null Beeld

Onschuldig in voorhechtenis: Jano (79) en Jo (82) zaten drie maanden in de cel op verdenking van pedofilie

In België zitten 28,3 % van de gevangenen in voorlopige hechtenis. Bijna vier op de tien gedetineerden wachten dus op hun proces – een verblijf in het vagevuur dat jaren kan aanslepen. En geregeld raken onschuldigen in het vangnet van Vrouwe Justitia verstrikt. Zoals Jano Dambruyne en haar man Jo Braem (82), die drie maanden ten onrechte achter de tralies zaten wegens vermeende pedofilie.

(Verschenen in Humo 3434 op 27 juni 2006)

Op Maart 2000 vielen acht rijkswachters binnen bij het bejaarde echtpaar. Jano, Jo en hun huisvriend Dries Bouthé werden ervan beschuldigd vier buurjongens te hebben misbruikt. Later zouden ze alle drie worden vrijgesproken voor de correctionele rechtbank in Ieper en het hof van beroep in Gent, want bewijzen waren er niet: de kinderen vertoonden geen lichamelijke sporen van misbruik, en de destijds 77-jarige Jo bleek zelfs impotent.

De jongens waren ook maar één keer ondervraagd door de politie – de andere verklaringen waren genoteerd door hun ouders. De drie maanden in de Brugse gevangenis waren met name voor Jo een calvarietocht. Drie medegevangenen wilden ‘die pedofiel’ ophangen aan de trapleuning. En om te zien of hij nog erecties kon krijgen, kreeg hij inspuitingen in zijn penis, gevolgd door elektroshocks.

Humo sprak met het echtpaar eind vorig jaar. Intussen is Jo Braem overleden, volgens zijn weduwe door toedoen van wat hem is overkomen. ‘Jo is op de tweede Kerstdag gestorven. Zijn dood is het gevolg van het proces, daar ben ik van overtuigd.’ Jano Dambruyne wilde graag dat dit interview werd gepubliceerd: ‘Zodat de mensen beseffen wat ons is aangedaan.’

JANO DAMBRUYNE «We woonden al 38 jaar in ons huis in Ieper toen er een jong gezin naast ons kwam wonen. E. en L.D. hadden toen al een zoontje. In de jaren daarna zouden ze nog vier jongetjes krijgen, met telkens twee jaar ertussen. De kinderen kwamen vaak bij ons spelen. We vonden dat erg gezellig; ons eigen zoontje is gestorven als baby. We hebben wel een dochter, maar die heeft nooit kinderen gekregen. We hebben tien jaar lang voor hen gezorgd, omdat we hen zo graag zagen. We hebben daar nooit een frank voor gevraagd.»

JO BRAEM «We namen hen vaak mee naar de boerderij. Ik las soms verhalen voor, of ik vertelde over de Middeleeuwen. We gingen ook elk jaar met ze naar de kermis.»

JANO «Het waren doodbrave kinderen. Wat ze thuis niet mochten, mochten ze bij ons ook niet. Ze waren bijna nooit stout – eentje was af en toe wel nerveus. Maar niemand kan zeggen dat we ze hebben verwend. Of misschien toch: met onze tijd. Want de ouders hadden het altijd druk. De vader moest werken en de moeder was altijd aan het schilderen, aan het breien of aan het naaien? L. Was geen slechte moeder, maar ze hield alles graag netjes. Thuis moesten de kinderen hun huiswerk maken, ze gingen naar de turnles, de tekenacademie, de muziekles of de judoles. Ze hadden geen tijd om kind te zijn. Bij ons wel, daar mochten ze spelen. We hebben die jongentjes té graag gezien: het is onze fout geweest. We meenden het goed met die mensen. Het is zeer gemeen wat ze ons hebben aangedaan.»

HUMO Waarom is het fout gelopen?

JANO «Ik weet het niet. Achteraf ga je natuurlijk nadenken. Op het communiefeest van het vierde zoontje hadden de andere buren gezegd dat de moeder jaloers was. Maar ik heb daar toen geen aandacht aan geschonken. Mijn dochter heeft eens gezegd dat zij het ook niet leuk zou vinden als ze kinderen had die liever bij de buren gingen spelen. (Zucht) Op een dag vroeg de jongste ‘Tante Jano, mag ik ‘mama’ zeggen tegen jou? Ik zei van niet, omdat hij al een mama had. ‘Ga je mij dan kopen?’ vroeg hij. ‘Nee, ventje,’ heb ik gezegd. ‘Als ik jou koop, dan heb je geen broers meer. Maar je mag altijd komen spelen.’

»In de zomer van 1999 zijn ze nog bijna elke dag op bezoek geweest. L. heeft me nog gevraagd om de drie kleinsten op 1 september van de school te halen. Ik heb dat ook gedaan. Er was niets aan de hand. Tot de volgende middag. Ik had een grote kip klaargemaakt, het was te veel voor ons, dus ging ik vragen of de kindjes mochten komen eten. Maar L. reageerde bitsig: ‘Als die kip te groot is, stop ze dan in de diepvries! De vakantie is gedaan en de kinderen komen niet meer.’ Ik dacht dat ze één van haar buien had. Dat had ze wel vaker: soms liet ze niemand binnen en bleven de rolluiken de hele dag naar beneden. Maar toen de kindjes op het einde van die week nog altijd niet waren langsgekomen, begon ik het vreemd te vinden?»

'We beklagen het ons nog altijd dat we niet als eerste naar de rechter zijn gestapt, want dan heb je een voordeel'


Gevaar voor de maatschappij

HUMO Bent u met uw buren gaan praten? Want het waren ook vrienden.

JO «Op dat moment vonden we het allemaal maar vreemd. We waren ook verdrietig.»

JANO «Eind september ben ik nog eens langsgegaan met boter – om de twee weken brachten we een kwart kilootje voor hen mee van de boerderij. Maar de vader liet me op de stoep staan. ‘We hebben niets meer nodig.’ Zei hij. ‘Waarom komen de kinderen niet meer? Is er iets gebeurd?’ vroeg ik. ‘Luister Jano,’ – het was niet meer tante Jano, hij zei gewoon Jano. ‘Een maand geduld. We staan hier allemaal onder psychologische begeleiding.’ Toen ging de deur van de living open en kwam één van de kleintjes kijken; ‘Tante Jano, mag ik nog eens naar je huisje komen?’ Ik heb geantwoord: ‘Als het mag van papa en mama.’ Toen klapte E. de deur in mijn gezicht dicht.»

HUMO Wanneer kwam u te weten dat u verdacht werd van pedofilie?

JO «Een paar weken later. E. was de beste vriend van een neef van mij, ze waren allebei bij de para’s geweest. Ik heb hem gevraagd of hij wist wat er gaande was. Er was ‘iets’ met Jano en de kinderen, zei hij, zo’n zaak ‘waar vuiligheid bij betrokken is’.»

JANO “De jongste is daarna nog eens komen aanbellen; het regende en L. was niet thuis. Hij mocht niet lang blijven, zei hij, anders zou mama boos zijn. Als ik iets ‘vies’ met dat kind had uitgestoken, zou het toch niet uit eigen beweging zijn langsgekomen, zeker?”

JO «Een maand later kregen we een brief in de bus.»

JANO «Ik moest naar het vertrouwenscentrum in Kortrijk, naar de psychologe. (Boos) De ouders hadden haar verteld dat hun vier jongste kinderen zo veranderd waren. Dat ik de jongens had gedwongen mijn borsten aan te raken en hun vingers in mijn vagina stoppen. Ik was ook zogezegd met hen in bad geweest. Ons bad is amber 70 bij 70 centimeter, en dan staat er nog een zitbankje in! En daar zou ik met één, laat staan met vier kinderen in gezeten hebben? Komaan.»

JO «Mij hebben ze pas maanden later beschuldigd – nadat we aangehouden waren.»

HUMO U woonde naast de mensen die u beschuldigden.

JANO «Ik durfde na vier uur ’s middags niet meer op straat. Ik was bang dat ik de kinderen zou tegenkomen, met de gedacht: hoe zullen zijn reageren? Mag ik met ze praten? Zouden ze onder hun voeten krijgen van hun ouders?»

HUMO Dacht u niet, we moeten iets doen?

JO «We zijn naar een vriend van ons geweest, die vrederechter is. Hij gaf ons de raad de zaak te laten rusten.»

JANO «We beklagen het ons nog altijd dat we niet als eerste naar de rechter zijn gestapt, want dan heb je een voordeel. We hoopten dat het wel zou overwaaien, dat was fout.»

HUMO Want op 28 maart 2000 viel de rijkswacht bij u binnen.

JO «Om kwart over zes ’s avonds. Ik deed de deur open en er stonden twee rijkswachters. ‘Is het om almanakken te verkopen?’ vroeg ik nog. Want daarvoor kwamen ze vaak langs, de postbodes, de brandweer, de mannen van de vuilniskar,… ‘Je zult eens zien voor wat het is,’ riep één van de twee, en meteen gooide hij me met mijn hoofd tegen de muur. Ze hielden me met tweeën vast. Ik roep dat ze me los moesten laten, ik was woest. Intussen kwamen er nog zes andere rijkswachters binnen.»

JANO «Ze waren met negen, acht mannen en een vrouw. Ik moest mee voor ondervraging: waarover, dat konden ze niet zeggen. Maar we wisten dat het iets met de buren te maken had – iets anders kon het niet zijn. Het moest rap gaan, maar ik heb geïnsisteerd om eerst een kop koffie te drinken – we hadden van die middag niet meer gegeten! Ik dacht dat ik nog dezelfde avond weer zou thuis zijn.»

JO «Terwijl ze Jano wegbrachten, moest ik bij de rijkswachters blijven terwijl die het huis doorzochten. Ik had niets te verbergen – ik was alleen bang dat ze iets in mijn laden zouden steken, dat het verkocht was. Ik zei; ‘De eerste die iets probeert, krijgt met mij te doen!” Tegen elf uur ’s avonds was de huiszoeking afgelopen. Toen moest ik ook mee. Maar er was blijkbaar geen plaats meer bij de rijkswacht, dus moest ik naar de politie.»

HUMO De huiszoeking had niets opgeleverd. Wat gebeurde er ondertussen op het bureau van de rijkswacht?

JANO «Ze noteerden mijn naam en zeiden dat ik de kinderen mishandeld had. Ik heb gezegd dat dat niet waar was. Ik dacht dat ik na de ondervraging zou mogen gaan, maar de gendarmes lachten me gewoon uit; ‘Ah zo, gij denkt dat ge naar huis moogt?’ Ik moest mijn jas en schoenen uitdoen. Ik vloog in de cel. Daar stond een bak – een bed kun je dat niet noemen – met een bebloed kussen erop. Ik heb een ander kussen geëist. Rond twee uur ’s nachts zijn ze me dan komen halen voor een nieuwe ondervraging.»

HUMO Welke vragen stelden ze?

JANO «Heel de tijd hetzelfde. Wat we met die kinderen deden. En dat ik het maar gewoon moest zeggen. Maar er viel helemaal niets te zeggen! Die ondervragingen, die waren schandalig… (Spuwt het uit) ‘Hoe bedreef u de liefde met uw man? Mocht hij zijn piemel in uw mond steken? Mocht hij zijn zaad schieten?’ (Stampt met haar voet op de grond) Ik heb gezegd: ‘Meneer, wat u daar zegt… Ik weet niet eens dat dat bestaat.’ Ik was gechoqueerd in hun plaats. Of mag dat zomaar, dat de jeugd van tegenwoordig zulke vragen stelt aan mensen van onze leeftijd? ‘Zeg het maar, madame, we gaan niet kwaad zijn.’ Ik zei ‘U mag me op de brandstapel zetten als Jeanne d’Arc, ik blijf hetzelfde zeggen’.»

JO «Tegen mij zeiden ze voortdurend: ‘Zeg toch dat je iets hebt gedaan, dan is het hier direct afgelopen. Geef gewoon toe. Het zal u minder duur te staan komen.’ De onnozelaars. Ik ben boos geworden, ik wist dat ik niets misdaan had. De volgende ochtend brachten ze mij naar de rijkswacht, waar ze mij opnieuw anderhalf uur ondervraagd hebben. Op het eind zei er eentje: ‘Ofwel zijt ge een heel slim manneke, ofwel zijt ge volledig onschuldig.’ Het laatste dus.»

HUMO Toen moest u verschijnen voor de onderzoeksrechter.

JANO «Wij kenden die man, want wij kwamen vroeger bij zijn moeder thuis in Sint-Martens-Latem. Maar ik mocht van hem niet ‘vriendschappelijk’ doen. Hij begon opnieuw met die cirque van vragen. Dat ik met de kindjes in bad ging en dat ze vagina’s moesten tekenen? Ik kon niet eens geloven dat die kleine snotters wisten wat dat was. Pas de volgende ochtend heb ik van onze advocaat gehoord wat er met Jo was gebeurd. De advocaat zei ook dat snel zou blijken dat het allemaal één groot misverstand was. Maar dat gebeurde niet. Volgens het parket waren wij een gevaar voor de maatschappij.»

undefined

null Beeld


30 jaar cel

HUMO En dus vloog u voor drie maanden achter de tralies.

JANO «Ik was blij dat ik mijn handtas bij me had. De dag van onze aanhouding was ik toevallig naar een bank geweest, en er zat negenduizend frank in. Als je de gevangenis binnenkomt zonder geld, ben je een sukkelaar hoor. Eten krijg je genoeg en het is eetbaar – als je niet te kieskeurig bent. Maar verder moet je voor alles betalen: verzorgingsproducten, een tv huren, tijdschriften,… Toen ik binnenkwam in de gevangenis heb ik één postzegel, één pen, één omslag en één blad papier gekregen: dat was alles.»

HUMO Aan wie hebt u die eerste brief geschreven?

JANO «Aan mijn dochter; om postzegels te vragen. (Trots) Mijn vrienden hebben mij voor 12.500 frank aan postzegels gestuurd. Ik heb 300 brieven gekregen – Ik heb er 265 kunnen beantwoorden. Ze hebben Jo ook postzegels gestuurd, maar die heeft hij nooit gekregen.»

JO «Jawel, de dag dat ik buitenkwam! Toen kreeg ik voor 12.500 frank aan postzegels mee naar huis. Als je de naam hebt dat je een pedofiel bent, mag je niks. Ik mocht niet samen met de andere gedetineerden eten; dat was te gevaarlijk, want ze zouden mij willen pakken. Ik mocht niet mee op wandeling en mocht niet naar de gemeenschappelijke zaal. Alleen op zondag mocht ik mijn cel uit, om naar de mis te gaan.»

HUMO Had u dan een cel voor u alleen?

JO «Ik heb daarnaar gevraagd, maar toen ik ’s avonds terugkwam van de onderzoeksrechter, zat er een andere gevangene in mijn cel. Die man had een speciaal geloof. Ik weet de naam niet meer…»

JANO «Dat was een getuige van Jehova.»

JO «Ja, een getuige van Jehova. Hij wilde me over zijn godsdienst vertellen, maar ik moest er niet van weten. Ik had het al moeilijk genoeg om mijn eigen geloof vol te houden. ’s Nachts stond hij op; dan begon hij te roepen tegen de vier evangelisten, dat ze hem in de steek hadden gelaten. Angstaanjagend. Eén keer is hij midden in de nacht op mij gesprongen, met een mes dat er nog lag van mijn avondeten. Het was niet scherp, maar ik was toch bang. Hij pakte mij vast bij mijn haar, maar toen veranderde hij plots van gedacht: ‘Gij zijt nen brave, ik ga u laten leven,’ zei hij.»

HUMO Konden de cipiers u niet beschermen?

JO (lacht groen) «Beschermen? Ze lachten me uit. Een andere keer werd ik aangevallen door drie broers. We waren op weg naar de bezoekzaal. Dan moest je in groep een lange trap af naar beneden; de cipiers gingen niet mee. Plots stonden er drie mannen naast me. ‘We gaan je aan de leuning hangen,’ dreigden ze. Ze trokken aan mijn ceintuur en wilden die al rond mijn nek hangen. Ik weet niet hoe, maar ik ben op het nippertje kunnen ontsnappen. De cipiers lachten daar gewoon mee. Maar ik weet dat ze bang waren, van die drie.»

HUMO Waarom probeerden ze u op te hangen?

JO «Dat doen ze met mensen van wie ze denken dat het pedofielen zijn. Je kan nog beter de nationale bank overvallen.»

JANO «Jo heeft nog altijd slaapproblemen. Hij moet ’s nachts zo’n apparaatje over zijn neus dragen.»

JO «Wie wel heeft geholpen, is de aalmoezenier. Een heilige man. Ik heb hem verteld over die drie broers; hij wist meteen om wie het ging en hij beloofde me dat het nooit meer zou gebeuren.»

JANO «Ik zat in de vrouwengevangenis, en mij hebben ze altijd met respect behandeld – de andere gevangenen en de bewaaksters. Ik vertelde niet waarom ik daar zat, maar in de gemeenschappelijke zaal zeiden ze tegen me: ‘We hebben het gelezen in Blik.’ Onze foto had erin gestaan.»

HUMO Was u bang dat u er nooit meer weg zou geraken?

JANO «Ik was bang. Jo heeft altijd geloofd dat we vrij zouden komen.»

JO «Omdat we onschuldig waren!»

JANO «Soms dacht ik: moet ik hier nu voor de rest van mijn dagen zitten? Kan je je dat voorstellen, dat je recht in je schoenen staat en toch opgesloten wordt? Wij riskeerden 30 jaar cel. Dat zou voor de rest van ons leven zijn, hè. Ik heb altijd gezegd: ‘Als ik hier buitenkom, ga ik nooit meer terug. Maar als ik terug moet komen, dan maak ik me van kant.’ Het was een geschenk van God dat we veel vrienden hadden die ons steunden en ons kwamen bezoeken. Anders hadden we het niet overleefd.»

HUMO U bent katholiek. Hebt u iets aan uw geloof gehad, in de cel?

JANO «Het geloof was mijn houvast. Ik heb gebeden. Ik ga nog elke dag naar de kerk. Ik heb geen pastoor nodig, ik ga gewoon naar binnen en praat een paar minuutjes met God.»

'Ik mocht niet samen met de andere gedetineerden eten; dat was te gevaarlijk, want ze zouden mij willen pakken'


Spuitje in de penis

HUMO U bent allebei op leeftijd. Hoe was het gesteld met uw gezondheid?

JO «Heel goed – voor ik naar het ziekenhuis moest.»

JANO «We mochten elkaar twee keer per week een uur zien, maar op een middag kreeg ik te horen dat Jo niet zou komen. Waarom konden ze niet zeggen. Achteraf bleek dat hij naar het ziekenhuis was voor een onderzoek bij de uroloog.»

JO «Ze wilden zien of ik nog erecties kon krijgen. Ze gaven me inspuitingen in mijn penis; daar gingen ze in met een zilveren naald. Dat gebeurde onder verdoving. Achteraf werd ik wakker op een ziekenhuisbed. Toen hebben ze me elektroshocks gegeven op mijn geslacht: omdat het niet lukte met de inspuitingen, wilden ze zien of ik op die manier wél erecties kon krijgen.»

HUMO Was dat pijnlijk?

JO «Op het moment zelf had ik er niet veel last van, ik was ook nog een beetje verdoofd. Maar het was vernederend. Sindsdien heb ik ook last van mijn prostaat.»

JANO «Jo was een heel sterke man – buiten een maagzweer mankeerde hij niets. Maar vanaf toen is hij aan de sukkel.»

HUMO Het onderzoek wees uit dat u impotent was.

JO “De conclusie was dat ze niets gebeurd kón zijn – dat ik niets kon doen.”

HUMO U werd ook onderworpen aan een psychologische test, om te zien hoe u reageerde op porno.

JO «De psycholoog liet foto’s zien van vagina’s. Ik moest dan zeggen wat ik zag. Dat was choquerend. (Schamper) Maar het hoorde bij het onderzoek, zeker? Ik moest ook zeggen wat ik van foto’s van – geklede – mannen en vrouwen vond: wie er volgens mij slecht was en wie goed. Ik heb dan maar iets gezegd, dat de mensen die lachten goed waren en de mensen die niet lachten slecht. Maar ik weet niet of dat het goede antwoord was, dat hebben ze me nooit verteld.»

HUMO Ook voor de leugendetectortest was u allebei geslaagd.

JO «Ja, die is goed gegaan.»

JANO «De meneer die de test deed zei dat ik bij één vraag had getwijfeld. Die vraag was: ‘Bent u Belg?’ Ik wilde eigenlijk zeggen: ‘Ik ben Vlaming.’ Wij zijn heel Vlaamsgezind, ziet u.»

'Als de politieagenten bij voorbaat van de schuld overtuigd zijn, bestaat het risico dat ze zich als rechter beginnen te gedragen'


Verbannen

Na zes weken gaf de eerste raadsman van Jano en Jo, een advocaat uit Ieper, er de brui aan. Zoek een zwaargewicht van buiten de streek, luidde zijn laatste advies. Dat werd Jef Vermassen.

JEF VERMASSEN «De zaak rammelde aan alle kanten. Om te beginnen had de onderzoeksrechter Lamerant het dossier nooit mogen behandelen. Hij kende die buren van mijn cliënten persoonlijk, hij had er vroeger als advocaat zelfs een burgerlijke zaak voor geplet. Gelukkig heb ik dat kunnen bewijzen, met het vonnis in de hand. Er was minstens sprake van een schijn van partijdigheid. Connerotte hebben ze destijds voor minder gewraakt in het spaghettiarrest. In het eigenlijke onderzoek waren ook grove fouten gebeurd. Tijdens een ondervraging had één van de kinderen eruit geflapt dat er niets gebeurd was. Van een neutrale ondervrager zou je verwachten dat hij zo’n verrassende verklaring verder uitspit, maar wat bleek uit het verslag? De ondervrager had de opmerking compleet genegeerd en was over koetjes en kalfjes begonnen.

»Even later had hij een nieuwe vraag gestald: ‘En vertel nu eens, hoe is het allemaal gebeurd?’ Zie je, dat is nu een typisch voorbeeld van een eenzijdige en totaal onprofessionele ondervraging. Als de politieagenten bij voorbaat van de schuld overtuigd zijn, bestaat het risico dat ze zich als rechter beginnen te gedragen. Voor mijn cliënten was het hele onder zoek ook gruwelijk vernederend. Ze hebben Jo Braem beelden laten zien van seksuele praktijken waarvan hij het bestaan niet eens vermoedde. Mijn cliënten hadden een onberispelijke reputatie. En dan zouden ze plotseling zulke verschrikkelijke dingen doen? Kom nou, pedofiel wordt je heus niet op je tachtigste.»

Luc Lamerant is nog steeds onderzoeksrechter in Ieper, maar veel wil hij niet kwijt over de zaak.

LUC LAMERANT «Ik heb het gerechtelijk onderzoek geleid, maar dat is geheim.»

HUMO Klopt het dat u, vóór u het onderzoek leidde, ook al de raadsheer van de aanklager was geweest?

LAMERANT «Ik kan u geen informatie geven over die zaak.»

HUMO De vraag slaat op de periode vóór u de zaak leidde. Mag u niets zeggen over onderzoeken in het algemeen?

LAMERANT «Ik weet waar u naar toe wilt.»

HUMO En waar wil ik naar toe?

LAMERANT «Daar kan ik niet op antwoorden (lachje)

HUMO Zo’n uitgebreid medisch onderzoek naar de potentie, is dat gebruikelijk in zedenzaken?

LAMERANT «Dat hangt af van de zaak.»

HUMO En pornografische foto’s tonen aan verdachten?

LAMERANT «Daar kan ik niet op antwoorden. Maar iedere zaak heeft zijn eigenaardigheden.»

HUMO Is er iemand die daar meer uitleg over zou kunnen geven?

LAMERANT «Normaal de persrechter, maar die is voor langere periode ziek. Ik ben plaatsvervangend persrechter, maar ik kan moeilijk uitleg geven over een onderzoek dat ik zelf heb geleid. De rechter in Ieper en het hof van beroep in Gent hebben een vonnis geveld; daarmee moet u genoeg weten.»

VERMASSEN «Mijn cliënten zijn zowel in eerste aanleg als in beroep vrijgesproken. Onschuldig dus, maar door de drie maanden in voorhechtenis zijn ze toch vreselijk gestraft. Ik snap niet waarom ze zijn aangehouden, en ik snap nog minder dat het aanhoudingsbevel keer op keer werd verlengd. Deze zaak heeft een wrange nasmaak. De wet van 20 juli 1990 legt strenge beperkingen op aan de voorlopige hechtenis. Je kunt een verdachte niet zomaar in de cel houden. (Docerend) Er moet sprake zijn van vluchtgevaar, gevaar op recidive, het zich verstaan met derden of het laten verdwijnen van bewijsmateriaal.

»Maar mijn cliënten vormden geen enkel risico voor de openbare veiligheid en al evenmin voor het goede verloop van het onderzoek. En het is niet gestopt met die voorhechtenis. Mijn cliënten zijn na drie maanden vrijgelaten, maar onder strikte voorwaarden. Merkwaardig genoeg werden die door de onderzoeksrechter om de drie maand verlengd, en dat meer dan twee jaar lang. Mijn cliënten mochten zich niet meer in Ieper vertonen, zelfs niet om naar een begrafenis te gaan – alsof ze zich daar in de kerk aan een kind zouden vergrijpen! Al die tijd hebben ze als ballingen moeten leven.»

JO «Sinds we zijn vrijgekomen, zijn we zeven keer verhuisd. We hebben bij onze dochter gewoond, in een caravan, in een appartement aan zee,… Het eerste anderhalf jaar dachten we: ooit gaan we terug naar Ieper, dus bleven we huur betalen. Maar het was geen doen geweest; weer naast die mensen gaan wonen…»

HUMO U bent twee keer vrijgesproken omdat er niet genoeg bewijzen waren.

JO «Ze weten dat je onschuldig bent, maar ze gaan toch in beroep. Waarom? Om de zaak te rekken. Dries (Bouthé, red.) is na de eerste vrijspraak gestorven.»

'Het gerecht is er in drie soorten: voor mensen zonder geld, voor mensen met een beetje geld en voor mensen met heel veel geld'


Sorry, geen excuses

HUMO Bent u boos op het gerecht?

JANO «Natuurlijk zijn we boos op het gerecht. Er zijn zoveel dingen gebeurd door vriendjespolitiek – dat is achteraf allemaal uitgekomen. (Slaakt een diepe zucht) Ik ben zo blij dat we gewonnen hebben.»

JO «Als je zoiets meemaakt, is er toch veel onrechtvaardigheid in de wereld, hè. Het gerecht is er in drie soorten: voor mensen zonder geld, voor mensen met een beetje geld en voor mensen met heel veel geld. Iemand zonder geld wordt direct veroordeeld. Iemand met een beetje geld mag pas naar buiten wanneer hij platzak is. Iemand met heel veel geld komt ervan af met een boete. Wij zijn veel geld kwijt.»

HUMO Gaat u een schadevergoeding vragen?

JO «Ja: duizend frank voor elke dag dat we in de gevangenis hebben gezeten. Financieel hebben we klappen gehad. Elke keer dat we meester Vermassen zagen, kostte dat 2500 euro. Zes keer in totaal. Maar daar was álles inbegrepen – we hebben alles te danken aan meester Vermassen.»

JO «Waar we nu wonen, betalen we 550 euro huur; voor ons vorige huis was dat maar 275 euro. We zijn bewijzen aan het verzamelen dat we materiële schade hebben geleden. Maar op veel moeten we niet hopen. De staat heeft toch geen geld, daar moet je het niet gaan halen.»

HUMO Heeft iemand zich achteraf ooit tegenover u verontschuldigd?

JANO «Nee. Dat is het pijnlijke. Zo’n verontschuldiging zou mij al het gevoel geven dat we in ere hersteld zijn. Maar niets, niets, niets.»

HUMO Wat vindt u van het systeem van voorhechtenis?

JANO «Wat ze met ons gedaan hebben, vind ik schandalig. We waren niet eens veroordeeld, maar vanaf het moment dat we werden opgepakt, zijn we als criminelen behandeld. Ik vond het altijd zo triest als we uit de combi moesten stappen met handboeien aan. Als we eenmaal in het gerechtsgebouw waren, mochten die weer uit: waarom zijn die dingen dan nodig? Iedereen ziet je zo op straat, dat is heel vernederend. Maar ik zei altijd; ‘We hebben niets misdaan, we moeten onze fierheid behouden. We moeten tonen dat we recht in onze schoenen staan!’ We hebben nooit ons gezicht verborgen.»

HUMO Zint u op wraak?

JANO «We zijn niet boos op de kinderen. Ik heb nog verdriet om hem. Als de moeder een geweten heeft moet ze toch wroeging hebben?»

JO «Ze beginnen hun eigen leugens te geloven.»

JANO «Ik wens de ouders de zeven plagen van Egypte toe, het slechtste wat het leven kan brengen. Ik hoop wel dat de kinderen zich komen verontschuldigen. Misschien zijn wij er dan niet meer, maar ik hoop dat onze dochter het nog mag meemaken.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234