Op vrije voeten dankzij de Belgische regering: Oussama Atar, de missing link tussen Al Qaeda en IS

Islamterreur is geen zaak van lone wolves, zoals sommige naïeve geesten poneren, maar het werk van een hechte club waarin iedereen elkaar kent. In het Molenbeekse terreurkluwen is Oussama Atar, de spoorloze Brusselaar die door het federale parket als de kwade geest achter de aanslagen in Zaventem en Brussel beschouwd wordt, de missing link. Hij verbindt Malika El Aroud, de ‘Zwarte Weduwe van Al Qaeda’ van jaren geleden, met de Abdeslams en de El Bakraouis. En daarnaast is alles terug te brengen tot één man die twintig jaar lang ongestraft haat mocht prediken: de Syrische ‘sjeik’ Bassam Ayachi.

'Hij wilde zijn mama nog één keer in de armen sluiten: iedereen slikte dat verhaal voor zoete koek'

Oussama Atar is een in België geboren Marokkaan uit de Brusselse gemeente Laken. Hij komt uit een familie die aanschurkt tegen het zware misdaadmilieu. Tien jaar geleden waren heel wat van zijn familieleden betrokken bij gewelddadige overvallen, carjackings en moordaanslagen in en rond de hoofdstad. Maar in de afgelopen jaren zijn die criminelen overgestapt naar de gangsterislam en de terreur. Zelfmoordenaars Ibrahim en Khalid El Bakraoui, die zich opbliezen in Zaventem en Maalbeek, zijn neven van Oussama Atar; Moustapha en Jawad Benhattal, die recent werden aangehouden omdat ze ook met plannen rondliepen om aanslagen te plegen in Brussel, zijn op hun beurt familie van de El Bakraouis en respectievelijk een oom en een neef van Oussama Atar. Yassin Atar, de broer van Oussama, zit op dit moment in de gevangenis op verdenking van betrokkenheid bij de aanslagen van 22 maart. Op zijn gezicht en kleren werden sporen van explosieven aangetroffen.

De man die al zijn criminele bloedverwanten naar het religieuze extremisme en de terreur heeft geleid, is Oussama Atar, vermoedt het federaal parket. Onmiddellijk na de aanslagen in Brussel – op 23 maart – viel de politie al binnen op Atars adres in Anderlecht, maar daar was hij niet meer te vinden.

Ook in Frankrijk maakt men zich zorgen om Oussama Atar. De politie en de veiligheidsdiensten beschouwen hem als een belangrijke man in de islamterreur, schreef Le Parisien. Volgens diezelfde Franse krant is men ook in Frankrijk actief op zoek naar Atar, die wordt omschreven als een ‘gewapende en gevaarlijke strijder’. De Fransen vermoeden dat Atar zich op dit moment in Syrië bevindt, maar dat hij van plan is om via Albanië terug naar Frankrijk en België te komen.

Geen vier jaar geleden zat Oussama Atar echter nog in een gevangenis in Irak, en eigenlijk had hij daar nog moeten zitten. Maar hij kwam vervroegd vrij dankzij het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken, onder de toenmalige ministers Steven Vanackere (CD&V) en Didier Reynders (MR). Hoe is dat mogelijk?


Een eerlijke burger

In februari 2005 dook Oussama Atar op in Irak, waar de Amerikanen enkele jaren eerder de dictator Saddam Hoessein van zijn voetstuk hadden gestoten. Het land werd geteisterd door jihadisten en islamterroristen die de ene bloedige aanslag na de andere uitvoerden. In de Iraakse stad Ramadi werd Atar in onduidelijke omstandigheden opgepakt door troepen van de internationale Stabilisation Force Iraq (SFIR). Twee jaar lang werd Atar door de Amerikanen vastgehouden – eerst in de beruchte gevangenis van Abu Ghraib, vervolgens in Camp Cropper en Camp Bucca, Amerikaanse detentiekampen waar duizenden verdachten en veroordeelden gevangenzaten. Daarna werd Atar aan de Iraakse autoriteiten uitgeleverd en werd hij door een Iraakse rechter veroordeeld, in eerste aanleg tot levenslang, in beroep tot tien jaar.

In 2006 sprak de Brusselse familie van Atar Belgische en Iraakse advocaten aan in een poging om hun zoon Oussama vrij te krijgen. In Irak gingen ze te rade bij een grote naam: Badi Arif, een advocaat uit de rangen van Saddam Hoessein die na de val van de dictator de verdediging van high profile-cliënten als Tarik Aziz, de minister van Buitenlandse Zaken onder Saddam, op zich had genomen. In Brussel gingen de Atars in zee met advocaat Jacques Bourgaux. Die schreef de toenmalige Amerikaanse ambassadeur in België aan en praatte met Buitenlandse Zaken. Op zijn brief naar de Amerikaanse ambassadeur kreeg hij nooit antwoord, maar het ministerie van Buitenlandse Zaken zette wel z’n schouders onder de zaak. De Iraakse ambassade in België en de Belgische ambassade in Jordanië – België heeft geen ambassade in Irak – werden ingeschakeld. Zonder veel resultaat: Irak voelde geen enkele behoefte om Oussama Atar vrij te laten.

In oktober 2010 besloot de familie Atar dan maar om met haar klachten in de openbaarheid te treden. Het was een emotionele bedoening, die zaterdag voor het Justitiepaleis in Brussel. De 26-jarige Oussama zat op dat moment al vijf jaar in de gevangenis in Irak en zijn familie en de organisatie Alliance for Freedom and Dignity, een door Marokkaanse Belgen opgerichte ngo, hadden driehonderd mensen opgetrommeld voor een manifestatie die de Belgische overheid onder druk moest zetten. Volgens de familie Atar spande die zich veel te weinig in voor de vrijlating van Oussama.

De zus en de moeder van Atar en hun Brusselse mensenrechtenadvocaat en politicus Vincent Lurquin – advocaat Bourgaux hadden ze toen allang aan de kant geschoven – hingen een mooi verhaal op. ‘Mijn broer is altijd een briljant iemand geweest,’ zei Asma Atar. Ze noemde haar ‘kleine broertje’ een ‘eerlijke burger met een onberispelijk gedrag’. Hij was geheel onterecht opgepakt en veroordeeld in Irak, hield ze staande.

Oussama Atar was volgens zijn familie voor het eerst naar Syrië getrokken in 2002, gewoon op vakantie. Hij was heel enthousiast teruggekomen en was in 2004 opnieuw vertrokken, om te gaan studeren. Twee jaar had hij in Damascus gewoond, en daar was hij toevallig in contact gekomen met een organisatie die humanitaire hulp bood in het door oorlog verscheurde Irak. Hij was vanuit Syrië naar Irak gegaan met een konvooi dat medicijnen vervoerde. Maar in Ramadi hadden de Amerikanen Atar dus opgepakt, wegens een niemendalletje: hij was in al zijn humanitaire elan de grens met Irak overgestoken zonder de juiste documenten.

Het was ondertussen zeer erg met hem gesteld, zei zus Asma tegen de samengestroomde menigte. De onschuldige Oussama kwijnde weg in een vreselijke gevangenis in Irak, had nierkanker, woog nog maar 25 kilo en was langzaam aan het doodbloeden. In naam van de menselijkheid moest de Belgische overheid hem dus zo snel mogelijk terughalen, opdat ‘zijn mama hem nog één keer in de armen kon sluiten’. Iedereen slikte het verhaal voor zoete koek.

Bart Ouvry, de toenmalige woordvoerder van Buitenlandse Zaken, stak de Atars een hart onder de riem. Hij liet weten dat de situatie op de voet gevolgd werd. Buitenlandse Zaken had de Irakezen al verschillende keren om de repatriëring van Atar gevraagd. Tot dan zonder gevolg. Maar in 2012 plooiden de Irakezen wel. Oussama Atar kwam vervroegd vrij dankzij de inspanningen van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken en organisaties als het Rode Kruis en Amnesty International. In september 2012 zat Oussama Atar opnieuw in Molenbeek. En dat hij ook maar iets te maken zou hebben met islamextremisme, jihadisme en terreur, werd door iedereen met klem ontkend.

''Sjeik' Bassam Ayachi gaf Brusselse jongeren 'beurzen' om zich in Syrië te gaan bijscholen in de radicale islam, en bij hun terugkeer kregen ze een passende islambruid'


Gevangenis in wit en roze

Het was nochtans stilaan duidelijk aan het worden dat er niet veel klopte van het verhaal dat de familie in 2010 voor het Brusselse Justitiepaleis had opgehangen. Dat Atar door de Amerikanen was opgepakt omdat hij een humanitair transport van Syrië naar Irak had begeleid, was bijvoorbeeld niet waar. En dat was ook niet wat de familie eerder in alle discretie had verteld aan hun Brusselse advocaten. Tegen hen hadden ze gezegd dat Oussama Atar in Irak was opgepakt nadat hij gewond was geraakt, vermoedelijk bij de explosie van een granaat. Als toevallig slachtoffer of als strijdend jihadist? Dat vertelde de familie er niet bij. En omdat hij het in het Irak van toen alleen maar zou halen als hij in een Amerikaans hospitaal werd behandeld, hadden zijn maats hem aan de ingang van een ziekenhuis van het Amerikaanse leger in Ramadi gedumpt. De Amerikanen verzorgden hem, maar arresteerden hem vervolgens ook omdat hij in verband werd gebracht met wapensmokkel, en men hem ervan verdacht een islamextremist te zijn die naar Irak was gekomen om er te strijden tegen de Coalition Provisional Authority van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, de bezettende machten na de val van Saddam Hoessein.

Ook het verhaal over de mensonterende detentie van Oussama Atar en diens gezondheid was niet waar. Begin 2011 bezocht een correspondente van de krant Le Soir Oussama in de gevangenis van Nasiriya in Irak, waar ook Tarik Aziz was ondergebracht tot zijn dood in 2015. Daar trof ze een gevangene aan die zijn straf uitzat in een moderne, in fris roze en wit geschilderde gevangenis, in een cel met een douche die hij met slechts één andere gevangene moest delen. Hij beschikte over een tv en een internetverbinding en had geregeld telefonisch contact met zijn familie. En van die levensbedreigende ziekte bleef er ook niet veel meer over. Nierkanker? Helemaal weg. Er was mogelijk nog wel een darmprobleem, zei Atar tegen de correspondente. Maar of dat levensbedreigend was? Toen de gevangene in 2012 opnieuw in België vertoefde, was er in elk geval geen sprake meer van ziektes. En nu, vijf jaar later, is zoon Atar nog altijd springlevend.

Eenmaal terug in Molenbeek dook Oussama Atar meteen in het islamradicalisme dat daar al twintig jaar woekerde zonder dat één politicus, magistraat of politieman dat in de gaten had. Een jaar na zijn vrijlating werd de ‘doodzieke’ Atar in Tunesië opgepakt in een hotel in het toeristische Hammamet: hij stond internationaal geseind omdat hij er opnieuw van verdacht werd wapens te smokkelen en het vermoeden bestond dat hij ginder contact had gelegd met een terreurorganisatie. Uiteindelijk werd Atar vrijgelaten en even later stond hij opnieuw in Brussel. En alweer viel niemand hem lastig. Hij verdween een tijdlang van de radar, maar toen kwamen dus de aanslagen van vorig jaar in Parijs en die in Zaventem en Brussel op 22 maart. En nu wordt Oussama Atar een belangrijke rol toegedicht in de islamitische terreurnetwerken die verantwoordelijk zijn voor die bloedige aanslagen.

'Sjeik' Bassam Ayachi is in 2013 zelf naar Syrië getrokken. Begin 2015 verloor hij daar zijn rechterarm.'


De haatprediker

De familie Atar is altijd blijven volhouden dat de jonge Oussama naar Syrië was vertrokken om er te studeren. Maar wat hij er ging studeren, werd wijselijk in het midden gelaten. In het interview met Le Soir beweerde Oussama zelf dat hij naar Syrië was gegaan om er Arabisch te studeren. Hij wilde dat in Syrië – of all places – doen en niet in, pakweg, Marokko, omdat er ‘daar geen gereputeerde universiteiten waren’. Tja.

Maar Oussama Atar was niet naar Syrië gegaan om er een taal te leren. Hij was vertrokken om er te radicaliseren in één van de vele onbuig-zame madrassa’s of Koranscholen en zich in de gewelddadige jihad te gooien. En hij deed dat onder invloed van één van de meest kwaadaardige haatpredikers van Molenbeek, een man die Brusselse jongeren ‘beurzen’ gaf om zich in Syrië te gaan bijscholen in de radicale islam.

Atar was al op heel jonge leeftijd onder invloed geraakt van Bassam Ayachi, die al sinds het begin van de jaren 90 actief was in Sint-Jans-Molenbeek, waar hij en extremistische collega’s zoals de Brusselse bekeerling Jean-François Bastin hun kwaadaardigheid verspreidden via verschillende vzw’s. De bejaarde ‘sjeik’ maakte van de Molenbeekse wijk aan de Ninoofsesteenweg een broeinest van islamextremisme, jihadisme, geweld en terreur, terwijl de toenmalige burgemeester Philippe Moureaux glimlachend toekeek.

‘Sjeik’ Bassam Ayachi is een Syriër met een Frans paspoort die in België terechtkwam nadat hij in het Zuid-Franse Aix-en-Provence een ‘islamrestaurant’ op de klippen had laten lopen en de Franse fiscus en justitie achter zich aan kreeg. De fanatiek antiwesterse en anti-Amerikaanse antisemiet en vrouwenhater, die weigert vrouwen een hand te geven omdat hij ‘hun listen en verleidingskunsten kent’, dook onder in Molenbeek en verzamelde daar al snel een grote en jeugdige aanhang rond zich – een aanhang die algauw in de wereld van misdaad, geweld en terreur stapte.

Ayachi en zijn netwerk zetten jonge mensen aan om naar Afghanistan te trekken. Hij had in Brussel zelfs een echt ‘reisbureau’ voor jihadisten en zelfmoordenaars die in Irak de Heilige Oorlog tegen de Amerikanen wilden gaan voeren en zichzelf wilden opblazen in naam van Allah. Hind Fraihi, de journaliste die destijds undercover was gegaan in Molenbeek, noemde hem de ‘deur naar Afghanistan’.

De organisatie van de ‘sjeik’ financierde jongeren uit Brussel die wilden gaan ‘studeren’ aan extremistische Koranscholen in Saoedi-Arabië en Syrië, waar ze in sneltreinvaart radicaliseerden. Bij hun eventuele terugkomst bezorgde Ayachi hun een passende islambruid – hij voltrok de huwelijksceremonie in hoogsteigen persoon. Zijn volgelingen in Brussel gedroegen zich als een privémilitie in pure extreemrechtse traditie. Ze organiseerden trainingskampen en parachutistenstages in de Ardennen en het Zoniënwoud, volgden schietcursussen en oefenden in schietstanden in Jette.

En toch kwamen de Belgische autoriteiten niet tussenbeide. Bijna twintig jaar lang hebben Ayachi en zijn radicale en gewelddadige volgelingen ongestoord mogen huishouden in Molenbeek. ‘Waarom België er met kop en schouders boven uitsteekt en zoveel jihadstrijders en islamterroristen levert? Dat hebben we voor een groot deel te danken aan Ayachi,’ zegt een anonieme politieman. ‘Niemand legde hem een strobreed in de weg. Philippe Moureaux liet begaan, de politie liet begaan, justitie liet begaan.’

'Ook Frankrijk (foto: zaal Bataclan) maakt zich zorgen om Oussama Atar. Ze noemen hem daar een 'gewapende en gevaarlijke strijder'.'


Madam Al Qaeda

Het eerste grote schandaal kwam er in 2001, toen bleek dat de zelfmoordaanslag op de warlord Achmed Sjah Massoud in Afghanistan was opgezet in Molenbeek. Daar had ‘sjeik’ Ayachi het islam-huwelijk van één van de moordenaars van Massoud met de Zwarte Weduwe, Malika El Aroud, ingezegend. El Aroud was één van de jonge Brusselse volgelingen van Ayachi en werd zelf ook een jihad-ronselaar met een devotie voor Osama bin Laden en banden met Al Qaeda. Na de moord op Massoud werd El Aroud door Buitenlandse Zaken gerepatrieerd uit Afghanistan, maar hier werd ze van de moord vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Met een nieuwe extremistische echtgenoot uit Tunesië installeerde ze zich in Fribourg in Zwitserland, waar ze opnieuw tekeer begon te gaan op een aantal haatwebsites als ronselaar voor de jihad. In 2005 werd ze daarvoor opgepakt en uit Zwitserland gezet. In 2008 werd ze opnieuw gearresteerd in België, samen met één van de zonen van Jean-François Bastin, de luitenant van Ayachi, en drie criminelen uit het milieu van de gangsterislam rond het Lemmensplein in Anderlecht die ervan werden verdacht aanslagen voor te bereiden. In 2010, ten slotte, werd El Aroud tot acht jaar gevangenis veroordeeld wegens het opzetten en financieren van een terreurgroep.

'Mijn broer Oussama is altijd een briljant iemand geweest, een eerlijke burger met een onberispelijk gedrag'

Ook Nisar Trabelsi, de Tunesiër die een aanslag wilde plegen op de vliegtuigbasis Kleine-Brogel en nu een lange gevangenisstraf uitzit in de Verenigde Staten, had in die dagen te maken met Ayachi, net als Djamel Beghal en Farid Melouk, leden van de wrede Algerijnse terreurorganisatie GIA. Kortom: het kruim van de islamterreur frequenteerde Molenbeek, en altijd was er die schaduw van Ayachi. Maar de ‘sjeik’ was wel zo leep om op de achtergrond te blijven.

Tot in 2006, toen Ayachi de toenmalige Franse minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy met de dood bedreigde. De Belgische justitie hield een aantal huiszoekingen en er werden gerechtelijke onderzoeken geopend wegens mensenhandel, racisme, overtredingen op de wetgeving op het burgerlijk huwelijk enzovoort. De zoon van de ‘sjeik’, Abdelrahman Ayachi, en de Fransman Raphaël Gendron, de mannen achter Ayachi’s haatwebsite, werden veroordeeld tot een boete van 2.000 euro en een maand cel, maar de ‘sjeik’ zelf werd ongemoeid gelaten en was niet te stoppen. In 2008 werden hij en Gendron echter opgepakt in de haven van het Italiaanse Bari: ze probeerden twee illegale Syriërs en drie Palestijnen Europa binnen te smokkelen. In eerste aanleg werden Ayachi en Gendron tot acht jaar veroordeeld wegens mensensmokkel én terrorisme, omdat ze werden beschouwd als propagandisten van Al Qaeda. Maar in 2012 – en opnieuw in 2014 – werden de twee in beroep en in cassatie op onwaarschijnlijke wijze vrijgesproken, omdat de rechter had vastgesteld dat Ayachi eigenlijk geen terroristische bedoelingen had in Italië, ook al zat zijn kampeerwagen vol terroristische en jihadistische propaganda, wapencatalogi en usb-sticks met extremistische en gewelddadige islamteksten en -beelden. Zelfs het testament van een 24-jarige zelfmoordenaar had de politie aangetroffen. Na zijn vrijlating in 2012 keerde Ayachi meteen terug naar Molenbeek, waar hij zich opnieuw toelegde op zijn specialiteit: het prediken van haat, het ronselen van jihadisten en het organiseren van terreur. En opnieuw maakte niemand zich druk.

In 2013 verdween de bejaarde Bassam Ayachi, ondertussen al een zeventiger, naar Syrië om daar het kalifaat te installeren. Begin 2015 verloor de ‘sjeik’ daar zijn rechterarm.

'Zouden de aanslagen in Zaventem en Brussel gebeurd zijn als Atar zijn straf in Irak helemaal had moeten uitzitten?'


Vanderdussenstraat 41

En heeft Ayachi ook nog wat te maken met de nieuwste lichting Brusselse terroristen, de jongens achter de aanslagen in Parijs, Zaventem en Brussel? Uiteraard, het is één kluwen. Met Oussama Atar, maar Ayachi was óók gelieerd met Khalid Zerkani, de jihadronselaar uit Molenbeek die dit jaar tot vijftien jaar werd veroordeeld in Brussel en die onder meer Abdelhamid Abaaoud, de grote man achter de aanslagen van Parijs, had gerekruteerd. En wat zie je als je gaat kijken naar de Vanderdussenstraat 41, één van de adressen vanwaaruit Bassam Ayachi in Brussel opereerde? Op datzelfde adres, in dezelfde periode zat daar de bvba Bichri. De bestuurder van die bvba was Abdellah Chouaa, die het adres van de sjeik zelfs opgaf als zijn vaste woonplaats. Tot voor kort zat Chouaa in de gevangenis op verdenking van betrokkenheid bij de aanslagen in Parijs van vorig jaar. De man, die een tijdlang aan de slag was als bagagebehandelaar op de luchthaven van Zaventem, had immers contact met Salah Abdeslam en met Mohammed Abrini. In april van dit jaar maakte de raadkamer een einde aan zijn voorlopige hechtenis. De vader van Chouaa is een Marokkaanse haatprediker uit Verviers, actief in België en Nederland, die ook heel dicht bij Ayachi stond: Abdelkader Chouaa, een man die in Nederland al vaak de pers heeft gehaald in verband met het prediken van haat, ook al houdt de man zelf vol dat hij met zijn preken altijd ‘binnen de grenzen van de Nederlandse wet is gebleven’. En ook vader Adbelkader heeft al zijn vennootschapsvehikels ondergebracht in de Vanderdussenstraat 41.

'In Italië werd Bassam Ayachi vrijgesproken omdat hij daar geen terroristische bedoelingen had, ook al zat zijn kampeerwagen vol terroristische en jihadistische propaganda'


Hypothetische vraag

Had men er in België enig idee van wie Oussama Atar was toen men zich zo inspande om hem terug naar hier te halen? Had men dat niet moeten weten? In Irak wist men het alleszins wel. De Amerikanen hielden Atar vast omdat hij tot twee keer toe had bekend dat hij naar Irak was gekomen als jihadi. Daar bestond al in 2005 het vermoeden dat hij te maken had met de op dat moment vanuit Ramadi opererende Jordaanse islamterrorist en Afghanistanveteraan Aboe Moesad Al Zarqawi. Die vertegenwoordiger van Al Qaeda vocht in Irak tegen de Amerikaanse bezetting. Tot zijn gewelddadige dood in 2006 organiseerde hij er bomaanslagen, zelfmoordaanslagen en onthoofdingen, met honderden slachtoffers tot gevolg.

Tijdens zijn proces verklaarde Atar dat hij tot inzicht was gekomen en zijn visie op de Amerikaanse aanwezigheid in Irak had bijgesteld. En na zijn arrestatie leefde hij jarenlang in gevangenissen waar tientallen zware islamterroristen op elkaar zaten gepakt en waar uiteindelijk het kalifaat werd uitgedacht en opgericht. In Camp Bucca zaten tussen 2005 en 2009 niet minder dan negen kaderleden van de latere IS gevangen, onder wie grote baas Aboe Bakr Al Baghdadi himself. Er zijn dan ook legio voorbeelden van ‘gewone’ gedetineerden die Camp Bucca verlieten als volleerde islam-terroristen. De gevangenis-directeur die in 2011 met de correspondente van Le Soir praatte, wond er in elk geval geen doekjes om. Hij zei: ‘Oussama Atar, dat is Al Qaeda.’

Heeft de Belgische overheid zich dan in de luren laten leggen door de familie van Atar? De betrokkenen hebben niet veel zin om hierover te praten. Advocaat Vincent Lurquin, die Atar een slachtoffer noemde, reageert niet op onze verzoeken om een gesprek. En ook de verantwoordelijken bij Buitenlandse Zaken hebben niet veel zin in een gesprek. De toenmalige CD&V-minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere wast zijn handen in onschuld.

Steven Vanackere «Oussama Atar? Die naam zegt me absoluut niets. Hoe dan ook is dit een zaak die schijnbaar jaren heeft aangesleept, en die zich dus niet alleen onder mijn bewind heeft afgespeeld, maar ook onder dat van Didier Reynders. Atar is vrijgekomen onder Reynders. Ik kan mij niet herinneren dat deze zaak ooit op kabinetsniveau is behandeld en aan mij is voorgelegd, maar ik durf daar mijn hand niet voor in het vuur steken. Maar dit soort affaires, bijstand aan Belgen die in het buitenland gearresteerd werden, is een standaardbezigheid van de administratie van Buitenlandse Zaken. De ambtenaren werken dit soort dingen meestal af zonder ze op kabinetsniveau aan te kaarten. Ik stel voor dat je je vragen voorlegt aan Buitenlandse Zaken.»

Bart Ouvry, de toenmalige woordvoerder die de communicatie over deze zaak in handen had, werkt nu bij de FOD Buitenlandse Zaken als directeur voor mensenrechten en democratie. Hij wenst geen antwoord te geven op onze vragen omdat hij daar geen ‘mandaat’ voor heeft en wijst ons door naar de huidige woordvoerder van Buitenlandse Zaken. Didier Vanderhasselt zegt eerst dat men niet de gewoonte heeft inlichtingen te geven over individuele gevallen, maar is daarna toch bereid om onze lijst met vragen te bekijken.

Didier Vanderhasselt «Wij hebben Oussama Atar inderdaad consulaire bijstand verleend toen hij in Irak in de gevangenis zat. Hij werd vrijgelaten nadat hij driekwart van zijn straf had uitgezeten. Zowel Binnenlandse Zaken als justitie waren op de hoogte van dit dossier.

»Over zijn gezondheidstoestand geven wij geen commentaar, en eenmaal terug in België worden dergelijke landgenoten opgevolgd door de bevoegde diensten, en niet door Binnenlandse Zaken. De Tunesische diensten hebben ons nooit uitgelegd waarom Atar in Tunesië was opgepakt.»

Op al mijn andere vragen (Zouden de aanslagen in Zaventem en Brussel gebeurd zijn als Atar zijn straf in Irak helemaal had moeten uitzitten? Of als de Belgische overheid Atar in de gaten had gehouden na zijn terugkeer?) komt geen antwoord.

Vanackere «Dat is toch een totaal hypothetische vraag. Wat wil je dat ik daarop antwoord?»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234