null Beeld

Onze Man in de stoel van '1.000 zonnen': bezet!

Breng mee: een feestneus. ‘De stoel’, de populairste drie minuten van het zomermagazine ‘1.000 zonnen’, en elke weekdag het moment waarop een miljoen Eén-kijkers op het puntje van hun fauteuil te vinden zijn, is dit seizoen aan zijn tiende editie toe.

'Ik heb nog nooit een kankeraar naar de stoel weten komen. Het is een tegengif voor cynisme'

Het concept is simpel: ergens in Vlaanderen wordt een stoel neergezet, en op het eind van de uitzending wordt duidelijk waar. Wie er het eerst in gaat zitten, wint een reis. Kinderlijk eenvoudig, en toch. Zo’n 585 afleveringen van ‘De stoel’ zijn er op het moment van schrijven ingeblikt, en wanneer u dit leest, zijn er weer een vijftal bij gekomen. Wij bevinden ons bij de 586ste: een speelpleintje aan het eind van een doodlopende straat in een woonwijk in Schriek, volgens de laatste telling goed voor 5.001 inwoners, en nog nooit eerder bezocht door de ploeg van ‘1.000 zonnen’. Op weg naar de speeltuin passeren we het dorpsplein. Uitgestorven. Maar over anderhalf uur zullen net geen miljoen Vlamingen kennismaken met de deelgemeente van Heist-op-den-Berg.

De kijkcijfers van de eerste week ‘1.000 zonnen’ zijn goed, en daar heeft het weer veel mee te maken: het is de eerste draaidag van dit seizoen waarop de regen níét met bakken uit de lucht valt. Jean-Marie Aerts overschouwt het veldje waarop hij over een uur de befaamde strandstoel zal neerpoten. Hij is opgelucht: ‘Het staat niet helemáál onder water. Goed dat we vandaag naar hier gekomen zijn, in Limburg hadden we het niet moeten proberen.’ Het regent inderdaad niet, maar de egaal grijze lucht ziet er dreigend uit, en we duimen dat het droog blijft tot de opnames achter de rug zijn.

In alle tien seizoenen van ‘De stoel’ is Jean-Marie Aerts – niet te verwarren met de gitarist van T.C. Matic – de drijvende kracht achter die best bekeken drie minuten van de televisieluwe zomer. De knepen leerde hij decennia geleden op de sportdienst van de toenmalige BRT, waarna hij naar Groot-Brittannië verkaste om er onder andere voor Eurosport te werken. In de jaren 90 keerde hij terug om reportages te maken voor ‘Afrit 9’, een humaninterestprogramma over de gewone man dat al veel ‘Stoel’-allures had. Na omzwervingen bij ‘Vlaanderen Vakantieland’ en ‘Het leven zoals het is’ kwam hij terecht bij de brainstormsessies van ‘1.000 zonnen’, waar het idee voor ‘De stoel’ ontstond.

‘Die eerste afleveringen stonden we telkens met een hele ploeg de mensen op te wachten, maar ik kreeg al snel het gevoel dat er meer uit te halen viel. Dan moest ik het wel zelf doen, samen met één klankman.’ Sindsdien filmt Jean-Marie alles in zijn eentje. Ook de interviews met de deelnemers doet hij zelf. Een ploeg van twee man die heel Vlaanderen afreist, vandaag voor de gelegenheid aangevuld met ‘1.000 zonnen’-producer Johan Celen, één extra kracht die komt oefenen voor het geval dat de vaste geluidsman ooit zou uitvallen, en uw dienaar. Voor Jean-Marie staat geen vervanger klaar. Wanneer ik hem vraag wie zijn rol moet invullen mocht hij ooit met een griepje onder de leden zitten, wuift hij even. ‘Ik mag niet ziek worden.’ Oké, maar wat als? ‘Néé, je begrijpt het niet. Onmogelijk. Mag niet.’

null Beeld

'Eén keer had een man me vooraf bezig gezien: sindsdien stond hij élke dag vertrekkensklaar. En toen zijn locatie eindelijk in beeld kwam, won hij... niet'


Tomaat is ook fruit

Kijkers die in zeven haasten hun huis verlaten om zich in de stoel te werpen, kunnen maar beter het juiste voorwerp meebrengen. Wat dat moet zijn, wordt samen met de locatie bekendgemaakt. Daar zijn twee redenen voor, legt Johan uit. ‘Ten eerste geven we Jean-Marie zo de kans om vragen te stellen. En ten tweede: om uit te sluiten dat toevallige voorbijgangers de stoel opmerken en erin gaan zitten zonder de opdracht gezien te hebben op televisie.’

Al bestaan er manieren om de regels te omzeilen. ‘De snelste tijd in die tien seizoenen werd neergezet door iemand die toevallig voorbijkwam en de stoel zag staan. Hij had wel de tegenwoordigheid van geest om naar huis te bellen en te vragen wat het voorwerp die dag was. Een chronometer, zo bleek. Dus wat deed die man? Hij toonde de stopwatch-app op zijn gsm. Tja, we konden niet anders dan toegeven dat hij gewonnen had. Sindsdien proberen we voorwerpen te vermijden waarover discussie kan ontstaan. We zullen niet snel vragen om een zaklamp mee te brengen: daar bestaan tegenwoordig ook apps voor.

Maar twijfelgevallen blijven mogelijk. ‘Ooit vroegen we om een stuk fruit mee te brengen en kwam iemand met een tomaat aan. Die deelnemer konden we niet diskwalificeren, want een tomaat is volgens de wetenschap óók fruit. En wat als je vraagt om een vliegtuig mee te brengen, en er komt iemand met een blad papier die in de stoel een vliegtuigje vouwt? Heeft die dan gewonnen? Of stel dat je om een vliegenmepper vraagt, en iemand heeft een opgerolde krant bij zich: over zulke dingen moet je nagedacht hebben vóór je de stoel openvouwt.’ Die dag zullen de deelnemers niet al te ver hoeven te zoeken naar het voorwerp: een afstandsbediening.

Het pleintje dat gebruikt wordt voor de opnames van vandaag is goed zichtbaar vanaf de straat, maar de stoel zal achter een hoekje opgesteld worden. In afwachting staan we, in een poging om zelf zo lang mogelijk onopgemerkt te blijven, achter de struiken die de speeltuin omzomen. Jean-Marie heeft de plek in mei al gescout: dan neemt hij de stukjes beeld op die als tip op het eind van elke aflevering te zien zijn. Er zijn een paar vereisten voor een goede locatie, zegt hij: er moet een herkenningspunt zijn dat bij mensen een lichtje doet branden zodra ze het op tv zien. Bovendien moet het er veilig zijn, en het liefst een beetje uit het zicht. ‘Het eerste jaar hebben we de stoel vaak naast een weg neergezet, maar wie toen te laat arriveerde, nam niet meer de moeite om uit te stappen en reed meteen weg. Slechte tv, want zo kun je natuurlijk geen reacties verzamelen.’

Na tien jaar zoeken heeft Jean-Marie een zintuig voor goede locaties ontwikkeld. Hij opent de koffer van zijn wagen en haalt er een dikke ringmap uit, met op elke pagina een locatie. Alle plaatsen waar de stoel deze zomer te vinden zal zijn, met het adres, de gps-coördinaten, een beschrijving, foto’s van voor- en zijaanzicht, de dichtstbijzijnde parkeerplaatsen, de verkeersborden in de buurt – wie de verkeersregels overtreedt, wordt gediskwalificeerd –, de invalswegen van waaruit deelnemers de stoel kunnen bestormen, en eventuele andere opmerkingen. ‘Mooi plaatje, veel ruimte, weinig beschutting tegen de regen,’ lezen we bij een locatie in de Kempen.

‘Handig om bij je te hebben als er file is op weg naar je locatie,’ legt Jean-Marie uit. ‘Dat hebben we bijna dagelijks voor, want we vertrekken in Brussel, en de eerste files beginnen al vanaf vier uur ’s middags. Mochten we merken dat we onmogelijk nog op tijd kunnen zijn, dan halen we de map boven en bladeren we door naar de locatie die op dat moment het dichtstbij is. Als we vóór halfzeven beslissen om te veranderen, kunnen ze in Brussel nog de juiste tip in de aflevering steken.’ En wat na halfzeven? ‘Dan is het te laat om nog te veranderen. Dan is de afspraak dat we gewoon geen tip geven aan het eind van de aflevering. Maar dat hebben we nog nooit moeten doen. Afkloppen, hè.’

Halfacht, nog tien minuten voor de uitzending begint. De camera is opgesteld, de belangrijkste invalsweg in het vizier genomen. De stoel blijft evenwel tot de laatste minuut verstopt in een zwarte zak, tot er telefoon komt van de Reyerslaan dat de locatie op antenne is gegaan. ‘En nu wachten, hè.’ Jean-Marie ijsbeert. Hij is nerveus, geeft hij toe. Ook na al die jaren. ‘De dag dat ik de zenuwen niet meer voel, hou ik er beter mee op. Je moet immers op alles voorbereid zijn.’

Alsof de duivel ermee gemoeid is, duiken er plots twee kinderen op die een balletje beginnen te trappen, uitgerekend op de plaats waar over enkele minuten de stoel zal moeten staan. Ze krijgen zacht maar kordaat het advies om toch maar op het veldje ernaast te gaan voetballen. ‘Eén voorbeeld van iets wat je niet kunt voorspellen, maar er zijn er zoveel. Wat als er bijvoorbeeld een analfabeet wint, en hij de reisbestemming niet luidop voorgelezen krijgt? Je lacht, maar het kan, hè. Af en toe kom je iemand tegen met dyslexie, zulke mensen hebben het ook vaak moeilijk om voor de camera de reisbestemming voor te lezen. Ooit hadden we een man die een reis naar Mombasa gewonnen had. Toen de camera begon te draaien, was hij de helft vergeten van wat ik hem ingefluisterd had. Niet erg: dan dient dat kaartje in de envelop als hulpmiddel. Alleen zorgde het in dat geval net voor méér verwarring. Enfin, uiteindelijk hebben we meneer gewoon ‘Kenia’ laten zeggen.’

null Beeld

'Iemand zei me eens dat hij kon voorspellen waar we zouden staan, én welk voorwerp we zouden vragen. Nooit meer teruggezien'


Djellaba in Leopoldsburg

‘Het is twintig voor acht,’ waarschuwt Johan. Dat wil zeggen dat ‘1.000 zonnen’ is begonnen op tv. De stoel is het laatste item in de uitzending: nog twintig minuten tot de tip over onze locatie op antenne gaat, maar de spanning wordt plots voelbaar. Ik merk dat ik in tegenstelling tot daarnet op mijn hoede ben en de omgeving in de gaten begin te houden, bezorgd dat iemand ons ziet en de plaats vroegtijdig wereldkundig maakt. Iederéén heeft tegenwoordig een Twitter-account. Ook verbazend dat de politie nog niet is opgedaagd: er is maar één bezorgde buurtbewoner nodig met een melding over mannen van middelbare leeftijd die vanuit de bosjes een speelpleintje in de gaten houden.

Jean-Marie legt nog even de regels uit: ‘Probeer niet te veel in beeld te lopen, maar als je het toch niet kunt vermijden, blijf dan staan. Niets valt zo op voor de kijker als iemand die telkens uit het beeld stapt zodra hij merkt dat hij wordt gefilmd. Ook niet té dicht bij de stoel gaan staan als je geen fototoestel of camera in je handen hebt. Zodra mensen iemand zien van wie ze vermoeden dat die niet bij de cameraploeg hoort, denken ze dat de stoel al bezet is en stoppen ze met lopen.’

Nog enkele minuten. Jean-Marie heeft z’n leren pet op zijn hoofd alvast achterstevoren gedraaid. Het heeft iets weg van een politierazzia, zoals we daar staan: mannen in burger die verdekt opgesteld op een telefoontje uit Brussel wachten om in actie te mogen schieten. En dan slaat de Schriekse kerkklok acht uur. Telefoon: de tip is de huiskamers ingestuurd. Jean-Marie trekt de zak van de stoel en zet een drafje in naar het midden van het pleintje. Daar gooit hij de stoel open, plakt de envelop met de te winnen reisbestemming erop, en zet zich enkele meters verderop schrap achter de camera. De spanning die het voorbije halfuur gestaag is opgebouwd, is nu te snijden. Een rode Volkswagen komt snel de straat ingereden en stopt voor het plein – onze winnaar! Maar de bestuurder keert z’n wagen en rijdt weer weg. Vals alarm. Opnieuw stilte. Ik word me net erg bewust van de muggen in het struikgewas die uitgerekend nu mijn armen voor landingsbanen houden, wanneer plots een man – wit T-shirt, trainingsbroek, pantoffels, afstandsbediening in de vuist geklemd – langs de achterkant het pleintje komt opgerend en er een sprint uitperst wanneer hij de lege stoel in zicht krijgt. Hij ploft neer, Jean-Marie grijpt de camera van het statief, neemt de winnaar meteen in close-up en prent hem in dat hij moet blijven zitten zolang er mensen komen aangelopen. En dat doen ze het volgende halfuur: buurtbewoners die elkaar soms herkennen, maar wel altijd aan het babbelen gaan. Het doel, de stoel, smeedt meteen banden. ‘Ik was net ijs aan het eten, dat zal straks wel gesmolten zijn.’ ‘Ik had het meteen herkend!’ ‘Ik niet, sinds wanneer staat dat beeld daar?’ Eén vrouw staat op haar sokken in het gras: ‘Niet aan schoenen gedacht, gewoon mijn bakske gegrepen en gelopen!’ Een andere foetert: ‘Ik ga onze Frans aan zijn oren trekken als ik hem nog eens zie. Hij heeft toch bij de BRT gewerkt? Kon hij dat dan niet laten weten?’ Voor de winnaar zijn er schalkse plaagstoten. ‘Te voet naar Scherpenheuvel, ja! Dat zal het worden!’ Ondertussen fladdert Jean-Marie van mens tot mens met zijn camera. Eén vrouw kan niet anders dan lege handen tonen wanneer hij naar haar afstandsbediening vraagt: ‘Die is mijn man net komen terughalen. Hij wou verder tv-kijken.’

De groep rond de stoel groeit flink aan, en de nieuwkomers spurten merkelijk minder hard, maar: ze blijven komen. Ook al is van ver duidelijk dat er niets meer te winnen valt. We zijn ondertussen bijna een halfuur later, het is beginnen te miezeren, en Jean-Marie schudt glimlachend het hoofd. ‘Ik snap het zelf niet, al zie ik het elke dag. Twee dagen geleden vroeg ik iemand waarom ze in godsnaam blijven komen als ze niets meer kunnen winnen. Die vrouw zei: ‘Dan zien we nog eens gewone mensen.’’

Hoe meer mensen erbij komen, hoe vollediger het beeld dat we krijgen van de Vlaming zoals die eruitziet in z’n tv-plunje. Qua originaliteit moet de vrouw zonder schoenen het afleggen tegen een andere kandidaat in een knalblauwe training – een populaire outfit voor het tv-kijken, zo blijkt. Maar het valt nog mee volgens Jean-Marie: ‘Het origineelste dat ik heb meegemaakt, waren twee mensen in Leopoldsburg die in djellaba kwamen aangelopen. Ze waren niet van allochtone afkomst, nee, ze waren net naar Tunesië op vakantie geweest en hadden dat daar als souvenir gekocht. Het zicht alleen al.’

Wanneer de stroom mensen is opgedroogd en iedereen voor de camera is gepasseerd, kan de uitreiking beginnen. De winnaar mag het kaartje met de reisbestemming uit de envelop trekken, en de omstanders zetten het op een luid juichen. Vandaag krijgt de gelukkige een reis naar Thailand. Gejoel. En nog een keer, want Jean-Marie wil een extra opname. Het enthousiasme wordt met succes geveinsd, ook nu wordt er duchtig commentaar geleverd. ‘Thailand! Amai!’ ‘O, daar ben ik al eens geweest.’ ‘Ja, je moet ervoor zijn, hè.’ Vervolgens mag wie dat wil op de foto met de stoel, één voor één. De beelden zijn de volgende dag op Facebook te vinden. Belangrijk, zegt Jean-Marie, want dan kunnen de mensen zeggen dat ze erbij zijn geweest. ‘Dat is namelijk ook een belangrijke reden waarom mensen komen kijken. Ze komen heus niet alleen voor de prijs.’ Toen het tv-programma nog geen eigen Facebookpagina had, stuurde hij de foto’s persoonlijk naar de e-mailadressen die hij elke dag noteerde. ‘En probeer maar eens zestig adressen aan de juiste foto te koppelen. Gelukkig is dat nu iets makkelijker.’ Vandaag zijn er zo’n dertig mensen opgedaagd, de fotoronde duurt niet lang. Wanneer iedereen terug naar huis is, gaat de cameraman nog even mee met de winnaar om de reactie van mevrouw te filmen wanneer die het nieuws te horen krijgt. En dan zit het erop voor vandaag. Het is al ver na negenen. Jean-Marie puft uit tijdens het inladen en propt snel een banaan in zijn mond – zijn avondeten. Hij zal pas na elven thuis zijn, zegt hij. Om negen uur morgenvroeg wacht al de montage van de beelden van vandaag. Wanneer die af is, moeten ze naar de volgende locatie vertrekken. En zo de hele zomer lang. ‘Op je 58ste kan dat tellen. Ik ben de Rode Duivels dankbaar dat ze dit jaar een paar uitzenddagen inpikken. Duimen maar, dat ze ver genoeg doorstoten op het EK.’

Ondertussen is het stevig beginnen te regenen. Terwijl de laatste spullen ingeladen worden, komt aan de andere kant van het pleintje een grijze wagen traag aangereden. Hij stopt, alsof de bestuurder het pleintje afzoekt. Geen stoel meer, alleen nog een afdruipende cameraploeg. De wagen rijdt achteruit en verdwijnt weer.

null Beeld

'Wat als een analfabeet wint en hij de reisbestemming niet luidop kan voorlezen?'


Leeuw binnen handbereik

Na tien jaar is ‘De stoel’ folklore geworden. Talrijk zijn de varianten die scoutsgroepen en sportverenigingen elk jaar voor hun leden organiseren. Vorige zomer promootte de harmonie van Zandhoven haar nakende flamenco-optreden door een levensechte stier te fotograferen op verschillende plaatsen in de gemeente. Wie op Facebook als eerste kon raden waar het dier stond, won vrijkaarten. In Heist-op-den-Berg bestaat sinds 2007 een lokale variant onder de naam ‘1.000 manen en scampi’s’, waarbij ergens in het Heistse een stoel gevonden moet worden. Jean-Marie is vereerd met de kopieën: ‘De stoel is van de mensen geworden. Wij komen bovendien vaak als eerste op plaatsen waar de televisie nog nooit eerder is geland. Op zulke momenten voel ik me een ambassadeur. We brengen het belastinggeld terug naar de mensen, hè?’

Er zit in ieder geval een democratisch kantje aan ‘De stoel’. Zo is het een uitstekende barometer om veranderingen in de samenleving op te merken. ‘Toen we tien jaar geleden vroegen om een wasmand mee te brengen, zag je vooral vrouwen opdagen. Onlangs vroegen we dat nog eens, en er waren merkelijk méér mannen dan de eerste keer.’

Wie aandachtig ‘De stoel’ volgt, kan ook verkiezingsuitslagen voorspellen. Zo kwamen de monsterzeges van de N-VA van de laatste jaren allerminst als een verrassing voor Jean-Marie. ‘Toen we jaren geleden op de nationale feestdag vroegen om een vlag mee te brengen, zag je opvallend veel mensen met de Vlaamse leeuw afkomen. Terwijl je toch zou denken: 21 juli, dan kom je met de nationale driekleur. Maar nee, blijkbaar hadden meer mensen de Vlaamse leeuw binnen handbereik liggen. In Ieper was dat.’

Het is niet de enige locatie die Jean-Marie zich binnen de seconde voor de geest weet te halen: het valt me op hoe hij zonder enige moeite specifieke voorvallen opdiept, en vaak ook waar ze hebben plaatsgevonden. ‘Ik herinner me ze nog allemaal, ja. Bij het verkennen krijg ik dikwijls het gevoel: ‘Hier ben ik al eens geweest.’ En meestal weet ik ook nog wie daar als eerste in de stoel zat. Kan eigenlijk niet anders, als je er dag en nacht mee bezig bent. Je lééft met die stoel, een hele zomer lang.’

Hij doet het nog graag, ook na 586 keer: telkens opnieuw door de camerazoeker het hele tafereel volgen, elke mens op zijn eigen manier bezig zien. ‘De stoel is een uitstekend tegengif voor cynisme. De energie van die mensen sleurt me er elke zomer weer door. Ik heb nog nooit een kankeraar naar de stoel weten komen, en ik heb ook nog nooit iemand triest gezien als hij heeft verloren. Wanneer de winnaar mag voorlezen wat hij of zij gewonnen heeft, geef ik de omstanders de opdracht te laten horen wat ze daarvan vinden. Ik zeg dus niet dat ze moeten juichen, ze mogen doen wat ze willen. En toch heeft er nog nooit iemand ‘Boe!’ geroepen. Ik snap zelf niet waarom mensen zo blij kunnen zijn dat iemand anders op reis vertrekt, maar het is wel mooi.’

null Beeld

'Wij brengen het belastinggeld terug naar de mensen'


De duinen in

Vier dagen later: de zon is eindelijk van de partij. Nog twee uur voor de bestorming van de stoel kan beginnen, maar Jean-Marie staat z’n camera al in elkaar te draaien wanneer ik aankom. ‘Je had bij de vorige moeten zijn: 122 mensen! Een voorlopig record voor dit seizoen.’ Ik vraag ’m of hij er blij mee is. ‘Ach, voor mij hoeft het niet. Eigenlijk is dat té veel. Zo’n massa maakt een enorm lawaai, en al die mensen willen hun verhaal vertellen. Het is vooral veel werk om het allemaal vast te leggen.’ Het absolute record staat op 206 deelnemers, twee jaar geleden in Wenduine. ‘De mensen bléven maar komen, ze stonden aan te schuiven om er nog bij te kunnen. Ik kon niet meer tot bij de winnaar om ’m te interviewen, ik zag ’m zelfs niet meer. Op den duur hebben we de mensen de duinen in moeten sturen, zodat we ons werk konden doen.’

De camera staat vandaag opgesteld op een grasveld in een parkje met vijver naast het gemeentehuis van Beerse. Uit het zicht blijven is onmogelijk: de plek die Jean-Marie uitgekozen heeft, ligt pal naast het paadje waarop fietsers, joggers en wandelaars met of zonder hond passeren. Een ponton in de vijver is het herkenningspunt, maar dat is nog ingenomen door kinderen die brood gooien naar de eenden op het water. De camera verstoppen is onbegonnen werk, en dus moeten we liegen telkens als er een nieuwsgierige komt vragen wat er gaande is. ‘We maken een reportage over het park, meneer,’ is een populaire leugen, afgewisseld met ‘Een reclamefilmpje voor IJsboerke’. Niet helemaal gelogen, die laatste: omdat het goed weer is, heeft de ploeg voor een ijskar gezorgd. Eén fietsster lijkt door onze leugens heen te zien: ‘Ah, ja? Dat is wel érg leuk,’ zegt ze met een zweem van ironie. Wanneer ze doorrijdt, vraag ik me af of ik haar straks zal terugzien.

‘Af en toe gebeurt het dat mensen me doorhebben als ik vooraf de locatie kom verkennen,’ vertelt Jean-Marie als ze uit het zicht is. ‘Dat is niet zo erg, ze weten dan wel dat ze daar de stoel kunnen verwachten, maar ze weten niet wannéér, of welk voorwerp ze zullen moeten meebrengen. Eén keer had iemand me gezien en die man stond sindsdien élke dag klaar om te vertrekken mocht zijn locatie in beeld komen. Toen het eindelijk zover was, won hij niet. Ontgóócheld dat hij was, maar tegelijk was hij toch blij: zijn vrouw en kinderen hadden hem al de hele zomer voor leugenaar versleten, en nu moesten ze hem wel geloven.’

‘Je hebt ook mensen die me bezig zien als ik de vooropnames kom maken, en die vervolgens hun auto volladen met de meest uiteenlopende voorwerpen om toch maar het juiste mee te hebben zodra hun plek uitgezonden wordt. Eén keer kwam er zelfs iemand naar me toe die zei dat hij een systeem had ontdekt in onze opdrachten: hij kon naar eigen zeggen niet alleen voorspellen waar we zouden staan, hij kon ook het voorwerp voorspellen dat we zouden kiezen. Terwijl we niet eens een systeem hébben. Ik heb die man nooit meer teruggezien. Zo waterdicht zal zijn systeem toch niet geweest zijn.’

null Beeld


Bebloede knieën

Kwart voor acht: ‘1.000 zonnen’ is vijf minuten bezig. Ik probeer ondertussen vanop het ponton met een lange stok een lege broodzak die de kinderen van daarnet in de vijver hebben achtergelaten, uit het schootsveld van de camera te duwen. Het voorwerp van vandaag is een spaarpot – geen spaarvarken. Belangrijk, want elk spaarvarken is wel een spaarpot, maar niet omgekeerd.

Om twee minuten voor acht wordt de zwarte zak met de stoel uit de struiken getrokken. Ik had ’m niet eens opgemerkt. De pet van Jean-Marie gaat achterstevoren. Even later rinkelt de telefoon, ik hoef niet op mijn horloge te kijken om te weten dat er precies twee minuten voorbij zijn. Daar is de spanning van de vorige keer weer. Opnieuw stilte. Alleen de vogels in de bomen laten zich horen. De zon heeft de lucht loodzwaar gemaakt: wie in dit weer een sprint inzet, loopt het risico erbij neer te vallen nog voor-ie de stoel bereikt. Mijn kennis van EHBO zit ver weg, maar ik denk aan wat Jean-Marie eerder zei: échte ongevallen zijn er nog nooit gebeurd, behalve dan die ene keer dat iemand de verkeerde rem van zijn fiets dichtkneep en zich vervolgens met bebloede knieën richting stoel moest slepen.

Ik hoor het geklep van zomerschoenen op plaveisel, begeleid door het gerinkel van munten. Het kan niet anders of die zitten in een spaarpot. Een meisje komt het park binnengehold, speurt een seconde lang het gras af naar de stoel, en wanneer ze die gevonden heeft, zet ze een spurtje in. Nauwelijks is ze in het canvas neergeploft, of er steekt een geraas op van toesnellende auto’s, gevolgd door piepende remmen. Alweer een bonte stoet aan kledij: overwegend shorts en T-shirts deze keer, en af en toe een kind dat al in pyjama steekt. Jean-Marie flitst opnieuw van deelnemer naar deelnemer – geleid door de flarden gesprekken die hij dankzij de klankman hoort. Werkelijk iedereen heeft één of andere spaarpot onder de arm: er moet iets aan zijn van de geruchten dat spaarrekeningen niets meer opbrengen. Meerdere mensen bellen naar huis – ‘Nee, niet gewonnen. Tweede!’ – en ook in het gemeentehuis naast het parkje is de drukte niet onopgemerkt gebleven. Mensen die er nog aan het werk zijn, komen kijken: ‘Ik vond het al vreemd dat er op dit uur nog zoveel auto’s stopten. Tot ik op de klok keek en meteen wist hoe laat het was: vijf na! Potverdekke, de stoel!’

Er zijn een vijftigtal mensen verschenen, het goede weer heeft een handje geholpen. De vakantie in de envelop gaat naar Kreta. Opnieuw gejuich: ‘Amai, daar kunt ge al eens voor naar het park komen!’ Meer mensen dan anders gaan op de foto, vooral het roomijs zorgt ervoor dat er deelnemers blijven rondhangen. Het is al tien uur wanneer het meisje dat de stoel wist te vinden als laatste vertrekt, na het papierwerk ingevuld te hebben.

De ploeg van ‘De stoel’ heeft één van de bankjes in het park ingenomen. Niet om te rusten: ze kopiëren de inhoud van de geheugenkaartjes van de camera’s en fototoestellen op een laptop. Gemiddeld hebben ze per aflevering zo’n 30 gigabyte aan beeldmateriaal, die ze tot drie minuten beeld moeten verknippen. ‘Gelukkig regent het niet vandaag, anders moesten we weer op café. Een hondenstiel is het.’ Johan lacht, Jean-Marie niet. De voorbije dagen heb ik ’m meerdere keren horen zeggen dat dit seizoen zijn laatste wordt. ‘Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat het begint te wegen, ja. Ik ben 58 jaar, ik heb het onderhand wel gezien. Maar: de stoel zal blijven bestaan. Ik ben dan wel op weg naar de uitgang, maar Vlaanderen heeft de stoel omarmd. Die kan ook zonder mij.’

Wanneer we afscheid nemen, is het na elven. Morgenvroeg om negen uur wacht de montagekamer, en daarna op naar een nieuwe plek. Enzovoort, nog een maand of drie – het uiteindelijke aantal afleveringen zal afhangen van hoe goed Onze Jongens in Frankrijk de weg naar de netten weten te vinden, maar hoe dan ook is de zomer pas begonnen. Ik wandel weg, en Jean-Marie roept me na: ‘Dat record zal er dit seizoen nog aan geloven, zeg dat ik het gezegd heb!’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234