Op zoek naar de doorbraak van 2015: wie wordt de nieuwe The War On Drugs?

Voor The War On Drugs was 2014 een springplank: naar uw aandacht en oren, naar de top van talloze eindejaarslijstjes en, kortom, naar de internationale doorbraak. Voor wie zou 2015 net zo’n springplank kunnen worden?


Marc Didden, Columnist en filmmaker: Douglas Firs

Marc Didden «Iedereen weet dat wie zich in Gent niet bezighoudt met het vervaardigen van cuberdons of scherpe mostaard tenminste in één, maar liefst in meerdere muziekgroepen speelt. Ook de jongens van de mooi benaamde band Douglas Firs vormen geen uitzondering op die regel: behalve bij henzelf tref je ze ook aan bij andere keurmerken als The Bony King Of Nowhere, Balthazar en Admiral Freebee.

»Op het gevaar af u te misleiden of u te doen denken dat Douglas Firs ‘oudeventenmuziek’ brengt, durf ik ze – mits zij daarmee akkoord gaan – onder te brengen in de warme platenbak waar ook Gram Parsons, The Band, Neil Young en Ryan Adams thuishoren. Het mag in ieder geval duidelijk zijn: Like Mike & Dimitri Vegas zijn ze niet.

»Maar ga ook niet te veel aan op een kampvuur gebakken bruine bonen of houthakkershemden denken. Douglas Firs is een hedendaagse groep: ze kennen weliswaar hun klassiekers, maar ze gaan er even gaarne mee aan de haal. Ik heb ze een keer of drie live gezien en gehoord, en ook dat viel mee – al moet u geen vuurwerk of acrobatie verwachten. Frontman en spilfiguur Gertjan Van Hellemont is géén Mick Jagger, maar ook geen houten klaas. Hij geeft je als toeschouwer de indruk dat je bij hem en de andere begaafde bandleden gewoon thuis op bezoek bent om samen naar wat mooie muziek te luisteren.

»En voor wie zich tijdens hun show afvraagt wie van hen nu Douglas heet: bedenk dan dat een Douglas fir gewoon een soort dennenboom is die weleens wil voorkomen in het noorden en het westen van de States, en die ook diehardfans van ‘Twin Peaks’ niet onbekend is. Maar vanaf vandaag is het toch vooral en voorgoed een uitstekende muziekvereniging die bij hoogdringendheid door alle mensen met een bijna even goede smaak als ikzelf ontdekt mag worden (lacht).»


Dan Snaith, Caribou: Jessy Lanza

Dan Snaith «Ik ben een optimist. Ik heb het gevoel en de ervaring dat mensen die oprecht opwindende, boeiende, níéuwe muziek maken daar vroeg of laat – en weliswaar vaker laat dan vroeg, maar toch – voor beloond worden. Ik hoop dat het in 2015 de beurt is aan Jessy Lanza, die in 2013 nog een plaat uitbracht op het label Hyperdub, en op dit moment aan een nieuwe worp werkt.

»Het is muziek die als r&b of dansmuziek omschreven zal worden, maar er schuilt ook een zéér degelijke portie songschrijverschap in. Lanza begrijpt hoe melodieën en harmonieën werken, en ze weet hoe ze er een song van moet brouwen. De buitenkant van haar songs is prachtig: beeldschoon, geweldige productie, áf. De binnenkant is nog beter: de songs die achter de klank schuilgaan, zijn haast zonder uitzondering tijdloos.»


Kirsten Lemaire, Studio Brussel-presentatrice: Tame Impala

Kirsten Lemaire «In eigen land, Australië, zijn ze natuurlijk al langer succesvol; ze hebben er grote awards gewonnen, daar hoeven ze niks meer te bewijzen. Bij ons ligt dat nog steeds anders: de mensen kennen Tame Impala wel, maar de échte doorbraak blijft toch wat uit. Ook op de radio blijven hun singles voornamelijk beperkt tot de avondprogrammatie. Ik snap dat niet zo goed; volgens mij zou dat een héél grote band kunnen worden.

»Tame Impala, dat is goed gemaakte, melodische, psychedelische rock – een beetje van alles, gemaakt door niets dan geweldige muzikanten. En de frontman, Kevin Parker, is al helemaal een interessante kerel, die met extreem veel verschillende dingen bezig is. Als je hem voor het eerst ziet, lijkt het misschien een wat kleurloze figuur, maar dat kan je van de mannen van The War On Drugs eigenlijk ook zeggen.

»Nu, Parker mag in de nabije toekomst op wat extra exposure rekenen: hij heeft meegewerkt aan de nieuwe plaat van Mark Ronson, en als er nu iemand is op wie alle ogen gericht zijn, dan hij wel. Volgens mij maakt hij veel kans om binnenkort bekend te worden bij een groot publiek, of hij dat nu wil of niet.»


Kurt Overbergh, Artistiek directeur AB: Sleaford Mods

Kurt Overbergh «Ik hoorde Sleaford Mods voor het eerst toen ik in de platenbakken van de Gentse Music Mania aan het snuisteren was. Op de achtergrond werd ik plots iets gewaar dat deed denken aan de brutaliteit van Crass, een beetje aan The Fall en de postpunk van PiL, en aan de woordenbrij van Mike Skinner van The Streets. Herkenbaar, maar tegelijk iets wat ik al een jaar of tien niet meer had gehoord.

»Live is Sleaford Mods al helemaal een heerlijkheid. Ze zijn met z’n tweeën; de eerste staat achter zijn laptop niets anders te doen dan op ‘start’ te drukken en drinkt gemiddeld één pint per song. Ze spelen veertien nummers per halfuur, dus dat zegt iets. De tweede is een zanger – beter: een raconteur – die een set lang, omgeven door rondzwiepend snot, zweet en speeksel, zijn haat jegens de Engelse celebrity’s, het establishment en eigenlijk de hele maatschappij in de microfoon blaft. Een working class punk met een energie die ik uitgestorven achtte. In The Wire werd hun muziek treffend omschreven als ‘excremental anger’, en ja: het gaat constant over ‘piss’, ‘shit’, ‘urine’ en ‘bollocks’, en één van hun platen heet ‘Wank’ – maar het is geweldig.

»Mike Patton heeft op zijn Ipecac-label vorig jaar een Sleaford Mods-verzamelaar uitgebracht; blijkbaar is het vuur ook bij hem gaan branden. Ik snap hem. Ik was en ben door hen compleet van mijn sokken geblazen.»


Eppo Janssen, Pukkelpop, ‘Duyster’: Dawes en Father John Misty

Eppo Janssen «De muziek van Dawes ligt in de lijn van die van The War On Drugs. Heel Amerikaans, heel Los Angeles, heel Fleetwood Mac, heel Jackson Browne. Die vibe. Al moet ik eerlijk zijn en zeggen dat ze op dit moment misschien nog iets te slick klinken. Of: wat The Hold Steady te veel heeft om een grote band te worden – een soort punky tegendraadsheid – heeft Dawes voorlopig te weinig. Die van The Hold Steady zijn met hardcore opgegroeid, en was ik van slechte wil, ik zou denken dat ze bij Dawes in hun tienerjaren vooral naar Counting Crows hebben geluisterd. Zoals destijds bij Wilco gebeurd is, zou er voor de volgende plaat misschien een bandlid bij moeten komen om wat keet te schoppen. Hoe dan ook borrelt het rond die groep, het leeft. En ik hoop – nee: ik verwacht – dat het tegen hun volgende plaat allemaal op zijn plaats zal vallen.

»Een andere doorbraak die er volgens mij zit aan te komen, is die van Father John Misty. De eerste keer dat ik Josh Tillman zag, was in 2006 in de Trix: een prachtig optreden, en toen al bleek dat hij een bijzondere figuur is, een grote persoonlijkheid, en voorzien van een geweldig gevoel voor humor. Dat bleek ook uit het optreden dat hij onlangs – als Father John Misty – gaf bij David Letterman, om zijn nieuwe plaat aan te kondigen: ‘I Love You, Honeybear’. Dat is een conceptplaat, en – zoals dat met conceptplaten gaat – iets bijzonders. En, naar wat ik ervan gehoord heb, héél straf.»


Wim Reygaert, Drums Are For Parades: Shabazz Palaces

Wim Reygaert «Shabazz Palaces zijn de Mars Volta van de hiphop: ze gaan verder dan de meeste van hun genregenoten, snijden dieper en drukken zich muzikaal avontuurlijker uit. Dat klinkt nogal abstract, maar hun platen vormen echt een wereld op zich.

»Ze hebben er ondertussen vier, geloof ik. Twee ep’s en twee officiële platen. ‘Lese Majesty’, hun recentste, was de soundtrack bij mijn reis naar LA vorig jaar. Ik heb ze er ook live gezien: het is niet altijd even duidelijk wát er bij hen allemaal op het podium gebeurt, maar het pakt je niet minder hard.

»Echt doorbreken zullen ze wel nooit, want dat zou betekenen dat ze op de één of andere manier naar de grootste gemene deler moeten zoeken, en dat lijkt me absoluut het tegenovergestelde van wat ze doen. Maar ‘het goed bewaarde geheim’, wat ze volgens mij nog steeds zijn, ook bij de meeste muziekliefhebbers, hoeven ze ook niet te blijven.

»Meer kan ik er niet over zeggen. Zet bij dit artikel gewoon een link naar hun ‘Dawn in Luxor’, het openingsnummer van ‘Lese Majesty’, en verwijs naar het moment – na 1 minuut en 30 seconden – waarop de eerste kick van de plaat magistraal invalt.»?


Philip Bosschaerts, Mintzkov: Dirty Beaches

Philip Bosschaerts «Ik ben te laat om een lans voor Dirty Beaches te breken: onlangs werd bekend dat hij ermee is gestopt. Dirty Beaches was: Alex Zhang Hungtai, een Taiwanees die in Canada is opgegroeid en gekke muziek maakt. Maakte. Ik heb ’m ontdekt in Trix; hij zong daar toen over een paar tapes heen, in een soort plastieken microfoon, Elvis-stijl, voornamelijk crappy klinkende lofi-songs. Door zijn Aziatische looks kreeg dat meteen een karaoke-effect, maar het zag er ook heel cool uit, een beetje David Lynch-achtig – en het klonk ondanks alles fantastisch. Later is hij meer elektronische muziek gaan maken, Suicide-stijl.

»Maar hoewel Dirty Beaches – in Pitchfork-kringen en zo – toch een redelijk hippe naam is, trok hij zelden veel volk. In de AB Box heb ik hem voor dertig man zien optreden. Hij is ook een zwerver – hij heeft over de hele wereld gewoond – en je hoort in zijn muziek een beetje dat hij op de dool is. Misschien heeft hij nu genoeg van dat leven, ik weet het niet, maar ik hoop hard dat hij binnenkort terugkomt met een nieuwe groep, een nieuw project. Hij verdient dat. En wij eigenlijk ook.»


Bent Van Looy, Das Pop: Jason Falkner

Bent Van Looy «Jason Falkner is iemand die ongelooflijke soloplaten heeft gemaakt. En die ook heel veel kansen heeft gekregen: voor zijn debuut werden er honderdduizenden dollars tegenaan gesmeten. En hoewel hij de laatste jaren platen maakt die enkel uitgebracht worden bij heel kleine labels in Japan, was hij in de jaren 90 nog topprioriteit voor platenfirma Elektra. Hij werd toen een beetje vergeleken met Lenny Kravitz – in de zin dat hij zijn platen ook volledig zelf opneemt en inspeelt – en er was destijds evenveel hoop voor Jason als voor Lenny. Het is sindsdien duidelijk geworden wie de race naar het succes gewonnen heeft – maar Falkners platen zijn voor mezelf wel heel belangrijk geweest, al van toen ik net zelf muziek begon te maken. Daarom is het wat raar – of eerder: vervelend – dat niemand anders die kent. Bij iedere nieuwe plaat koester ik de hoop dat hij bekender wordt bij een groter publiek, ook en vooral opdat ik er dan eindelijk eens met ándere mensen over zou kunnen praten. Want tot nog toe is het een eenzame bezigheid, fan zijn van Jason Falkner.»


Jan Wygers, Hitsville Drunks, Condor Gruppe, Creature With The Atom Brain: Spoon

Jan Wygers «Waarom Spoon? Omdat ze op élke plaat alles in huis hebben om hoge toppen te scoren in het indiewereldje: hoekige riffs, catchy tunes, meezingers, blijvenhangers, radiohits... Zanger-gitarist-liedjesschrijver Britt Daniel heeft ook een erg specifieke stem: beetje hees, korrelig. Ik omschreef Spoon destijds altijd als de nieuwe Pixies. Anno 2000 was Spoon wat de Pixies waren in het jaar 90, met dat verschil dat de grote doorbraak uitbleef.

»Jarenlang heb ik bij elke nieuwe Spoon-release gedacht: ‘Yes, dit wordt ’m, de grote doorbraakplaat!’ – maar ondertussen heb ik die hoop al lang opgegeven. Anyway, laat het ook maar zo. Van mij mógen ze zelfs niet meer doorbreken: ik zou niet willen dat men ons op de radio elke dag een nieuwe Spoon-single in de strot tracht te duwen – ik vrees dan dat ik hun volgende plaat links zou laten liggen. Hoewel: nee, dat zal wel niet.

»Euh, laat ze toch maar doorbreken, dan.»


Jonas Govaerts, The Hickey Underworld, regisseur ‘Welp’: Howlin’ Rain

Jonas Govaerts «Het is vooral de zanger van Howlin’ Rain die nogal bijzonder is: Ethan Miller. Op het podium en tijdens een optreden, bedoel ik. Ervoor en erna zie je een wat schrale, kalende kerel met een anorak en een lange, onverzorgde baard, compleet gespeend van charisma. Maar als hij eenmaal bezig is, kan je er je ogen niet van afhouden: zéér geïnspireerde frontman.

»Ik zag hem voor het eerst toen hij nog bij Comets On Fire zat: echt fantastisch. Dat Comets nooit groot geworden is, is best logisch. Dat was eigenlijk gewoon puur lawaai. Weliswaar soulvol, psychedelisch lawaai, maar zeker geen commerciële groep.

»Maar wat later is hij dus met het commerciëlere Howlin’ Rain begonnen. Klassiek, cool; een soort moderne Steely Dan. En een paar jaar geleden kwam de plaat ‘The Russian Wilds’ uit; heel slick opgenomen, als ik me niet vergis zelfs door Rick Rubin – toen was ik zeker: ‘Over enkele jaren zijn die mannen supergroot.’ Ik had het fout. Dat Howlin’ Rain tot nu toe geen miljoenen platen verkocht heeft, vind ik vreemd.»


Toon Martens, Lazy Jay: Gavin James en Rhodes

Toon Martens «Gavin James is iemand die al lang op mijn radar staat. Hij stond dit jaar op Eurosonic: een Ierse singer-songwriter die recht uit de pubtraditie komt – in Dublin is er geen pub waar hij nog geen vijf keer gespeeld heeft – en die er ook very Irish uitziet. Zo zijn er natuurlijk veel, maar nu heeft James een onwaarschijnlijk prachtige plaat geschreven, en dat gaat alles veranderen. Je voelt dat het aan het ontploffen is, en ik durf met heel veel vertrouwen te zeggen: met die mens komt het helemaal goed.

»Van de muziek die Rhodes maakt, ben ik zelf nog harder omvergeblazen. Ook een singer-songwriter, een Brit, die in 2013 met ‘Raise Your Love’ een ep heeft gemaakt die je vanaf de eerste noot kippenvel bezorgt. Waanzinnig knap. Als je móét vergelijken, dan met London Grammar, hoewel vergelijken altijd een beetje dwaas is. In het geval van Rhodes spreek ik eerder van hoop dan van garantie, maar ook hij verdient dit jaar een doorbraak.»


Frank Vander linden, De Mens: The Men

Frank Vander linden «Ik was vorig jaar zwaar onder de indruk van ‘Tomorrow’s Hits’ van The Men. Omdat daar een soort melodieuze punk op staat, iets tussen The Velvet Underground en The Replacements in, met echt goeie, meeslepende melodieën. Bij nader inzien bleek dat al hun vijfde te zijn, maar ik ben blij dat ik daar ben begonnen: hun eerste platen zijn nog pure noise, bijna onbeluisterbare trash. Ze zijn eigenlijk pas goed geworden vanaf ‘New Moon’ (2013).

»Ze komen uit Brooklyn, zoals alle groepen ter wereld. Het zijn nog steeds heel jonge gasten, die letterlijk élk jaar een nieuwe plaat uitbrengen. En als de richting van hun evolutie aangehouden wordt – uit noise gaandeweg iets boetseren dat ook normale mensen kunnen appreciëren, zoals bijvoorbeeld ook de Black Lips dat doen – zullen ze met de plaat die in 2015 uitkomt, keihard doorbreken.

»Nog even zeggen dat ik pas achteraf bedacht dat hun naam wel erg afgekeken is van die van mijn eigen band.»


Beluister de Spotify-playlist:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234