten eerste ‘zouden de Spaanse sponsors geen interesse hebben voor reclame in het buitenland, hetgeen weinig steek houdt want u hebt, om maar één voorbeeld te geven, ongetwijfeld aluminiumfolie van Reynolds in uw keukenkast liggen. Ten tweede, zo betoogt men, worden Spaanse formaties door hun bond verplicht een heel gamma wedstrijden in eigen land af te werken, waardoor trips naar het buitenland zo al niet onmogelijk, dan toch volstrekt oninteressant worden. Kan zijn. 

Een derde verklaring, in Spanje ten stelligste bestreden, is dat ze het doodeenvoudig niet kunnen. Een stier dood steken, geen probleem. De arbiter omkopen, graag zelfs. Maar tweehonderdvijftig kilometer fietsen, ho maar. Wel negentien kilometer tegen een berg opvliegen, met een verzet dat niet klein genoeg kan zijn. Maar o wee als er een beetje wind staat, of er ligt een kasseitje, of een moeilijke bocht. De Spaanse renners hebben zelf ingezien dat het zo niet langer kan. In de klassiekers van dit seizoen bijvoorbeeld vinden we niet één Spanjaard bij de eerste twintig. Hun klassiekerskoning is Ruiz Cabestany, met een fraaie 24ste plaats in Parijs-Roubaix! Gelukkig, gelukkig is er verandering op komst. In de afgelopen Tour ontpopte Pedro Delgado zich zowaar als een bedreven tijdrijder en tot op de laatste dag bleef de eindzege binnen zijn bereik. En voor het wereldkampioenschap van dit weekend in het Oostenrijkse Villach heeft er eentje getraind als nooit tevoren. De drie grote ronden heeft hij al in de benen: Vuelta, Giro en Tour. Nadien was hij ongenaakbaar in etappekoersen als de Ronde van Burgos en ook in lastige ééndagswedstrijden als San Sebastian-San Sebastian. Van waar ook in het land, reed hij na de wedstrijd per fiets naar huis. Boodschappen: per fiets. Naar vrienden: per fiets. De trap op: per fiets. Ze hebben het in Spanje nooit eerder gezien. Die man heet Marino Lejarreta. De anderen rijden zondag voor de tweede plaats. 

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234