null Beeld

Oorlogskinderen uit tegengestelde kampen: Simon Gronowski & Koenraad Tinel

Simon Gronowski moest uit de trein springen om aan Auschwitz te ontsnappen, Koenraad Tinel ging briefjes posten in de Gentse bussen: ‘Gaat bij den SS!’ Een verslag van een onwaarschijnlijke vriendschap, zeven decennia later.

Mark Schaevers

Ze noemen elkaar broer, de twee kranige kaalkoppen van respectabele leeftijd (foto: links Gronowski, rechts Tinel) die ik hier aan de keukentafel van huize Leysbroek in Vollezele vind, en ik bedenk hoe onwaarschijnlijk dat is. ‘Hij is de oudere broer, hé,’ zegt Koenraad Tinel, ‘we schelen tweeënhalf jaar.’

Tinel is op z'n 79ste een actief beeldhouwer en tekenaar. Ik herken in hem zo het type man dat met blote handen brandnetels trekt. Ik ken zijn beelden: van ijzer maakt hij poëzie. Simon Gronowski is op z'n 82ste nog bedrijvig als advocaat, ik merk meteen dat hij plezier beleeft aan een fraai gevormde zin. Zijn vader was een Poolse jood die vroeg in de jaren 20 illegaal naar België kwam. Hij was elf toen hij, in 1943, bij Borgloon van de trein sprong die hem en zijn moeder naar Auschwitz moest brengen.

Wat brengt uitgerekend dit jodenkind aan de keukentafel van een nazikind? Want zo noemt Tinel zichzelf zonder aarzelen: zijn vader, een Hitler-fanaat, moedigde twee van zijn zonen aan om de kant van de Duitsers te kiezen, aan het Oostfront en in de kerkers van

Breendonk. Zelf was Tinel te jong om veel verkeerd te doen. ‘Maar ik had het óók in mij! Ik liep wat graag rond met een casserole op mijn kop als helm. Misschien ben ik wel de geweldigste van de hele familie.’

Vier jaar geleden tekende Koenraad Tinel zijn levensverhaal neer in het boek ‘Scheisseimer’: een bombardement van tekeningen waarmee hij zijn traumatische familieverleden bestookte. Hij brengt ‘Scheisseimer’ ook op het podium. Sacha Rangoni, een joodse jongen van zestien, zag het en vond dat Tinel Simon Gronowski moest ontmoeten. Sinds die ontmoeting in februari 2012 houden Tinel en Gronowski niet op elkaar te zien – graag te zien. Auschwitz, dat veel meegemaakt heeft, wist niet wat het zag toen die twee vorig jaar, met de Canvas-camera's erbij, arm in arm door de voormalige kampstraten wandelden.

Nu staat hun vriendschap ook opgetekend, met woorden van Gronowski en tekeningen van Tinel, in ‘Eindelijk bevrijd’. En daarom zitten we in dat boek te bladeren in huize Leysbroek, de vierkantshoeve waar Tinel inwoont bij Dirk en Lies en hun kinderen.»

HUMO Mag ik naar jullie vroegste herinnering vragen? Misschien wordt dan meteen duidelijk hoezeer jullie achtergrond verschilt.

Koenraad Tinel «Het grote herenhuis in Gent met al die kamers en trappen, dat zijn de vroegste beelden die ik zie. De grote tuin: we moesten klompjes dragen om er te mogen spelen. Met achter in die tuin een atelier, waar mijn vader zijn idealistische beelden maakte – hij was ook beeldhouwer. Het was ongelooflijk stil in de Ekkergemstraat en in de hele stad in die jaren.»

Simon Gronowski «In mijn geval: de winkel van m'n ouders met lederwaren in Etterbeek, Waversesteenweg 639, met die geur van handtassen, portefeuilles, valiezen. Mijn vader was erg trots dat hij die winkel had kunnen kopen nadat hij uit de Waalse mijnen was weggeraakt. En ook: mijn zus Ita die op de piano Bach en Beethoven speelt. Een geborgen bestaan binnen een eenvoudig, gelukkig gezin. Het milieu was anders, maar we waren allebei geliefde kinderen, hè, Koenraad?

»Mijn vader was heel gelovig. Hij heeft me een joodse opvoeding gegeven, Hebreeuws geleerd. We hadden dus allebei een diepgelovige vader, maar ze hadden niet dezelfde God: de één de joodse God, de ander de nazi-God.»

Tinel «'t Is waar. Nom de Dieu! Nom de Dieu! Mijn vader was ook heel gelovig, een mysticus bijna, hij las Thomas a Kempis. Maar Hitler was misschien nog een grotere God. Hij was flamingant geworden aan het front. In zijn militair zakboekje werd hij geprezen voor zijn ‘heroïsme et bravoure’: op dezelfde naïeve manier heeft hij zich in het hitlerisme gestort. Hoe klein ik toen ook nog was, ik merkte hoeveel hij daarvan verwachtte. Hij las ‘Mein Kampf’, hij slurpte elk woord van Hitler op.»

Gronowski «Mijn vader luisterde ook naar Hitler op de radio, maar hij zat daar dan wel met een heel ongeruste kop. De dag dat de oorlog in Polen begon in september 1939 waren we nog aan zee, in Blankenberge, het staat in mijn geheugen gegrift: mijn vader had een krant gekocht, las over de oorlog in Polen, waar zijn familie nog woonde, en zei: ‘ça, c'est grave!’»

Tinel «De mijne was enthousiast toen de oorlog begon: ‘Wijveke, de Duitsers komen!’ Hij had Hitlers portret in hout gemaakt, wou dat aan hem schenken.»

Gronowski «Mijn eerste nazi heb ik gezien op de markt van De Panne. We waren bij de inval van de Duitsers tot aan zee gevlucht. Dan werd De Panne gebombardeerd en reisden wij op overvolle vrachtwagens terug naar Brussel. Langs de weg zag ik mijn eerste lijken liggen: dode soldaten, dikwijls met een Engelse helm over hun hoofd.»

Tinel «Gent was heel rustig toen de Duitsers de stad binnentrokken. Ik herinner me een moto die kwam aanrijden met een sidecar. Ik had helemaal geen schrik van die Duitse soldaten, want mijn vader hield van hen! Een Duitser gaf me een stukje brood, ik heb het meegenomen naar huis, mijn vader at ervan als was het een hostie.

»In de jaren daarna waren er in onze tuin festijnen met Duitsgezinde Vlamingen en Duitse soldaten. Ze dronken samen een glas, er werd gezongen, gedanst. Een grote camaraderie was dat. Ze hadden klasse, hè, die Duitsers! Als ze bij ons in de salon waren en mijn moeder kwam binnen, dan sprongen die mannen op, klak met de schoenen: ‘Gnädige Frau!’ Ze waren gedresseerd als honden.

»Dat was de enige wereld die ik kende: alles wat joods of Engels was, dat waren slechte mensen. Zoiets infiltreert in je kop, hè, vriend! Ik was helemaal gebrainwasht door mijn vader, die altijd zo zeker was van wat hij deed en zei. Een jood was voor hem een lelijk wezen met een kromme neus en kromme vingers om geld te pakken. Ik heb het moeilijk gehad om te accepteren dat een jood een normaal mens was.»

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234