Onze Man ging van deur tot deur met een getuige van Jehova: 'België is een moeilijk land voor bekeringen, omdat veel Belgen financiële problemen hebben'

De getuigen van Jehova kwamen enkele weken geleden in opspraak na een 'Pano'-reportage waarin werd blootgelegd hoe de top van de beweging al jarenlang seksueel misbruik toedekt via een intern rechtssysteem. In 2001 ging Humo-journalist Jan Hertoghs op pad met een getuige van Jehova. Lees hier de reportage.

(Verschenen in Humo 3204 van 29 januari 2002)

'Al is er maar één mens die luistert, dan nog is er vreugde bij de engelen in de hemel'

lk ben zelf van deur tot deur gegaan. Voor de missies, voor de Vlaamse paters die ergens tussen de rijstveiden van India dorpen bouwden en het woord Gods brachten met een brommer en een schoolbord. Eén week per jaar was het missiespaarweek en begon de nietsontziende competitle op het Xaverius-college; de klas te zijn die het meeste geld ophaalde, dat was de felbegeerde titel. En ik heb met alles geleurd, met kalenders, met gemalen koffie, met ballonnen in de vorm van een nijn, met zoete spekken, maar vooral met dunne boekjes waarop bruine kinderen stonden afgebeeld, glunderend boyen een dun telitje rljst.

Het was één van de beste weken van het schooljaar. Er was geen hulswerk, in de lessen werd geld geteld, en elke dag liepen we tot negen uur 's avonds door de straten, nieuwe bellen en nieuwe avonturen tegemoet. Een vent die krakend vloekte op de paters, de pastoors en de paus, een dure madame die honderd frank uit een Chinese vaas haalde, een vrolijk en verwarrend meisjesgezicht, o zachte donkere oktoberstraten, waar zijt ge gebleven.

Deze afspraak is anders. Het is een woensdag in januari, zonnig en zes graden, en ik heb me deftig gekleed: een braaf wit hemd, een bescheiden grijze pull en een donkere jas. Hij arriveert met das en hemd en fijne wollen jas. En zo gaan we, twee heren langs de huizen, een getuige van Jehova, en ik als stilie getuige. Ik vermoed dat mijn meegaan een zeldzaam privilege is; elders hoorde ik dat beginnende getuigen pas na een jaar bijbelstudie gevraagd worden om een keertje mee te gaan. En ik ben dan nog een werelds persoon, een ongelovige!

'Er zijn op dit ogenblik zes miljoen gedoopte Getuigen van Jehova op de wereld,' zegt Leo Moonen (55). ‘Daarvan wonen er 26 a 30.000 in België, en negentig procent daarvan gaat prediken van deur tot deur.’ U moet zich Vlaanderen voorstellen op een zondagvoormiddag. Terwijl u nog op het oorkussen der ledigheid ligt, gaan zo’n twaalfduizend predikende Getuigen van huis tot huis. Leo is een van die verkondigers, en 1975 was zijn beginjaar. Voor vanmiddag staan enkele straten van Berchem op het programma. Leo heeft ze niet zelf gekozen, een ouderling van zijn gemeente heeft de straten en de huizen waar aangebeld moet worden op kleine papiertjes geschreven. Wat maakt dat Leo tijdens het rondgaan voortdurend blaadjes uit zijn jaszak diept, om te zien welke straat hij moet nemen en op welke bellen hij moet duwen. Bij de belletjes staan ook streepjes, en daaraan kan Leo zien hoe vaak de bewoner bij vorige bezoeken afwezig is geweest.

In het eerste huis doet een Turkse man open. Leo vraagt enigszins cryptisch of de man geïnteresseerd is in de mensheid en in het ontstaan ervan, maar onze Turk moet direct gaan werken. Leo vraagt dan of hij later eens mag terugkomen. Dat mag gerust, 'altijd welkom!' De deur gaat dicht en Leo glundert van oor tot oor, Wat denkt ge daarvan?! Als dat geen positief begin is! En dat al bij de eerste deur!

De volgende tien belletjes doet niemand open. Leo zet streepjes. Als een bewoner driemaal niet thuis is, drie streepjes dus, wordt een bijbeltraktaatje in de bus gestopt.

Een jongeman doet open met een gias Rodenbach in de hand. Leo zegt dat de aarde ooit goed was, en dat er nu problemen zijn, maar dat de aarde toch weer goed zal worden’. De jongeman vraagt 'van welke instantie hij is'. Als hij hoort dat het om Jehova gaat, is hij 'niet geïnteresseerd’. Het deert Leo niet; hij vindt dat we toch een goed gesprekske hebben gehad.' Weer vijf huizen niemand thuis en de volgende die opendoet is een Turk die alleen maar Turkish kan zeggen. ‘No problem,’ zegt Leo, ‘We! Will! Come! Back! Later!’ En hij steekt wel vijf keer zijn duim op. De Turk knikt en Leo zegt dat hij zeer binnenkort 'something in Turkish' mag verwachten. De Getuigen hebben hun boodschap nu ook in een foldertje in tweeënvijftig talen.


Als 't maar waar is

Op nummer 29 mag hij NIET BELLEN staat op zijn papiertje, WANT VIJANDIG! Op 31 komt een bejaarde man in de deur. Leo heeft ten boodschap voor een nieuwe wereld, maar onze man heeft genen tijd, ik ben bezig, ik ben aan ’t kuisen, komt maar zien als ge me niet gelooft! Leo vraagt of de man misschien graag leest. Nee! Voor leren heb ik genen tijd. Ik ben maar alleen. En ik ben alles kwijt, mijn vrouw, alles! Dan heb ik goed nieuws voor u, zegt Leo, 'binnenkort gaat u uw vrouw terugzien!' De man houdt op met net schudden. Mijn vrouw terugzien? Ik zal u iets zeggen, kameraad! In de Diepestraat is een café! En daar hangt een bordje! En weet gij wat daarop staat? ‘Als 't Maar Waar Is!’ Dankuwel, zegt Leo, en nog een aangename dag verder.

Leo belt bij huizen waarvan ik zeker weet dat er niemand thuis is: het reclamedrukwerk zit nog dik in de bus, maar hij drukt onverdroten op de bel, 'want het werk moet gedaan worden.' Een Turkse vrouw is ook al 'niet geïnteresseerd', maar Leo vindt het niettemin 'toch positief dat ze zo goed Nederlands spreekt.' Na een uur en twintig minuten hebben we zo'n veertig bellen gedaan en amper zeven mensen thuis gevonden. Leo vindt het niet erg. 'Al is er maar één mens die luistert, dan nog is er vreugde bij de engelen in de hemel!' En die éne mens, dat was bij die eerste deur, daar gaat hij volgende week opnieuw langs. iInde auto duwt hij een cassette in. Net is het Bock Prediker, hoofdstuk vijf. Leo heeft de hele bijbel (in het Frans!) op cassette staan, Oud en Nieuw Testament, honderdtwintig bandjes, honderdtwintig uren bijbel 'voor ais ik onderweg ben.' Humo sprak met een bijbelvast mens.


A-B-C-D-E-F

HUMO Hoe vaak worden de mensen nu deur aan deur bezocht?

LEO «Mijn gemeente is een groot gebied, Berchem telt 40.000 inwoners, en toch slagen onze zeventig Getuigen erin al die mensen in zes maanden tijd te bezoeken. Soms na een keer aanbellen, soms na drie keer aanbellen. En zoals je gezien hebt, bellen we bij iedereen, Turken, Marokkanen, Russen, we slaan niemand over. We gaan ook in de grote blokken. Hier in mijn buurt zijn een paar blokken met honderdtwintig belletjes. Die doen we niet in een keer, maar in schijfjes. Elke zondag een tiental belletjes en na twaalf zondagen is zo'n blok gedaan.»

HUMO Daar moet een flinke boekhouding achter zitten?

LEO «O ja. Dat is een fantastisch systeem om dat allemaal bij te houden: alle straten, alle huizen en alle bellen van Berchem staan bij ons op steekkaarten. En telkens als je vertrekt, wordt dat op papiertjes overgeschreven, welke bellen nog gedaan moeten worden, en als die mensen dan bezocht zijn en thuis zijn, dan rapporteer je dat bij je terugkomst, en zo slagen we erin om niemand te vergeten. Is er ten appartementsgebouw met zeg maar zes rijen van zes belletjes, dan is dat verdeeld in zes rijen A-B-C-D-E-F en elke letter is dan nog eens verdeeld in zes nummers. De onderste bel van de eerste rij is A 1, de bovenste A6. En als iemand afwezig is, dan noteer je: 133 afwezig. Zo'n systeem is echt noodzakelijk als je georganiseerd wil prediken. Het zou ondoenbaar zijn ais elke Getuige zo'n beetje zijn straten en zijn belletjes zou uitkiezen.»

HUMO Je begint aan de deur over een goede boodschap en een nieuwe wereld, maar je zegt nooit meteen dat je een Getuige van Jehova bent.

LEO «Nee, want dan doen mensen te snel de deur dicht. ik begin meestal met een vraag. Goeiemorgen, mevrouw of mijnheer. Mag ik u enkele vragen stellen? En dan vragen ze, voorwadist eigenlijk?! En als je dan zegt, voor Jehova's Getuigen, dan is het och god, zijde daar weer? Dus meestal ga ik dan verder door te vragen of ik een paar zinnen mag voorlezen uit de bijbel, een paar zinnen die heel actueel zijn. Maar dan begint het dikwijls al, Watte? Den bijbel?! Da kennekikal! Loot inij gerust! Ik heb genen tijd! lk ben bezig! En dat geloven wij allemaal, want een mens is altijd bezig, maar in onze opleiding leren wij ons zo te introduceren dat de mensen wel even tijd maken om naar ons te luisteren.»

HUMO Bijvoorbeeld door in te spelen op de directe actualiteit.

LEO «Neem dat het verkiezingen zijn, dan zal ik zeggen: u gaat binnenkort stemmen voor een nieuw politiek stelsel in België, maar weet u dat weldra alle wereldstelsels zullen worden vervangen door een stelsel dat afkomstig is van degene die alles gemaakt heeft?! En dan zijn ze verrast, wat is dat allemaal, meneer?! Wie bent u eigenlijk? En ais je dan zegt dat het gaat over ten stelsel dot door Jezus Christus als Koning is ingesteld, ja, dan weten ze het alweer, Den bijbel zeker?! Dat interesseert mij niet! En op dat moment mag je ook niet meer aandringen. Je kan ook niet met omwegen bezig blijven, je moet durven zeggen wat de boodschap is.»


De Theocratische School

LEO «Soms begin ik ook wel eens humoristisch. Op een keer kwam ik aan een huis met een tuin vol prachtige bloemen, die mevrouw doet open en ineens kwam dat eruit: ‘Mevrouw, dat is hier een paradijs met al die bloemen! En zij moest lachen om die openingszin, en ik heb daar wel een kwartier staan babbelen over de bijbel, en dat de aarde later ook een paradijs zou worden, en dat haar tuin daar al een voorbeeldje van was.»

HUMO Hebben jullie een handbock met tips voor het prediken?

LEO «Ja. Dat boekje beet 'Redeneren aan de hand van de Schrift', dat is een intern document en daarin staat geschreven hoe wij de mensen kunnen aanspreken en wat je moet zeggen als de mensen een gesprek willen afwimpelen. Dat zijn dan opmerkingen als ‘Ik interesseer me niet voor godsdienst' of 'Ik interesseer me niet voor Jehova' of 'Ik heb mijn eigen geloof’ of ‘Ik heb het te druk' of 'Waarom komen jullie zo dikwijls’. Op al die opwerpingen vind je ten repliek in dat boekje. Ook als de mensen zeggen, ik ben katholiek, jood, moslim of boeddhist, in dat boekje staat steeds wat de beste reactie is. Je vindt er ook alle soorten van aanleidingen die je kan aangrijpen om een gesprek te beginnen. Neem dat er in de buurt een overval of een inbraak is gebeurd, dan zullen wij zeggen: u hebt toch gehoord van die overval, en dat is dan een aanleiding om het over de criminaliteit en andere actuele problemen te hebben, maar vooral dat er een oplossing mogelijk is.»

HUMO Je had het over een opleiding.

LEO «Ja. Elke week zijn er in onze vergaderzaal twee dienstvergaderingen, waarin over de bijbel wordt gesproken en waarin ook geleerd wordt hoe je de mensen het best aanspreekt. Dat zijn dan ervaringen die je uitwisselt.

»Naast die vergaderingen hebben we nog de Theocratische School en daarin leer je hoe je met de mensen moet spreken en hoe je met ze redeneert. In feite is dat een permanente scholing. Ik ben nu zevenentwintig jaar bij de Getuigen, en ik volg dat nog altijd. In die school oefenen we ons in (neemt zijn lijstje met circa dertig punten): duidelijk zijn, begrijpelijk zijn, enthousiasme, warmte en gevoel, belangstelling wekken bij de inleiding, geschikt thema zoeken als inleiding, enzovoort. Wie op al die punten een 'goed' wil halen, is toch wel één á twee jaar bezig. Maar niemand is verplicht die school te volgen. Je doet dat uit vrije wil.»

HUMO Worden Getuigen verplicht van deur tot deur te prediken?

LEO «Niemand wordt verplicht, maar negentig procent van de Getuigen gaat niettemin prediken. Alleen wie er vierkant legen opziet, omdat hij stottert of te verlegen is, blijft thuis.»


Het kind en de bijbel

HUMO Mag een Getuige dialect spreken aan de deur?

LEO «Nee. Je moet een beschaafde taal spreken, daar moet je op letten, en je moet ook niet gebaren leren te spreken. Het is heel overtuigend als je met je handen spreekt. Je moet daar niet met de armen langs het lichaam staan zoals een houten klaas.»

HUMO Kunnen kinderen ook de Theocratische School volgen of moeten ze het 'vak' leren door met hun ouders mee te gaan?

LEO «Je kan die Theocratische School volgen van jongs af, je ziet daar zelfs kleine kinderen die al vanaf viervijf jaar toespraakjes leren houden. Dat zijn voordrachtjes van zo'n vijf minuutjes. En ze staan dan tegenover een andere Getuige in de zaal (Koninkrijkszaal, jh), die speelt de rol van huisbewoner, en dat kindje houdt dan zijn toespraakje over bepaalde toestanden in de wereld.»

HUMO En wordt dat kind dan bars onderbroken door die 'huisbewoner'?

LEO «Nee, nee! Die luistert en die stelt vragen aan dat kind. Ah ja? Is dat zo? En waarom is dat zo? En dan antwoordt dat kind bijvoorbeeld dat er een evangelie is van Mattheus waarin Jezus heeft gezegd dat... En zo Ieren ze antwoorden, en ze doen dat heel goed, je zou ervan versteld staan hoe goed die kinderen zijn! Dat zijn uiteraard ook de kinderen die van jongs af met hun ouders van deur tot deur gaan.»

HUMO Jullie verschijnen steeds deftig gekleed aan de deur.

LEO «Ja, geen slordige jeans of zo, maar een kostuum voor de mannen en een rok voor de vrouwen. En tot onder de knie hé, geen minirok! En liefst ook geen makeup of juwelen voor de vrouwen; een Getuige en uiterlijk vertoon, dat gaat niet samen. Als dat natuurlijk een bescheiden collier met parels is, dan mag dat. Als het maar bescheiden is.»

HUMO Jezus had lang haar. Mag een Getuige lang haar hebben?

LEO «Dat mag. Als het maar verzorgd is.»


Deurzetters

HUMO Waarom zijn de Getuigen altijd met z'n tweeën?

LEO «Dat is geen must, maar de meeste mensen gaan het liefst met iemand samen. En de regel is dan dat je om beurten spreekt. Zodat je van mekaar kan leren. Ik ben onlangs met een pionier op stap geweest. De pioniers, dat zijn de meest bedrijvige Getuigen, dat zijn mensen die maandelijks minimum zeventig uren prediken. Die zijn dan gepensioneerd of werken deeltijds en die gaan elke dag enkele uren prediken, vrijwillig en onbezoldigd. Als je zo'n pionier hoort spreken, man, dat gebeurt met zo'n enthousiasme en zo'n overgave, dat is leerrijk! Je hebt er zelfs die honderdtwintig uren per maand prediken. Of honderdvijftig! Dat noemen we de voltijdspredikers.»

HUMO Top-Getuigen kortom.

LEO «Jamaar, denk nu niet dat zij een medaille krijgen of dat het een competitie is. Ze doen het vooral als voorbeeld voor de anderen, zij zijn de aanspoorders.

»Onder de pioniers heb je dan nog de hulppioniers, die minstens vijftig uren per maand prediken, en daaronder de gewone predikers of verkondigers, die minder dan vijftig uren prediken. Een Belgische Getuige gaat per maand vijf á tien uren rond, dat is zowat het gemiddelde. Ik ben een heel bescheiden Getuige, want er zijn maanden dat ik maar één of twee uur van deur tot deur ga. Dat komt door mijn persoonlijke situatie. Mijn vrouw is geen Getuige, en dus kan ik niet zo voluit prediken als de anderen.»


Niet meer bellen

HUMO Sturen ze jullie soms op verplaatsing naar een andere gemeente waar te weinig Getuigen zijn?

LEO «Dat gebeurt bij ons maar heel zelden, omdat wij nogal een groot gebied hebben. Mensen van kleinere gemeentes zullen ze wel eens uitsturen naar andere gebieden. Maar dat is nooit een verplichting, dat is alleen maar een verzoek van ons bestuur in Brussel.»

HUMO Welke notitie maak jij op je papiertje als ik zonder iets te zeggen de deur dichtknal?

LEO «Dan zetten we een streepje bij je bel, en dan gaan we de maand daarop opnieuw bellen. Pas als je zegt: 'Ge moogt hier niet meer bellen', zullen wij ook echt niet meer bellen. Dat wordt dan op een aparte fiche genoteerd: straat, huisnummer, niet meer bellen.»

HUMO En dan kom je daar nooit meer terug?

LEO «Mja, dat durf ik niet zeggen. Soms raakt die kaart verloren of vergeten, en gaat men daar toch nog eens aanbellen. Het kan zijn dat die weigerachtige persoon intussen verhuisd is, dat kan toch!»

HUMO Wat denk je van al die mensen die zeggen, ik heb geen tijd?

LEO «Ik kan dat niet begrijpen. En meestal zeg ik dat ook: Hebt u dan niet even de tijd om eens na te denken over uw eigen leven?! Over uw eigen toekomst?! Maar blijkbaar staan de mensen niet graag stil bij die zaken.»

'België is een moeilijk land voor bekeringen, omdat veel Belgen financiële problemen hebben. Ze kopen te veel op krediet en dat zorgt voor ruzie in de gezinnen en een slecht humeur aan de deur'

HUMO Als mensen boos worden omdat je hen op zondagmorgen uit hun bed belt, wat moet je dan zeggen?

LEO «Dan moeten wij ons verontschuldigen. Sorry, wij wisten niet dat u nog in bed lag. Onlangs hebben we daarover nog een algemene opmerking gekregen: als de rolluiken naar beneden zijn, dan mag er zeker niét gebeld worden!»

HUMO Dankuwel hoor!

LEO «Ja, dat is de moderne tijd. De mensen slapen langer in het weekend en in de week zijn ze afwezig. Vandaar dat wij ook de moderne communicatie gaan gebruiken. In plaats van nog eens voor die deur te staan, zullen we die naam van de bewoner gaan opzoeken in de Witte Gids. En al die mensen die vinden dat ze ‘geambeteerd' worden aan de deur, zullen nu ook 'geambeteerd' gaan worden aan de telefoon. Dat is de moderne prediking. We moeten met onze tijd meegaan.»


De geest van Satan

HUMO Heb jij al wel eens een emmer water over je hoofd gekregen?

LEO « lkzelf nog niet, maar andere Getuigen al wel. Daar is dan wel politie bijgeroepen en zij hebben die bewoner een uitbrander gegeven. Zelf was ik een keer met mijn dochtertje toen een vrouw riep: ‘Als ge niet maakt dat ge weg zijt, dan laat ik mijn hond los en dan zult ge wat meemaken!!’ Mijn dochtertje was toen drie af vier jaar oud, en zij heeft toen wel een schrik gepakt.»

HUMO De appelverkopers in de eerste aflevering van deze serie vonden dat de agressie aan de deur was toegenomen.

LEO «Dat klopt. Onder mekaar hebben wij het er dikwijls over dat de mensen zich zo snel belaagd voelen. Het is precies alsof wij ze van hun vrijheid beroven, gewoon door aan te bellen. Ze willen niet dat iemand zich met hen bemoeit, ze willen honderd procent met rust gelaten worden.»

HUMO Zien jullie aan de deur een verschil in belangstelling tussen jongere en oudere mensen?

LEO «De jongeren zijn meer geneigd om naar ons te luisteren. Die staan nog open voor alles in het leven, die zijn nog zoekende, die zijn nog niet vastgeroest. Die zijn ook nog niet teleurgesteld in het leven zelf. Ouderen wijzen je soms af omdat het leven niet gebracht heeft wat ze ervan verwacht hadden. Die hebben dan een wrok tegen alles en iedereen.

»Ook mensen die voor het venster een affiche hebben hangen van 11.11.11 of een andere humanitaire organisatie, staan meer open dan anderen. We spelen daar ook op in door te zeggen, we zien dat a geïnteresseerd bent in de wereld en in het lijden van de medemens, en zo zijn we vertrokken hé.»

HUMO Zie je ook een verschil in belangstelling voor en na elf september 2001?

LEO « Oh ja, de mensen staan nu veel meer open voor onze boodschap dan ervoor. Toen het pas gebeurd was, zagen we het ook aan de mensen, ze waren kwaad, Hoe is dat nu mogelijk? Waar gaat de wereld naartoe? En waarom heeft God dat toegelaten?! En wij zeggen dan dat God dat niet gewild heeft, maar dat het mensen zijn die zoiets bedenken en uitvoeren. Mensen die niet geleid worden door de geest van liefde, maar door de geest van Satan, die de hele mensheid wil vernietigen.»


Preaching in the rain

HUMO Op onze ronde hebben we veertig belletjes gedaan in anderhalf uur. Is dat een normaal gemiddelde?

LEO «Ja, meestal doe je zo'n vijftig à zestig bellen in twee uur en daarvan zijn er dan vijf die heel eventjes willen luisteren. Bij een enkeling sta je vijf minuten te babbelen. Maar hij Bob Davidse, hij Nonkel Bob dus. heb ik zelfs een kwartier binnen gemogen, dat was een goed gesprek!»

HUMO Hoe incasseren jullie al die onverschilligheid, al die niet-geïnteresseerde deuren?

LEO «Wij trekken ons dat niet aan, wij blijven optimistisch. Wij kijken niet naar de reacties, maar naar het prediking-werk dat gedaan is: de mensen hebben ons gezien, de mensen hebben ons gehoord, er is in elk geval over Gods Woord gesproken. En die positieve instelling behoedt je ervoor teleurgesteld te zijn. Je mag ook niet aanbellen vanuit een negatieve gedachte; ‘het zal weer zijn van 'laat me gerust' en 'ik heb geen tijd' want dan ben je verkeerd bezig. Je moet steeds hoopvol gestemd zijn. Bij elk belletje opnieuw.»

HUMO Maar zo'n hele voormiddag onverschilligheid, dat moet toch zwaar wegen?

LEO «Nee. En als dat wel zo is, dan moet je er mee stoppen. Je mag ook niet denken dat je er alleen voor staat. Je moet erop vertrouwen dat er een engel meegaat als je gaat prediken; dat staat zo in de bijbel.

»En ik zal je nog wat vertellen. Een moeder was met haar dochter op ronde en overal kregen ze de deur op hun neus. En het werd middag en de moeder wou naar huis, maar dat meisje zei, toe mama, nog één deur, nog eentje. En die moeder wou niet, ze wilde eten gaan maken, maar dat meisje bleef aandringen, en ze deed ook een stil gebedje, Jehova, zouden we alstublieft die ene bel nog mogen doen?! Oké, de moeder geeft toe, ze bellen aan en daar doet een mevrouw open, en die heft de armen in de lucht, eindelijk!, eindelijk!, de hele voormiddag heb ik gebeden dat iemand met mij over de bijbel zou willen spreken en nu is mijn gebed verhoord. Dat is echt gebeurd, hier in Berchem, en zulke verhalen moet je voor ogen hebben. Dat er ergens iemand op de boodschap zit te wachten.»

HUMO Maar voor een kind dat met zijn ouders gaat prediken moet het toch erg zijn om in die warme huizen binnen te kijken en andere kinderen bezig te zien met spelletjes en stripverhalen?

LEO «Ik durf toe te geven dat dat niet zo makkelijk is. En sommige kinderen gaan dan zeuren, en als ouder moet je daar oog voor hebben en ze al eens een keertje thuis laten. Maar je hebt ouders die fanatiek zijn, en die hun kinderen élke zondag méénemen; alsof het robots zijn. Maar zo'n dwang leidt soms tot een breuk met het geloof.»

HUMO Gaan jullie prediken als het regent?

LEO «Als het niet echt pijpenstelen giet, waarom dan niet?! Bij regen krijg je de meest uiteenlopende reacties. Je hebt mensen die met hun armen in hun zij gaan staan, hoe is dat nu mogelijk? In zo'n strontweer rondgaan?! Hebt gij niks beters te doen? Zoudt ge niet beter thuis gaan zitten bij uw vrouw?! En twee deuren verder zeggen ze, awel, daar heb ik nu eens bewondering voor, zie! In zo'n weer rondgaan, chapeau! Zie je. Veel mensen zeggen dat ze niks van ons geloof moeten hebben, maar ze bewonderen wel ons doorzettingsvermogen.»


Nummer tien

HUMO Hoeveel mensen heeft jouw gemeente al tot 'het ware geloof gebracht'?

LEO « In die zevenentwintig jaar dat ik Getuige ben, heb ik tien mensen gedoopt weten worden.»

HUMO Zo weinig?! En daarvoor zijn dan zeventig Getuigen meer dan twintig jaar lang van deur tot deur gaan prediken?

LEO « Ja. Zelf moet ik zeggen dat ik nog niemand heb kunnen aanbrengen, in al die jaren.»

HUMO En is dat geen teleurstelling?

LEO «Nee. Je moet dat aanvaarden. België is een moeilijk land omdat veel Belgen financiële problemen hebben. De mensen kopen heel veel op krediet, kunnen het dan niet afbetalen en dat zorgt voor ruzie in de gezinnen en voor een slecht humeur aan de deur. De mensen luisteren ook niet meer zo goed, omdat ze zoveel aan hun hoofd hebben. In feite doen ze de deur alleen nog open om naar de supermarkt te gaan, raprap dat karreke vol en raprap terug naar huis. Zeker in de stad is het zo. Op de buiten zijn de mensen iets relaxter, iets meer geneigd tijd te maken.»

HUMO Jullie zijn bijna een anachronisme geworden in deze tijd. De laatste handelsreizigers van God.

LEO « Het is moeilijk en lastig, maar we houden vol. Want Jezus heeft gezegd: de ware christen moét het woord Gods prediken!»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234