Onze Vrouw in de beschutte werkplaats

Wat was er eigenlijk mis met de radiospot van de Brusselse Federatie voor Beschutte Werkplaatsen, die eind vorig jaar plots uit de ether verdween? Op nuchtere toon verkondigde een CEO dat hij ‘geen medelijden’ heeft met gehandicapten: ‘Mindervaliden, blinden, slechthorenden, voor mij moet iedereen die kán werken, werken.’ Respectloos, oordeelde de Jury voor Ethische Praktijken, de waakhond van de reclamesector. Hoezo, respectloos?

Filip «Dus gij zijt van Humo? Ziet ge Guy Mortier vaak?»

HUMO Nee. Guy is stokoud, zonder verpleegster komt hij de deur niet meer uit.

Filip «En Kama

HUMO Die wel.

Filip «Kent gij de Uitlaatcommentator persoonlijk? Of moogt ge dat niet zeggen?»

HUMO Jawel, maar dan moet ik u vermoorden.

Filip (grijnzend) «Ik weet dat het een vrouw is. Allee, dat heb ik toch horen zeggen.»

HUMO (grijnst terug)

Filip (zucht) «Shit jong, den Humo op mijn werk.»

Samen met Filip, Benji, Benny (‘Vroeger noemden ze mij King Kong, maar nu is het weer Benny’) en Kurt, een ploegje van de groendienst van de beschutte werkplaats Bewel, zit ik in een camionette boterhammen te eten. We staan geparkeerd op het Prinsenhof in Kuringen, een stukje Hasselts stadsdomein dat door Bewel wordt onderhouden. Tijdens het snoeien ’s ochtends stelde ík de vragen, nu is het middagpauze en hun beurt.

Monitrice Jeanine zit achter het stuur en monkelt. Ze biedt nog wat koffie aan uit haar thermos, maar doet er verder het zwijgen toe. In haar twintigjarige carrière bij Bewel heeft ze slechts één keer moeten ingrijpen – en dat was niet om haar gasten terecht te wijzen. Toen twee opgetutte dames haar in het voorbijwandelen toefluisterden dat het ‘chique’ was dat ze ‘die sukkelaars’ aan het werk zette, ja, tóén is ze uit haar sloffen geschoten.

Jeanine «Die jongens zijn allesbehalve sukkelaars. Benji kan niet lezen of schrijven, maar toch is hij getrouwd en heeft hij een dochtertje.»

Benji (knikt overtuigend) «Ik heb zelfs mijn rijbewijs gehaald.»

HUMO Hoe ben je door het examen geraakt?

Benji «Mondeling, hè. Mijn eigen naam kan ik schrijven, meer niet. Ik zal het ook nooit kunnen leren. (Tikt tegen zijn hoofd) Zuurstoftekort bij mijn geboorte. De navelstreng zat drie keer rond mijn nek gedraaid. Ik heb epilepsie, net als mijn vrouw. Ons dochtertje moet ook vaak geopereerd worden – ’t is ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Maar ik raak overal waar ik moet zijn. Zonder gps, want die kan ik toch niet bedienen. Als ik één keer ergens geweest ben, ken ik de weg vanbuiten.»

Jeanine «Het zijn plantrekkers. En beleefd, daar staan we op. De groendienst is het gezicht van Bewel, het zijn de eerste werknemers met wie het publiek te maken krijgt. Ik wil dat ze hun manieren houden wanneer ze aan de slag zijn. Níét naar vrouwen roepen tijdens het werk!»

Filip (onderbreekt) «Weet iemand hoe je je contacten overzet op een nieuwe gsm?»

Benny «Je moet een iPhone kopen, dan gaat dat allemaal vanzelf. (Tot Humo) Ik heb een iPhone 4, maar binnenkort kan ik een iPhone 5 krijgen. Ik speel graag spelletjes op mijn gsm. En vissen, dat doe ik ook graag. Vis in zilverpapier op de barbecue, groentjes erbij, beetje citroen erover... Hmm!»

Wanneer een gigantische zwerm vogels neerstrijkt op het Prinsenhof, op een plek waar een wandelaar zonet broodkruimels heeft uitgestrooid, valt het gesprek stil. Benji prikt een rietje in zijn Capri-Sonne en slurpt het drankje leeg. Benny lijkt in gedachten verzonken – of hij droomt van zijn nieuwe iPhone. Filip is de eerste die de stilte verbreekt. ‘Gek, toch,’ merkt hij op, ‘dat die vogels met zo veel zijn, maar in hun vlucht nooit tegen elkaar botsen.’


Wachtlijst

Vlaanderen telt 67 beschutte werkplaatsen, waar 16.500 werknemers met een arbeidshandicap aan de slag zijn. Autisten, ADHD’ers, mentaal gehandicapten en de occasionele eenbenige: een beschutte werkplaats is een toevluchtsoord voor mensen die op een gewone werkplek hun draai niet vinden. Maar bezigheidstherapie it ain’t. ‘Veel mensen denken nog altijd dat ons personeel knopen sorteert en enveloppes dichtplakt,’ zegt Luc Simons, activiteitenleider in de zeefdrukkerij van Bewel in Hasselt.

Luc Simons «Maar die categorie medewerkers wordt steeds kleiner. Niemand van de valide werknemers in onze drukkerij heeft overigens het diploma van gehandicaptenbegeleider.

»Beschutte werkplaatsen zijn moderne, weliswaar gesubsidieerde bedrijven die moeten concurreren met gewone ondernemingen. Onze klanten heten Alken-Maes, Carglass, Mobile Vikings en JBC. Dan kun je niet zeggen: ‘Wij werken met doelgroepen, we zullen iets later leveren.’ Ook onze orders moeten op tijd de deur uit.»

Met bijna 2.000 mensen op de loonlijst is Bewel de grootste beschutte werkplaats in Vlaanderen. Het bedrijf heeft negen werkplaatsen in Limburg, waarvan de grootste in Hasselt: 570 werknemers op een bedrijfsoppervlakte van 15.000 vierkante meter – al is er ook enclavewerk, wat inhoudt dat een groepje Bewel-werknemers onder toezicht van een monitor in een ander bedrijf aan de slag gaat.

Sinds de sluiting van Ford Genk is Bewel de derde grootste werkgever in Limburg, na het Ziekenhuis Oost-Limburg en het Hasseltse Jessaziekenhuis. Dat is opmerkelijk voor een bedrijf dat geen producten verkoopt, maar alleen arbeid in de aanbieding heeft. Toch is er weinig reden tot juichen: onlangs keurde de Vlaamse regering de uitvoeringsbesluiten van het maatwerkdecreet goed. Vanaf 1 april 2015 zullen de beschutte en de sociale werkplaatsen (ondernemingen waar laaggeschoolden en langdurig werklozen aanspoelen) vervellen tot maatwerkbedrijven.

Doel van het nieuwe decreet is meer werknemers uit de sociale economie te laten doorstromen naar gewone bedrijven. Maar omdat een deel van de mensen met een psychosociale stoornis meer subsidies zullen krijgen dan werknemers met een verstandelijke handicap, vreest de sector dat werkzoekenden met een handicap minder kansen zullen krijgen. Bovendien belooft Vlaams minister van Sociale Economie Liesbeth Homans (N-VA) wel een verhoging van de werkingsmiddelen, maar is er geen sprake van een verhoging van het aantal arbeidsplaatsen. Nu al staan in Vlaanderen 6.600 werkzoekenden op de wachtlijst voor een job in een beschutte werkplaats.

Ook Bewel hanteert een wachtlijst: meer dan 400 werklozen met een arbeidshandicap willen er aan de slag. Humo kreeg voorrang en mocht een paar dagen meedraaien. Eerst in de confectiehal, daarna in de zeefdrukkerij. ‘Je kunt ook mee met de groendienst,’ klonk het vooraf besmuikt aan de telefoon, ‘maar ik weet niet of je daar zin in hebt. Die kerels hebben het hart op de tong. Ze zullen zich hardop afvragen wat jij in godsnaam bij hen komt doen.’

[FOTOSPECIAL_31121]


Saai is goed

Het is nog donker wanneer ik ’s morgens de parking oprijd. Een dag bij Bewel begint stipt om 7.55 uur en geen minuut later. ‘Broken English spoken perfectly here,’ vermeldt een bordje op het secretariaat – grapje van de secretaresse. Terwijl de werknemers langs de prikklok passeren, leidt werkleider Jos Bartels me rond in het bedrijf.

In de enorme, bijna nagelnieuwe textielhal hangen kilometerslange rails aan het plafond om kledingstukken te verwerken. De rails staan stil, de kleren voor de koopjesperiode zijn net de deur uit. Het is wachten op de voorjaarscollectie.

Jos Bartels «Zowel C&A als JBC doen een beroep op ons om hun kleren te beveiligen en te stomen. Alle textiel komt aan in zeecontainers, die ons personeel zelf lost. De bovengroep van onze werknemers kan dat – ze rijden zelfs rond met heftrucks en hebben controlerende functies.»

Net als elk ander bedrijf hanteert Bewel targets: per dag moeten tussen de 40.000 en de 50.000 stuks kleding worden verwerkt. In piekperiodes loopt dat aantal op tot 80.000 stuks.

Bartels «Dat zorgt soms voor stress, maar die stress zit uitsluitend bij onze leiding, niet bij onze werknemers. Zij moeten er alleen voor zorgen dat ze aan 600 kledingstukken per dag komen. Als er meer kleren verwerkt moeten worden, dan is het mijn taak om ervoor te zorgen dat er meer volk aan de lijn zit. Meer werk: dat kunnen onze mensen niet aan.»

In de nabijgelegen montagehal – zo genoemd omdat er ooit pedalen voor Ford werden gemonteerd – ratelen de lijnen wel volop. Kinderbroeken, bloesjes, zonnebrillen, petten: alles krijgt een beveiligingsbadge. Het werk is monotoon: kledingstuk uit de doos halen, kledingstuk beveiligen, kledingstuk op de lijn leggen. En opnieuw, 75 keer per uur, 600 keer per dag.

Bartels «Vroeger moest iedereen alles doen: de kartonnen doos in het magazijn gaan halen, de kleren sorteren, labelen, inventariseren, de kleren terug in de doos steken, de doos wegzetten. Gek werd ik daarvan: er was geen overzicht meer. Sinds ik het werk heb opgedeeld in verschillende stappen, en elke werknemer slechts één van die stappen voor zijn rekening neemt, gaat het veel vlotter. Voor een buitenstaander is dat saai, maar de meeste mensen hier houden niet van afwisseling.»

‘Doos vol,’ piept de scanner op het einde van een lijn. Het is de plek van Sarah, die routineus de doos dichtvouwt, haar papieren bijwerkt en zich klaarzet voor de volgende lading. Sarah is niet haar echte naam – die wil ze niet gepubliceerd zien, zo benadrukt ze, terwijl ze me brutaal aankijkt.


'Ik ben blij dat mijn leven eindelijk in de plooi is gevallen, dat ik hier mijn plek én een lief heb gevonden'

-WERKNEEMSTER VIRGINIE

HUMO Waarom niet?

Sarah «Ik wil niet dat mensen weten dat ik bij Bewel werk. Als iemand naar mijn job vraagt, zeg ik dat ik voor JBC werk. (Triomfantelijk) Dat is niet gelogen, hè.»

HUMO Ben je niet fier? Je staat duidelijk een trapje hoger dan je collega’s.

Sarah «Jawel, maar als je tegen vreemden zegt dat je bij Bewel werkt, dan denken ze dat je laag gevallen bent. Behalve mijn familie en mijn beste vrienden weet niemand dat ik hier werk. Ik heb vroeger nog in gewone bedrijven gewerkt. Dat mis ik soms.»

HUMO Waarom ben je er weggegaan?

Sarah «Ik kon niet altijd volgen. ’t Is niet dat ik niet graag bij Bewel werk, maar het is hier... anders.»

HUMO Hoe bedoel je?

Sarah (haalt de schouders op) «Tja, ik weet het niet. Anders.»

In een hoekje van de montagehal, weg van de drukte van de lijnen, zit Kris ineengedoken achter een computer labels te printen. Geconcentreerd leest hij de code van een papier, tokkelt vervolgens op zijn toetsenbord en wacht tot de zelfklevende etiketten uit de printer rollen. Zijn hoofd komt amper boven het scherm uit. ‘Onze autist,’ lacht monitrice Carine. ‘Jij vindt het misschien zielig dat Kris daar alleen zit, hij vindt het prima.’

Kris «Ik zit hier goed, ja. De hele dag labels printen: ik vind dat tof.»

HUMO Hoe ben je hier terechtgekomen?

Kris «Ik heb BSO gedaan, afdeling Verkoop. Maar tijdens mijn stages merkte ik al dat het mij niet lukte, ‘gaan werken’. Via Arbeidszorg (vrijwillig, onbetaald werk voor wie niet in de reguliere of beschermende tewerkstelling terechtkan, red.) ben ik bij de kringwinkel in Hasselt terechtgekomen. Daar ging het wel. Toen er hier een plaats vrijkwam, heb ik niet getwijfeld.»

HUMO Sommige van je collega’s schamen zich omdat ze bij Bewel werken. En jij?

Kris «Ik loop er niet mee te koop, maar als mensen het echt willen weten, ben ik eerlijk.

»Ik moet zeggen dat ik mijn beeld ondertussen heb moeten bijstellen – ook ík had me een beschutte werkplaats anders voorgesteld. De mensen denken nog altijd dat wij idioten zijn.»


Niet tijd

Zoals dat op elke werkvloer het geval is, flakkert ook bij Bewel de passie soms hoog op. Jona en Virginie vonden elkaar zeven maanden geleden tussen de gestoomde kleren van JBC. Hij een twintiger met een autismespectrumstoornis, zij een dertiger met ADHD, epilepsie én borderline. Na drie maanden gingen ze samenwonen.

Jona «Het is misschien raar dat ik als ASS’er bij een ADHD’er ben. Ik heb structuur nodig en Virginie kan me die niet altijd geven.»

Virginie «Toen ik Jona voor het eerst zag, was ik meteen verliefd. Het heeft niet lang geduurd voor ik op hem ben afgestapt.»

HUMO Wat zag je in hem?

Virginie «Jona is behulpzaam en zacht. We zijn ook allebei zot van dieren: we hebben vier cavia’s en twee puppy’s. We willen ook nog twee ratten.»

HUMO Wonen jullie op het platteland?

Virginie «Nee, op een appartementje aan het station. Heel gemakkelijk: we hebben alles dichtbij. En in het weekend kan ik gaan shoppen.»

Jona «Ik zit dan meestal te computeren.»

Virginie «Ik heb veel operaties ondergaan – maar dat verhaal zal ik u besparen. Ik ben gewoon blij dat mijn leven eindelijk in de plooi is gevallen, dat ik hier mijn plek én een lief heb gevonden. Vroeger werkte ik als kassierster en verkoopster. Maar door mijn gezondheidsproblemen verloor ik telkens mijn werk.»

Jona «Mijn eerste werkervaring was in een meubelzaak in het dorp waar ik ben opgegroeid. De mensen daar hadden me graag, maar volgens de baas was ik te traag. Dat was ik als kind al – mijn ouders hadden snel in de gaten dat ik niet was zoals andere kinderen.»

HUMO Vind je dat erg? Schaam je je dat je hier werkt?

Jona «Nee, ik heb repetitief werk nodig. Als ik in een JBC-winkel kom en ik herken een kledingstuk dat ik heb gestoomd, dan ben ik trots.»

Hommeles aan lijn 3. De controleur op het einde van de lijn krijgt het niet meer gebolwerkt en roept wat naar een collega. Die roept iets terug en maakt een wegwerpgebaar. Monitrice Carine spoedt zich naar de band en grijpt in.

Carine «Ik weet dat je snel bent, Diane, maar leg de kleren toch maar één voor één op de band. En Eddy en Johanna, niet te veel babbelen. Komaan, doorwerken!»

Eind jaren 90 kwam Carine, pas afgestudeerd als onderwijzeres, Bewel binnengewaaid als poetsvrouw.

Carine «Ik werkte als interimleerkracht, maar als er geen werk was in het onderwijs, ging ik poetsen. Op mijn laatste dag als poetsvrouw bij Bewel hoorde ik dat er een examen was voor toekomstige monitors. Ik schreef me in en slaagde, zonder te beseffen wat het werk inhield.

»In het begin kwam ik ’s avonds vaak wenend thuis: ik trok me het lot van het personeel te erg aan. Dutsen waren het, stuk voor stuk.»

Vandaag denkt ze daar anders over. Hoewel: als Carine Jos meeneemt naar zijn functioneringsgesprek, is er vooral mededogen. Jos weet dat hij op gesprek moet, maar hij beseft niet goed waarom. ‘Je hoeft geen schrik te hebben,’ sust Carine. ‘Het is gewoon de bedoeling dat je vertelt wat op je lever ligt.’

Na een lange werkloosheid kwam Jos enkele jaren geleden bij Bewel terecht. De monitors hadden onmiddellijk in de gaten dat hij extra aandacht nodig had: Jos leeft in zijn eigen wereld. Hij woont alleen en heeft amper sociale contacten. Als hij nieuwe kleren en schoenen nodig heeft, brengen de monitrices de afdragertjes van hun echtgenoten voor hem mee.

In een kantoortje neemt Carine plaats aan een tafel. Jos krabt in zijn baard en kijkt onwennig om zich heen. Heeft het met mijn aanwezigheid te maken? Ik wil het kantoortje verlaten, maar nog vóór ik iets kan zeggen, breekt Carine het ijs door Jos te vragen wat voor werk hij precies doet.

Jos «Beveiliging van textiel, de lijn bevoorraden, containers lossen.»

Carine «Doe je dat graag?»

Jos «Jaja.»

Carine «Renaat, jouw monitor, is erg tevreden over je. We hebben sterke mannen zoals jij nodig om de container te lossen. Maar ik ga je niet meer laten stapelen. Weet je waarom?»

Jos «Nee.»

Carine «Je bent soms onvoorzichtig. Je pakt dozen op die in beweging zijn, en dat mag niet. Renaat heeft het je al dikwijls gezegd en toch blijf je het doen. Als dat niet verandert, moet ik je op de vingers tikken.»

Jos «Ik zal eraan denken.»

Carine «Kijk, Jos. Je komt graag werken. We zien dat je je best doet en we hopen dat dat zo blijft. We vinden het fijn dat je nooit moppert, je doet alles wat we je vragen. Maar weet dat je het mag zeggen als je iets niet goed vindt. Dat doen wij ook. Bewegende dozen, daar blijf je van af. Stel dat je je bezeert, dan zijn we een werkkracht kwijt.»

Achteraf zal Carine uitleggen dat Jos het concept ‘dozen stapelen’ totaal niet snapt.

Carine «Eerst dachten we dat hij meer tijd nodig had. Soms moet je mensen hier tien keer hetzelfde uitleggen voor ze het snappen. Jos zegt telkens dat hij het doorheeft, maar als we ons omdraaien, is hij het alweer vergeten.»

Zo gaat dat in een beschutte werkplaats: mensen krijgen kansen, elke keer opnieuw. Er wordt bijna nooit iemand ontslagen.

Bartels «Wij gaan niet voor winst, maar voor tewerkstelling. Ons doel is: zo veel mogelijk doelgroepmedewerkers aan de slag krijgen. Om het rendementsverlies op te vangen, zijn er loon- en begeleidingssubsidies. Maar 51 procent van onze omzet moeten we zelf realiseren. Daarom werken wij niet goedkoper dan andere bedrijven.»

Simons «Als we straks minder subsidies krijgen, dan moet de productiviteit omhoog. Het is dat of mensen ontslaan, maar dat doet Bewel niet. Waar moeten onze doelgroepmedewerkers anders naartoe? Na Bewel is er niets meer. Je kunt die mensen toch niet de werkloosheid in sturen?»

Wat zou er anders van Peppi – niet zijn echte naam, maar iedereen noemt hem zo – worden? Even beweeglijk en vrolijk als de Nederlandse matroos, maar ook even tragisch. Peppi kan amper spreken. Het enige wat hij over zijn lippen krijgt, is: ‘Niet tijd, nu niet.’ Peppi heeft het altijd druk.

Carine «Al vragen we ons soms af waarmee. Soms loopt hij de hele dag te borstelen of vult hij bakjes met beveiligingsbadges bij. Nogal nutteloos werk, maar ’t is pas wanneer hij er niet is, dat we hem missen. Elk jaar gaan de monitors één keer met hem uit eten. Dat doen we alléén met hem.»


Content met Skoda

In de zeefdrukkerij knalt Joe FM door de luidsprekers. Vuilbakken, flessen, glazen, spuiten: alles wat bedrukt kan worden en geen papier is, passeert hier. Robby en Vicky bedienen de glasbedrukkingsmachine. ‘Soms sta ik ook aan de plastieken flacons,’ zegt Vicky. ‘Eigenlijk doe ik hier een beetje van alles.’

Het is druk in de drukkerij. De snerpende stem van een opgewonden radiopresentatrice lijkt het tempo nog meer de hoogte te willen injagen. Met een rotvaart bestempelt Robby de glazen en zet ze op de band, die door een warmtetunnel gaat. Aan het einde van de tunnel neemt Vicky de glazen eruit en stapelt ze in kartonnen dozen.

Robby heeft een petje van Ferrari op. Maar het is hem niet om de auto te doen, preciseert hij.

Robby «Ik heb iets met paarden. Ze noemen me ‘Robby de cowboy’.»

HUMO Rijd je vaak paard?

Robby «Niet meer sinds ik een zware val heb gemaakt. Toen ik op de grond lag, begon het paard op mijn ribben te stampen. Maar ik verzorg nog wel paarden: de vader van een vriendin van mij heeft een manege. Daar ga ik tijdens het weekend de stallen uitmesten en de beesten verzorgen.

»Mijn zus werkt met honden. Haar help ik ook. We wonen samen in het huis van onze ouders.»

Maar die Ferrari, wil ik nog weten. Hoopt hij er ooit mee te kunnen rijden?

Robby «Misschien. Maar ik rijd nu met een Skoda Yeti. Daar ben ik héél content van.»

Een gesprek aanknopen lukt moeilijk in de drukkerij – de muziek blèrt, de machines ratelen en puffen, de concentratie mag geen moment verslappen. Wie even niet oplet, maakt fouten. Wanneer ik de jongste werknemer denk te hebben gespot en hem begin uit te vragen, blijft zijn band bedrukte plooimanden spuwen. Plots liggen er meer dan de hanteerbare zes op een hoop, en valt de stapel op de grond. Verward begint de jongen met zijn armen rond zich te maaien – ik verontschuldig me, ruim de rommel op en maak me uit de voeten. Altijd geweten dat ik niet deugde voor bandwerk.

In de gang kom ik Betty tegen. Trots houdt ze een doos met zelfgemaakte knutselwerkjes vast: een kerststukje voor elke monitrice in de montagehal. Op een leeg cd-schijfje heeft ze kerstfiguurtjes geboetseerd en vastgelijmd in een winters tafereel. ‘Heb ik de ganse nacht aan doorgewerkt.’ Ik vraag of ik een foto mag nemen van haar met de kerststukjes. Betty knikt. Ze zet een stap achteruit, steekt de doos naar voren en kijkt doodserieus in de richting van de gsm die ik omhoog houd. ‘Het is toch voor de tv, hè?’


Achtervolgingswaanzin

Op de ochtendvergadering van de groendienst, tijdens de eerste koffie, worden de ploegjes van die dag ingedeeld. Werkleider Guido koppelt elk ploegje aan een monitor. Iemand zucht. ‘Toch niet C., hè. Daar kan ik niets mee aanvangen!’ Zijn collega stelt een ruil voor: ‘Ik heb D. in de aanbieding. Wisselen?’ Guido grijpt in. ‘Ik kan C. toch niet laten stempelen als er genoeg werk is? Hij gaat mee.’


'Ik heb ooit een bloedklonter in mijn hersenen gehad en was een tijdje verlamd. Als dat blijvend was geweest, stond ik nu aan de andere kant' -MONITRICE JEANINE

In een witte bestelwagen – mét logo: ‘Bewel: mens en maatwerk’ – rijdt Jeanine met haar ploegje naar het Prinsenhof. Op het programma vandaag: vuilnis oprapen, bamboe wegkappen, bomen snoeien. Terwijl het volop miezert, tillen Benji, Benny, Kurt en Filip de kruiwagens en de prikkers uit de laadbak en zetten ze de snoeischaren en de bosmaaiers klaar.

Jeanine «Ze mogen alle gereedschappen hanteren, behalve kettingzagen en hoogtewerkers: te gevaarlijk. Terwijl ze daar in hun vrije tijd wellicht gewoon mee werken thuis.»

In twintig jaar tijd is er veel veranderd bij Bewel, vindt Jeanine.

Jeanine «Het bedrijf is harder geworden. Onze werknemers moeten echt presteren, in staat zijn deadlines te halen. (Tot mij) En wat ga jij doen?»

Ik besluit dan maar mee vuilnis te gaan rapen, later die ochtend help ik de hazelaars en de vlierbloesem te snoeien. Jeanine, gediplomeerd tuinbouwer, wijst aan wat weg moet. ‘Dat mag gesnoeid worden, geef de jonge twijgen maar ruimte.’ Met al zijn kracht gaat Benny, formerly known as King Kong, ondertussen de bamboe te lijf – hij hakt en zaagt erop los. Boomstammen die de anderen niet kunnen dragen, tilt hij met het grootste gemak op.

Uit de jaszak van Filip stijgt muziek op. Hij heeft de luidsprekers op zijn gsm aangezet – doet hij altijd wanneer hij aan het werk is. Van Daft Punk gaat het via hiphop naar R.E.M. Het houdt hem recht. ‘Zelfs in het diepste van mijn psychoses heeft de muziek me er altijd doorheen gesleurd.’

Filip «Op mijn 13de kreeg ik mijn eerste psychose; de laatste keer dat het me overkwam, was in 2006. Ik voel het telkens aankomen: een lange aanloop, en dan twee, drie maanden helemaal van de wereld. Tijdens die maanden ben ik een gevaar voor mezelf, dan moet ik opgenomen worden. Ik ben zelfs al gecolloqueerd – ooit heb ik twee weken in een isoleercel gezeten. Dat was het ergste: ik zat dagenlang met mijn hoofd tegen de muur te bonken.»

HUMO Wat voel je als je in een psychose zit?

Filip «Ik heb achtervolgingswaanzin, altijd. En hallucinaties. Alles draait rond mij: ik denk dat heel België achter me aan zit, dat het hele land een complot tegen mij heeft gesmeed. Van mijn ouders heb ik zelfs ooit gedacht dat ze dubbelgangers waren, gestuurd om mij te komen pakken.

»Net zoals een psychose komt, gaat ze ook voorbij. Dan word ik ’s morgens wakker en weet ik: ‘Het is gedaan, ik ben weer normaal.’ Ik voel me dan altijd erg schuldig tegenover mijn ouders en mijn broer.»

Filip wil terug naar de muziek. Of je, als je bij Humo werkt, gratis naar de Rock Rally mag? En naar Werchter? Ik knik. ‘En naar Pukkelpop.’ Hij schudt zijn hoofd, lijkt het maar niet te willen geloven. Dat Filip zo normaal is, zeg ik later tegen Jeanine.

Jeanine «Het zijn heus niet allemaal mentaal gehandicapten die bij ons werken, we hebben ooit een burgerlijk ingenieur bij ons gehad. Na een burn-out kon hij niet meer mee op zijn werk. Door bij ons aan de slag te gaan, heeft hij zijn ritme opnieuw gevonden.

»Wat is normaal? En wie bepaalt waar de grens ligt? Ik heb ooit een bloedklonter in mijn hersenen gehad en was een tijdje verlamd. Als dat blijvend was geweest, stond ik nu aan de andere kant bij Bewel. Voor mij zou dat niet veel hebben uitgemaakt, maar voor de buitenwereld wel.»

Enkele weken later zit ik in het stationsbuffet van Hasselt. Aan het tafeltje naast me zit een vrouw die me bekend voorkomt. Ze is alleen, zoals de meeste mensen hier. Zwijgend sopt ze haar croissant in een tas warme choco. Waar ken ik haar toch van? Ik scroll door de foto’s in mijn gsm en plots zie ik het. Ik ga naast haar zitten en toon haar de foto: ‘Excuseer, kent u deze mevrouw?’

Betty schrikt op. Ze ziet zichzelf met de kerststukjes en glimlacht. ‘Ben ik al op tv geweest?’ vraagt ze. ‘Nog niet,’ zeg ik. Ze vraagt of ik haar op de hoogte wil houden. Ze moet binnenkort naar de dokter want ze is ziek en ze weet niet of ze dan tv kan kijken met haar rugpijn.

Hallo Betty, je bent op tv!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234