Op bezoek bij Charles Crombez en Monique Loose, de ouders van John Crombez

‘Mijn taart is nog te warm!’ Moeder Crombez verwelkomt me met een zorgelijke blik, en verdwijnt onmiddellijk weer in de keuken om zich over haar amandeltaart met abrikoos te ontfermen. Met al die telefoons vanmorgen heeft ze die te laat in de oven geschoven.

'Als John niet in de politiek was gegaan,was hij nu duivenmelker'

‘Eerlijk? Ik had nooit verwacht dat John in de politiek zou gaan,’ zegt Charles Crombez (82). ‘Hier thuis werd daar nooit over gesproken. Ik heb heel mijn leven Het Nieuwsblad gelezen, en de enige rubriek die ik altijd oversloeg, was de politiek.’ Charles vertelt het met dezelfde bedaardheid die zijn zoon in De Zevende Dag en andere debatprogramma’s tentoonspreidt, ook al wordt hem daar het vuur aan de schenen gelegd over het Optima-schandaal in Gent, het ontslag van de Hasseltse burgemeester Hilde Claes of de riante vergoedingen die partijgenoten in schimmige intercommunales opstreken. Allemaal dingen die de socialistische partij de voorbije maanden met een odeur van gesjoemel omgaven, waarna de voorzitter telkens opnieuw brandjes moest blussen en het gedeukte vertrouwen in zijn partij moest herstellen. ‘John is eerlijk tot in de grond,’ roept zijn moeder vanuit de keuken. ‘Hij zal nooit iemand iets misdoen. Nooit! Hij is correct, en rechtdoorzee. Dat heeft hij van mij.’

‘Doodgewone mensen,’ zo omschrijven de ouders van John Crombez zichzelf. Hartelijk en ongedwongen is de ontvangst in hun woonst waar de SP.A-voorzitter opgroeide, te midden van polders en duivenkoten. Vader Charles ging vanaf zijn 16de op een kleine scheepswerf in Oostende werken, na drie jaar vakschool. ‘Dat was al heel wat, zo vlak na de oorlog. Mijn ouders hadden niks, ik kreeg een fiets en een boekentas, en dat was het.’ Moeder Monique was thuis in de weer voor haar twee zoons, John (43) en Marc (38). ‘Ik heb altijd twee zoons gewild. Ze zijn me allebei even lief.’

Met enige verbazing hebben ze de voorbije jaren gezien hoe hun oudste zoon, die als één van de eersten in de familie aan de universiteit ging studeren, pijlsnel carrière maakte in de politiek. Eerst als kabinetschef van Johan Vande Lanotte, daarna als staatssecretaris voor Fraudebestrijding, sinds 2015 als partijvoorzitter. En hoewel ze glommen van trots, speelden tegelijk de vreselijke zorgen om Johns vijf jaar jongere broer Marc, die aan de ziekte van Lyme lijdt.

Monique loose «De dag dat John staatssecretaris werd, in december 2011, was Marc zwaar ziek. Wij waren die avond net thuisgekomen van het ziekenhuis waar hij was opgenomen. Het ging heel slecht met hem.»

Charles crombez «Hij kon zijn glas water niet meer naar zijn mond brengen.»

Monique «We zaten allebei in de veranda toen we het nieuws hoorden op de radio, dat onze andere zoon staatssecretaris was geworden. We zaten met onze mond vol tanden.»

HUMO Wisten jullie dat niet op voorhand?

Monique «Nee, John had niks gezegd. Hij wist dat we andere zorgen hadden.»

Charles «We waren natuurlijk wel gelukkig, maar je kunt daar niet echt van genieten.»

Monique «We hebben John die avond ook niet meer gebeld om hem te feliciteren, we hadden er de courage niet voor. We dachten dat we Marc kwijt waren. Vandaag gaat het godzijdank veel beter met hem. Het is John die hem het leven gered heeft.»

HUMO Hoezo?

Monique «Vertel jij het Charles, voor ik een steek laat vallen.»

Charles «Marc is ziek geworden rond zijn 28ste. Ze dachten eerst dat het griep was. Maar het beterde niet en hij kon niet meer eten. Op den duur woog hij nog nauwelijks vijftig kilo. We zijn naar verschillende ziekenhuizen geweest, maar de dokters vonden niet wat hem scheelde.»

Monique «In Gent hebben ze op een bepaald moment voorgesteld om euthanasie te plegen. Kun je dat geloven?»

Charles «John heeft toen op een congres in Brussel een Amerikaanse professor van een medisch labo ontmoet. Dankzij die professor hebben ze in Amerika eindelijk de juiste diagnose kunnen stellen. De ziekte van Lyme, dat krijg je door een tekenbeet. Marc moet als kind gebeten zijn, en de bacterie heeft meer dan twintig jaar in zijn lichaam gesluimerd. Dat is zijn ongeluk geweest.»

Monique «Het gaat nu veel beter, al zijn we nog altijd bang voor een terugval. Werken kan hij nog niet. Hij is thuis en we gaan er elke dag naartoe. Hij moet nog veel herstellen, maar hij is weer een mens. Toen was hij… een vogeltje voor de kat. John heeft daar enorm van afgezien. Het zijn twee handen op één buik, die broers, hoewel ze elkaars tegengestelden zijn.»

Charles «Voor Marc moet alles piekfijn in orde zijn, ook zijn kleren. John is veel nonchalanter. Ik zag hem laatst op televisie op dat congres in Brugge, hij had zijn hemdsmouwen over zijn trui opgestroopt. Hij vindt het niet zo belangrijk of zijn hemd gestreken is en of zijn schoenen zijn gepoetst.»

Monique «Ik heb eens een paar schoenen van hem naar de schoenmaker gebracht. ‘Mijn beste schoenen!’ riep hij. Ik kon het geloven, langs twee kanten waren de zolen los. Marc zou die nooit meer willen dragen.»

Charles «John is Marc altijd gaan bezoeken als hij ziek was, ook al had hij enorm veel werk.»

Monique «Als er iemand in nood is, zelfs een hond of een kat, zal hij tijd nemen om te helpen.»

HUMO Was hij als kind al zo?

Monique «Dat was een koekebrood, hè, Charles? Je kunt het moeilijk anders noemen. Hij gaf al zijn speelgoed en zijn spullen weg, ik heb dikwijls op de rem moeten staan. Als hij iets had dat hij niet kon gebruiken, was het van: ‘Neem het maar mee.’ Die jongen heeft nooit voor zichzelf geleefd.

»Vanaf zijn 16de ging hij mee op kamp met de gehandicapten en organiseerde hij allerlei activiteiten voor hen. Werken met die jongeren, dat was zijn droom. Hij ging daar helemaal in op. Die jongens hingen aan zijn lijf en droegen hem op handen. Op een keer kwam hij thuis met een kapsel waar grote plukken haar uit gesneden waren. ‘Wat hebt ge nu gedaan?’ vroeg Charles. ‘Och, dat is niks,’ zei hij. De jongens wilden graag eens kapper spelen, en ze mochten daarvoor zijn haar gebruiken. ‘Vanavond scheer ik alles kort, en volgende week heb ik weer haar.’ Aan één van die gehandicapte jongens heeft hij zelfs zijn gitaar weggegeven toen hij in Zwitserland ging studeren. Hij zorgt vandaag nog altijd voor hem.»


Prijsbeest

Socialistisch zijn ze ten huize Crombez nooit geweest. Moeder Monique zingt al veertig jaar in het kerkkoor. Ze was de oudste in een gezin met acht kinderen, waar elke avond tussen 19 en 20 uur met de hele familie een paternoster werd gebeden.

Charles «Toen ik met Monique begon te vrijen, in 1956, kwam ik daar dikwijls aan in het midden van de paternoster. Met z’n twaalven – want de grootouders waren er ook nog bij – zaten ze rond de tafel te murmelen. Dan moest ik op een stoel wachten tot ze klaar waren.»

Monique «Onze kinderen gingen vroeger natuurlijk mee naar de mis. John is nog misdienaar geweest, Marc ook. Maar dat is allemaal voorbij (lacht).»

HUMO Dat John voor de socialisten koos…

Monique «…dat was voor mij perfect. Ik maak geen onderscheid tussen een katholiek, een liberaal of weet ik veel. Als de mensen maar overeenkomen. De nonnen in Eernegem dragen John trouwens op handen. Zijn foto hangt in het klooster!»

Charles «Weet je dat er nonnetjes zijn die op hem stemmen? Maar dat moet je niet schrijven, hè.»

'John gaf al zijn speelgoed en zijn spullen weg. Als hij iets had dat hij niet kon gebruiken, was het van: 'Neem het maar mee''

HUMO Praten jullie met John over de politiek?

Monique «Nooit.»

Charles «Geen seconde. Als hij hier is, moet hij daar niet aan denken. Dan gaat het over de voetbal en de koers, of over de familie.

»Monique houdt wel bij wat er in kranten en tijdschriften verschijnt: ze knipt alles uit en steekt het in kaftjes. Voor zijn dochter Babette, die nu 10 jaar is en als twee druppels water op haar vader lijkt.»

Monique «Dat is een mooi souvenir voor haar, voor later. Ik lees ook alles wat er verschijnt. Soms twee keer! Het mooiste artikel was er één waarin hij met veel lof over ons sprak. Dat hij uit een warm nest kwam, en dat ik zulke lekkere taarten kan bakken (lacht). Dat zijn kleinigheden, maar het doet plezier. Als er een artikel in een boekje verschijnt, komen de mensen dat hier in de bus steken.»

HUMO Ze zijn fan van John?

Monique (stellig) «Heel Eernegem. ’t Is verschrikkelijk. Ik kan geen boodschappen doen of de mensen spreken mij aan in de winkel. Ik raak nooit buiten! Maar John was altijd al graag gezien, van toen hij nog naar school ging. De kinderen van zijn klas kwamen hier dikwijls spelen.»

Charles «Het waren andere tijden. Er stonden hier in de buurt veel minder huizen. Rond ons waren niets dan landerijen, weiden, grachten, een boomgaard. Er waren geen auto’s, en je kon hier overal spelen, voetballen, kampen maken.»

Monique «Ze hebben hier een mooie kindertijd gehad.»

'Het gezin op de bank, met broer Marc als baby en in het midden een neefje op bezoek: 'John was altijd graag gezien. Er kwamen dikwijls kinderen spelen.' Rechts: 'Muziek is altijd Johns uitlaatklep geweest.'

HUMO John zegt dat hij veel kattenkwaad heeft uitgehaald.

Monique «Ze hebben veel gevoetbald en ruiten ingeschopt bij mijn schoonzuster, dat wel. ‘’t Is niks,’ zei mijn schoonbroer. ‘We zetten er wel een nieuwe in.’»

Charles «Op den duur werd het zo erg dat hij er toch een tralievenster voor zette. Met tralies die iets te ver uit elkaar stonden. Poef! Weer een ruit kapot (lachje).»

'Muziek is altijd Johns uitlaaklep geweest.'

HUMO Gingen jullie veel op vakantie?

Monique «Nooit. We zijn zo graag thuis.»

Charles «Toen we nog geen kinderen hadden, zijn we eens drie weken naar de Côte d’Azur geweest, met een ander koppel. De eerste avond dat Monique zich neerlegde in haar bed, zei ze opgelucht: ‘Al één dag die erop zit. Nog twintig nachten en ik mag naar huis.’»

Monique «John is ook zo. Die blijft het liefst aan de kust.»

HUMO Wat wilde hij worden als kind?

Monique «Als John niet in de politiek was gegaan, was hij duivenmelker geworden. Hij was daar al van kleinsaf mee bezig, samen met zijn papa.»

Charles «Na de oorlog speelde iedereen hier met de duiven. In deze buurt keek iedereen op zondag naar de lucht. Ik ben er zelf op mijn 12de mee begonnen. Zo heb ik ook bier leren drinken: door altijd tussen die grote mannen in het duivenlokaal te zitten. We hadden tussen de veertig en de vijftig duiven, die we zelf hadden gekweekt. John had er zelf ook een stuk of zes, en één kampioen, Raketje. Dát was nog eens een duif (lacht). Je kon daar je geld op zetten, die won altijd. Op zaterdag hielp John mee met het inkorven van de duiven, en al op heel jonge leeftijd was hij ‘constateur’. Hij moest speciale klokken in het duivenlokaal opstellen om de exacte aankomsttijd van de duiven te meten. Dat is niet zo simpel, hoor.

»Als puber is hij nooit een rebel geweest. Hij was bezig met zijn muziek, zijn voetbal, activiteiten organiseren.»

Monique «John was eigenlijk een plattelandsjongen, tot hij naar Gent is gaan studeren. Daar heeft hij de stad leren kennen, en de politiek. Wij wisten daar in het begin niks van.»

Charles «Dat was een grote verrassing. Ik heb altijd gedacht dat hij in het bedrijfsleven zou terechtkomen. Of les zou gaan geven.»

HUMO Was hij een goeie student?

Monique «Altijd de eerste van de klas.»

Charles «Hij is de eerste in de familie die naar de universiteit is gegaan. Hij koos voor economie. Ik heb hem toen gezegd: ‘Als je er niet door bent, je zak op je rug en gaan werken!’ Destijds meende ik dat ook, maar met de jaren denk ik: er zijn zoveel studenten bij wie het de eerste keer niet lukt, wat is nu een jaar in een mensenleven?

»Toen hij op kot zat, is hij veel uitgeweest, naar het schijnt. Ik heb ooit horen zeggen dat hij eens tot nieuwjaar níéts gedaan had.

»Het eerste jaar van de unief zijn we naar de proclamatie gaan luisteren. Hij was meteen geslaagd. Eerlijk gezegd had ik daaraan getwijfeld. Toen ik dat vertelde aan één van de meisjes die met John stonden te praten, begon ze te lachen. ‘Daar moet je nóóit meer aan twijfelen,’ riep ze. ‘John gaat de komende drie jaar al spelend doorkomen.’ Weet je wie dat was? Kristl Strubbe (later bekend als journaliste en Open VLD-politica, red.).»

HUMO Bracht hij weleens meisjes mee naar huis?

Charles «Meisjes? (Gooit de handen in de lucht) Mo! Ja!»

Monique «Ik heb ze hier zien binnenkomen. Moeder weet dat. Maar we hebben alles aanvaard. We hebben nooit van onze neus gemaakt. Hij had veel vriendinnen, een hele bende. Of dat liefjes waren, weet ik niet. Soms bleef er eentje slapen in de logeerkamer. Waarom niet? Hij speelde toen ook in een muziekgroep. Muziek is zijn uitlaatklep, nog altijd.»

'John en broer Marc zijn twee handen op één buik, ook al zijn ze elkaars tegengestelden.'

HUMO Hij was aan de unief al bezig met fraudebestrijding: het was het onderwerp van zijn thesis.

Monique «Daar vertelde hij weinig over. Ik weet alleen dat het voor John altijd juist moet zijn. En eerlijk. Geen achterpoortjes. Dat is voor hem héél belangrijk.

»Ik zal het nooit vergeten: in de lagere school hadden alle kinderen in zijn klas een mooie pen gekregen. Het jongetje naast hem had zijn pen gestolen. Wat later was hij nog iets anders uit zijn pennenzak kwijt. Maar hij durfde niks te zeggen tegen de meester. Ik ben toen met de meester gaan praten, en die beloofde een oogje in het zeil te houden. En inderdaad, het was Johns buurman die die dingen wegnam. Wat later werd een andere jongen in de klas bestolen. Dat vond John zo erg voor dat kind! Hij kwam heel verontwaardigd thuis: ‘Mama, ik zou nooit in mijn leven stelen! Ik zou nog liever níks hebben.’ Negen jaar was hij. Het zat er toen al in.»

Charles «Na zijn studies in Gent is hij komen vragen of hij er nog een jaar in Zwitserland mocht bijdoen: statistiek. Grootste onderscheiding haalde hij daar. En hij kreeg direct werk aangeboden.»

Monique «Maar toen heb ik hem wel gezegd dat hij naar België moest terugkomen, ik kon hem niet zo lang missen.»

Charles «Enfin, we zien hem nu ook niet veel.»

Monique «En dan is hij in Gent verder gaan studeren om doctor te worden.»


Citroentje

HUMO In 2003 werd hij aan de universiteit opgevist door toenmalig vicepremier Johan Vande Lanotte, die hem eerst adviseur maakte, en daarna kabinetschef.

Monique «Toen is de politiek voor het eerst bij ons binnengekomen. Bloemen, gelukwensen… heel Eernegem leefde mee.

»De eerste keer dat we hem zagen op televisie, zaten we op het puntje van onze stoel. Charles zette de tv aan, ik was aan het strijken in een andere kamer, en Charles roept: ‘Kom kijken, John op tv!’ Het ging hem goed af, vond ik. Nu zijn we het gewend. We kijken altijd – als we het weten.»

Charles «Ik had er eerst niet zo’n goed gevoel over, over die politiek. Omdat hij dag en nacht moest werken bij Vande Lanotte

Monique «Dat was een citroentje. Werken, werken, werken. Ik heb dikwijls gezegd: jong toch, zorg een beetje voor uw herte. Het leven is niet alleen werken. Er zitten nog twee mensen thuis, hè (Crombez heeft een dochtertje met zijn partner Vivi Lombaerts, de vroegere woordvoerster van Johan Vande Lanotte, red.).»

Charles «En dan werd hij staatssecretaris… Ik vraag mij af: zou hij het niet verder gebracht hebben als hij kabinetschef was gebleven? Kijk eens naar Jannie Haek. Die heeft een andere job dan John, hè (Jannie Haek was de voorganger van Crombez als kabinetschef bij Vande Lanotte, en is nu gedelegeerd bestuurder van de Nationale Loterij, red.).»

Monique «Je kunt niet kiezen in zijn plaats, hè, Charles. Als hij dit nu wil.»

Charles «Ik bedoel eigenlijk: zou hij geen gemakkelijker leven hebben gehad? Politiek is toch een harde stiel. Je staat op een publiek schavot, je krijgt kritiek. Soms is het moeilijk om te begrijpen dat hij voor zo’n leven kiest, met al die aanvallen. Hij heeft twee jaar geleden een aanbod gekregen om voltijds te gaan lesgeven op de universiteit. Drie dagen later kreeg hij nog zo’n aanbod, van een andere universiteit. Als je dan bedenkt welk leven hij had kunnen hebben…»

Monique «Zo voor de klas staan, dat is ook niet zo gemakkelijk, hoor. En je weet hoe hij is. Je hebt een keer geprobeerd om hem een job aan te praten, en wat heeft hij gezegd?»

Charles «John heeft één keer aan ons verteld dat hij een aanbieding had voor een heel grote job. Hij kon algemeen directeur van een ziekenhuis worden en personeelschef van duizend mensen. ‘Je moet dat aannemen,’ heb ik hem gezegd. Maar toen ik er nog eens naar vroeg, klopte hij me op de schouder. ‘Pa, ik ben nu 36 jaar geworden, mag ik eens mijn zin doen?’ Hij dreef altijd wel zijn zin door. En eigenlijk had hij gelijk. Het is geen man om een hele dag achter een bureau te zitten.

»Maar toch. Politiek kan hard zijn. We hebben het zelf ondervonden.»

'De beschuldigingen van Dedecker dat wij in het zwart werkten, hebben ons echt gekwetst. Toen heeft John hard voor ons gevochten.'

Monique «Toen Jean-Marie Dedecker rondstrooide ‘dat de ouders van John Crombez in het zwart werkten.’ (Verontwaardigd) Dat was het laagste van het laagste.»

Charles «Ik heb bijgeklust na mijn pensioen, toen ik 58 jaar was. Ze dachten dat ik zwartwerkte. Maar dat was niet zo, ik was ingeschreven in een interimbureau, en ik had een btw-nummer voor als ik een klusje deed bij de mensen thuis. Er is hier toen een journalist gekomen van Het Laatste Nieuws. In het begin stelde hij agressieve vragen, je voelt dat onmiddellijk. Maar ik heb die man alle papieren laten zien, en hij is hier met een heel ander idee buiten gegaan. Hij heeft gezien dat het allemaal quatsch was.»

Monique «Over mij werd er geroddeld dat ik ging schoonmaken bij notarissen en dokters. Maar we zijn bevriend met de notaris en zijn madame en doen samen al eens een uitstap. Mag dat niet misschien? We kennen ook hun kinderen, en als die op reis zijn, gaan wij de beesten eten geven.»

Charles «Is dat ook zwartwerk? De beesten eten geven? Of mag ik hier in de buurt eens geen haag afscheren? Maar ja, er zijn altijd mensen die jaloers zijn.»

Monique «John was toen héél kwaad. En dan heeft hij wel teruggebeten, in de Zeewacht (Oostends weekblad, red.). Dat ze zijn ouders met rust moesten laten. Hij heeft gevochten voor ons. Want als John nodig is, is hij er.»

Charles «Dat heeft ons echt, echt gekwetst, die beschuldigingen. Ik sta recht in mijn schoenen.»

Monique «John is heel goed van inborst, maar je moet níét op zijn tenen trappen.»

HUMO Is hij veranderd door de politiek?

Monique «Het is nog altijd dezelfde John die hij altijd geweest is. Misschien een beetje harder.»

Charles «Hij is harder geworden in zijn taal. Je moet daarin groeien, denk ik.»

HUMO Hij heeft ook veel te verduren gehad. Al sinds zijn eerste dag als partijvoorzitter.

Charles (trekt een pijnlijk gezicht) «Als je ’t maar weet. Het is niet gestopt.»

HUMO Vind je dat hij er goed mee omkan?

Charles «Ik dénk het wel. Ik vind dat hij zich goed uit de slag getrokken heeft. Is het niet begonnen met die Turk in Limburg, Ahmet Koç, die uit de partij is gezet? En dan was er Hilde Claes die moest opstappen als burgemeester. Dan kwam er ook kritiek uit eigen partij van Renaat Landuyt – die is nooit voor onze John geweest… En het ergste was de ‘cumulaffaire’ in Gent (waarbij bleek dat politici, ook SP.A’ers, riante vergoedingen opstreken voor allerlei mandaten, red.). Dat heeft hij goed aangepakt.»

HUMO Met een loonplafond voor socialisten.

Charles (lachje) «Ja. Je moet wel durven, hé. Dat zijn geen vanzelfsprekende zaken, want er zijn mensen die daardoor toch een stuk van hun loon moeten inleveren.»

HUMO In diezelfde affaire noemde hij Siegfried Bracke ‘een aasgier’, en had hij het over ‘gratuite vuilspuiterij’.

Charles «Dat zou hij vroeger niet op die manier gezegd hebben, denk ik.»

Monique «Maar je moet ook geen lam zijn, hè.»

Charles «Trouwens, hoe die Bracke nog kamervoorzitter kan zijn, dat begrijp ik toch niet.»

HUMO Zeg je zoiets ook tegen John?

Charles «Nee. Ik denk dat hij zou zeggen: ‘Het is de moeite niet om erover te praten.’ Als hij hier komt en het is koers, dan legt hij zich tussen de stoof en de tafel op het tapijt om naar tv te kijken.»

Monique (lacht) «En Babette doet hem na.»

HUMO Jullie kennen toch een paar van zijn politieke vrienden? Caroline Gennez, die meter is van Babette, en Steve Stevaert?

Monique «Steve is hier eens taart komen eten met John. (Denkt even na) Een chocoladetaart. Ik heb het recept nog moeten opschrijven voor zijn poetsvrouw, zodat die het ook eens voor hem kon maken. We hadden hem echt graag. Hij was op de babyborrel van Babette, en hij was dol op dat kind. Ik vond dat een brave mens. Een verloren engel, zeg ik altijd. Ik vond het zo erg toen hij stierf, ik heb daar veel aan gedacht.»

HUMO Zijn jullie al eens op zo’n politieke receptie geweest?

Charles «We zijn eens naar een receptie in Brugge geweest. Allerlei mensen die je niet kent, komen dan goeiedag zeggen. En het enige zinnetje dat altijd terugkomt is: ‘Jullie zijn zeker wel trots op jullie zoon?’ (Lachje) Wat moet je daar blijven op zeggen?»

Monique «Die mensen zijn gewoon vriendelijk, Charles.»

'Voor John moet het altijd juist zijn. En eerlijk. Geen achterpoortjes. Dat is voor hem héél belangrijk'

HUMO Maar jullie zien John dus vaker op televisie dan in het echt?

Charles «Als we weten dat hij op televisie komt, kijken we altijd. Maar we weten het niet altijd. En hij belt ook niet elke dag, hoor.»

Monique «Je kunt dat ook niet verlangen van iemand die zo veel werkt. Hij zegt dat we nooit thuis zijn als hij belt. We zitten overdag dikwijls buiten in de tuin te werken. En in het washok hoor ik de telefoon ook niet. Ik heb een gsm gehad, maar ik vergat hem altijd op te laden en ik heb hem weggedaan. Maar als hij ’s avonds belt, na ‘Familie’, neem ik altijd op.»

Charles «Elke woensdag gaan we naar zijn huis in Oostende om op Babette te passen. Als we geluk hebben, zien we hem soms nog voor hij naar zijn werk vertrekt, maar meestal niet.»

Monique «We doen daar dan de tuin, ik strijk zijn hemden en poets zijn schoenen – als hij ze niet aan heeft, natuurlijk. Als we weggaan schrijf ik een briefje. Maar we mogen zeker niet klagen: als we John nodig hebben, is hij er. En op moederdag neemt hij ons allemaal mee op restaurant.

»Hij is verzwaard sinds hij in de politiek zit. Dat kan ook niet anders als je de hele tijd op het werk van die ongezonde dingen tussendoor moet eten. Ik hoor dat hij soms in zijn auto op weg naar een vergadering een zak chips eet als avondmaal. Mo joenk!

»Hij eet wel graag wat ik kook. Als hij komt, maak ik een coq au vin of een rosbief met groentjes. Een hutsepot of een konijntje van de boer. Babette is ook op dat vlak helemaal haar pa: zo graag eten! Ze eet ribbetjes op dezelfde manier als John: tot de beentjes helemaal schoon zijn.»

Charles «Hij doet nu mee aan een tv-programma met Karen Damen, ‘Perfect’, om meer sport te doen en te stoppen met roken.»

Monique «Dat hebben we hem zo dikwijls gevraagd!»

Charles «En hij traint om de 20 kilometer van Brussel te kunnen lopen. Ik ben benieuwd.»

Monique «Vorige woensdag zag ik een sporttruitje in de was liggen bij hem thuis. Dat is iets nieuws. Hij zal dus toch beginnen te lopen zijn. En ik zag dat de asbak niet op zijn gewone plaats stond, en dat er niks in lag. Dus nu zit ik stiekem te hopen dat hij eindelijk definitief gestopt is.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234