Losinj, Kroatie.Beeld Noël van Bemmel

REPORTAGErare reizen

Ooit voor de elite, nu aromatherapie voor iedereen: het Kroatisch eiland Lošinj bezoek je om heel diep adem te halen

Sommige eilanden bezoek je om te feesten, om bijzondere beesten te bewonderen of om te luieren met een kokosnoot in je hand. Maar het Kroatisch eiland Lošinj bezoek je om heel diep adem te halen. Wandel over de Lungomare, het stenen pad onder de pijnbomen op één meter afstand van de azuurblauwe zee, en de longen vullen zich met een zilte bries en de krachtige aroma’s van dennenhars, salie, oregano en kerriekruid.

Dat is goed voor je gezondheid, stelden Weense artsen al in de 19de eeuw, waarna adellijke families uit het Habsburgse rijk – met hun witte uniformen en krulsnorren – massaal de boot pakten naar Lošinj. Nog altijd geldt het eiland als de Oostenrijkse Rivièra. En nog steeds voel je je al een stuk beter zodra de veerboot zich losmaakt van het Europese vasteland en koers zet naar schaduwrijke pijnboombossen en helderblauwe baaien.

Het toerisme in Kroatië zakte in na het uiteenvallen van het communistische Joegoslavië en de daarop volgende Balkanoorlog, maar in het afgelopen jaar boekte het land weer een record van 20 miljoen toeristen. De meeste vakantiegangers kiezen voor het schiereiland Istrië in het noorden of de steden Split en Dubrovnik. Maar waarom niet een veerboot pakken naar een van de 1.200 eilanden en eilandjes, waarvan slechts 48 bewoond?

Lošinj bereiken kostte ooit een dag extra reistijd, maar inmiddels vertrekt de nieuwe veerboot om het uur en bereik je in 20 minuten het naastgelegen eiland Cres. Dan valt meteen op: weg zijn die grote reclameborden voor campings en aquaparken langs de weg. Je passeert uitgestrekte schapenweiden en olijfboomgaarden op droge, rotsachtige grond, gescheiden door stenen muurtjes op heuphoogte. En overal spiegelt een donkerblauwe zee onder een lichtblauwe lucht. Cres is leeg en ruig, het domein voor kampeerders (er zijn maar twee hotels), schapenboeren en vale gieren die broeden op zeekliffen.

Helemaal aan het eind van de weg ligt het dorpje Osor (al vierduizend jaar een haventje) waar een laag bruggetje toegang biedt tot Lošinj. Stenige vlakten maken plaats voor dennenbos dat doorloopt tot aan de waterkant. Ooit slim geplant om rijke flaneurs aan te trekken die logeerden in de monumentale koopmanshuizen van de rijke schippers van Lošinj. Daarna bouwden zij hun eigen villa’s met loggia’s en torentjes die nu worden opgeknapt tot boetiekhotels. Kortom, Lošinj trekt nog steeds een eleganter publiek dan de rest van Kroatië.

De lungomare van Lošinj, al 130 jaar een heilzame wandeling.Beeld Noël van Bemmel

Gratis aromatherapie 

‘Alles draait hier om de geur’, zegt tuinvrouw Sandra met een gelukzalige blik. Haar botanische tuin ligt op een heuvel aan zee. Sandra wijst op een geel plantje met zilvergrijze blaadjes: ‘Ruik maar aan de helichrysum italicum, of die daar: wilde salie en oregano.’ Geen eiland in de Middellandse Zee telt zoveel kruiden als Lošinj. ‘Hier krijgen we iedere dag gratis aromatherapie!’

Sandra serveert ook eten aan houten tafels die her en der onder olijfbomen staan. ‘Gegrild lam van de boerderij van mijn zus, groenten en kruiden uit eigen tuin, schapenkaas van het eiland Cres.’ Onder de pergola verkoopt ze potjes zelfgemaakte dennenappelsiroop, ingemaakte venkel en honing uit bijenkasten die naast salievelden staan.

De mooiste baai, vinden velen, is die van Čikat, een stervormige inham met kiezelstrandjes, azuurblauw water en dennenbossen tot aan de waterkant. Maar dat is onzin, Lošinj grossiert in dat soort baaien. Dat adellijke overwinteraars hier hun villa’s bouwden, heeft vooral te maken met bereikbaarheid (veel baaien zijn alleen te voet bereikbaar) en de nabijheid van hoofdplaats Mali Lošinj. De belangrijkste familie van het eiland, vier zussen die hotels, campings, winkels en zeiljachten exploiteren, stak afgelopen tien jaar 200 miljoen euro in stijlvolle hotels, ambitieuze restaurants en fraaie promenades langs de zee. Vooral rond Čikat.

Moet je daarmee blij zijn als toerist? Wel als je van variëteit houdt. Kroatië telt 4.000 kilometer kustlijn waar je overal wel een kampeerplek kunt vinden op een rotsig veldje. Maar in Čikat flaneer je over schaduwrijke kustpaden waar ooit Oostenrijkse aartshertogen en Hongaarse prinsessen hun heilzame ochtendwandeling maakten. Nu passeren vaders met een strooien hoedje op en kinderen met een schepnet in hun hand. En soms een fietser met een handdoek om zijn nek.

In Hotel Bellevue, het eerste vijfsterrenhotel van het eiland, kun je aan zee liggen op smaakvolle bedjes onder rode parasols. Het strand is vervangen door een betonnen designkade met sfeerverlichting. Je kunt er cocktails drinken aan een infinitypool, scrubben in de wellness of Japans eten in een van de zes restaurants. Maar Čikat telt ook houten strandtenten en publieke strandjes, loop door naar de naastgelegen baai en je belandt op een enorme camping waar een gezin van vier terechtkan voor 60 euro per nacht.

Het winkeltje van de botanische tuin. Beeld Noël van Bemmel
Eigenaar Sandra.Beeld Noël van Bemmel

Meer luxe

Maar ook hier geldt: de toerist wil meer luxe. Dus oogt het nieuwe strandrestaurant als een moderne jachtclub en veranderen steeds meer kampeerplaatsen in glampingtenten en designbungalows. ‘We zijn een van de oudste en beste campings van Kroatië’, zegt manager Darko Švec van Camping Čikat (ook eigendom van de vier zusters). ‘We hadden afgelopen jaar 369 duizend bezoekers, die komen voor de ruime plekken, het waterpretpark en onze wc’s en badkamers die mooier zijn dan thuis.’ Alle nieuwe bungalows aan het water zijn volgeboekt, ondanks de prijs van 288 euro per nacht. ‘Ja, voor dat geld kun je ook naar het beste hotel, maar dat vinden kinderen saai.’

Traditioneel arriveert meer dan 90 procent van de eilandbezoekers per auto. Je ziet veel Oostenrijkse en Duitse kentekenplaten, maar ook Italiaanse – je zou zeggen dat die thuis genoeg stranden en baaien hebben. ‘Klopt’, zegt een verliefd stel uit Italië dat geniet van de zonsondergang, ‘maar hier is de zee veel schoner en helderder.’

Een van de strandjes in de baai van Čikat.Beeld Noël van Bemmel
Het nieuwe Hotel Bellevue.Beeld Noël van Bemmel

Lošinj wil komende jaren meer noorderlingen trekken. ‘We hebben tweehonderd dagen zon per jaar’, zegt directeur Dalibor Cvitković van het verkeersbureau. ‘Daar smachten Scandinaviërs en Russen naar!’ Hij hoopt dat de landingsbaan van het plaatselijke vliegveldje in 2021 eindelijk is verlengd, zodat daar vakantiecharters kunnen landen. ‘Vliegtuigtoeristen slapen in hotels en homestays, en eten in restaurants. Dat is beter voor ons.’

Als voorbeeld voor de ambities van Lošinj, noemt de directeur het museum verderop, gewijd aan maar één antiek Grieks beeld dat per toeval werd ontdekt door een Belgische scubaduiker. Na opening in 2016 werd de expositie genomineerd voor de prijs van best ontworpen museum van Europa. In een gestript stadskasteel aan de haven belandt de bezoeker telkens in een andere wereld totdat hij opeens oog in oog staat met het bronzen beeld: een jonge atleet, sensueel en perfect geproportioneerd.

Het Museum van Apoxyomenos.Beeld Noël van Bemmel

Dolfijnen

Een netwerk van nieuwe fietspaden moet achtergebleven dorpen en baaien beter ontsluiten en toeristen lokken buiten de zomer. In mei kleurt het eiland paars door de bloeiende salie, in het najaar is de zee nog aangenaam warm. Astma- en longpatiënten zijn nog altijd welkom in de gezondheidsresorts (sinds 1892) en van een nieuw bezoekerscentrum over dolfijnen wordt veel verwacht.

‘De kans om dolfijnen te zien is meer dan 90 procent’, zegt begeleider Martina Antoninić terwijl we op een rubberboot over de golven stuiteren. Door haar verrekijker speurt ze naar de groep van tweehonderd tuimelaars die permanent rond Lošinj leeft. Al snel verschijnen de eerste dolfijnen naast de boot, zwemmend op hun zij, nieuwsgierig omhoog kijkend.

Martina: ‘Het valt niet mee individuen te herkennen. We maken een foto van hun rugvin en vergelijken die met beelden in onze database. Wie wil kan ons een paar weken komen helpen als vrijwilliger.’

De onderzoeksorganisatie die de tochten organiseert, Blue World Institute, pakt het serieus aan: voor vertrek krijg je een uitgebreide powerpointpresentatie, daarna worden de dolfijnen voorzichtig benaderd. Niet te vergelijken met de toeristische dagjesboten die ook adverteren met dolfijnen. ‘Die schippers komen weleens vragen waar de dolfijnen zijn’, zegt Martina. ‘Dan krijgen zij ook eerst een presentatie van ons.’

’s Avonds verzamelen zich hele families uit Zagreb en stelletjes uit Duitsland of Italië voor de Show van de Dag. Vanaf de heuveltop hebben ze een goed uitzicht op de zonsondergang: honderd tinten roze boven een spiegelende zee vol silhouetten van eilanden. Heel normaal op Lošinj, gratis voor iedereen, maar dat is nou juist het geniale van uitzichtpunt Tematski vidikovac Providenca: ze maken er toch iets bijzonders van.

‘We zochten iets anders’, zegt mede-eigenaar Anita Katalinić. ‘Iets dat niet te maken had met zwemmen of zonnen. Hier waren enkel stenen en een paar olijfbomen. Ik verklaarde mijn vriend voor gek.’ Samen legden ze een pad aan met informatieborden over de natuur en cultuur van Lošinj. En een serie terrassen met tafels waar je huisgemaakte limonade kunt bestellen, Kroatische wijn en hapjes als gedroogde Pršut-ham, schapenkaas, olijven. Anita verbaasd: ‘Nee joh, we hebben geen dj. Lošinj moet geen Ibiza worden.’

Uitzicht vanaf het panoramaterras Providenca. Beeld Noël van Bemmel

© de Volkskrant

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234