Onze Vrouw bij de patholoog-anatoom

Grafplunderingen, het opensnijden van lijken, het zorgvuldig afkoken van botten: het wordt levendig beschreven in ‘Andreas,’ een fictieve autobiografie van Vesalius. Dat komt omdat auteur Johan Van Robays – diensthoofd pathologische ontleedkunde van het Ziekenhuis Oost-Limburg – zelf goed met dode lichamen overweg kan.

‘Rariteitenkabinet’ staat op de deur van het bureau van dr. Johan Van Robays (64), diensthoofd Pathologische Ontleedkunde in het Genkse Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL). In etalagekasten staan grote weckpotten uitgestald, waarin mismaakte foetussen en aangetaste organen zweven. Een minimuseum op sterk water, over alles wat kan misgaan in het menselijk lichaam. Van Robays toont de mooiste stukken uit zijn collectie: ‘de zeemeermin’, een foetus waarvan de beentjes aan elkaar gegroeid zijn, en ‘de cycloop’, een ongeboren wezentje met één oog en daarboven een neus in de vorm van een slurfje. ‘Dat was één van mijn eerste stukken,’ zegt Van Robays. ‘Vroeger werden die baby’tjes ook geboren. Kun je nagaan wat voor leven hun wachtte.’

Ergens heeft hij ook nog een volledige hand op formol, een erfstuk van zijn voorganger uit de jaren 60, net als de testikel die lijkt op een kokosnoot. ‘Tegenwoordig laten ze het niet meer zover komen.’ Elke pot heeft zijn verhaal. In een prominent geplaatste bokaal huist een foetustweeling: ‘Twintig jaar geleden bij een verkeersongeluk gestorven, in de buik van een zwangere vrouw.’

Johan Van Robays «Vandaag worden ongeboren lichaampjes begraven of gecremeerd, maar vroeger werden ze gewoon weggegooid, bij het medisch afval. Ik vond het zulke prachtige stukken dat ik ze heb bijgehouden. Ik verzamel ook al dertig jaar lang chirurgisch verwijderde weefsels. Een paar jaar geleden heb ik mijn museumpje opengesteld voor het publiek en sindsdien doe ik geregeld rondleidingen. Ik toon bijvoorbeeld hoe een hartinfarct, een hersentumor of een harig gezwel aan de eierstokken eruitzien, of ik vergelijk een darmpoliep van één jaar met een vijfjarige poliep. Er is veel interesse voor, vooral bij verpleegsters en vroedvrouwen.»

HUMO Welk stuk uit uw verzameling koestert u het meest?

Van Robays «Da’s een moeilijke vraag. Ik ben vader van tien kinderen, ik kan ook niet zeggen wie ik het liefst heb. Een tong bijvoorbeeld, dat is iets prachtigs, met die duizenden smaakpapillen die stuk voor stuk informatie doorgeven aan de hersenen, zodat je kunt ruiken en proeven wat een chef-kok voor je kookt. Hersenen zijn ook zeer mooi. En sommige kankers ook.»


Rebelse wetenschapper

Het is deze vreemde verzameling die mee aan de basis lag van de roman ‘Andreas’, waarin Van Robays het geromantiseerde maar op historische feiten gebaseerde levensverhaal van Vesalius uit de doeken doet, geboren als Andries van Wesel. De Brabantse arts uit de 16de eeuw is vandaag uitgegroeid tot een cultfiguur onder anatomen. Hij was nog geen 28 toen hij zijn magnum opus ‘De Humani Corporis Fabrica’ (Over de bouw van het menselijk lichaam, red.) publiceerde: een anatomische atlas waarin de menselijke binnenkant (botten, gewrichten, spieren en pezen) voor het eerst in de geschiedenis op een (bijna) correcte manier werd afgebeeld, via gedetailleerde tekeningen van skeletten en spiermannen in bucolische landschappen.

Van Robays «Ik ben al sinds jaar en dag gefascineerd door Vesalius. Vorig jaar kwam een groepje artsen en verpleegkundigen mijn kabinet bezoeken. Eén van hen was een gynaecologe die me vertelde over het bestaan van het ‘Vesalius Continuum Project’: een informeel clubje van Belgische artsen, zeilers, beeldhouwers, een projectontwikkelaar en een consul, die een grenzeloze bewondering voor Vesalius delen en zijn vijfhonderdste geboortejaar in 2014 wilden vieren met allerlei activiteiten. Er kwam onder meer een internationaal congres en een standbeeld op Zakynthos, het Griekse eiland waar hij in 1564 in onopgehelderde omstandigheden de dood vond. Mijn eigen bijdrage aan de feestelijkheden is het boek ‘Andreas’ geworden.»

‘Andreas’ is een fictieve autobiografie van Vesalius, verteld via een dagboek dat na zijn dood door zijn ex-liefje Christina gevonden wordt. Daarin vindt ze het relaas van een zoektocht naar de geheimen van het menselijk lichaam waarvoor alles moest wijken, zelfs zijn gevoelens voor haar. Met sprekende passages over grafplunderingen, het opensnijden van lijken, het laag na laag afpellen van spieren en het zorgvuldig afkoken van botten.

Van Robays «Ik wilde Vesalius zelf aan het woord laten, omdat ik zelf patholoog ben. Als lijkschouwer kon ik me goed in de materie inleven; ik heb zelf met mijn vingers in darmkluwens gezeten, ik kén de stank die in je neusgaten blijft zitten. Voor ik aan het boek begon, heb ik ook een paar honden, een paardenkop en een varkenskop ontleed, de spieren afgepeld en de botten afgekookt zoals Vesalius deed, zodat ik het allemaal geloofwaardig kon opschrijven. Ik had hier ook een bak met kevers staan om de kleine botjes schoon te vreten. Tot ze hier in het ziekenhuis begonnen te klagen over de geur die begon te circuleren via de aircobuizen (lacht). Maar ik heb dus aan den lijve ondervonden hoe moeilijk het is om zo’n skelet te prepareren, zoals Vesalius deed.

»Het was een briljante, rebelse wetenschapper, die inzag dat je anatomie niet kon leren uit oude boeken, maar enkel door zelf een vers lijk te ontleden. Zijn kadavers spitte hij ’s nachts uit op kerkhoven, of ging hij op de galgenvelden lossnijden. Later had hij een overeenkomst met een halsrechter die hem de lijken van terechtgestelden gaf om te ontleden. Zo ontdekte hij de ene fout na de andere in de 1400 jaar oude geschriften van Galenus, die in Vesalius’ tijd nog altijd werden gebruikt als lesmateriaal op de universiteiten en beschouwd werden als de volstrekte waarheid. De eerste fout die Vesalius ontdekte, was dat het kaakbeen van een mens niet uit twee stukken bestond, zoals Galenus – zich baserend op dierenskeletten – had geschreven, maar uit één stuk.

»Tegen Galenus ingaan werd beschouwd als heiligschennis. Omdat Vesalius te veel bedreigingen kreeg, moest hij zijn academische loopbaan opgeven en bescherming zoeken aan het Spaanse Hof, als lijfarts van Keizer Karel V. Dat maakt me zo opstandig! Wat had hij anders nog allemaal kunnen ontdekken? Er zijn altijd factoren die de ontwikkeling van de wetenschap in de weg staan. In Vesalius’ tijd waren dat de godsdienst en het dogmatisch denken, vandaag zijn het de centen, of beter gezegd: het gebrek eraan.»


Een necrofiel kantje

Tussen de rijen dikke boeken op zijn bureau – waaronder een reproductie van Vesalius’ ‘Fabrica’ – heeft dokter Van Robays ook een rijtje schedels staan: een mens, een hond, een kat, een hermelijn, en een das met een penisbeentje dat kan dienen als tandenstoker. ‘Ik heb die fascinatie voor de dood altijd al gehad,’ vertelt hij.

Van Robays «Als kind woonde ik met mijn ouders naast een lijkkistenmaker. Mijn zus en ik gingen er vaak spelen tussen de schaafkrullen of verstopten ons in de kisten. We reden ook vaak met de lijkwagen mee door het dorp, en als misdienaar deed ik ook liever begrafenissen dan huwelijksmissen. Ik hield van die muziek en die donkere sfeer. Ik hield van flirten met de dood. Nu doe ik dat niet meer, want je wordt ouder en plots staat hij al bijna voor de deur. Maar als je jong bent… Ik had wel een necrofiel kantje. Dat moet je ook hebben om in dit vak te functioneren.»

HUMO Herinnert u zich nog uw eerste autopsie als student?

Van Robaeys «Zoiets vergeet je nooit. Die kelder met dat koude witte licht boven de autopsietafel, het laken dat van het lichaam wordt getrokken, de scalpel die de huid openritst, de weeë geur die vrijkomt, en de wetenschap: nu is die mens écht wel dood. Er waren studenten die flauwvielen, maar ik wilde alles zien. Het frappantste moment was toen het afgelopen was en ik buiten in het daglicht stond. Ik werd overweldigd door een euforisch gevoel: ik leef! Daar had ik nog nooit bewust bij stilgestaan.

»Tegenwoordig wordt de dood weggestopt, mensen willen er liever niet meer mee geconfronteerd worden. Het aantal autopsieën is dramatisch gedaald. Toen ik dertig jaar geleden als patholoog begon, deden we op elke overledene in het ziekenhuis een autopsie, in 2012 waren het er nog drie, op ongeveer 600 overledenen. Hoeveel medische fouten lopen we daardoor mis? Niemand weet het.

»Nabestaanden willen niet meer dat je in het lichaam van een geliefde snijdt. Onmiddellijk na het overlijden stuurt de familie er dikwijls nog op aan, omdat ze willen weten wat er precies is misgelopen. Maar ’s anderendaags zijn ze al veel minder enthousiast. Dan begint de emotie mee te spelen. We vinden ook nog maar weinig pathologen die het willen doen. Mensen zitten niet graag met hun blote handen in een lijk. En begrafenisondernemers fatsoeneren niet graag een versneden lijk, hoewel we het altijd mooi dichtnaaien. Hier in deze kliniek speelt ook de godsdienst een rol: we hebben veel patiënten van Turkse en Marokkaanse afkomst, voor wie een lijkschouwing door de islam wordt verboden. De autopsieruimte hiernaast wordt wel nog gebruikt voor rituele wassingen. En zo is de klassieke lijkschouwing aan het verdwijnen.»

HUMO Een slechte zaak?

Van Robays «Toch wel, want als de doodsoorzaken slecht worden onderzocht, kloppen ook de statistieken niet meer. Betrouwbare statistieken zijn een eerste vereiste voor het uitstippelen van een geloofwaardig gezondheidsbeleid. Heel vaak is de doodsoorzaak die een dokter op de overlijdensakte vermeldt gewoon nattevingerwerk. Tumoren en zelfmoorden worden bijvoorbeeld vaak afgedaan als ‘hartstilstand’. We hebben er geen idee van wat de belangrijkste doodsoorzaken in Vlaanderen zijn. Welke kanker is het dodelijkst? Longkanker, prostaat-, borst- of darmkanker? Niemand die het weet.»

HUMO Elk jaar blijven 100 tot 200 moorden in België onontdekt, zei de voormalige Antwerpse procureur-generaal Liégeois onlangs.

Van Robays «Dat cijfer kan kloppen. Een verpleegster bracht me eens een dood baby’tje, van wie de ouders beweerden dat het herhaaldelijk onverklaarbare stuipen kreeg. Het kind was al verschillende keren in het ziekenhuis opgenomen. De laatste stuipen waren fataal geworden. Ik vond het een raar verhaal, onderzocht de baby en ontdekte een eigenaardige huiduitslag op de linkerwang en bloeduitstortingen in de linkeroorschelp. Het kind had helemaal geen stuipen, het was gewoon doodgeslagen, door een rechtshandige. De vader is nadien wegens zware mishandeling aangehouden.»

HUMO Hoe komt het dat officiële doodsoorzaken vaak niet kloppen?

Van Robays «Van iemand die in een ziekenhuis sterft, is de medische geschiedenis meestal wel bekend, maar het ligt helemaal anders als iemand op straat of thuis onverwacht overlijdt. Bij zo’n plotse dood wordt dikwijls de huisarts, de arts van wacht of een MUG-arts opgeroepen om de dood vast te stellen en de overlijdensakte in te vullen. Wat zal die invullen als doodsoorzaak? Als er geen medisch dossier is, zal hij zich baseren op het commentaar van getuigen of familieleden. En dat is altijd een beetje gevaarlijk.

»Ik herinner me een jonge vrouwelijke dokter die ’s nachts werd opgeroepen om een overlijden vast te stellen van een man die ze niet kende. Hij lag beneden aan de trap in een plas bloed. Het kon een ongeluk zijn, maar hoe kon ze zeker weten dat die man niet eerst gewurgd was? Ze vond het een verdacht overlijden en belde de politie. Vervolgens moest ze de hele nacht opblijven tot de politie en het parket klaar waren met hun werk, terwijl ze de volgende dag wel weer om acht uur consultatie had, en ook de dagen nadien moest ze de zaak blijven opvolgen. Had ze die nacht gewoon ‘schedeltrauma’ ingevuld, dan was ze er direct vanaf geweest en had ze weer naar bed kunnen gaan. De verleiding is dus heel groot om zomaar iets in te vullen.

»Ik heb ooit een autopsie gedaan op een jongen van nog geen twintig die ’s morgens dood op bed werd gevonden. Hij lag boven op de lakens en had al zijn kleren nog aan. De huisarts die erbij was gehaald, vulde ‘hartstilstand’ op de overlijdensakte in, maar de vader trok dat in twijfel en vroeg een lijkschouwing. Het was lang zoeken, alles leek normaal, tot ik merkte dat de binnenbekleding van de slokdarm verschroeid was. Het anders zo zure maagvocht rook naar frisse limoenen. Die jongen had een schoonmaakproduct gedronken. Het was geen hartstilstand, maar zelfmoord.

»Van mensen die een plotse dood buiten het ziekenhuis sterven, wordt de doodsoorzaak in meer dan de helft van de gevallen verkeerd ingeschat. Dat is een extrapolatie van fouten die achteraf wél ontdekt zijn, want niemand kent het juiste cijfer. Dat maakt de officiële gezondheidscijfers waardeloos.»

HUMO En niemand die daar wakker van ligt?

Van Robays «Blijkbaar niet. Ooit heeft er een wetsvoorstel van een dokter op tafel gelegen die een autopsie voorzag voor elk overleden kind, maar het is er nooit doorgekomen. Die dokter heeft het uiteindelijk opgegeven, moegestreden. En dat was dan nog maar voor kinderen. Er zouden eigenlijk systematisch autopsieën moeten gebeuren op alle mensen die in abnormale of plotse omstandigheden zijn overleden. Maar daar hebben we dan weer te weinig pathologen voor.»

HUMO Er is nu een alternatief waar geen scalpel meer aan te pas komt: de virtuele autopsie.

Van Robays «Dat is een post-mortem-MRI of CT-scan, waarbij de patiënt van kop tot teen in duizenden schijfjes wordt gescand. Het voordeel is dat een lichaam ongeschonden blijft en de gescande beelden ook later herbekeken kunnen worden. We passen het hier in het ZOL ook toe, maar de techniek is nog niet zo wijdverspreid, ook al omdat het ’s nachts moet gebeuren: overdag is de scanapparatuur permanent bezet voor levende patiënten.

»Maar je kunt niet alles zien met zo’n virtuele autopsie: vergiftiging bijvoorbeeld, of bepaalde infecties, die zie je niet. Een geval zoals dat van die jongen die zijn slokdarm verbrandde met Mr. Proper zou een virtopsie ook niet kunnen oplossen. Maar op andere vlakken scoort de techniek zelfs beter, bijvoorbeeld om het traject van een kogel bij een schotwonde te volgen of om indeukingen van de ribbenkast en de hersenpan te ontdekken bij verkeersongelukken. Ik vind het een veelbelovende aanvulling op de klassieke autopsieën.

»Ik vind het doodjammer dat die haast niet meer gebeuren. Ik deed het enorm graag, zoeken naar een medisch raadsel als een Sherlock Holmes. Je vindt altijd wel iets.»


Heroïsche veldslagen

Dr. Van Robays lost geen misdaden op met zijn medische onderzoeken, zoals patholoog-anatome Sam Ryan in de Britse detectivereeks ‘Silent Witness’. Van Robays ziet meestal zelfs geen echte patiënten, dood of levend. ‘Mijn patiënten zijn weefsels in emmertjes.’

HUMO U bent eigenlijk een spilfiguur in de diagnose van kanker.

Van Robays «Als een vrouw een knobbeltje in haar borst voelt, moet onderzocht worden of het goed- of kwaadaardig is. De gynaecoloog en de radioloog weten dat pas zeker als ik een dun plakje van het weefsel heb kunnen bestuderen onder de microscoop. En zo neem ik alle soorten weefsels onder de loep, kankertumoren en melanomen, van de hersenen tot de voetzool.

»Ons werk is de afgelopen jaren enorm toegenomen. We krijgen tegenwoordig vier keer meer darmpoliepen te zien dan vroeger. Dat heeft te maken met een nieuw Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, waar ze vorig jaar in oktober mee begonnen zijn bij mensen van 56 tot 74 jaar. Daardoor worden veel poliepen in een vroeg stadium ontdekt, wanneer het nog niet te laat is. Maar de statistieken voor dikkedarmkanker zullen de komende jaren dus ook een totaal vertekend beeld geven.

»Ik ben nog elke dag ontroerd door die wondere wereld van bacteriën en vezels, waardoor je pas ten volle beseft hoe vernuftig de dingen toch in elkaar zitten. Er zit ook veel drama in: kankercellen zie je bijvoorbeeld letterlijk als een leger oprukken tegen goedaardige cellen. Een hersentumor die het normale hersenweefsel kapotmaakt: dat zijn heroïsche veldslagen op microscopische schaal. Chemo kan die kankercellen allemaal doodmaken, maar soms blijven er nog twee, drie cellen over die in een andere constellatie overleven en weer beginnen te woekeren. ‘De tumor is teruggekeerd,’ zegt men dan, maar het is natuurlijk niet dezelfde tumor. Microscopie is een fantastische wereld. Ik ben blij dat ik voor dit beroep gekozen heb, in plaats van muzikant te worden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234