Ondernemen is hip: aantal start-ups breekt record

In 2016 werd in Vlaanderen een recordaantal van bijna 50.000 nieuwe bedrijven opgericht, waarvan het grootste deel eenmanszaken. Ondernemen is tegenwoordig hip en het gaat sneller en goedkoper dan ooit. ‘Van idee tot start-up kan binnen een maand en het hoeft nog geen 100 euro te kosten.’

'Als werknemer loop je altijd het risico ontslagen te worden. Conclusie: het is veiliger om voor jezelf te beginnen'

In de zomer van 2013 wilde Raïssa De Vooght op vakantie en zocht ze iemand die voor haar drie poezen en twee honden wilde zorgen. Een dierenpension zag ze niet zitten, vriendinnen wilde ze niet lastigvallen. Maar bestond er geen dienst die bij haar thuis op haar huisdieren wilde komen letten? Nee, dus. Raïssa riep de hulp in van haar moeder om op haar lievelingen te passen, vertrok op vakantie en begon na te denken. Van kinds af was ze gek op dieren, maar haar droom als dierenarts had ze nooit waargemaakt. Dit was als geknipt voor haar.

Vier jaar later is Raïssa’s bedrijfje Pet Au Pair een gevestigde waarde voor mensen die een oppas voor hun huisdieren zoeken. Veertien meisjes in heel Vlaanderen doen elke dag hun ronde bij mensen thuis om hondjes uit te laten, kattenbakken te verversen, vogels en konijnen eten te geven, met de dieren te spelen en te knuffelen. Het maandloon dat Raïssa zichzelf uitbetaalt ligt – afhankelijk van de inkomsten – tussen 1.800 en 3.000 euro netto: een pak meer dan wat ze verdiende als hotelreceptioniste, de job die ze vier jaar geleden opgaf om met dit project te beginnen. ‘Veel mensen waren heel sceptisch toen ik eraan begon,’ zegt ze.

'Voor Afrikaanse slakken zorgen is mijn vreemdste ervaring. De eigenares zette zo'n slak op haar hand en ze keken samen tv' Raïssa De Vooght

Raïssa De Vooght «In Amerika is zoiets heel gewoon, maar voor Vlaanderen was het iets onbekends. Ik was ervan overtuigd dat het zou lukken. Zes op de tien mensen hebben een huisdier. Wat doen die daarmee als ze op vakantie gaan? Altijd op andere mensen moeten rekenen is ook niet zo fijn.

»Ik ben begonnen met een paar honderd euro startkapitaal. Eerst ben ik dagenlang bezig geweest met het maken van mijn eigen website – ik deed dat liever zelf, dan kostte het niks. Het was een website met weinig franjes, heel basic, maar met alle informatie die je nodig had. Ik maakte een Facebookpagina aan – dat was gratis – en ontwierp goedkope flyertjes die ik op strategische plekken ging leggen: bij dierenartsen, in dierenwinkels en hondentrimsalons, bij een bakker, een slager, een frituur… Zo ben ik gestart, met wat hondensnoepjes en dierenspeelgoed.

»Mijn eerste klant was Mingus, een poes in Antwerpen: een simpel straatkatje, wit met grijze streepjes. Mijn eerste hond heette Pepper, toen nog een pupje, net bij het baasje. Dat was een vrouw die alleen woonde en die wilde dat ik drie keer per dag met haar hondje ging wandelen, terwijl zij uit werken ging. Elke dag maakte ik foto’s en filmpjes van de dieren bij wie ik langsging en die plaatste ik op Facebook. Dat was niet alleen leuk voor de baasjes die op vakantie waren, maar het was ook een goeie manier om mijn verhaal te doen en reclame te maken. Het wordt nooit saai, die beestjes doen soms de grappigste dingen. De raarste huisdieren die ik ooit heb verzorgd waren Afrikaanse slakken die elke dag verse sla moesten. Een vrouw hield hen als huisdier: ze zette zo’n slak op haar hand en ze keken samen televisie.

»De eerste maanden heb ik Pet Au Pair even in bijberoep gedaan, naast mijn job in het hotel, om het te proberen. Maar ik kreeg direct enorm veel telefoontjes, boven alle verwachting. Toen heb ik beslist om er helemaal voor te gaan en mijn job als receptioniste op te zeggen. Ik was 26 en vastbesloten de sprong te wagen.»

Raïssa De Vooght, vandaag 30 jaar, is één van de vele ondernemende jonge mensen in Vlaanderen die de voorbije jaren met een wild idee, een passie en weinig geld een succesvol bedrijfje uit de grond stampten. In 2016 werden in Vlaanderen 49.393 nieuwe bedrijven opgericht, waarvan het grootste deel eenmanszaken en vennootschappen. Dat zijn er nog nooit zoveel geweest, en na vier crisisjaren is dat volgens ondernemersorganisatie Unizo een duidelijke kentering: een stijging met 7,22 procent tegenover het jaar voordien, en 24,7 procent tegenover tien jaar geleden.

‘Ondernemen is hip geworden,’ zegt Jelle Volckaerts, die starters begeleidt bij Unizo.

Jelle Volckaerts «In Vlaanderen denken vandaag vier op de tien jongeren tussen 16 en 18 aan een eigen zaak. Dat heeft ook te maken met inspirerende voorbeelden als Mark Zuckerberg en Elon Musk, die door de media als helden worden geportretteerd. Toen ik zes jaar geleden met het begeleiden van starters begon, werden we nog overspoeld door berichten over faillissementen. We hadden de crisis nog niet helemaal verteerd en er hing een fatalistische sfeer rond ondernemen. Maar de tijdgeest is sinds een jaar of twee gekeerd. Een start-up wordt vandaag als iets heel positiefs gezien, mensen moedigen elkaar aan op sociale media en er is veel respect voor wie het heft in eigen handen durft te nemen.»

Een bedrijfje oprichten gaat vandaag sneller en goedkoper dan ooit tevoren: van idee tot start-up kan binnen een maand en het hoeft nog geen 100 euro te kosten, betoogt de Amerikaanse ondernemer Chris Guillebeau in zijn recent in het Nederlands verschenen boek ‘Start nu’. Daarin deelt hij verhalen van gewiekste mensen die de traditionele arbeidsmarkt inruilden voor een eigen zaak waarmee ze zonder veel geld te investeren en zonder formeel bedrijfsplan inmiddels 50.000 euro of meer per jaar verdienen. De ‘microbedrijfrevolutie’ noemt Guillebeau het.

Chris Guillebeau «Vaak zie je dat iemand iets doet wat hij of zij toch al leuk vindt: een hobby of een passie wordt omgevormd tot bedrijfsmodel. Het is de kunst om iets te doen waar je goed in bent, waar andere mensen ook in geïnteresseerd zijn en waarvoor ze willen betalen. In veel gevallen houdt dat verband met mensen zich gelukkiger laten voelen of hen allerlei zorgen uit handen nemen. Ik heb ook vaak mensen ontmoet die zelf één of ander probleem hadden, naar een oplossing zochten maar merkten dat die nog niet bestond. En er dan maar zelf voor zorgden.

»Mensen kijken vandaag anders naar wat veilig of riskant is in een carrière. Vroeger koos je voor een baan óf nam je een groot risico door voor jezelf te beginnen. Maar bij een baan loop je altijd het risico ontslagen te worden. Conclusie: het is veiliger om voor jezelf te beginnen.»


Bang voor carwash

Dat was precies wat Ian Ravijts (29) uit Wuustwezel dacht, toen hij als arbeider keer op keer om economische redenen ontslagen werd. In 2013, na zijn vijfde ontslag, besloot hij iets helemaal anders te proberen. Hij verkocht zijn auto en kocht met het geld een camionette, een stofzuiger en een hogedrukreiniger en begon met zijn eigen mobiele carwash, waarmee hij auto’s gaat wassen bij mensen thuis en bij bedrijven.

'Het eerste jaar was vermoeiend, stresserend en een financiële ramp' IanRavijts

Ian Ravijts «Ik heb als kind nooit goed geweten wat ik wilde op school. Het enige wat me interesseerde waren voetbal en auto’s: op mijn 6de kende ik alle mogelijke merken, mijn slaapkamer stond vol schaalmodellen. Ik was gek op de vorm, de lijnen, de uitstraling van auto’s. School interesseerde me niet en uiteindelijk studeerde ik af met een getuigschrift als lasser in het beroepsonderwijs. Ik ging bij verschillende bedrijven aan de slag als lasser en vorkliftchauffeur, maar ik werd telkens na verloop van tijd ontslagen.

»In de periodes dat ik technisch werkloos was, ging ik soms auto’s wassen in een garage, iets wat ik met enorm veel liefde deed. Ik merkte dat het me voldoening gaf om een vuile auto helemaal schoon te maken en op te blinken. Je zag de klanten daar ook van genieten. Zo is het idee voor de mobiele carwash gegroeid. De naam van mijn bedrijf was snel gevonden: ’t Mobiel Carwashke. De verkoop van mijn eigen auto leverde me 13.000 euro op, genoeg voor de aanschaf van mijn materiaal en een camionette. De publiciteit, vooral met flyers en visitekaartjes, kostte me 5.000 euro en heb ik met mijn spaargeld en een kleine lening betaald. De website heb ik zelf gemaakt.

»Het eerste jaar was vermoeiend, stresserend en een financiële ramp. Je bent nog te weinig bekend en je verdient te weinig om de lening, de huishuur en alle vaste kosten te betalen. Gelukkig heeft mijn vrouw Alessandra me enorm gesteund. Het is een harde sector: je moet opboksen tegen al die carwashes die met goedkope Pakistanen en Indiërs onder de prijs werken. In het jaar dat ik ermee begonnen ben, heb ik nog vijf andere mobiele carwashes weten starten, maar ik ben de enige die nog overblijft. Het is hard werk, in weer en wind, tot zestig uur per week – zonder de administratie erbij te tellen.

»In het tweede jaar begon alles veel beter te lopen en kon ik mijn rekeningen betalen. Tegen het einde van het tweede jaar ben ik beginnen te verdienen. Tegenwoordig is dat 2.000 tot 3.000 euro netto, afhankelijk van de maand. Het is leuk werk omdat je van alles tegenkomt: van een Peugeot van twintig jaar oud of een vrachtwagen tot een exclusieve Lamborghini. Soms is het minder aangenaam: mijn eerste klant was een Russische vrouw die na een nachtje stappen haar auto had ondergekotst, en ik heb ook al eens een klant gehad van wie de hond met diarree op de achterbank had gezeten. Dat gebeurt gelukkig niet zo dikwijls.

»Het was in het begin vooral zaak om het concept bekend te maken: mensen verwachten niet dat je aan huis komt om auto’s te wassen. Mijn klanten zijn vaak mensen met een druk beroepsleven, ouderen of gehandicapten, mensen die schade aan hun auto hebben geleden tussen de automatische borstels van de carwash of vrouwen die bang zijn om een autowasserette binnen te rijden – en dat zijn heus niet allemaal oude besjes. Ik ga ook bij bedrijven langs om daar auto’s te wassen terwijl de mensen aan het werk zijn.

»Ik heb drie jaar alleen gewerkt. Vorig jaar heb ik twee mensen aangenomen, maar die werkten niet goed genoeg. Ik kreeg te veel reclamaties en was genoodzaakt om hen te ontslaan en weer alleen verder te doen. Het is moeilijk om personeel te vinden dat het even goed wil doen als jijzelf. Nu ga ik het opnieuw proberen met een parttimekracht. Voorzichtig groeien is de boodschap.»

Ook Raïssa De Vooght zag haar klantenkring geleidelijk aan uitdijen dankzij de verhalen die ze postte op sociale media en de mond-tot-mondreclame.

Raïssa De Vooght «Na zes maanden heb ik mijn auto laten bestickeren met reclame. Dat kostte 800 euro, maar bleek een gouden zet. Dikwijls word ik op de parking van een supermarkt op de schouder getikt: ‘Mag ik iets vragen?’ En zodra je bij mensen geweest bent, vragen ze je altijd terug.»

De vakantieperiode is de drukste tijd bij Pet Au Pair.

De Vooght «Ik vertrek ’s ochtends om 8 uur, breng mijn dochtertje naar de opvang, en begin aan mijn ronde, tot ongeveer vier uur in de namiddag. Ik geef de dieren te eten en te drinken, speel of wandel met hen, zorg dat alles netjes is. Ik geef ook de plantjes water als de mensen dat willen, zet de vuilnisbakken buiten, maak de brievenbus leeg, doe rolluiken omhoog of omlaag. Een bezoekje duurt een halfuur. Bij veel klanten ga ik twee keer per dag langs, ’s morgens en ’s avonds. In de namiddag neem ik een pauze om te koken en te eten en iets met mijn gezin te doen. Om halfacht stop ik mijn dochter in bed en ga ik terug op pad, meestal tot een uur of elf ’s avonds. Dit werk is dus wel een aanslag op je sociale leven.

»In het begin moest ik in mijn eentje de hele omgeving van Antwerpen bestrijken. Dat werd te veel en ik zat te lang in de auto. Na één jaar heb ik er een meisje bij genomen die een eigen regio voor haar rekening nam – op freelancebasis, want ik kon niemand in dienst nemen. Intussen werken we al met veertien mensen, allemaal vrouwen die enorm van dieren houden en het oppassen meestal in bijberoep doen. We zijn actief in Antwerpen, Gent, het Waasland, Mechelen, Limburg, Kortrijk en zelfs aan de kust. Hoe stedelijker het gebied, hoe populairder we zijn.

»Ik heb lang nagedacht over de prijs die ik moest vragen. Je wilt niet te duur zijn, maar je moet er ook van kunnen leven. Mijn basisprijs is 10 euro per dag voor één of twee dieren, een supplement van 4 euro in het weekend én verplaatsingskosten. Het was toch afwachten of ik ervan zou kunnen leven, want ik had een gezin met een dochtertje en een huis dat we net verbouwd hadden. Pet Au Pair was direct winstgevend omdat ik zo weinig kosten heb. Later, toen de zaken goed liepen, heb ik wel iemand ingehuurd om een professionelere website en mooiere flyers te ontwerpen.»

Jelle Volckaerts «We zien dat de meeste starters met weinig kapitaal beginnen. Honderd euro is misschien wat krap; bij Unizo houden we rekening met 2.000 euro, maar er zijn mensen die het met minder doen. In de digitale wereld ben je bijvoorbeeld met een computer al vertrokken. Een locatie is ook geen noodzaak meer, denk bijvoorbeeld aan digitale nomaden of rondreizende leraars die hun werk overal kunnen doen.

»Verkoop je een product, dan heb je meer geld nodig omdat je een stock moet aanleggen. Maar tegenwoordig bestaan er verschillende manieren om gemakkelijk je startkapitaal bij elkaar te krijgen, bijvoorbeeld met win-winleningen, de taxshelter en andere fiscale voordelen voor investeerders. Ook crowdfunding krijgt hier stilaan voet aan de grond: een zegen voor kleine ondernemers die al een eerste stap gezet hebben en nieuw kapitaal nodig hebben om te groeien. Vijf jaar geleden bestond dat nauwelijks in België – terwijl het in Nederland, Groot-Brittannië en Amerika al jaren boomt – maar het raakt stilaan ingeburgerd. Jonge designers, restaurants, onlinebladen, medische bedrijfjes, ik noem maar wat, stellen hun project voor met een filmpje op platformen als Bolero, Hello Crowd! of Kickstarter en slagen er vaak in om enkele tienduizenden euro’s op te halen, genoeg om hun bestaan te verzekeren.»


Absorberende slip

Hans Versmissen (33) kent de wegen om aan een goeie lening te raken. Na twaalf jaar als commercieel bediende in de bank- en verzekeringssector was hij in 2014 aan iets anders toe. Een eigen zaak, maar niet om het even wat. Dat jaar bezocht hij zijn tweelingbroer in Canada, die daar de liefde van zijn leven had gevonden. De vrouw van zijn broer had er een bedrijf dat mooi, sexy en wasbaar ondergoed verkoopt voor vrouwen die last hebben van urineverlies. ‘Mijn aandacht was geprikkeld, ik had er nog nooit van gehoord,’ vertelt Hans.

Terug in België ging hij zich informeren bij gynaecologen, urologen en kinesisten gespecialiseerd in bekkenbodemproblemen. De reacties waren overenthousiast. Voor urineverlies waren vrouwen – en mannen – aangewezen op inlegkruisjes en maandverbanden: duur wegwerpmateriaal dat voor geurtjes en infecties kan zorgen.

'Dames krijgen hun zelfvertrouwen terug met een slipje dat niet aan een pamper doet denken' Hans ­Versmissen

Hans Versmissen «Eén op de drie vrouwen heeft ooit last van urineverlies door verzwakte bekkenbodemspieren, bij mannen heeft één op de vier 60-plussers met prostaatproblemen er last van. In België gaat het over 15 procent van de bevolking – 1,6 miljoen mensen – terwijl er maar 400.000 mensen voor worden behandeld. De rest blijft er gewoon mee lopen omdat ze zich schamen om erover te praten, mannen nog meer dan vrouwen.»

Twee jaar deed Hans erover om, geïnspireerd door het Canadese voorbeeld, een slip te ontwikkelen met een dunne absorberende pad die je kunt wassen als een gewone onderbroek. Hij liet alles testen door de Universiteit Gent en vond een producent in Nederland. Nu brengt hij zijn waren aan de man bij de ziekenfondsen, die het als incontinentiemateriaal terugbetalen, en ook bij thuiszorgwinkels, apothekers en een vijftigtal lingeriewinkels in heel Vlaanderen. ‘De winkeluitbaters waren meestal vertrouwd met het probleem.’ Op 31 oktober 2016 stopte hij met zijn werk bij een vastgoedmakelaar, ’s anderendaags startte hij met zijn bedrijf Entusia. ‘Dat is Italiaans voor ‘enthousiast’; omdat ik mensen weer enthousiast wil maken over het leven.’

Bij Hans Versmissen gaat het niet over de hoeveelheid urinedruppels die een broekje kan opvangen, maar over het eergevoel dat hij mensen terug wil geven.

Versmissen «Dames kunnen zich op-en-top vrouwelijk voelen en krijgen hun zelfvertrouwen terug met een slipje dat in geen enkel opzicht aan een pamper of een maandverband doet denken. Ik heb ervoor gekozen de slipjes af te werken met kant om ze elegant te maken. Het is goedkoper dan al dat wegwerpmateriaal én milieuvriendelijk. Ik kom binnenkort ook met een mannenboxer, daar is veel vraag naar. De schaamte bij mannen om een inlegkruisje te gebruiken is enorm.»

Om te starten had Hans 90.000 euro nodig, waarvan hij de helft ging lenen.

Versmissen «Dat was veel, maar de zaken gaan harder en sneller dan verwacht. In de afgelopen zeven maanden heb ik al 40.000 euro omzet gehaald. Wat mijn eigen inkomen betreft, ben ik voorlopig nog voorzichtig: ik betaal mezelf maandelijks 1.300 euro uit. Met dat loon kan ik het twee jaar aan en intussen kan het bedrijf groeien. Ik kom dit jaar nog met een extra absorberende slip op de markt, voor dames die veel last hebben, en er lopen volop vragen binnen vanuit het buitenland. Ik krijg ook een Europese subsidie om de exportmarkt te onderzoeken. Ik had nooit gedacht dat het allemaal zo snel en goed zou gaan.»


Fietsrevolutie

Een gouden idee is één ding, maar hoe breng je het aan de man? Hoe moet je mensen geestdriftig maken over iets waarvan ze niet weten dat het bestaat?

Johan De Mulder, vandaag 47, moest pionierswerk verrichten toen hij in 2012 begon met het bedrijf B2Bike en een revolutionair idee: de bedrijfsfiets even aantrekkelijk maken als de bedrijfswagen.

'Ik werd uitgelachen toen ik vertelde dat ik met pechhulp voor fietsen wilde beginnen' Johan De Mulder

Johan De Mulder «Het opzet is dat bedrijven naast een bedrijfswagenvloot ook een fietsvloot gaan aanleggen. We willen fietsen voor de werknemer zo comfortabel en aangenaam mogelijk maken, met een goede fiets, een sluitende verzekering en pechbijstand, een ruime fietsenstalling op het werk, een degelijk slot en stevige regenkleding. Vijf jaar geleden was er niemand die zoiets aanbood en toen ik ermee startte werd er heel meewarig over gedaan. Ik kreeg ijskoude reacties bij veel bedrijven: geen interesse. We gaan onze auto’s toch niet wegdoen? Onze maatschappij denkt heel autogericht. Terwijl er redenen genoeg zijn om minder vertrouwen te hebben in de wagen: files, vervuiling, steeds hogere taksen, en de klimaatopwarming.»

De Mulder kan het weten: hij komt uit de autobusiness. Maar tijdens zijn twintig jaar bevlogen inzet in de automobielsector werd hij verliefd op de fiets.

De Mulder «Ik was vroeger dol op motorfietsen en zo ben ik ook de autosector ingerold. Maar de afgelopen tien jaar kreeg ik steeds meer plezier in het fietsen – ik deed ook aan triatlon – en begon ik er de enorme voordelen van te zien. Mijn laatste job in loondienst was een fietsproject bij een autoproducent, maar dat liep niet lekker: ze wilden er niet voluit voor gaan. Het bedrijf en ik hebben toen afscheid van elkaar genomen en ik besloot om het heft in eigen handen te nemen.»

De Mulder pakte het slim aan: hij stapte naar de bestaande fietsenwinkelketen iBike en maakte de twee zaakvoerders daar warm voor het project, zodat hij zich al geen zorgen hoefde te maken over het aanleggen van een voorraad fietsen en een magazijn: dat was er allemaal al. Vervolgens stapte hij naar bedrijven om hen een fietsplan voor te stellen.

De Mulder «Ons eerste succesje was het bedrijf De Boer, een roofingfabrikant die net van plan was om de parking uit te breiden. Het was begonnen met de vraag van één werknemer die graag met de fiets naar het werk wilde komen. Zij waren één van de early adopters: bij de opstart van het fietsplan waren er 22 werknemers die een fiets namen, de helft van het bedrijf. We hebben de parking van de CEO vervangen door een fietsenstalling, de CEO vond het niet erg om zijn Porsche wat verder te parkeren. In de eerste plaats gaat het om werknemers die geen bedrijfswagen hebben en met de eigen auto naar het werk komen, maar in sommige bedrijven gaat het ook in combinatie met een bedrijfswagen. De Boer was heel tevreden: ze kregen blijere werknemers en het bespaarde hen flink wat kosten. De parking is nooit uitgebreid.

»Wij zorgen voor alles: fietsen, een onderhoudscontract, verzekeringsformules, pechverhelping. We ontvangen werknemers in de fietsenwinkel zodat ze een fiets kunnen kiezen waar ze echt blij mee zijn. De ene wil graag een trekkingfiets, een ander een bakfiets voor de kinderen, iemand anders een elektrisch vouwfietsje… We maken persoonlijke pakketjes. De grootste troef vind ik de pechbijstand. Als je met een bedrijfsauto een ongeluk hebt, rij je een paar uur later al met een vervangwagen, maar als je met een fiets een lekke band hebt, moet je je probleem zelf oplossen – meestal in de gietende regen. Ik ben letterlijk uitgelachen toen ik vertelde dat ik met pechhulp voor fietsen wilde beginnen. Inmiddels zijn VAB en Touring ermee gestart, maar als ze eerlijk zijn, zullen ze toegeven dat ik als eerste met het idee gekomen ben.

»Mijn partners en ik hebben elk 7.000 euro startkapitaal geïnvesteerd. Daar konden we het net mee redden. De eerste jaren hebben we moeten knokken, de geesten waren er nog niet rijp voor.

»Ons grootste succes tot nu toe is onze fietsvloot bij Atlas Copco, een multinational met 3.000 werknemers, waarvan er nu 600 met de fiets naar het werk komen. Ze hadden te weinig parkeerplaatsen, nu hebben ze er te veel. De operatie heeft het bedrijf niets gekost, want ze konden op andere dingen besparen. De overheid voorziet allerlei fiscale voordelen voor bedrijfsfietsers, maar bedrijven weten dat niet.

»In mijn persoonlijke leven is het wel een paar jaar spannend geweest. Financieel kwam ons gezin in zwaar weer terecht: ik verdiende minder dan de helft van mijn laatste loon in de autosector, we leefden zuinig, er stond een autootje minder voor de deur en we zijn een paar jaar niet op vakantie geweest. Ik heb in het begin ook bijgeklust om te kunnen overleven. Natuurlijk maak je je zorgen: je gelooft wel in je project, maar je moet de bedrijven mee krijgen. Bij Atlas Copco zat er drie jaar tussen de eerste afspraak en de uiteindelijke beslissing. Maar ons werk bij Atlas Copco helpt om andere opdrachten te scoren. En ondertussen kunnen we de vragen van bedrijven en fietsenwinkels haast niet meer bijhouden.»


Bij de brandweer

Johan De Mulder was 42 toen hij zijn eerste stapjes in het bedrijfsleven zette, Michiel Kempen was 16. Een digitale wonderboy uit de Kempen die al van kleins af aan gepassioneerd is door het internet en al van zijn 12de zelf websites bouwt. Vandaag is Michiel 22, studeert hij informatica aan de Universiteit Hasselt en is hij de trotse oprichter van twee bedrijfjes. Vorig jaar werd hij verkozen tot ‘Limburgse student-ondernemer van het jaar’, een wedstrijd georganiseerd door Unizo.

Jelle Volckaerts (Unizo) «De student-ondernemer is een nieuw fenomeen. Vandaag zijn er al meer dan 5.000 jongeren in Vlaanderen die naast hun studie een eigen onderneming hebben. Dat gaat van kleine bijverdiensten tot ondernemingen die internationaal actief zijn. Velen hebben het potentieel om uit te groeien tot volwaardige ondernemers, maar het vergt heel wat doorzettingsvermogen en discipline.»

‘Mijn ouders hebben ervoor gezorgd dat ik mijn hoofd ook bij mijn studie hield, anders had ik nog meer bedrijven opgericht, maar dan had ik mijn bachelor niet gehaald,’ vertelt Michiel. Zijn eerste grote succes, waarmee hij ook de Unizo-prijs in de wacht sleepte, was een website voor de brandweer, waar de bevolking terecht kan met minder dringende oproepen voor stormschade, wespennesten of ondergelopen kelders, zodat de noodcentrales beschikbaar blijven voor de echt dringende gevallen.

Michiel Kempen «Ik ben opgegroeid tussen spuitslangen en brandweerwagens omdat mijn vader bij de brandweer werkte. Ik wist wat er in die wereld omging. In mijn jeugd had ik al verschillende websites ontworpen: over de games die ik met mijn vrienden speelde, voor een loopwedstrijd van de atletiekclub waar ik lid van was, voor een fuif die ik met vrienden organiseerde. Zo rijpte ook het idee om iets voor de brandweer te doen. Ik wist dat ze online maar weinig voorstelden.»

En omdat Michiel blaakte van ambitie, schreef hij meteen de hoogste in rang bij de brandweer aan.

'Mijn ouders hebben ervoor gezorgd dat ik mijn hoofd bij mijn studie hield' Michiel Kempen

Kempen «Ik mocht mijn idee uit de doeken komen doen. Blijkbaar was ik de eerste die er op deze manier over nagedacht had en die wist wat ze nodig hadden, dankzij mijn achtergrondkennis over de brandweer.»

De Limburgse student kreeg niet alleen een prijs voor zijn site, maar kon hem ook aan de overheid verkopen. Verschillende brandweerzones gebruiken de website vandaag. ‘Mijn droom is dat hij in het hele land wordt gebruikt,’ zegt Michiel. Hij kreeg een eenmalig bedrag van 30.000 euro voor de ontwikkelingskosten. ‘Dat is weinig in vergelijking met wat grote webontwikkelaars hiervoor zouden aanrekenen, maar het was mijn debuut. Per kwartaal krijg ik ook een bedrag van iedere brandweerzone die de website gebruikt, wat me nu jaarlijks 15.000 euro oplevert. Een bedrag dat alleen maar zal groeien, aangezien steeds meer zones zich aansluiten.’

Het bedrijfje dat Kempen op zijn 16de oprichtte, bestaat niet meer.

Kempen «Ik bruis altijd van nieuwe ideeën, maar de kunst is om snel in te schatten of iets haalbaar is en tot iets winstgevends kan uitgroeien of niet. Ik had destijds samen met mijn vrienden een evenementenbureau waarmee we fuiven en sportevenementen organiseerden. Voor de ticketverkoop ontwikkelde ik een onlinesysteem om gemakkelijk en veilig tickets te verkopen. Dat systeem heb ik proberen te commercialiseren onder de naam Tikk.it, maar ik voelde heel snel dat er in die sector een waanzinnige concurrentie tussen grote bedrijven heerst en dat ik als klein spelertje weinig kans maakte. Dus heb ik het gelaten voor wat het was.»

Tijdens het maken van de website voor de brandweer kreeg Michiel alweer een nieuw idee.

Kempen «Er zit veel rompslomp aan het ontwikkelen van een site, en webdesigners krijgen vaak met dezelfde technische problemen te maken die veel tijd kosten. Ik ben nu bezig met het ontwerpen van één uitgebreide tool, Smoothy, die een oplossing moet bieden voor al dat soort problemen. Dat bestond nog niet en de grote websitebedrijven bij wie ik ging polsen, toonden veel interesse. De kosten om te starten zijn hoger, maar wat ik met de website voor de brandweer verdien, steek ik in de ontwikkeling van Smoothy, waardoor ik geen lening bij de bank nodig heb en er maar weinig risico aan verbonden is. Voorlopig woon ik nog bij mijn ouders en heb ik geen auto, ik kom met weinig toe. Maar volgend jaar zou Smoothy operationeel moeten zijn en me 60.000 euro per jaar opleveren: genoeg om van te leven. Niet slecht toch, voor een student?»

Chris Guillebeau, ‘Start nu’, Kosmos Uitgevers

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234