Op zoek naar dansende moslims op Brusselse scholen

‘Zal ik u de dansende moslims eens tonen?’ vraagt Erik Van Den Berghe met een uitdagende grijns. De uitspraken van minister Jan Jambon, over hoe een significant deel van de moslims stond te dansen na de aanslagen, zijn de directeur van het atheneum in Anderlecht niet ontgaan. Met een leerlingenbestand dat voor 80 procent uit moslims bestaat, kan dat ook moeilijk anders.

'Vandaag staan onze geschiedenisboeken vol met blanke verhalen. Hoe kan een jongen of een meisje met Marokkaanse roots zich daarin herkennen?'

De Brusselse scholen hebben het hard te verduren: ze krijgen te maken met lockdowns en radicaliserende leerlingen die met de noorderzon naar Syrië verdwijnen. Die problemen komen boven op de moeilijkheden die er al waren, zoals taalachterstand, penibele thuissituaties en het eeuwige plaatsgebrek. Maar het grootste euvel is wellicht dat een significant deel van de Brusselse leerlingen zich sinds 22 maart geviseerd voelt, omdat ze tot de moslimgemeenschap behoort. Een gevoel dat niet bepaald wordt geremedieerd door de uitspraken van Jan Jambon of die van Yves Goldstein, kabinetschef van de Brusselse minister-president Rudi Vervoort. Goldstein verklaarde op een internationaal debat dat hij van bevriende leerkrachten te horen had gekregen dat 90 procent van hun 17- en 18-jarige leerlingen de terroristen van Parijs als helden beschouwen. Achteraf nam hij wat gas terug, al bleef hij erbij dat een té grote groep jonge moslims in Brussel de daden van de extremisten niet afkeuren.



Op zijn atheneum in Anderlecht valt daar volgens Erik Van Den Berghe, die zelf is opgegroeid in Molenbeek, niks van te merken.



Erik Van Den Berghe «Nu zult u denken: ‘Hij verdedigt zijn school, da’s een verkoopspraatje.’ Maar ik maak me sterk dat het er op veel Brusselse scholen zo toegaat. Ik heb zelf nog in het atheneum van Molenbeek en in dat van Schaarbeek lesgegeven.»

'Van Montasser nemen de leerlingen dingen aan. Hij is één van hen: hij is jong, spreekt hun taal, heeft dezelfde roots en hetzelfde geloof'

HUMO Maar u kunt niet ontkennen dat er problemen zijn.

Van Den Berghe «Akkoord, maar we pakken ze aan. Montasser AlDe’emeh, die overal in Brusselse scholen gaat spreken over radicalisering, is hier al twee keer komen praten met de leerlingen. Ook de Franse islamoloog Rachid Benzine is hier al geweest, de vrijdag na de aanslagen – hij promoot een Europese islam. Montasser praat trouwens over veel meer dan alleen maar over radicalisering: ook onderwerpen als homoseksualiteit kwamen ter sprake. Van hem nemen de leerlingen dingen aan. Hij is één van hen: hij is jong, spreekt hun taal, heeft dezelfde roots en hetzelfde geloof. Plus: hij straalt vertrouwen uit. Ik heb zelf ook islamkunde gestudeerd, uit interesse. Maar ik ben natuurlijk een pak ouder dan de jongeren en ik blijf hun directeur.

»Mijn aanvoelen is dat we toch moeten oppassen met die zogenaamde tekenen van radicalisering. We moeten die soms wat relativeren. Toen ik Montasser de eerste keer naar onze school liet komen, was dat onder meer omdat er een jongetje na de aanslagen in Brussel had gejuicht in de klas. Toen Montasser hem daarop aansprak, wist hij meteen de vinger op de wonde te leggen: ‘Word jij misschien gepest?’ Het bleek al snel dat die jongen niet zozeer aan het radicaliseren was, maar dat hij zich vooral slecht in zijn vel voelde: zijn neef was Syriëstrijder en hij werd daarmee gepest. Hij was hier ook nog maar pas: een andere school in de buurt had hem de deur gewezen. Intussen gaat het prima met hem.»

HUMO Welk gevoel heerste er op school na de aanslagen in Brussel?

Van Den Berghe «Verslagenheid, frustratie. De leerlingen hadden behoefte aan een herdenkingsmoment, dus hebben we de lessen stopgezet. Ze zijn spontaan kaarsjes gaan branden en met krijt boodschappen op de speelplaats beginnen te schrijven. Eén uitspraak heb ik laten staan: ‘Sex is more nice than terrorism’ (lacht).

'De jonge moslims hier zijn liberaler dan men denkt, maar ze houden wel erg vast aan tradities.' Erik Van Den Berghe

»Als u me vraagt of ik hier op school al getuige ben geweest van extremisme, dan is het antwoord nee. De jonge moslims hier zijn liberaler dan men denkt, hoor. Er wordt niet veel gebeden of naar de moskee gegaan, en amper één op de tien spreekt Arabisch. We hebben het altijd over onze kerken die leeglopen, maar ook binnen de moslimgemeenschap is de secularisatie merkbaar. Maar – en dat zeg ik er meteen bij – ze houden wel erg vast aan tradities. Ze kennen de Hadith, over het leven van Mohammed, beter dan de Koran. Ze weten bij wijze van spreken beter hoe de profeet z’n tanden poetste dan wat er in de Koran staat over het paradijs.

»Weet u waar het fout loopt? In de boekenwinkels. Als pakweg Mohammed of Fatima een boek over de islam zoeken, dan gaan ze naar het winkeltje hier in de Wayezstraat. Of dan trekken ze iets verder richting het centrum, aan tramhalte Lemonnier. Vraag je daar in de winkels een boekje om je in te wijden in de islam, dan geven ze je ‘La voie du musulman’. Ik heb er thuis een exemplaar van liggen: het is puur salafistisch . Er staat zelfs in hoe je homo’s van gebouwen moet gooien. De jongeren doen er beter aan het boek van Rachid Benzine te lezen, ‘Le Coran expliqué aux jeunes’, maar dat vind je dus niet in die winkels. Ik vind dat zó erg. Daarom denk ik eraan om al onze leerlingen een exemplaar cadeau te doen als ze straks afstuderen. Zou dat geen mooi geschenk zijn?»


‘HET BLIJVEN PAGADDERS’

Op het atheneum van Anderlecht volgen de leerlingen de richtingen ASO (algemeen secundair onderwijs) en KSO (kunstsecundair onderwijs). Volgens directeur Van Den Berghe zorgt dat ervoor dat zijn scholieren sowieso al een vrij open blik op de wereld hebben. Zou het er anders toegaan op een school met de richtingen BSO (beroepssecundair onderwijs) en TSO (technisch secundair onderwijs)? Op het technisch atheneum Zavelenberg, in Sint-Agatha-Berchem, volgen de meeste van de 310 leerlingen een beroepsopleiding tot bouwvakker of technicus.

Pieter Vielfont (directeur) «Het merendeel komt uit Molenbeek en Anderlecht – de kanaalzone, dus. Ik schat het aantal moslims op 95 procent.

»Het is hier zeker niet allemaal rozengeur en maneschijn, maar dat de Derde Wereldoorlog is uitgebroken in de Brusselse scholen en dat onze moslimleerlingen aan lijkenpikkerij doen en staan te dansen op het graf van de ene of de andere, dat is gewoon niet waar. Ik heb op mijn school niemand de aanslagen, de terreur of IS horen toejuichen. Als ze al een keer een ongepaste uitspraak doen, dan zakken ze door de grond zodra je hen erop wijst. En hun ouders nog dieper. Mijn ervaring leert me ook dat zulke ongepaste uitspraken meer te maken hebben met puberaal gedrag dan met een bepaalde overtuiging. Ik hou mijn hart vast, maar tot op heden hebben we geen leerlingen die de extremistische toer zijn opgegaan.»

'Al bij al sta ik versteld van de maturiteit die mijn leerlingen de voorbije maanden aan de dag hebben gelegd.' Pieter Vielfont

HUMO Is er bij uw leerlingen ook sprake van frustratie?

Vielfont «Enorm. Ze hebben het gevoel – en niet onterecht – dat ze met de vinger worden gewezen, terwijl ze even ver van de gebeurtenissen af staan als u en ik. Ze worden er dagelijks op aangesproken, zeker als ze in Molenbeek wonen. Dan hebben ze alles tegen. Toen we een minuut stilte hielden na de aanslagen van Parijs en Brussel, zeiden ze: ‘Wij vinden dat ook erg, maar waarom houden we geen minuut stilte voor de Syrische vluchtelingen of voor de moslims die dagelijks worden vermoord? Is hun lijden dan minder erg?’ De eerste dagen na de aanslagen was de spanning hier te snijden. Je voelde aan alles: er is niet veel nodig om de boel te laten ontploffen. Maar nogmaals: niet omdat ze het geweld goedkeuren.

»Een ander gevoel dat sterk bij hen leeft, is angst. Ze zitten tussen twee vuren: ze voelen zich aangevallen door de niet al te intelligente uitspraken van politici – wat Jambon zei, dat leeft op school – maar aan de andere kant is er wel degelijk een extremistische stroming in Molenbeek. Ook vanuit die hoek voelen ze druk. Ze kennen de Abdeslams, hebben nog gevoetbald met Bilal Hadfi, dus voor hen komt dat zeer dichtbij. Dat is erg beangstigend.

»Ook hun ouders zijn bang. Bang dat ze de greep op hun kind verliezen. Als ik ouders bij me roep, omdat hun kind zich heeft misdragen, dan gaan ze meteen in de verdediging: ‘Maar we houden hem van de straat!’ Ze willen zich meteen distantiëren: ‘Wij zijn zo niet.’

»Al bij al sta ik toch versteld van de maturiteit die mijn leerlingen de voorbije maanden aan de dag hebben gelegd. Sinds de eerste lockdown had Molenbeek vaak iets van een belegerde stad. Op weg van school naar huis werden de leerlingen soms drie keer door de politie tegengehouden voor een identiteitscontrole. Ze bleven er redelijk kalm onder, wisten het gescheiden te houden van hun leven op school en wat er hier van hen wordt verwacht. Dat had net zo goed anders kunnen uitdraaien.»

HUMO Laten jullie ook sprekers komen, zoals in het atheneum van Anderlecht?

Vielfont «In het BSO zijn de klassen klein: het contact met de leerkrachten is hechter, waardoor de leerlingen binnen de klas al vrij veel kunnen ventileren. En toch heb ik ook een paar islamologen gevraagd om langs te komen. Ze komen niet alleen praten over radicalisering, maar ook over bepaalde foute beelden die de jongeren hebben van de islam. Veel gasten zeggen wel dat ze moslim zijn, maar als je hen vraagt naar de vijf pijlers van de islam, dan moeten ze diep nadenken. Vraag je hen naar de sharia, dan rakelen ze alleen op wat ze erover gehoord hebben in de media: dat het iets te maken heeft met handen afhakken. Terwijl er van de 600 pagina’s rechtspraak die de sharia telt, misschien tien pagina’s over strafrecht gaan. Af en toe heb je jongens of meisjes die het andere geslacht geen hand willen geven, maar dat is zeker geen significant deel. Ik vergelijk het met racisten onder de Vlamingen: die zijn er ook, maar we weten allemaal dat ze in de minderheid zijn.

»Ook met hun kennis over Marokko is het soms erbarmelijk gesteld. Als ze zeggen dat ze geviseerd worden omdat ze Marokkaan zijn, dan durf ik weleens te vragen het Marokkaanse volkslied te zingen. Dat kennen ze niet. ‘Jullie maken dezelfde fout als de mensen die jullie met de vinger wijzen,’ zeg ik dan. Op die manier laat ik hen nadenken, inzien dat ze hun Marokkaan-zijn niet zomaar kunnen uitspelen als het hun goed uitkomt. Want dat doen ze ook, hè. Het blijven pagadders.

»Er gaan ook veel complottheorieën rond: dat de situatie in Syrië is bekokstoofd door Israël en de Mossad (Israëlische geheime dienst, red.). De jongeren zijn wel vatbaar voor dat soort wilde verhalen. Het is belangrijk dat wij, de leerkrachten, dat doorprikken. We moeten hen daarover laten nadenken. Maar vroeger had je die theorieën ook. Ik herinner me nog de wilde verhalen over de CCC of de Bende van Nijvel uit mijn jeugd. Zo uitzonderlijk is dat niet.

»Bovenal gaat het leven hier gewoon door. Onze jongeren zijn echt niet elke minuut van de dag bezig met de terreur of de islam; ze zijn vooral bezig met hun uitstap van volgende week. Of ze maken zich zorgen over het EK, dat straks samenvalt met de ramadan. Ze zijn gewoon kind en zo hoort het ook.»


ONZICHTBARE MUREN

Eigen aan de Brusselse scholen is de splitsing tussen de twee taalgroepen: slechts 20 procent van de jongeren in de hoofdstad gaat naar Nederlandstalige scholen, die haast hermetisch afgesloten zijn van de Franstalige. Tewfik Sahih geeft aardrijkskunde en communicatie aan het Franstalige katholieke Collège La Fraternité in de Molenbeekstraat in Schaarbeek. Naast leraar is hij ook directeur van een agence locale pour l’emploi (plaatselijk werkgelegenheidsagentschap, red.) en helpt hij de Brusselse jeugd van de schoolbanken naar een job. Als ik hem vraag naar de situatie aan de overkant van de taalmuur, dan wijst hij naar de titelbladzijde van een recente studie van het Brussels Studies Institute: ‘De Brusselse jeugd: tussen diversiteit en kwetsbaarheid.’ ‘De toestand is precair,’ zegt hij.

'Gettoscholen bestáán; de jongeren daar kennen geen enkele autochtone Belg'

Tewfik Sahih «Het beeld dat deze studie schetst, is behoorlijk alarmerend. Maar voor u me gaat vragen waar het fout loopt met de Brusselse jeugd: dat het niet goed gaat, is niet hun schuld. Zij zijn de vrucht van onze samenleving. Een Brusselse jongere die naar een gettoschool gaat, heeft daar niet noodzakelijk zelf voor gekozen.»

HUMO U beaamt dus wat Yves Goldstein zegt: in Brussel zijn er getto’s. Die vertalen zich in gettoscholen?

Sahih «Absoluut. Met het decreet-Arena hebben ze geprobeerd het probleem op te lossen van de ouders die voor de schoolpoort moesten kamperen om hun kind in te schrijven. Dankzij online-inschrijvingen kampeert er inderdaad niemand meer voor de schoolpoort, maar van een sociale mix is er nog altijd geen sprake. Integendeel, één van de belangrijkste criteria voor de schoolinschrijving is nu de woonplaats: woon je met je gezin in Molenbeek, dan krijg je je kind maar moeilijk buiten de grenzen van de gemeente ingeschreven. Waarom toch? We beschikken hier in Brussel over degelijk openbaar vervoer. Een kind uit Molenbeek zou perfect naar een eliteschool in Ukkel kunnen gaan. Daar moeten we naar streven, want op deze manier verscherpt het schoolsysteem alleen maar de sociale ongelijkheid. Studies hebben het intussen genoeg aangetoond: een goeie mix in de klas is positief voor iedereen, zowel voor de sterke leerlingen als voor de zwakkere.»

HUMO Is de school waar u lesgeeft een gettoschool?

Sahih «Ja. Al noemen we dat nu enseignement différencié. Eigenlijk komt dat neer op positieve discriminatie: scholen met overwegend allochtone of arme leerlingen krijgen het label opgeplakt, waarna ze een beroep kunnen doen op extra middelen. Maar de stigmatisering is er met zo’n label natuurlijk niet minder om.

»Het probleem is dat Brussel vandaag vol staat met onzichtbare muren. We wonen niet samen. Weet u dat er Brusselse jongeren zijn die geen enkele autochtone Belg kennen? Geen énkele. Ik vind dat onvoorstelbaar. Je zou mijn school morgen net zo goed kunnen omdopen tot het Institut Mohammed VI, want je vindt er alleen maar jongeren met Marokkaanse roots. Hoe kan zo’n kind dan het gevoel krijgen dat hij een Belgisch burger is, dat hij iets gemeen heeft met un Belge de souche, een autochtone Belg? Nee, hij kent de Belgen alleen maar van de verhalen die hij hier en daar oppikt. Of ze waar zijn of niet, daar heeft hij het raden naar. Weet u dat die muur zich zelfs doortrekt naar het openbaar vervoer? De arme jongeren nemen niet dezelfde buslijnen als de welgestelde.

»Wat de jongeren nodig hebben in België – niet alleen in Brussel – zijn gemeenschappelijke helden, figuren die hen het gevoel geven deel uit te maken van een land, van een nationale gemeenschap. Vandaag staan onze geschiedenisboeken vol met blanke verhalen. Hoe kan een jongen of een meisje met Marokkaanse roots zich daarin herkennen? Waarom leren we in de lessen geschiedenis ook niet over Emir Abdelkader, de Algerijnse soldaat? Hij kan een mooi symbool zijn van vrijheid, met wie leerlingen zich kunnen identificeren. Het beste voorbeeld dat zoiets kan, is de VS: daar slagen ze erin om van alle kinderen Amerikaanse burgers te maken, ongeacht de onderlinge verschillen. Na de aanslagen heb ik als fixer gewerkt voor de Amerikaanse zender CBS. In hun ploeg zat een journaliste met een hoofddoek. In Amerika is zoiets doodnormaal, maar hier kreeg die vrouw niks anders dan vragen en verwijten. Wij kennen dat niet, een gesluierde journaliste.»

'Dat het niet goed gaat met de islam en dat we een hervorming nodig hebben, dat zult u mij niet horen ontkennen.' Tewfik Sahih


FASTFOOD-ISLAM

Sahih «Ik geef nochtans les aan erg pientere jongeren. Ze houden ervan om met mij in discussie te gaan. Doorgaans ga ik dan vol in de aanval: ik verdedig de standpunten van Israël of van de VS. Of als ze fulmineren tegen IS, dan geef ik hen argumenten die pro IS zijn. Zo lok ik hen uit hun comfortzone, push ik hen om een eigen mening te vormen. Ik heb ook eens twee uur met hen over het zionisme gesproken. Ze beweerden tegen het zionisme te zijn, maar wisten eigenlijk niet wat het was: ‘Dat zijn die kolonisten daar.’ Nee, als je een debat wilt voeren, dan moet je weten waar je het over hebt. Met seksualiteit doe ik hetzelfde. Ook dat is een blinde vlek voor hen. Ze krijgen gewoon géén seksuele opvoeding.»

HUMO Omdat dat niet kan voor een klas moslims?

Sahih «Nee, het zit gewoon niet in het leerprogramma.

»Wat ook niet klopt, is dat je voor een klas moslimjongeren de evolutietheorie niet mag uitleggen. Ik heb nog nooit iemand horen zeggen: ‘Ik geloof daar niet in.’ In mijn lessen heb ik het ook over de Shoa. Dat is een erg gevoelig onderwerp in de Arabische wereld. Nooit heb ik een leerling één antisemitische of racistische opmerking horen geven. Hooguit zeggen ze eens iets ondoordachts of doen ze een domme uitspraak uit jeugdige onwetendheid. Daar werk ik dan aan met hen.»

HUMO Hoe beleefden uw leerlingen de dagen na de aanslagen?

Sahih «Ze waren in shock. Ik heb samen met hen naar de RTBF-reportage over Abdellah gekeken, een man die z’n been verloor in Zaventem. Dat kwam heel hard binnen bij hen, omdat het slachtoffer één van hen was: het had hun vader, broer of neef kunnen zijn. Ze zagen met eigen ogen dat radicalisme iedereen kan treffen. Ze hebben gehuild.»

HUMO Wat vinden ze van de uitspraken van Jambon en Goldstein?

Sahih «Ach, voor hen is dat n’importe quoi. Goldstein heeft er al dik spijt van. Het is oneerlijk om zoiets te beweren, want het is op niks gebaseerd. Let wel: ik ben geen idealist. Je zal uit mijn mond niet horen dat het allemaal engeltjes zijn. Ik geloof wel dat er jongeren zijn die op een bepaald moment gedacht hebben dat die aanslagen niet slecht waren, omdat ze zich gediscrimineerd voelen, omdat ze België racistisch vinden, uit persoonlijke wraak. Maar voor mij is dat de reactie van een kind: ‘Jij slaat mij, dus ik sla jou.’ Dat er een echte tendens zou zijn tot het goedpraten van de gebeurtenissen: nee, dat geloof ik niet.»

HUMO Hebt u zelf al leerlingen zien radicaliseren?

Sahih «Nee. Voor mij betekent radicalisering een volledige breuk met de samenleving. Maar ik heb leerlingen wel al de conservatieve toer zien opgaan. Zo begint het. Dat het niet goed gaat met de islam en dat we een hervorming nodig hebben, dat zult u mij niet horen ontkennen.»

HUMO Wat doet de school in zo’n geval?

Sahih «Niks. Wat kan ze doen? Dit is een vrij land. Als een jongen beslist om voortaan vrouwen niet meer de hand te schudden, wat kun je dan doen? Hem daarvoor straffen heeft een omgekeerd effect: dan keert zo’n jongen zich zeker naar de extremisten die hem gelijk geven. Een jongere die écht radicaliseert, stopt trouwens met naar school te gaan. Dan sta je als school helemaal machteloos. Het is zaak op tijd in dialoog te gaan. Ik ken een jongen die plots niet meer naar muziek wilde luisteren: ‘Muziek is haram.’ Ik heb stevig op hem ingepraat, muziek meegenomen naar de les en zijn hele haram-praatje zorgvuldig onderuitgehaald. En wees maar zeker dat wat ik zeg, achteraf de ronde doet bij hen: ‘Monsieur Sahih a dit...’

'Als ik de leerlingen vertel wat voor paradijs de Koran beschrijft, dan vinden ze dat toch behoorlijk bescheten: 'Je krijgt er druiven? Pff, die kan ik ook in de Delhaize kopen!''

»Om hun praatjes te ontkrachten gebruik ik hun eigen referenties: de Koran, de Hadith. Ik doe wat Rachid Benzine doet: hen aansporen om een kritische geschiedkundige analyse te maken van hun bronnen. Zo praat ik met hen over het paradijs: ‘Wat is dat voor jullie, een paradijs?’ ‘Een plek met een Playstation, meneer,’ zeggen ze dan. Als ik hen vertel wat voor paradijs de Koran beschrijft, dan vinden ze dat toch behoorlijk bescheten: ‘Je krijgt er druiven? Pff, die kan ik ook in de Delhaize kopen!’ (lacht)

»Hun kennis van de islam is vaak belabberd. Wat ze lezen – als ze al lezen – zijn de boekjes uit de islamitische boekenwinkels met heel duidelijke regeltjes. ‘Le Licite et l’Illicite en Islam’, bijvoorbeeld. Daarin staat een lijst met alles wat zogezegd mag en niet mag: je mag je wenkbrauwen niet epileren, je mag je haren niet verven. Dat volgen sommige jongeren dan zonder nadenken, als een kudde schapen. Of dan letten ze er extreem hard op dat ze halal eten, maar vergeten ze respect op te brengen voor de ander. Terwijl respect voor de ander veel belangrijker is in de islam dan halal eten. Ik noem dat fastfood-islam of McDonalds-islam. Er is weinig spiritualiteit mee gemoeid. Het enige wat hen interesseert, is : ‘Hoe kom ik in het paradijs?’»


VAN AARLEN TOT OOSTENDE

Welke afslag je precies moet nemen naar het paradijs, daar zijn ze zelfs in de beste eliteschool nog niet uit. Maar zijn er misschien maatregelen te treffen die op korte termijn de penibele schoolsituatie in Brussel kunnen verhelpen?

Sahih «Voor mij is het simpel: ‘La Belgique sera ou ne sera pas par les écoles’. Daar begint alles en daar schieten we op dit moment vreselijk tekort. Op dit moment studeren de leerlingen in het Franstalig onderwijs af zonder één woord Nederlands te kennen. Vanaf het eerste jaar middelbaar krijgen ze wel vier uur Nederlandse les per week, maar die zijn op dit moment een catastrofe. In plaats van kennis brengen ze vooral een afschuw voor de taal bij. Een eerste stap zou dus zijn: weg met het schizofrene kantje, alle scholen in Brussel tweetalig. Dan heb ik het over écht tweetalig onderwijs, dat échte Belgische burgers aflevert, die zichzelf verstaanbaar kunnen maken van Aarlen tot Oostende. Pas dan kunnen we elkaar leren kennen. Daar wil ik mij persoonlijk voor inzetten.

»Ik kijk ook met bewondering naar de aanpak van het atheneum van Anderlecht. Ik ken geen enkele Franstalige school in Brussel die het hen nadoet.»

HUMO Meneer Van Den Berghe, is uw school hét succesmodel van Brussel?

Van Den Berghe «Het is één succesmodel – er zijn er vast nog andere. Maar wat we hier doen, werkt wel.

»Het enige wat ik vraag, is dat ze stoppen met Brussel en onze jongeren te stigmatiseren. Ook onze leerkrachten voelen zich gestigmatiseerd. Tegenwoordig zeggen ze niet graag meer dat ze in Brussel werken. Van mijn vijftig leerkrachten wonen er maar vijf in Brussel, mezelf incluis. Ze komen van overal: het Pajottenland, Aarschot, Antwerpen. Maar ze kiezen heel bewust voor een Brusselse school, omdat ze hier de kans hebben om echt een verschil te maken. Zoals het in de Koran staat: ‘Wie één leven redt, redt de hele mensheid.’»

Vielfont «Ik denk vaak aan een uitspraak van Godfried Bomans: ‘Een fanaticus is een twijfelaar die heeft beslist.’ Daar zit veel waarheid in. We moeten onze jongeren blijven stimuleren om de dingen ter discussie te stellen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234