Als de mensen die nooit meer stemmen nu wel gaan stemmen, op hem, denkt Sanders niet alleen de Democratische voorverkiezingen te kunnen winnen, maar ook de strijd met Donald Trump.Beeld ERIN SCHAFF / The New York Times

Reportagevoorverkiezingen VS

Op pad met het campagneteam van Bernie Sanders: ‘Zelfs in Tanzania zijn de mensen niet zo deprimerend arm als hier’

De arme zwarte bevolking van de VS naar de stembus krijgen: dat is de strategie van presidentskandidaat Bernie Sanders. Correspondent Michael Persson trok met het campagneteam naar het meest achtergestelde deel van South Carolina.

De terreinwagen hobbelt door de plassen van een zandweggetje in South Carolina, richting een paar woonwagens met roestvlekken. Er liggen autowrakken verspreid in het gras, scheef als verzakte grafstenen, en onder een boom staat een verlaten rolstoel – alles en iedereen lijkt hier vergeten of weggegooid. Hier moeten we zijn, zegt Paul de Revere, terwijl hij naar een groene stip staart, op een kaart op het schermpje van zijn telefoon. ‘Nummer 222. Nathaniel, heet hij. 70 jaar.’

De drie inzittenden stappen uit en lopen met hun Bernie-folders door het gras naar de deur. Natuurlijk is er geen bel, dus kloppen ze aan, niet te zacht maar ook niet te hard, je wilt de mensen niet laten schrikken, je weet nooit hoelang het geleden is dat er op deze deur is geklopt. En dan wachten ze op degene die opendoet. Een potentiële stemmer.

Van alle verkiezingscampagnes die deze maanden door de Verenigde Staten trekken, is die van Bernie Sanders op de kleinste weggetjes beland, op plekken als deze, bij het plaatsje Santee in South Carolina, waar Sanders de heilige graal probeert terug te vinden die hem ooit burgemeester van Burlington maakte en die hem nu, veertig jaar later, president van Amerika moet maken: een hoge opkomst.

Het idee: als de mensen die nooit meer stemmen nu wel gaan stemmen, op hem natuurlijk, denkt Sanders niet alleen de Democratische voorverkiezingen te kunnen winnen, maar ook de strijd met Donald Trump. Het is wat Barack Obama deed met zwarte mensen, het is wat Trump in mindere mate deed met witte mensen, en het is wat Sanders nu weer probeert met jonge, bruine en zwarte mensen.

En daarom zijn ze hier, Paul de Revere (35), Tania Singh (30) en Jonathan Holden (21), drie van de honderden vrijwilligers die een paar dagen, een week of soms wekenlang (Singh is ook in Iowa en New Hampshire geweest) op deuren kloppen. ‘We proberen de kiezers te bereiken die op geen enkele andere manier meer te bereiken zijn,’ zegt De Revere, een Joodse man met een grote baard uit Tallahassee, Florida. ‘Tv-spotjes raken je niet als je gedesillusioneerd bent, als je denkt dat het allemaal niets uitmaakt. Alleen mensen kunnen je dan nog raken.’

‘Soms weten ze niet eens wie Sanders is,’ zegt Holden, die als student uit Tallahassee is gekomen.

‘Soms weten ze niet eens dat er verkiezingen zijn,’ zegt Singh, uit Los Angeles, die vakantie heeft opgenomen en toen ontslagen werd.

‘Dit zijn de mensen die door het systeem zijn vergeten,’ zegt Holden.

‘Dit zijn de mensen voor wie nooit iets verandert, maar voor wie zo veel moet veranderen,’ zegt Singh, die als meisje is geïmmigreerd uit India. Ze zal die middag een paar keer zeggen: dit lijkt India wel. Of: in India hebben ze het beter.

Burgerrechtenstrijd

South Carolina was afgelopen zaterdag de eerste staat in het half zwarte zuiden van Amerika die voorverkiezingen hield, na het grotendeels witte Iowa en New Hampshire en het door veel latino’s bevolkte Nevada. De hamvraag in South-Carolina was of Sanders een deel van zwart Amerika achter zich kan krijgen, en het antwoord daarop was voorlopig eerder negatief. Sanders haalde 20 procent binnen. Daarmee eindigde hij als tweede, een flink stuk achter Joe Biden (48 procent).

Zwarte Amerikanen hebben altijd een sterk gevoel van loyaliteit gehad jegens de partij van Kennedy en Johnson, de jarenzestigpresidenten die de burgerrechtenstrijd in wetten vertaalden. De veteranen van die strijd, onder wie voormalig vicepresident Biden,  kwamen nadien diep in het partij-apparaat terecht en vormden zo jarenlang een ingang tot de macht voor mensen die verder vrij machteloos waren.

Ondanks de overwinning van Biden, zijn er redenen op optimistisch te blijven voor Sanders. De loyaliteit vergrijst namelijk, en de jongere Afro-Amerikanen zijn weg uit het midden en zoeken weer naar radicalere kandidaten. ‘Er is nog een groot gevecht te gaan,’ zegt Alfonso Ross, een jonge Sanders-vrijwilliger uit Orangeburg, die dinsdag in het hoofdkantoortje naar het Democratische debat komt kijken. ‘Jonge mensen weten dat de strijd nog niet gestreden is. De lonen zijn laag, er is geen medische zorg, ze maken het moeilijk te stemmen. Vier jaar geleden was ik er helemaal op voorbereid om op Clinton te stemmen, maar toen hoorde ik Sanders en dacht: die man zegt alles wat ik wil horen.’

Toch is het niet makkelijk anderen te mobiliseren, zegt Ross. ‘Mensen denken: het is zoals het is,’ zegt hij. ‘Ze snappen niet dat die gaten in de weg een politieke keuze zijn. Ze snappen niet dat ze daar iets aan kunnen doen, als er genoeg mensen stemmen.’ Bijkomend probleem zijn de pogingen van de Republikeinse machthebbers in de staat om kiezers van de stembus weg te houden. In South Carolina moet je je dertig dagen voor de verkiezingsdag hebben geregistreerd. Wie pas wakker wordt als de presidentskandidaten hun debatten voeren, is te laat. Die zogeheten ‘stemonderdrukking’ is al sinds het einde van de slavernij een probleem in de VS. Wat begon met intimidatie en geweld is uitgemond in een zo ingewikkeld mogelijke logistiek, die zoveel mogelijk kiezers ontmoedigt om te gaan stemmen.

In en rond Orangeburg zie je, zoals overal in het zuiden, nog steeds de littekens van de slavernij en de apartheid die daarop volgde: er is een plantage die een trouwlocatie is geworden, er is een plek waar een man is gelyncht omdat hij naar een meisje zou hebben gekeken (ze herkende hem niet, maar hij was wel zwart), er is een universiteit waar de politie in 1968 het vuur opende op zwarte studenten die protesteerden omdat ze niet werden toegelaten tot een bowlingbaan (drie doden, twintig gewonden). Maar de economische en sociale wonden zijn nog steeds open. In Allendale, één van de armste dorpen van de staat, zie je de nazaten van de slaven als zombies door de straten dolen, langs de dichtgetimmerde winkels van Main Street en wanneer je daar parkeert komen ze met hun armen vooruit op je auto af, smekend om geld, iets te drinken, een lift, een paar woorden.

‘Allendale? 8.900 inwoners, hiv-prevalentie 658,’ zegt Cinti Mwangu, een man die namens de staat South Carolina de dorpen op het platteland afgaat om te kijken wat eraan schort en dat soort getallen zo uit zijn mouw kan schudden. Mwangu is eind jaren 90 uit Tanzania naar de VS gekomen, om te gaan werken op kinderkampen in Connecticut, en daarna in het land gebleven om zijn American dream te verwezenlijken. Het platteland van South Carolina is armer dan Tanzania, zegt hij. ‘In Tanzania zijn mensen nooit zo deprimerend arm. Hier kom ik soms bij huizen en dan denk ik: leven hier mensen?’

Corridor van schaamte

Dit gebied is de ‘corridor van de schaamte’, zegt Jaime Harrison, een jurist uit Orangeburg die dit najaar de Senaatszetel probeert af te pakken van Lindsey Graham, één van de belangrijkste steunpilaren van Donald Trump. Hij beschrijft verschillende neerwaartse spiralen. Eén: de scholen behoren tot de slechtste van het land, doordat ze worden betaald uit de onroerendgoedbelasting in het district. Er is nauwelijks onroerend-goedbelasting, doordat er nauwelijks bedrijvigheid is. Er is nauwelijks bedrijvigheid doordat de scholen zo slecht zijn. Twee: mensen gaan dood doordat er vier ziekenhuizen gesloten zijn. De ziekenhuizen zijn gesloten doordat mensen niet kunnen betalen voor de zorg. Mensen kunnen niet betalen doordat ze niet verzekerd zijn. Mensen zijn niet verzekerd doordat South Carolina het ziekenfonds Medicaid niet heeft uitgebreid naar de armste Amerikanen, zoals Obamacare mogelijk maakte. En de mensen zijn nog armer geworden doordat de belangrijkste werkgevers, de ziekenhuizen, gesloten zijn.

‘Onderwijs, zorg, economie – daar zit nog zoveel ongelijkheid,’ zegt Harrison. ‘Dit een strijd tussen het goede en het verkeerde.’ Hij zegt niet welke presidentskandidaat hij daar het best bij vindt passen (‘Ik zie wel hoe het balletje rolt’), maar Mwangu wel. ‘Ik zie de problemen, maar ik ga toch voor Biden. Ik ben bang dat de slinger te ver doorzwiept. Wij zijn heel paranoïde, bang om teleurgesteld te worden. Ik wil gewoon iemand hebben die Trump kan verslaan.’

Iemand schuift een gordijntje opzij achter het raam van de woonwagen in Santee en daar verschijnt het gezicht van een oudere dame. Ze gebaart dat ze achterom gaat en komt even later op de Sanders-vrijwilligers af die net hebben aangeklopt.

De adressen van de doelwitten op een bepaalde ‘turf’ worden aan de vrijwilligers geleverd door de datagoochelaars op het hoofdkantoor van de Sanders-campagne. Hoe die adressen worden geselecteerd is een geheim, maar het zijn niet per se mensen die al voor Sanders zijn. Toen vrijwilliger Jonathan Holden een dag eerder in Allendale een Bernie-folder wilde afgeven bij iemand die in zijn garage aan het werk was, had de man een semi-automatisch pistool gepakt. ‘Waar de fuck heb ik dat voor nodig?’ had de man gezegd toen hij de folder las en Holden had hem maar weer teruggenomen. ‘Het wantrouwen is soms te groot,’ zegt hij.

Beeld Michael Persson

Geen internet

De dame die nu voor hen staat is juist één en al hartelijkheid. Ze heet Debrah, de dochter van Nathaniel, en stemde vier jaar geleden op Trump, zegt ze. Nu is ze dat niet meer van plan. ‘Ik heb de impeachmentprocedure gezien. Al die leugens. Ik wil een president die minder te verbergen heeft.’

Wat zit haar het meest dwars, vraagt Singh.

‘Nauwelijks internet hier,’ zegt Debrah. Ze wijst op de schotelantenne. ‘0,93 mbps,’ zegt ze. ‘Mijn dochter kan haar huiswerk niet eens maken.’

‘Zelfs in India hebben ze 4G,’ zegt Singh hoofdschuddend. Holden pakt een folder die gaat over Bernies plan voor hogesnelheidsinternet voor iedereen, à 150 miljard dollar.

‘En hoe zit het met de zorg?’ vraagt Debrah. ‘Is hij voor een ziekenfonds voor iedereen?’

‘Is hij voor? Hij wordt erop aangevallen!’ zegt Singh.

‘En hij biedt ook tandzorg en gehoorapparaten!’ zegt Holden. Hij zoekt tussen zijn folders.

‘Nog mooier,’ zegt Debrah. ‘Ik ben zo blij dat jullie zijn langsgekomen.’

Het eindigt met een omhelzing. ‘Dit is de onderbuik van Amerika,’ zegt Singh, als ze met z’n drieën teruglopen naar de terreinwagen. ‘Maar ik zie hier zo veel schoonheid.’

‘Trump-stemmers zijn vaak heel ontvankelijk,’ zegt De Revere. ‘Die hebben vaak iets van koopwroeging. En sommige mensen willen heel graag praten.’ Hij kijkt weer op zijn telefoon, en wijst het volgende adres. Nog tweehonderd deuren te gaan – waarvan vele helemaal niet zullen opengaan, zelfs al zijn er mensen binnen.

Die middag lunchen ze in een Waffle House, waar je voor een paar dollar een omelet kan krijgen. Bij het afrekenen praat Singh even met de serveerster. Twee dollar per uur verdient ze – het minimumloon voor bedienend personeel in South Carolina. ‘Dat kan toch niet!’ zegt Singh. ‘Je moet stemmen, Trenda! Je moet stemmen op iemand die wil dat je een hoger loon krijgt.’ Trenda belooft te gaan stemmen. ‘En sleep al je collega’s mee!’

Dit is de revolutie, zegt Holden even later. Dat iedereen zich laat meeslepen. ‘Ik voel me net als de burgerrechtenactivisten uit de jaren 60’, zegt Singh. ‘Elke deur die opengaat is er één.’

© de Volkskrant

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234