null Beeld

Ook Antwerpen heeft haar bootvluchtelingen: het verhaal van Mamadou, een zestienjarige verstekeling

Meer dan 1.100 Afrikaanse bootvluchtelingen verdronken op één week tijd in de Middellandse Zee, en Europa belooft eindelijk maatregelen. Maar ook in de haven van Antwerpen stranden geregeld vluchtelingen die hun leven hebben gewaagd als verstekeling aan boord van een schip. Lees hier het verhaal van Mamadou, een zestienjarige jongen die in 2012 in Humo getuigde over zijn levensgevaarlijke reis over zee: vier dagen onderin de buik van het schip, zonder slaap, met het ijskoude zeewater tot aan je middel en een hamer als enige overlevingskans.

(Verschenen in Humo 3741/20 op 15 mei 2012)

'Je hebt moed nodig om de boot te nemen. Het is een strijd op leven en dood'

Op zaterdag 5 mei 2012 ontdekte een arbeider in de haven van Antwerpen het lijk van een verstekeling in een container op een terrein van Mexico Natie, op de D'Herbouvillekaai. De man bleek al een tijdje dood, zijn lichaam was in staat van ontbinding.

Naast hem lagen lege flessen water, blikjes sardines en cornedbeef, en enkele snoeprepen. De blinde passagier was meegekomen met een lading uit het Congolese Matadi: daar was het schip op 9 april vertrokken. De container, die nog altijd verzegeld was, had het schip niet meer verlaten tot in de haven van Antwerpen.

Volgens de politie ging het om een zevenendertigjarige Congolees, die vermoedelijk door verstikking of ontbering was overleden. Volgens de Dienst Vreemdelingenzaken was het de drieëntwintigste verstekeling die dit jaar in de haven van Antwerpen werd aangetroffen. Het was van al die gevallen wel de eerste dode.

David Lowyck trad lang op als voogd voor minderjarige verstekelingen. Vandaag is hij directeur van Minor-Ndako, een vzw die niet-begeleide minderjarigen opvangt.

David Lowyck «De verstekelingen kruipen meestal zo diep mogelijk in het schip. Dicht bij de machines, of op moeilijk bereikbare plaatsen waar bijna nooit iemand komt. Maar omdat de zeereis vaak langer duurt dan ze hadden verwacht, raken ze in de problemen: hun water en eten is op, ze worden ziek of claustrofobisch, krijgen last van de warmte of te weinig zuurstof... Dan komen ze aan dek, op zoek naar eten of frisse lucht, en worden gesnapt. Soms geven ze zichzelf ook aan.

»Wanneer de bemanning hen betrapt, worden ze opgesloten tot het schip in de volgende haven aanmeert. De kapitein moet op voorhand aan de autoriteiten melden dat ze een verstekeling aan boord hebben. Zodra ze aan wal zijn, komt de zeevaartpolitie aan boord om de verstekeling te ondervragen. En vroeger, toen ik nog voogd was, werd ik opgeroepen als bleek dat het om een minderjarige ging.

»Die jongens waren niet altijd even goed behandeld door de bemanning. Ik ben eens op een schip geweest waar ze twintig minuten moesten zoeken naar de sleutel van de kajuit waar ze de jongere hadden opgesloten. Hij lag in een ijskoude ruimte onder een klein dekentje te rillen. Zijn behoefte moest hij doen in een zakje in de hoek van de kamer.

»Een andere keer hadden de matrozen de verstekelingen in een kooi gestopt die ze zelf met dranghekken in elkaar gestoken hadden. Er zijn ook verhalen over mishandelingen, verkrachtingen en verstekelingen die geketend overboord gegooid worden, maar die zijn moeilijk te controleren.

»Wat je wel kan vaststellen, is dat veel jongeren er bij aankomst slecht aan toe zijn. Bang en in de war. Uitgedroogd, uitgeput of ziek. Luizig. Ik herinner me een jongen, ik zie hem nog altijd de boot afkomen, in een smerige trainingsbroek, op blote voeten, met zijn hebben en houden in zijn ene hand: een vuil washandje met een tandenborstel erin. Het was een straatjongen uit Ghana, die als kind in de haven van Ivoorkust had gewerkt en zijn kans had gezien om op een boot te glippen.

»De meeste verstekelingen die in de haven van Antwerpen arriveren zijn aan boord gekomen in de havens van Dakar (Senegal), Abidjan (Ivoorkust), Lagos (Nigeria) en Safi, een havenstad in Marokko met een belangrijke sardinevangst. Het zijn vaak straatarme jongeren die in de haven aan de slag kunnen als kruier, en die in achtergelaten boten en lege containers wonen.

»Ze zijn wanhopig om aan hun ellendige situatie te ontsnappen, en proberen om op om het even welke boot te raken, zelfs zonder de bestemming te kennen. En dan maar hopen dat ze ergens in Europa zullen aankomen, of in Engeland, of Amerika.

»Meestal worden ze gewoon aan boord van het schip gehouden om terug te keren naar de haven vanwaar ze zijn vertrokken. Omdat ze voor een boel administratieve rompslomp hebben gezorgd, heeft het schip soms langer aan de kade gelegen, en daar kunnen de rederijen niet mee lachen.

»'Zullen ze onderweg wel goed behandeld worden?' vraag ik me dan af. Het gebeurt ook dat ze per vliegtuig gerepatrieerd worden. Alleen minderjarigen mogen van het schip af en kunnen hier een tijdje blijven omdat ze een beschermingsstatuut hebben. Maar meestal moeten ook zij op hun achttiende terugkeren.

»Verstekelingen op boten hebben niets te maken met mensensmokkelorganisaties. Dat is het grote verschil met illegalen die in de luchthaven aankomen: daar is altijd mensensmokkel mee gemoeid, en moet er dikwijls veel geld worden betaald. Bootvluchtelingen hebben dat geld niet. Ze handelen bijna altijd op eigen houtje. Het is de meest kwetsbare en minst bekende groep onder de zogenoemde gelukzoekers.»


Mamadou in ‘het gat’

De zeevaartpolitie van de haven van Antwerpen wordt naar eigen zeggen elk jaar met een vijftigtal verstekelingen geconfronteerd. Daar zitten ook jongens van vijftien, zestien tussen. Onder hen Mamadou, een zestienjarige die twee maanden geleden in Antwerpen arriveerde – zijn land van herkomst geeft hij liever niet prijs. Hij vertelt hoe hij in Afrika stiekem aan boord ging van een schip, met doodsverachting, op zoek naar een beter bestaan.

Het was niet de eerste keer dat Mamadou de overtocht waagde. Twee jaar geleden was hij al eens aan boord geraakt van een vracht-schip dat, onder Panamese vlag, een chemisch product vervoerde – ‘een soort geel poeder dat via grote buizen in de laadruimte werd gespoten’. Hoewel de uitdrukking ‘aan boord’ misschien wat overdreven was: de jongen was samen met een vriend ’s nachts onder de boot doorgezwommen en in de technische holle ruimte gekropen die zich aan de onderkant van het schip bevond, net boven het roer en de schroef. Het is een kleine uitgespaarde ruimte met een luik dat in de machinekamer uitkomt, maar dat gaat enkel open als er herstellingen moeten gebeuren. De rudder trunk, in zeemanstermen. ‘Het Gat’, ‘le Trou’, in verstekelingstermen.

Het Gat is alleen voor de dap-persten. Je bevindt je in een soort stalen hok aan de onderkant van het schip, net boven de waterlijn. Meer houvast dan enkele richels in trapvorm is er niet. Als het schip geladen is, stijgt de waterlijn en reikt het water tot aan je middel. En als je loslaat en valt, is er alleen de oceaan om je op te vangen. Als je niet vermalen wordt door de schroef.

Mamadou en zijn vriend waren ’s nachts in het Gat gekropen. De avond erop waren er nog twee oudere jongens bij gekomen, die Mamadou kende van in de haven. Toen het schip een paar uur later van wal stak, haalden ze alle vier opgelucht adem. De eerste etappe was gelukt. Ze waren niet ontdekt.

Mamadou «Ik was veertien, debenjamin van de vier. De anderen kwamen gelukkig ook uit mijn land, zodat we met elkaar konden praten. Soms zitten er verschillende nationaliteiten door elkaar, die allemaal een andere taal spreken.

»Vier dagen hebben we daar zo gezeten. De boot deinde op en neer en het was ijskoud. Onder onze voeten zagen we de schroef draaien. In de buik van de boot hoorden we de machines brullen. Het drinkwater was de tweede dag al op. Eten hadden we niet bij ons. Als je in het Gat zit, heb je sowieso niet veel honger. Belangrijker is dat je een hamer meeneemt. Die dient om tegen de wand te kloppen als je het er niet meer uithoudt, zodat de bemanning een luik kan openen en je naar binnen kan.»

HUMO Als de boot vaart, loopt het Gat dan niet onder water?

Mamadou «Als de boot geladen is, komt het water tot aan je middel. Onder je voeten zie je de schroef die draait. Het is heel gevaarlijk. Je moet je overeind houden, half zittend, half staand, en zien dat je niet valt. Ik had mezelf met mijn hemd aan een richel vastgebonden. Je kan het ook met een koord doen, als je die bij je hebt.»

HUMO Wat moest je doen als je wilde slapen?

Mamadou (droog) «Nee. Je slaapt niet. Nooit. Anders val je in het water.»

HUMO Echt?

Mamadou «Ja.»

HUMO Hoe weet je dat?

Mamadou «Omdat ik in het Gat gezeten heb.»

HUMO Heb je het zelf zien gebeuren?

Mamadou «Vrienden van me waren een paar weken voor ons vertrokken met een boot die uien vervoerde. Ze waren ook in het Gat gaan zitten, maar toen de boot in de volgende haven aanlegde, zat er niemand meer in. Ze waren verdwenen. Zijn ze verdronken? Heeft de bemanning hen ontdekt en overboord gekieperd? Niemand weet wat er met hen gebeurd is.

»Er zijn ook boten waar het Gat volloopt met water, en als je niet op tijd klopt, verdrink je. Soms hoort de bemanning je niet door het gebrul van de machines. Alleen de mecaniciens komen zo diep in het schip, en dan nog maar heel af en toe.

»Soms zijn er conflicten tussen de verstekelingen. Dan gooien ze elkaar onderweg in het water. Als er bijvoorbeeld verstekelingen zijn die uitgeput zijn en met de hamer willen kloppen om zich aan te geven, gaan de anderen daar niet altijd mee akkoord. Als die liever willen blijven zitten tot de boot in Europa aankomt, zullen ze alles doen om te verhinderen dat je gaat kloppen. En dan duwen ze je in het water.

»Daarom zijn er veel verstekelingen die niet in het Gat durven. Ze proberen het alleen aan de bovenkant van het schip. Het Gat is het gevaarlijkst. Als je niet genoeg moed hebt, moet je het niet proberen.»

undefined

null Beeld

Mamadou en zijn metgezellen hielden het vier dagen in de donkere, natte kou uit. De vijfde dag gebruikten ze de hamer. Een bemanningslid opende het luik en bracht hen naar de kapitein. De boot was onderweg naar Engeland, vernamen ze, voor ze werden opgesloten in een kajuit met een deur met vijf sloten en een dichtgelast venster.

HUMO Was de bemanning vriendelijk?

Mamadou «De bemanning wel, de kapitein niet. Hij zei dat we niet mochten vechten aan boord, anders zou hij ons in het water laten gooien. Verstekelingen kosten de rederijen veel geld, en dus was de kapitein niet vriendelijk. Bovendien was het een Chinees. Er zijn twee soorten mensen die je moet vermijden als verstekeling: de Chinezen en de rijken. Dat zijn de ergsten. Geen enkele verstekeling zal een voet zetten op een schip waar alleen Chinezen of rijken op zitten, want als die je snappen, gooien ze je direct overboord, zonder pardon. Dat is algemeen bekend bij de jongens die in de haven werken. De matrozen waren wel vriendelijk. Dat waren Filipijnen. Zij gaven ons eten en droge kleren. Als je een boot moet kiezen om mee te gaan, is het belangrijk dat je weet wie erop zit. Filipijnen zijn altijd goed. Amerikanen en Europeanen ook.»


Het avontuur lonkt

Mamadou hing al sinds zijn dertiende rond in de haven, net als tientallen andere haveloze jongens en mannen die er een baantje zochten als kruier en die in kartonnen dozen sliepen of, als ze geluk hadden, in lege containers. Daar leerde Mamadou hoe hij de boot moest nemen. ‘Faire l’aventure’, zo noemden de jongens dat onder elkaar. Ze gaven elkaar tips, do’s-and-don’ts. Ze joegen elkaar ook schrik aan, met verhalen over aangespoelde lijken van jongens die ‘het avontuur’ hadden gewaagd.

Het waren er altijd een honderdtal, jongens en mannen uit alle windstreken. Guinee, Sierra Leone, Senegal, Nigeria... Ze zwermden ’s nachts rond de boten, wachtend op een opportuniteit, terwijl ze zorgden dat ze uit het zicht van de veiligheidsagenten bleven.

Mamadou «Er patrouilleerden constant bewakers. Soms waren er razzia’s. Wie in de haven betrapt werd zonder geldig toegangsbewijs, werd opgepakt en in de gevangenis gegooid. Dus probeerde iedereen aan een klus te raken. Als er een boot aanmeerde, kon je je aanbieden als dokwerker om de boot te helpen lossen. Dat betekende een hele nacht zonder pauze sleuren met zakken van vijftig kilo rijst of zout, tot de ochtend, maar zo konden de gendarmes je niks maken tijdens een razzia. En wie weet, misschien had je geluk en kon je ertussenuit knijpen: je glipt op een boot en je bent weg.

»Van mij zeiden ze vaak dat ik nog te klein was om al met die zware zakken te sleuren. ‘Over twee uur ligt hij op zijn rug, en dan is er een gat in de ketting.’ Dan slenterde ik wat rond op het haventerrein. Als er politie in de buurt kwam, dook ik weg achter een container of een berg palletten.

»Er waren ook oudere mannen in de haven die al tien jaar probeerden op een boot te raken. Zij waren de anciens en deelden de lakens uit onder de kandidaat-verstekelingen. Zij beslisten welke boot je mocht nemen en welke niet. Als je daar tegenin ging en je werd betrapt door de bewakers, dan sprak niemand in de haven nog tegen je. Want dat betekende dat de boot meer gecontroleerd zou worden. Iedereen meed je dan als de pest, want je had een boot ‘bevuild’. Om maar te zeggen: je kon wel vrienden in de haven hebben, maar als het eropaan kwam, was het ieder voor zich.»

undefined

null Beeld

HUMO Hoe vaak moet een verstekeling proberen om aan boord te raken voor het echt lukt?

Mamadou «Je kan twee of drie maanden in de haven rondhangen voor het een eerste keer lukt. Je komt elke dag – of liever: elke nacht – terug naar de haven, en dan is het een kwestie van geluk. Sommigen komen één keer en kunnen direct ergens aan boord glippen. En dan is het afwachten of ze nog terugkomen. Vrienden van me waren op een boot geraakt die naar Spanje ging, maar ze werden vroegtijdig betrapt. De kapitein had geen zin om er veel tijd aan te verspillen. Hij liet een slaapmiddel in hun eten mengen, ze werden vastgebonden en opgesloten in de grote laadruimte, en toen ze wakker werden waren ze terug bij ons, in de haven waar ze vertrokken waren. Maar andere vrienden is het wel gelukt, na vijf maanden proberen. Zij zitten momenteel in Spanje.»

HUMO Kiezen jullie de boten uit in functie van hun bestemming? Of is elk schip goed, als het maar ergens in Europa arriveert?

Mamadou «Dat laatste. Soms gingen er jongens aan boord van schepen die Afrika zelfs niet verlieten. Dat is dan pech. Je kan moeilijk aan de bemanning vragen waar de boot naartoe gaat.»

HUMO Is de bemanning van zo’n boot om te kopen?

Mamadou «Tsss, nee, dat heb ik nooit gezien. Want als ze betrapt worden, verliezen ze hun werk, en komen ze nergens meer aan de bak.

»Voor het me de eerste keer lukte, heb ik ook maanden moeten proberen. Overdag werkte ik in een restaurant buiten de haven, en als dat sloot ging ik een paar uur slapen: van acht uur ’s avonds tot twee uur ’s nachts. Dan ging ik op pad, elke nacht. Ik wist dat de gendarmes ook moe waren, en het was koud in de haven: er was dan minder controle. Ook de bewakers van de boten waren minder alert. Tijdens mijn drie jaar in de haven heb ik nauwelijks geslapen. Ik was altijd op zoek, altijd in staat van paraatheid.»

HUMO Had je vrienden die het op een andere manier wilden proberen? Met vrachtwagens, over land?

Mamadou «Nee, iedereen wilde de boot nemen, dat was makkelijker. De meesten van ons hadden geen papieren. Dat is een groot probleem als je het over land wil proberen, want er zijn te veel grenscontroles. Het duurt ook veel langer. En de boot kost niets, terwijl je het zonder geld over de weg wel kan vergeten.»


Terug naar afrIka

In Engeland werden Mamadou en zijn drie metgezellen overgeleverd aan de politie. De twee oudsten hadden een paspoort en werden onmiddellijk gerepatrieerd met het vliegtuig. Mamadou was op dat ogenblik veertien, maar op aanraden van zijn vrienden loog hij over zijn leeftijd.

Mamadou «‘Als je zegt dat je zo jong bent, word je zeker onmiddellijk teruggestuurd,’ hadden ze mij gezegd. En ik geloofde hen. Het was mijn eerste bootreis, wist ik veel. Toen de politie vroeg hoe oud ik was, antwoordde ik dus dat ik negentien was (compleet ongeloofwaardig, want hij ziet er op zijn zestiende nog altijd erg jong uit, red.).

»Toen vertelden ze ons dat mijn ene vriend en ik op de boot moesten blijven om terug te keren naar Afrika. Ik heb meteen de hele kamer afgebroken, uit frustratie. De lampen kapotgeslagen en al. Ik was buiten mezelf. Zo wanhopig. Ik had al nachten niet meer geslapen. Ik had alles achtergelaten. En dan mocht ik niet van boord! Ik zou álles gedaan hebben om van die boot af te raken. Ik was zo op. En ontgoocheld. Ik dacht: ‘Als ik het nog eens probeer, moet ik zeggen dat ik jonger ben.’»

HUMO Wat had je van Engeland verwacht?

Mamadou «Eén van mijn vrienden uit de haven was negen maanden in Engeland geweest, in Cornwall. Daarna had de politie hem meegenomen naar Londen en hem gerepatrieerd. Terwijl hij niks gedaan had. Geen enkele misdaad begaan had. En toch moest hij terug. Hij vertelde wel dat het goed was in Engeland.»

Terug in Afrika werden de twee jonge verstekelingen in de gevangenis gezet.

Mamadou «Na twee weken werden we vrijgelaten, maar de rechter verbood ons om nog in de buurt van de boten te komen. Of ik daar rekening mee hield? Wat denk je?»

Mamadou lapte het verbod aan zijn laars. Overdag bleef hij in het restaurant werken, ’s nachts doolde hij rond in de haven. En twee jaar later, in 2012, slaagde hij erin aan boord te komen van een containerschip dat wagens vervoerde. Een mastodont van twaalf verdiepingen hoog, met aan de achterkant een grote ophaalbrug waarlangs de auto’s op het schip gereden werden.

undefined

null Beeld

HUMO Wist jij dat die boot naar Europa ging?

Mamadou «Ja, want ik kende hem. Iedereen in de haven kende die boot. Maar niet iedereen had de moed hem te nemen. Het is één van de strengst bewaakte schepen in de haven, met meer dan vijftig be-wakers. En de regel is: hoe meer bewakers, hoe interessanter de boot. »Aan de voorkant wemelde het altijd van de veiligheidsagenten, maar aan de achterkant was het relatief rustig, omdat ze dachten dat niemand zo hoog zou kunnen klimmen. Die bewuste nacht ben ik in het donker naar de brug gezwommen. De weinige bewakers die er waren merkten me niet op. Alleen je hoofd steekt boven het donkere water uit, en als je je mond dichthoudt, is alles zwart (lacht).

»Ik zwom tot onder de brug en klampte me daar vast aan de onderkant. Er zat een smalle reling waar ik net tussen paste. Daar ging ik liggen en wachtte tot ze de brug ophaalden. Ik had geen eten of drinken bij me – in het water kan je niet veel meenemen. En ik had donkere kleren aan die op de huid plakten, een spannende jeans en een body. Voor het schip vertrekt, komen ze de on-derkant van de brug namelijk inspecteren met zaklampen: als je dan niet heel dicht tegen de wand verschanst zit, word je toch nog betrapt.

»Toen klapte de brug dicht als een boek, en werd ze tegen de achterwand gehesen. Tussen de twee helften bleef een kleine ruimte over die net breed genoeg was om me in te verbergen. Heel gevaarlijk, dat wel.»


Koksmaatje

Mamadou bleef drie dagen tussen de geplooide ophaalbrug zitten – of staan. Zonder water, zonder eten, zonder slaap. Soms wurmde hij zich naar de bovenkant van de brug, waar een kleine opening zat. Daarlangs klom hij met zijn lenige smalle lijf naar buiten en ging boven op de brug zitten om naar de zee te kijken.

Mamadou «Wat er door me heen ging? Niet veel. Je wacht, en je houdt vol. Het dek waar de bemanning liep bevond zich twaalf verdiepingen hoger. Op het achterdek hing een touw naar beneden, en het was mijn plan om zo naar boven te klauteren. Maar daarvoor moest ik drie, vier dagen geduld hebben, tot het vet en de olie op het touw gedroogd waren. Als je te vroeg begint te klimmen, en het touw is nog te glad, glijd je zo weer naar beneden en val je in zee. Dan ben je verloren.»

HUMO Je moet het wel allemaal durven. Was je niet bang?

Mamadou «Om de boot te nemen moet je moedig zijn. Anders begin je er beter niet aan. Al dan niet de boot nemen is een beslissing waar je leven van afhangt. Maar zodra ik aan boord zit, ben ik van niets meer bang. Ik wéét dat het op dat moment een strijd op leven en dood is. Ik ben dan zelfs niet meer bang dat ze mij overboord gooien, dat is het risico.»

Op de vierde dag klauterde Mamadou langs het touw naar boven. Hij sloop naar de kombuis en stortte zich uitgehongerd op een stuk brood en een flesje limonade. Op dat ogenblik kwam er een Filipijns koksmaatje binnen.

Mamadou «Die Filipijn was niet verbaasd. Hij vroeg of ik alleen was. Ik knikte. Het was wel de bedoeling dat er een vriend zou meegaan, maar die had op het laatste moment moeten afhaken omdat hij ziek was. De Filipijn bracht me bij de kapitein, en omdat ik maar alleen was, zei hij dat het niet zo’n groot probleem was. Toen sloten zemeineenkameroptotweinde haven van Antwerpen arriveerden.»

HUMO Weet je waarom ze verstekelingen opsluiten?

Mamadou «Ze zijn bang van ons. Ze denken dat we hen zullen aanvallen. Ik begrijp het wel. Ze kennen ons niet, en er zijn ook verstekelingen die met de bemanning beginnen te vechten als ze niet krijgen wat ze willen.

»In Antwerpen hebben ze me naar het ziekenhuis gebracht om mijn leeftijd te laten vaststellen. Ik ben zestien. Nu zit ik in dit centrum, en ik ben blij: het gaat wat beter met me. Ik heb te veel geleden (lacht zenuwachtig).»

HUMO Je bent hier nu bijna twee maanden. Is Europa wat je ervan verwacht had?

Mamadou «Ja, want alles gaat goed. Ik slaap goed, ik word goedgemutst wakker. Ik eet drie keer per dag en ik kan voetballen. Ik zou graag studeren, mecanicien worden. Een dak boven mijn hoofd hebben. Ik weet niet of het zal lukken, of ik hier zal mogen blijven. We zullen zien.»

Mamadou heeft een asielaanvraag ingediend. In afwachting van een beslissing blijft hij in een centrum voor niet-begeleide minderjarigen. Zijn drie oorspronkelijke metgezellen, die hij achterliet in Afrika, proberen nog elke nacht een boot te nemen, op weg naar het avontuur.

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234