Onmin in het nieuw samengestelde gezin: 'Je komt als stiefouder altijd op de tweede plaats, je bent vervangbaar'

Nieuw samengestelde gezinnen zijn onderhand bijna eerder regel dan uitzondering, maar hoe zit het met de valkuilen en de zegeningen? Recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam wees uit dat 44 procent van de kinderen van gescheiden ouders de stiefvader als ‘echte’ papa ziet, en slechts 17 procent de stiefmoeder als ‘echte’ mama. Is de plusmama dan te min? En hoe doe je dat, creatief zijn met bloedbanden? Humo ging te rade bij ervaringsdeskundigen Siska Schoeters, Frederik Sioen en Laurence Roothooft.

'Ik heb moeten leren om als stiefvader de kamer te verlaten als moeder en dochter in een pittige discussie verwikkeld waren'


Siska Schoeters ‘Geen love and Peace’

Siska Schoeters (36) ruilt na vijftien jaar Studio Brussel voor Radio 2, de zender voor de hele familie. Dat treft, want Siska is niet alleen de mama van Minnie en Lucien, de kinderen die ze heeft met Tomas De Soete. Ze is ook de stiefmoeder van Leon en Martha, de kinderen uit zijn vorige huwelijk.

HUMO Hoe noem je jezelf het liefst? Plusmama, meemoeder of toch gewoon stiefmoeder?

Siska Schoeters «Aan de vriendjes van Martha en Leon stel ik mezelf altijd voor als hun stiefmoeder. ‘Meemoeder’ heb ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord. En ik snap wel dat benamingen als ‘plusmama’ bedoeld zijn om één en ander wat te verzachten, maar dat maakt het niet meteen makkelijker. Stiefmoeders dragen nog altijd een stigma. Je hebt ook geen sprookjes met kinderen zonder dat er ook een boze stiefmoeder in voorkomt, hè? Of denk maar aan uitdrukkingen als ‘iemand stiefmoederlijk behandelen’. Onlangs nog werd ik superkwaad van een titel boven een artikel in De Morgen, dat het cliché van ‘de kille stiefmoeder’ herkauwde. Als ik zoiets lees, moet ik me inhouden of ik steek een tirade af op Twitter of Facebook.»

HUMO Hebben stiefmoeders het moeilijker dan stiefvaders?

Schoeters «Naar mijn ervaring wel. Een vrouw wordt op dat vlak veel meer in de gaten gehouden dan een man. Toen ik net samen was met Tomas, voelde ik hoe er vanuit alle hoeken naar mij werd gekeken: ‘En nu gaan we eens zien hoe ze met die kinderen omgaat.’

»Bij veel mensen leeft nog altijd het idee dat alleen een biologische moeder een goede moeder kan zijn, alsof een stiefmoeder niet in staat zou zijn om kinderen graag te zien als ze niet haar eigen bloed zijn. Nu, er is wel een verschil: als stiefmoeder kun je niet zeggen dat je je stiefkinderen even graag ziet als je eigen kinderen. Dan lieg je tegen jezelf. En het is ook niet eerlijk tegenover de echte moeder van die kinderen.»

HUMO Was de afbakening van het ouderlijke terrein een heikel punt in jullie nieuw samengestelde gezin?

Schoeters «Nee. Je móét de kinderen wel mee opvoeden, of ze nu van jou zijn of niet. Je kunt je er moeilijk niet mee moeien, hè. Ik gedraag me niet anders tegen mijn stiefkinderen dan tegen mijn eigen kinderen. Bij ons thuis is iedereen gelijk voor de wet, zowel qua regels als qua liefde en aandacht.

»Dat heb ik wel moeten leren. Ik heb als stiefmoeder mijn plaats moeten zoeken. In het begin dacht ik dat ik het wel even zou overnemen van Tomas, dat ik kinderen van nature beter zou aanvoelen of zo. Maar dat was verkeerd: ik weet nu dat ik hem vooral hun vader moet laten zijn. En ik kan in het beste geval een positieve aanvulling zijn in het leven van Leon en Martha, maar hoe graag ik hen ook zie, ik kan hun moeder niet vervangen.»

HUMO Heb je een goed contact met haar? Dat ligt niet voor de hand.

Schoeters «We horen elkaar niet voortdurend, hoor. We hebben de afspraak gemaakt dat ik haar altijd mag opbellen als ik niet weet wat ik in een bepaalde situatie moet doen. Dat heb ik altijd erg behulpzaam gevonden van haar.»

HUMO Je hebt op een bepaald moment de hulp ingeroepen van een plusoudercoach. Wat heeft zij jou bijgebracht?

Schoeters «Na de geboorte van Lucien merkte ik dat het toch makkelijker was om stiefkinderen te hebben zolang ik zelf geen kinderen had. Maar met Lucien erbij was het allemaal ingewikkelder geworden, dus heb ik iemand gezocht aan wie ik raad kon vragen.

'Siska Schoeters: 'Ik kan perfect gelukkig zijn als we met z'n vieren zijn, terwijl dat voor Tomas nooit het complete geluk zal zijn: hij mist dan zijn twee andere kinderen.' (Foto: met Minnie, Martha, Lucien, Leon en Tomas De Soete.)'

»Het belangrijkste wat zij me toen heeft verteld, is dat ik in de eerste plaats moest leren leven met het idee dat ik nooit een traditioneel gezin zou hebben. Dat is natuurlijk absoluut waar, maar toen kwam dat aan als een klets in mijn gezicht. Ik kom zelf uit een klassiek gezin, en mijn ouders zijn nog altijd samen. Dat voorbeeld moest ik opbergen als ik vooruit wilde. Ik besef nu dat ik, zelfs als Tomas en ik uit elkaar zouden gaan, nooit dat traditionele gezin zal hebben.»

HUMO In je 7 Hoofdzonden-interview in Humo gaf je toe dat je daar wel jaloers om kunt zijn.

Schoeters «Ja. Ik kan mensen benijden die over ‘ons gezin’ spreken zonder dat ze moeten verduidelijken wie daar allemaal bij hoort (lacht). Jaloezie is misschien een te groot woord, maar die duidelijkheid lijkt me wel fijn.»

HUMO Heb je in het begin van jullie relatie stilgestaan bij het feit dat Tomas al twee kinderen had?

Schoeters «Helemaal niet. Ik was ook nog maar 25, hè. Natuurlijk wist ik dat Tomas al kinderen had, maar wat dat precies inhield? Geen flauw idee. Het klinkt heel naïef en oneerbiedig, maar ik zag kinderen tot dan vooral als een tof accessoire dat de boel opleukte: ‘Keileuk, dan kunnen we samen naar de Efteling!’

»Omdat mijn ouders nog altijd samen zijn, had ik er ook geen benul van wat het betekent om stiefouder te zijn. Ik had geen enkel voorbeeld, waardoor ik in het begin vooral de neiging voelde om tegenover de buitenwereld die rol van stiefmoeder zo perfect mogelijk in te vullen. Ik wilde bij wijze van spreken mensen horen zeggen dat ze me de allerbeste stiefmoeder vonden die ze ooit hadden ontmoet. Maar natuurlijk zegt niemand je dat, en al helemaal niet de biologische moeder, van wie je dat stiekem het liefst zou willen horen. Dat is ook maar normaal: ik zou het in haar plaats ook nooit zeggen.»

HUMO Op je eigen kinderen kun je kwaad zijn, maar het blijven wel jouw kinderen. Ben je nooit in de verleiding gekomen om Tomas verwijtend aan te kijken als ‘zijn kinderen’ het uithangen?

Schoeters «Dat probeer ik net níét te doen. Maar ik heb wel geleerd om op moeilijke momenten aan te geven dat ik er even tussenuit wil. Dan ga ik even wandelen of ga ik op bezoek bij een vriendin.

»Ook voor Tomas is zo’n samengesteld gezin allesbehalve makkelijk. Ik kan perfect gelukkig zijn als we met z’n vieren zijn, terwijl dat voor Tomas nooit het complete geluk zal zijn: hij mist dan zijn twee andere kinderen.»

HUMO Stond voor jou vast dat je zelf nog twee kinderen met Tomas wilde hebben?

Schoeters «Absoluut. Ik heb van het begin af gezegd dat ik ook kinderen wilde: het was te nemen of te laten. Maar voor hem was het pakket met hem én zijn kinderen óók te nemen of te laten, dus dat maakte het een faire deal (lacht).»

HUMO Je hebt al eens kritiek gegeven op het beeld van de roze wolk die het moederschap zou zijn. Heb je ook het gevoel dat het concept van het nieuw samengestelde gezin soms te optimistisch wordt voorgesteld?

Schoeters «Niet per se, maar ik denk wel dat veel mensen niet goed durven te zeggen hoe moeilijk ze het hebben. Ik snap die reflex: onlangs is me gevraagd om in ‘Van Gils & gasten’ over stiefouderschap te getuigen, en ik heb dat geweigerd. Het laatste wat je wilt, is iemand onbedoeld kwetsen. Ik heb nog nooit iemand met een nieuw samengesteld gezin horen zeggen dat er géén problemen zijn. Neem het van mij aan: een nieuw samengesteld gezin dat alleen maar love, peace and happiness kent, bestaat niet. Leon en Martha moeten om de week verhuizen, wat voor niemand makkelijk is. Lucien huilt dan omdat hij zijn broer en zus moet missen, Tomas heeft het er ook moeilijk mee, en ik probeer intussen het huishouden zo goed mogelijk te beredderen.

»Je wilt alleen maar het beste voor ál je kinderen, maar makkelijk is het nooit. Je kunt alleen je best doen, en ik hoop dat ze dat ook zien. Dat ze, als ik ooit doodga… (Onderbreekt) Of nee, iets vrolijker: ik hoop dat, als Leon en Martha ooit trouwen, ze me toch op de één of andere manier zullen bedanken. Dat ze me laten weten dat ik het in hun ogen toch goed heb gedaan.»


Frederik Sioen ‘Ik ben de hofnar’

Zanger en muzikant Frederik Sioen (39) is negen jaar samen met zijn vriendin Ae Jin, en dus al even lang de stiefpapa (‘Wat een vreselijke term toch!’) van haar dochter Moë (21).

Frederik Sioen «Ik ben 1 meter 66, en dat is, welja, een klein trauma. Ik heb er een hekel aan als iemand me met een verkleinwoord aanspreekt. De enige uitzondering is Moë: zij mag Sioentje zeggen. Ik herinner haar er geregeld aan dat dat een exclusief voorrecht is (lacht).

»Het is allemaal bijna vanzelf gegaan. Zodra ik samen was met Ae Jin, kwam ik bij haar thuis en leerde ik ook haar dochter kennen. Ze tekende en zat op de kunstacademie, en ik maakte muziek – zo hebben we elkaar snel gevonden. Na twee jaar gingen Ae Jin en ik samenwonen en vormden we samen met Moë een gezin. Dat is altijd prima verlopen. Het beste bewijs: nu ze volwassen is, woont Moë samen met haar vriend in het huis naast dat van ons.»

HUMO Het was geen nieuwe situatie voor jou: je komt zelf uit een nieuw samengesteld gezin.

Sioen «Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 1 jaar oud was. Vijf jaar later kreeg ik een stiefvader, Carlos. Hij is intussen gestorven, maar ik herinner me hem als iemand die zich niet bemoeide met de opvoeding, maar er altijd was om lollekes te maken en de gemoederen te bedaren als dat nodig was. De stiefvader als hofnar: ik vind dat een uitstekende rol. Nu, hij deed meer dan alleen grappen maken, hoor: Carlos was iemand die fundamenteel verwonderd naar het leven keek, en me tijdens lange boswandelingen de wereld uitlegde. Hij had zelf drie kinderen, en die kwamen om de twee weekends bij ons over de vloer. Héérlijk, die ambiance!

»Carlos was mijn voorbeeld: zo iemand wilde ik voor Moë zijn, en daar heb ik naar gehandeld. Ik hield me afzijdig in de grote opvoedingskwesties, omdat ik vond dat ik niet het recht had om verstrekkende beslissingen te nemen. Daar sta ik nog steeds achter: het is cruciaal dat je niet voor vervangouder gaat spelen. Alleen als het echt nodig was, greep ik in. Dat is heel weinig gebeurd.

»Het ergste dat je als stiefvader te horen kunt krijgen, is: ‘Jamaar, gij zijt mijn pa niet!’ De keren dat ik dat de afgelopen negen jaar heb moeten slikken, zijn op één hand te tellen.»

HUMO Goed gezien, toch: je laat je al het fijne van een ouderrol aanleunen, maar je vermijdt het drama en de conflicten.

Sioen «Moë was 12 toen we elkaar leerden kennen: er was al een leven zonder mij geweest. Goed, 12 jaar is geen makkelijke leeftijd, en je evolueert als puber volop, maar de blauwdruk van je persoonlijkheid ligt al vast. Ik kon als stiefvader niet plots haar leven binnenstormen met een hoop regeltjes. Dat zou ik indertijd ook niet aanvaard hebben van mijn stiefvader.

»Mijn vriendin drong soms wel aan op wat meer initiatief. Maar mijn ervaring als kind met een stiefvader leerde me dat dat niet eenvoudig is. Je moet meer je partner als moeder ondersteunen dan per se een tweede vader willen zijn. Het belangrijkste is dat de twee partners hetzelfde verwachten en daar ook duidelijk over communiceren. En de relatie tussen de ex-partners moet goed zijn – maar daar heeft de nieuwe partner natuurlijk minder vat op. Als er kilheid heerst of ruzie is, ontstaat er misschien wél een gat dat de stiefouder moet opvullen. Maar bij ons is dat nooit het geval geweest: de vader van Moë komt hier nog geregeld over de vloer.»

HUMO Maar je rol in het gezin kun je toch niet helemaal blanco laten?

Sioen «Uiteraard niet. Ik herinner me van Carlos dat hij soms heel subtiel, via een beredeneerd omweggetje, zijn mening gaf. Zo heb ik het ook gedaan bij Moë: af en toe stapte ik in de cirkel van het gezin en sprak ik me voorzichtig uit, als ik het nodig vond.

»Ik wil het niet romantiseren: natuurlijk is het een precaire evenwichtsoefening tussen afstand en betrokkenheid, en wordt er enige lenigheid van je gevraagd. Jezelf niet uitspreken voelt soms onnatuurlijk aan. Soms verplichtte ik mezelf om de kamer te verlaten als moeder en dochter in een pittige discussie verwikkeld waren. Je wilt instinctief meteen tussenbeide komen en naar een compromis zoeken. Maar je taak is: je plaats kennen en hen zélf naar een oplossing laten zoeken.»

'Frederik Sioen: 'Het ergste dat je als stiefvader te horen kunt krijgen, is: 'Jamaar, gij zijt mijn pa niet!' De keren dat ik dat heb moeten slikken, zijn op één hand te tellen.''

HUMO Geldt het omgekeerde ook: kun je met een stiefkind soms persoonlijker omgaan omdat er geen genetische band is?

Sioen «Zeker wel. Een discussie met je ouders raakt snel verhit, juist omdat er meer speelt dan alleen het punt waarover er onenigheid is. Het is ook altijd een botsing van vaak gelijkaardige karakters, een gevechtje met de stamboom. Als stiefvader maak je daar geen deel van uit, en dat maakt het soms makkelijker om een gesprek te voeren. Dat de vader-dochterhiërarchie ontbreekt, heeft ook als gevolg dat Moë mij om raad kwam vragen, en ik aan haar. Ja, het is meer vriendschap dan ouderschap.»

HUMO De liefde voor een eigen kind is vanzelfsprekend, of zou dat toch moeten zijn. Moet de liefde voor een stiefkind groeien?

Sioen «Het is iets totaal anders dan de natuurlijke band die je met je eigen kind hebt. Maar ik kan me niet voorstellen dat ik géén goede band zou hebben met de dochter van de vrouw die ik zo graag zie. Die band is intussen zo hecht dat ik even bezorgd ben als Moë op reis gaat, even benieuwd naar haar punten op school, even bekommerd om haar geluk. Ik kan me simpelweg niet inbeelden dat er ooit een soort onverschilligheid tussen ons zou ontstaan: ik zal me áltijd om Moë bekommeren, en áltijd voor haar klaarstaan.»

HUMO Wil je zelf geen kinderen?

Sioen «Eigenlijk wel. Maar toen we over eigen kinderen begonnen te praten, was Moë al een stuk ouder, bijna volwassen. Mijn vriendin zag de verantwoordelijkheid niet meer zitten. En ik kon het wel begrijpen: zij had het hele traject al eens afgelegd en keek er niet naar uit om het nog eens te doen. We hebben er misschien ook het leven niet voor: ik ben muzikant en Ae Jin heeft een eigen zaak – ze is chef-kok. Maar de belangrijkste reden was dus dat Moë er al was. Dat heeft niet voor een grote frustratie gezorgd, nee. Ik ben héél blij met Moë, en ik vind het heerlijk dat ze, nu ze volwassen is, naast ons is komen wonen.»

HUMO Je praat er met een vrolijke lichtheid over. Heb je het nieuw samengestelde gezin nooit als problematisch ervaren?

Sioen «O, nee. Ik vind het cruciaal dat er in een huis levendigheid heerst, dat er ambiance is, en ruimte voor onzin. Daar leent een nieuw samengesteld gezin zich perfect toe. Ik heb ook een goede band met de drie dochters van Carlos – ik noem hen mijn surrogaatzussen. (Denkt na) Dat is misschien het enige nadeel dat ik kan bedenken: dat de terminologie voor die nieuwe gezinsvormen zo suffig is. Stiefvader, proef dat woord: afschuwelijk, toch? En pluspapa klinkt zo kleuterachtig.

'Pas sinds een jaar durf ik toe te geven dat ik in het begin jaloers was op mijn stiefkind ''

»Soit, om terug te komen op je vraag: opgroeien in een nieuw samengesteld gezin en er zelf eentje hebben heeft mijn leven alleen maar groter gemaakt. Ik heb een vader met een vriendin en een moeder met surrogaatdochters, met telkens een hele familie eromheen, en ik heb een vriendin met Moë: mijn familie is zo heerlijk groot geworden. Ik zal nooit alleen zijn.»


Laurence Roothooft ‘Ik vecht niet meer’

‘Als ik opnieuw kon beginnen, dan zou ik het anders aanpakken,’ zegt actrice Laurence Roothooft (31). Ze werd op haar 24ste halsoverkop verliefd op zanger en muzikant Tom Pintens.

Laurence Roothooft «Ik heb mijn stiefzoon vrijwel gelijktijdig met mijn lief leren kennen. Na een maand of drie ben ik al bij hem ingetrokken, waar de helft van de tijd ook zijn 5-jarige zoontje woonde. Ik was jong en smoorverliefd, dus ik dacht: ik neem dat er wel even bij, stiefmoeder zijn. Ik was van plan het zo goed mogelijk te doen en ging er voor de volle 100 procent voor. Achteraf gezien was 50 procent misschien al voldoende geweest.»

HUMO Wist je waaraan je begon?

Roothooft «Daar stond ik niet bij stil. Ik was nog jong, en als je verliefd bent, vliegt de ratio sowieso even de deur uit. Als ik nu met vrienden praat die aan een soortgelijk avontuur beginnen, dan geef ik hen de raad: ga niet te snel. Stel de ontmoeting met de kinderen zo lang mogelijk uit. Neem eerst de tijd om je lief te leren kennen. Wacht met gezamenlijke uitstappen en reisjes, tot je zeker weet dat je relatie goed zit. In die zoektocht tussen twee volwassenen horen kinderen niet thuis, zij hebben daar niks mee te maken.

»Pas sinds een jaar durf ik toe te geven dat ik in het begin jaloers was op mijn stiefkind. Toen had ik dat niet in de gaten. Als volwassene denk je dat je boven dat soort lelijke emoties staat, maar kennelijk komt het kind in jou weer naar boven in zo’n ingewikkelde situatie. Ik vond het moeilijk dat ik de aandacht van mijn lief moest delen. Sinds ik zelf een kind heb – ons zoontje Arvo is nu 4 – snap ik veel beter hoe het werkt.»

HUMO Is dat de oplossing: samen nog een kindje maken?

Roothooft «Dat heeft alles zeker gezalfd, ook omdat de twee jongens zo dol zijn op elkaar. Mijn stiefzoon was 8 jaar toen hij grote broer werd: de baby was zijn pronkstuk. Ze noemen elkaar ook niet halfbroer: ze zijn gewoon broertjes. Mijn zoontje is wel nog wat jong om het co-ouderschap te snappen: hij mist zijn grote broer als die een week bij zijn mama is. Ik moet het altijd opnieuw uitleggen, maar hij lijkt het niet te willen onthouden. De ex van mijn lief is trouwens ook een belangrijke figuur in het leven van mijn zoontje: hij gaat graag bij haar logeren.

»Ik moet eerlijk toegeven: als ik geen eigen kind had gehad, dan zou ik het stiefouderschap misschien toch te moeilijk gevonden hebben.»

'Bij alles wat ik tegen mijn stiefzoon wil zeggen, denk ik drie keer na: zou ik dat niet beter anders zeggen? ''

HUMO Omdat het dan twee tegen één zou zijn?

Roothooft «Nee, zo zou ik het nooit willen zien. Maar mijn lief is een typische muzikant: hij zit de helft van de tijd met zijn hoofd in de wolken. Daar is niks mis mee, maar ik ben veel dominanter. Ik ging op mijn 10de al babysitten: ik heb al heel lang een duidelijk idee van hoe een opvoeding hoort te zijn. Omdat je als stiefouder de dingen vanop een afstand bekijkt, zie je sneller wat er fout loopt. Dan heb je de neiging je ermee te bemoeien: ‘Zou je dat niet beter zus of zo doen?’ Je belandt in een strijd en dat heeft geen zin. Ik heb met de jaren geleerd gewoon mijn mening te geven over de opvoeding van mijn stiefzoon, zonder verder iets te eisen. Ik lever geen strijd meer. Of toch niet zo vaak (lacht).

»Ik heb een hele evolutie achter de rug: in plaats van jaloers te zijn ben ik nu degene die mijn lief af en toe aanspoort om nog eens iets gezelligs te doen met zijn zoon. Ik hoef daar niet altijd bij te zijn.»

HUMO In samengestelde gezinnen ziet bijna de helft van de kinderen de stiefvader als een echte vaderfiguur, bij stiefmoeders is dat slechts 17 procent. Hebben stiefvaders het makkelijker?

Roothooft «Dat denk ik wel. Ik ken meer worstelende stiefmoeders dan stiefvaders. Dat heeft te maken met de rolverdeling: we denken allemaal graag dat we intussen geëmancipeerd zijn, maar dat is niet zo. Ik kan elke dag op tafel kloppen en eisen dat mijn lief en ik de opvoedkundige taken fiftyfifty verdelen, maar dan krijg ik mijn huishouden nooit rond (lacht). Als moeder denk je al snel: ik doe het zelf wel. Omdat vrouwen het niet kunnen laten om voor een ander te zorgen, raken ze vanzelf nauwer betrokken bij de stiefkinderen, wat tot meer conflicten leidt.»

HUMO Volgens plusoudercoach Anja Pairoux willen kinderen niet altijd dat de stiefouder de zorgende rol opneemt. Voor troost en zorg rekenen ze op de biologische ouders, de stiefouder zien ze liever als een speelkameraad.

Roothooft «Zo werkt ons gezin niet. Misschien klink ik nu ouderwets, maar ik hoef niet de speelkameraad van mijn kind te zijn: daar heeft hij zijn vriendjes voor. Ik ben veel méér. In het begin kom je misschien over als een opdringerige bemoeial, maar mettertijd apprecieert hij het wel. Mijn stiefzoon weet intussen dat hij altijd op mij kan rekenen.

»We begrijpen elkaar steeds beter. Nu hij begint te puberen, heb ik zelfs de indruk dat ik sommige onderwerpen makkelijker kan aansnijden dan zijn ouders. Ik kan hem vragen: ‘Wie van je klas heeft eigenlijk al seks gehad?’ Omdat die bloedband er niet is, heeft hij iets minder schroom tegenover mij. Ik denk niet dat ik die vraag later zo snel aan mijn eigen zoon zal stellen.»

'Laurence Roothooft: 'Eerlijk: als ik geen eigen kind had gehad, dan zou ik het stiefouderschap toch te moeilijk gevonden hebben.''

HUMO Is het moeilijk streng te zijn voor je stiefzoon?

Roothooft «Niet echt. It takes a village to raise a child, zeggen ze soms ook, en daar geloof ik wel in. Ik heb er geen moeite mee als andere mensen mijn kind terechtwijzen als hij iets verkeerd doet, en ik vind het evident om dat zelf te doen met andermans kind. Soms ben ik wel strenger voor mijn eigen zoon dan voor mijn stiefzoon. Alsof ik wil bewijzen: zo denk ik er gewoon over, je hoeft dat niet persoonlijk te nemen.

»Ze zeggen dat kinderen je een spiegel voorhouden. Als ik merk hoe luid mijn zoontje kan zijn en hoe vaak hij roept, dan denk ik: oei, ik moet misschien wat minder roepen. Dat effect is nog veel frappanter bij een stiefkind: je leert jezelf zo hard kennen. Je eigen kind voed je intuïtief op. Je weet: ik ga sowieso fouten maken en die krijg ik later op mijn bord. Maar bij alles wat ik tegen mijn stiefzoon wil zeggen, denk ik drie keer na: zou ik dat niet beter anders zeggen? De liefde van een stiefkind is nu eenmaal niet onvoorwaardelijk. Voor hetzelfde geld zegt hij op zijn 18de: ik wil niks meer met jou te maken hebben.»

HUMO Er hoort een zekere nederigheid bij de rol, hoorde ik van een stiefmoeder.

Roothooft «Dat is zo. Ik probeer geen vervangmoeder te zijn. Voor een stiefkind kom je altijd op de tweede plaats. Jij bent vervangbaar, een ouder is dat niet. Loopt je relatie later op de klippen, dan zul je misschien één van de vele stiefmoeders zijn. Dat heb je niet zelf in de hand.»

HUMO Hoe noemt je stiefzoon jou?

Roothooft «Lola, dat is al langer mijn bijnaam. Mijn eigen zoontje noemt me soms ook Lola, of mama Lola. Als ik het tegen anderen over hem heb, dan heb ik het over het zoontje van mijn lief. Dat klinkt beter dan stiefzoon.»

HUMO Verkies je zelf de term plusmoeder boven stiefmoeder?

Roothooft «Nee, plusmoeder vind ik zo belegen klinken. Toen ik het een paar jaar geleden aan mijn stiefzoon vroeg, zei hij: ‘Ik vind jou mijn kwartmoeder.’ Hij had er een hele theorie bij bedacht: aangezien hij maar de helft van de tijd bij ons woont en ik de wederhelft van zijn papa ben, had hij uitgerekend dat ik zijn kwartmoeder was. Prima voor mij (lacht).

»We moeten er niet onnozel over doen: het stiefouderschap stelt je op de proef, maar het maakt je leven zoveel rijker. Het is alleen een kwestie van durven, want eenvoudig is het niet. Bekijk het als een gezin in het kwadraat. En er is niemand die jou kan zeggen hoe het moet: zoveel voorbeelden lopen er nog niet rond.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234