'Op natuurlijke wijze gay' Dwarskijker over 'Jani gaat...' en 'Hollywood in 't echt'

Ik ben er de man niet naar om reclame te maken voor het leger, want au fond ben ik nog steeds van het gebroken geweertje.


Jani gaat…

VIER – 4 april

Wie zei ook weer in een niet nader genoemd café, terwijl geen mens luisterde, dat televisie een netwerk van platgetreden paden is? Best mogelijk dat ikzelf dat meninkje op mijn conto mag schrijven. Niets om trots op te zijn, maar ach, wat schiet je op met trots in het aanschijn van de onmetelijke dood? Als sfeermaker heb ik mijn weerga niet.

In ieder geval verkent Jani Kazaltzis in ‘Jani gaat…’ niets nieuws onder de oeroude zon. Vermeldenswaard is dan weer dat Jani nog net iets meer de Griekse beginselen is toegedaan dan een gay die niet van Griekse komaf is. Voor het overige vind ik deze Kazaltzis, die weet heeft van camp, wel een toffe peer. Hij kan onderhoudend en in tamelijk giftige bewoordingen walgen zodra hij andermans klerenkast heeft opengetrokken. Het kon niet uitblijven dat iemand daar ooit zijn beroep van zou maken.

In ‘Jani gaat…’, zijn nieuwe carrièrestap, frequenteert hij kringen waar hij zonder cameraploeg wellicht niets te zoeken zou hebben, en ondertussen geeft hij het ruime publiek wat het van hem gewoon is: hij is het soort homo dat de goegemeente voor de geest komt als zij zich om één of andere reden een denkbeeld van een homo wil vormen. Als vertegenwoordigers van die goegemeente, met een slok op, al eens voor de lol een homo nadoen tijdens Vlaamse bruiloften en partijen, dan acht ik het niet geheel onmogelijk dat Jani daar onrechtstreeks model voor heeft gestaan.

In de eerste aflevering van ‘Jani gaat…’ zocht Jani aansluiting bij de paracommando’s in Marche-les-Dames. Elegant uitgedost en met aangeboren zwier meldde hij zich bij de camouflagepakken aan, waar hij van een veel hogere in rang meteen te horen kreeg dat hij ‘die carnavalskleren’ als de wiedeweerga moest inruilen tegen een militair plunje. Hij kreeg ook een machinegeweer dat hij prompt zijn ‘nieuwe sacoche’ noemde. Daarvoor werd hij niet afgeblaft noch voor de krijgsraad gesleept.

’t Was vast toch een beetje de bedoeling dat Jani fel zou afwijken van zijn wapenbroeders. Misschien hoopten de makers van dit programma zelfs dat hij gedrag zou vertonen dat aan de sketch ‘Military Fairy’ – wend u tot YouTube – van Monty Python herinnerde. Dat viel tegen, want ter voorbereiding van de Derde Wereldoorlog legde Jani kreunend en steunend maar met goed gevolg het hindernissenparcours af. Je kon merken dat hij minder geoefend had dan zijn strijdmakkers, maar dat was dan ook alles. Terwijl hij zich verbeten afbeulde, gooide hij zijn fans zo nu en dan een dubbelzinnigheid toe: ‘Ik spring niet graag in een gat’ klinkt heel anders als Jani dat zinnetje uitspreekt. Toen een paracommando hem wegwijs maakte in het mechaniek van een machinegeweer en het daarbij argeloos over ‘zuigers’ had, zag je Jani ideeën krijgen waar een welbepaalde oogopslag bij hoorde. In de barre vroegte waste hij zich te midden van de andere soldaten – welgevormde torso’s te kust en te keur – en sprak: ‘’t Is veel te vroeg maar toch loont het de moeite.’ Merkwaardig genoeg gaven zijn strijdmakkers geen sjoege – dat Jani geheel zichzelf was, en dus op natuurlijke wijze gay, leek geen enkele rol te spelen, terwijl een beroepsleger me dunkt toch in de eerste plaats overdreven heteroseksuele mannetjesputters aantrekt, testosterongevallen bij de vleet. Of zou ook dat een vooroordeel zijn? Het lijkt me niet denkbeeldig dat een hogere in rang zijn manschappen voor de komst van Jani streng zal hebben toegesproken opdat onze elitetroepen een goede beurt zouden maken op de televisie. Nu Televox al lang niet meer wordt uitgezonden, moeten onze strijdkrachten, in afwachting van de Derde Wereldoorlog, andere manieren zoeken om in de kijker te lopen. Onze Jongens die in beeld kwamen, kon ik in ieder geval niet van homofobie verdenken. Misschien laten ze dat soort haat liever aan de nieuwe vijanden over: aan het religieus getint krijgsvolk van IS en het Rusland van Poetin, waar de politie nu al jaren een oogje dichtknijpt voor georganiseerd schorem dat homo’s uit vaderlandsliefde naar het leven staat.

Ik ben er de man niet naar om reclame te maken voor het leger, want au fond ben ik nog steeds van het gebroken geweertje. Vandaar dat Jani’s gebrek aan ontzag voor militaire autoriteit me amuseerde. Op vertrouwelijke toon – zo van: tegen mij mag je het wel vertellen – vroeg hij aan een hogere in rang of die al zijn hachje had geriskeerd tijdens buitenlandse missies. Dat was zo te horen beroepsgeheim. Ach, ooit lekt het wel uit, in een documentaire over PTSS, of over sneuvelen door de eeuwen heen.

Nadat Jani met succes doodsangsten had uitgestaan toen hij schoorvoetend en hevig aan zijn moesje denkend langs een steile rotswand, de zogeheten Tarzan, naar de begane grond afdaalde, werd hij met een beetje verbeelding erkend als paracommando in aanleg. Uiteraard kon hij fluiten naar een groene of een rode baret, maar een roze baret gunde het leger hem dan weer wel. ’t Was een grapje, wellicht op inblazing van de programmamakers, maar dat geintje onderscheidde hem wel van zijn strijdmakkers: hij bleef hoe dan ook een nicht in een geüniformeerde wereld waar je seksuele geaardheid zogenaamd bijzaak is. Toch een tikje jammer.

Over het netwerk van platgetreden paden gesproken: ik heb dit programma, waarin iemand die je er niet van zou verdenken paracommando wordt, al eerder gezien, tien jaar geleden. Het heette ‘Witte raven BV’, en Roos Van Acker, een fijne meid die ik langs deze weg groet, was toen de Jani met dienst.

'De eerste aflevering van 'Hollywood in 't echt' was veeleer een licht en oppervlakkig amusementsprogramma dat het vooral van sympathie voor de gebroeders Coppens moest hebben'


Hollywood in ’t echt

VTM – 6 april

De sympathieke gebroeders Coppens kunnen niet stilzitten. Als ze hun vege lijf al niet blootstellen aan populairwetenschappelijke proefnemingen waarbij ze zo vaak mogelijk au kunnen roepen, dan reizen ze naar Amerika af, waar ze de waarheid achter Hollywoodfilms aan den lijve willen ondervinden – wellicht om zo vaak mogelijk au te kunnen roepen in het Engels. Dat komt ervan als je nooit een vak hebt geleerd.

Geïnspireerd door ‘The Wrestler’, een film die ze als kind nog hadden nageworsteld in badstoffen pyjamaatjes, daalden ze in de eerste aflevering van ‘Hollywood in ’t echt’ af in een subcultuur die als American wrestling te boek staat, een kermisattractie die in ons drooggelegd moeras catch placht te heten. Het geval wil dat ik een sentimentele band heb met die pseudosport. Toen mijn zoon nog mijn zoontje was, dweepte hij – niet gehinderd door mijn goede smaak – met de World Wrestling Federation (WWF) en haar helden. Vandaar dat namen als ‘Macho Man’ Randy Savage, Stone Cold Steve Austen, The Rock, Shawn Michaels en Hulk Hogan mij nog steeds iets te bekend in de oren klinken. Mijn zoontje kon niet stilzitten. Specialisten vonden dat een kostschool heilzaam voor hem zou zijn. Toen hij eenmaal in zo’n oord was beland, hij was 12, verging ik haast van schuldgevoel. Ik stuurde hem elke week een brief, waaraan ik de uitslagen van de WWF-competitie toevoegde, die ik ter redactie had uitgeprint. Het internet was nog nieuw toen, en ik was nog niet oud. In het weekend zei mijn zoontje dat hij blij was met die uitslagen. Ik probeerde niet aan het uitwuiven op maandagochtend te denken.

Staf en Mathias Coppens, die het plan hadden opgevat om in minder dan geen tijd zelf worstelaar te worden, leerden van types die van hun overgewicht een deugd hadden gemaakt hoe ze met zo veel mogelijk misbaar ruggelings tegen de vlakte moesten slaan en in één vloeiende beweging weer overeind moesten veren. Ze kregen ook praktijkles van een vrouwelijke worstelaar. Staf wilde van haar weten of mannen die met haar worstelden weleens aan iets anders bleken te denken dan aan het worstelen zelf, waardoor wij – trouwe kijkers – meteen zijn gedachten konden raden. Noem het transparantie.

Aan het einde van dit programma worstelden de gebroeders Coppens nogal geloofwaardig en geholpen door de montage, met twee tegenstanders die, zoals gangbaar is in dit Amerikaanse kijkspel, iets te hard hun best deden om het Kwade uit te beelden. Zonde dat Staf en Mathias voor deze gelegenheid, en for old times’ sake, geen badstoffen pyjama droegen.

De aardigste passage van deze aflevering speelde zich in het plaatsje Fate in Texas af, waar de Christian Wrestling Federation thuis is. Vroeger of nog langer geleden hoorde je weleens dat deze of gene mét het geloof worstelde, maar deze lieden worstelden vóór het geloof – na de wedstrijd kon je samen met de worstelaars neerknielen en bidden. God zegene de houdgreep! Eén van de christenworstelaars had ooit een bloedende hoofdwonde opgelopen tijdens een wedstrijd. Zijn christenvrouw sprak: ‘Dat bloed trok ieders aandacht, want het deed denken aan het bloed van Jezus aan het kruis.’ Je moet er maar opkomen.

Verbazend hoe de volwassenen onder het publiek helemaal in de wedstrijd opgingen, ook al weet het kleinste kind dat zo’n Amerikaanse worstelpartij doorgestoken kaart is, en dus geheel volgens afspraak verloopt, ’t is te zeggen: de uitslag is onder de betrokken worstelaars vooraf bekend, maar de weg erheen mag grillig zijn en van eigen zijsprongen afhangen, al geeft Gods voorzienigheid bij de Christian Wrestling Federation nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen de doorslag. In ieder geval leek het publiek, dat zich in een achterafzaaltje om de ring had geschaard, me volslagen naïef, misschien wel zo nietsvermoedend simpel dat het een sujet als Donald Trump een geschikte president van de Verenigde Staten van Amerika vindt.

De halfduistere wereld van American Wrestling is ongetwijfeld stof voor een diepgravende documentaire, maar de eerste aflevering van ‘Hollywood in ’t echt’ was veeleer een licht en oppervlakkig amusementsprogramma dat het vooral van sympathie voor de gebroeders Coppens moest hebben. Teneinde ons één van de onderwerpen van de volgende afleveringen kenbaar te maken, vroeg Staf zich hardop af of ‘haaien écht zo bloeddorstig zijn’. Ik weet alleen maar dat ze het in het bedrijfsleven vaak heel ver schoppen.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234