Onze Man in Parijs, één jaar na de aanslagen: 'De stad is niet veranderd. De stad mág niet veranderen'

Onze Man wandelde een jaar na de aanslagen door Parijs en bezocht de getroffen restaurants en cafés: ‘Ik kan maar niet begrijpen waarom je deze werkelijkheid met kalasjnikovs ongedaan zou willen maken.’


Lees ook: 'Marion overleefde de aanslag in de Bataclan'

'Ik kan maar niet begrijpen waarom je deze werkelijkheid met kalasjnikovs ongedaan zou willen maken'


1. Le Carillon & Le Petit Cambodge

‘Vanavond Cambodjaans, liefje?’ Het zinnetje is vast niet in ongebruik geraakt sinds de aanslagen, want in Le Petit Cambodge, op de hoek van de rue Bichat en de rue Alibert in het tiende arrondissement, is het zoeken naar een plaatsje. Een halfuur later weet ik waarom: het eten doet je verlangen naar globetrotten door Azië, de bediening is koket en de sfeer aimabel. Een klein jongetje oefent met zijn eetstokjes een drumsolo op de tafel.

Hier begint het op 13 november. Om 21.25 uur richten twee terroristen vanuit een zwarte Seat Leon hun kalasjnikovs op de mensen op het terras – eerst dat van Le Carillon, het café aan de overkant van de straat, dan dat van Le Petit Cambodge. Er vallen vijftien doden. De terroristen geven plankgas, op weg naar nieuwe wreedheid.

Een jaar later heeft Le Carillon, waar overdag bedaagd koffie gedronken wordt, een nieuwe uitbater. De vorige is naar Algerije vertrokken. ‘Om familiale redenen,’ zegt een barman – ook van Algerijnse afkomst. ‘Met de aanslagen had het niets te maken.’

‘Het was barbaars,’ vervolgt hij met lichte tegenzin – eigenlijk is hij uitgepraat over de aanslagen. ‘Mensen zaten gewoon een glas te drinken, zoals u nu. Op het terras heerste de onbekommerde sfeer van een vrijdagavond: het weekend lag te blinken. En toen stopte die auto.’

Ze zullen het hier nooit vergeten, zegt hij. ‘Dat is nogal evident. Maar je moet wel vérder. We hebben ons leven hervat, en de stad is niet veranderd. De stad mág niet veranderen.’

Wanneer ik opstap, knikken twee patrouillerende soldaten me toe.


2. La Bonne Bière

In café ‘Bonne Bière’ drink ik, welja, une bonne bière. Het terras krijgt een mooi cadeau van de herfstzon.

Die 13de november is het ook zo’n mooie dag. Zeven minuten na het meedogenloze moorden in de rue Alibert staan de terroristen hier. Vanuit de Seat Leon herhalen ze hun ijskoud kunstje. Paniek, ontzetting. En vijf doden.

Vandaag, tussen de pinnig roezemoezende Parisiens en de obers met hun gestileerde baardjes, kan ik het niet bevatten: hoe zo’n klein paradijs van de ene seconde op de andere verandert in een crime scene vol pijn, dood en verdriet.

Ook hier verkiest men zwijgen boven praten. ‘Je moet dat begrijpen,’ zegt Myriam Huth, die het woord voert namens het personeel. ‘Die eerste verjaardag rijt alle wonden weer open. Haast iedereen die de aanslagen overleefde – of het nu hier was, in de Bataclan, of in één van de andere restaurants of cafés – is in behandeling geweest bij een psycholoog, of is dat nog steeds. Mensen willen ook eens gewoon zwijgen over het drama, en de draad van hun levens weer oppikken.’

Een man heeft meegeluisterd en tuurt gepijnigd in zijn koffie.


3. Le Comptoir Voltaire

Trick or treat! Het is de avond van Halloween. In de vooravond vertederen de kinderen in hun vermomming als schreeuwlelijk. Zodra het schemerlicht avonddonker wordt, zijn het de verklede pubers die woest hun tanden bloot lachen. Ze drinken pils uit blik en roepen dat ze vanavond de stad zullen innemen. Net als een jaar geleden, bedenk ik grimmig, toen een kil bataljon van IS over Parijs wilde heersen. Maar toen was het geen spel dat de stad licht en dronken maakte.

Ik eet in Le Comptoir Voltaire, op de avenue Voltaire. Een fijne tent. De sfeer is à l’aise, de Stella van het vat.

Die noodlottige vrijdag installeert Brahim Abdeslam zich hier op het terras. Hij brengt zijn bommengordel tot ontploffing en maakt één slachtoffer – zichzelf. De lichaamshouding van de ober verandert drastisch zodra ik het onderwerp aanraak. Er schiet iets onprettigs in zijn stem. ‘Er zijn genoeg mensen die dat hebben gezien. Maar niemand die er nog over wil praten. Ook niet aan de toog, nee. (Categoriek) Het is geen gespreksonderwerp.’

Hij perst zijn lippen op elkaar, twijfelt even. Dan: ‘Op 13 november bezoekt François Hollande met zijn gevolg de getroffen plaatsen en zijn er verschillende herdenkingen. Wel, hier moeten ze niet komen. Wij sluiten de zaak gewoon. We hebben daar fundamenteel géén zin in. Het is geen feest, hè.’


4. La Belle équipe

Allerheiligen. De dood kruipt door de stad, maar op het terras van restaurant La Belle Equipe, aan de rue de Charonne in het elfde arrondissement, gonst een goedmoedige vrolijkheid. Een ober draagt witte plastic bakken vol lege wijnflessen weg: souvenirs van gezocht en gevonden plezier. Het publiek is jong, gekleurd, bemiddeld en niet van plan om in de eigen flat te zitten bidden dat-ie snel verdwijnt, deze tijd van dreiging en onbehagen. De meisjes beroezen met hun in zorgeloos rood gestifte lippen; de jongens hebben hun kuif in model gedwongen met de wax van Alex Turner. Ik hoor U2, Lady Gaga en Lenny Kravitz. Welke muziek spatte uit de boxen toen dit een jaar geleden de derde treurige halte van de Seat Leon werd? Opnieuw schoten, opnieuw doden: 19.

Ook hier heeft niemand zin in herinneringen. Aurélie, een twintiger, legt uit dat de wonden nog lang niet geheeld zijn. Maar misschien speelt er ook nog iets anders, zegt ze. ‘Je weet dat Parijzenaars heel trots zijn? De aanslagen hebben die trots verminkt. Voor velen voelt het aan als een nederlaag, die knappe, kokette, zelfverzekerde stad die plots zo brutaal overvallen werd. Mensen hebben de neiging om over de aanslagen heen te praten – het liefst doen ze alsof er niets gebeurd is. En misschien is dat maar goed ook. Als je je littekens blijft tonen, geef je de terroristen hun zin.’


5. Le Bataclan

Het is al bijna middernacht als ik voorbij de Bataclan wandel. De ingang is met dranghekken onbereikbaar gemaakt. Een veiligheidsagent bewaakt het gebouw. Het is er stil. Overdag wordt er druk gewerkt aan een nieuwe concertzaal – straks zijn er weer optredens. ‘Ik hoop dat de plek nog op dezelfde manier ademt,’ hoorde ik een jongen daarstraks verzuchten op het terras van La Belle Equipe. ‘Als Sting, Nada Surf en The Flaming Lips er straks spelen, zullen ze erbij zijn, de 89 van de Bataclan.’


6. Le Carillon (bis)

Op Allerzielen keer ik ’s avonds terug naar Le Carillon. Er wordt gedronken, gepraat en gelachen. De Algerijnse barmannen slurpen tussen twee bestellingen door met gespeeld ennui van hun cocktail. Het mooiste meisje in de bar kijkt verliefd naar het scherm van haar gsm. Op de televisie doen Juventus Turijn en Olympique Lyon iets met elkaar. En ik, ik word blij van dit café waar de avond ongemerkt in de nacht verkleurt, en ik kan maar niet begrijpen waarom je deze werkelijkheid met kalasjnikovs ongedaan zou willen maken.

Misschien maakt het jaloers, dat recht op onvoorzichtig leven dat iedereen zich hier heeft toegeëigend: je mág de filter-sigaret je longen stoffig laten maken en je mág jezelf naar een slordige onenightstand drinken, als je dat toevallig verkiest boven een kostschoolleventje. Is het de vanzelfsprekendheid van dat milde hedonisme die stoort? Niemand hier lijkt z’n way of life bijzonder te vinden. Niemand hier heeft z’n glas wijn en z’n joie de vivre ooit als provocatie bedoeld. Niemand hier staat opzichtig libertijns in een plantenbak te kotsen. Iedereen hier wil gewoon dit: een feestelijke avond.

Om 23 uur komt de serveuse van Le Petit Cambodge briefjes wisselen voor kleingeld – het goede buurmanprincipe onder horecazaken die een stuk straat delen. Een zebrapad van acht strepen scheidt de twee etablissementen. Een onuitgesproken collegialiteit bindt hen. En de herinnering aan een zwarte Seat Leon.

Het wordt laat, en iedereen begint uitbundig te dansen. ‘Le chanteur’, de klassieker van Daniel Balavoine uit 1987, wordt als een volkslied meegezongen. Het klinkt uit tientallen kelen: ‘Et partout dans la rue / J’veux qu’on parle de moi / Que les filles soient nues / Qu’elles jettent sur moi / Qu’elles m’admirent, qu’elles me tuent / Qu’elles s’arrachent ma vertu’.

‘Het zijn niet zij die beschoten werden die de nihilisten zijn,’ fluistert iemand me toe. ‘Het zijn zij die schoten.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234