Op zoek naar Lee 'Scratch' Perry

In de nacht van 22 op 23 oktober kan ik de slaap maar moeilijk vatten. Ik ben opgewonden: morgen ontmoet ik Lee ‘Scratch’ Perry. Producer van Bob Marley And The Wailers, Junior Murvin, The Congos en een rist anderen die Jamaica op de kaart hebben gezet.

'Ik heb mijn studio The Lost Ark genoemd, naar zijn Black Ark in Kingston, met in het achterhoofd de gedachte: 'Misschien krijg ik op die manier Lee Perry wel ooit tot hier.' Bregt De Boever

Niemand die het antwoord weet, al heeft Bregt De Boever uit Oost-Vlaanderen vast wel een idee. De Boever bouwde in zijn hometown Maria-Aalter een studio naar het evenbeeld van Perry’s Black Ark in Kingston, Jamaica. Geen kopie, wel dezelfde filosofie: klein, fijn, en met de focus op de muziek en creativiteit. Muziek maakt De Boever al vele jaren met Pura Vida, een Belgische reggaegroep die zo authentiek klinkt dat reggaelegende Ashanti Roy met hen al twee platen heeft opgenomen. Binnenkort speelt De Boever ook mee op de nieuwe van Max ‘War Ina Babylon’ Romeo, en morgen komt Lee ‘Scratch’ Perry dus op bezoek. De eerste plaat van Pura Vida met Perry is overigens al klaar: ‘The Super Ape Strikes Again’ verschijnt deze week wereldwijd.

‘We kunnen je niet beloven dat je Perry zult kunnen interviewen,’ stond er in de mail van Maarten De Boever, manager en oudere broer van Bregt. Maar een interview interesseert me eigenlijk niet zo, ik wil Perry vooral aan het werk zien. Dat blijkt te kunnen.

Reden voor de desinteresse in een vraaggesprek: behalve muzikaal genie is Perry ook een notoire gek. In 1980 stak hij zijn eigen Black Ark Studio in de fik en ging vervolgens een week lang achteruitlopen terwijl hij met een hamer op de grond sloeg. Naar eigen zeggen om de boze geesten uit zijn verleden te verpletteren. Hoe meer je over Perry leest en hoort, hoe aannemelijker dat klinkt. Er zijn honderden verhalen. Interviews leveren zelden iets op. David Van Reybrouck deed onlangs een poging met meer dan verdienstelijk resultaat, maar 99 procent van wat er in een officiële situatie uit Perry’s mond komt, is één grote mist van psychedelische wartaal. Ik hoop in Aalter een glimp van de echte (de oude?) Lee ‘Scratch’ Perry op te vangen.


Vuurtje stoken

Onze eerste plaats van afspraak is bij manager Maarten thuis, waar we naast het voltallige gezin De Boever ook the polish connection aantreffen: vader en moeder Kuzas, dochter Ania, en fotograaf Piotr, reggaeverslaafden die er in Polen steevast bij zijn als een Jamaicaan nog maar in de buurt van een podium durft te komen. Sinds een warme ontmoeting op een Pools reggaefestival, twee jaar geleden, maakt het gezelschap voor nagenoeg elke show van Pura Vida ook de dertien uur durende reis met de wagen naar België. Toegewijd, de Kuzassen.

Maarten legt uit wat er te gebeuren staat. ‘Bregt en Lee zitten nu in de studio hier iets verderop. Bregt had vanmiddag al wat rhythms gemaakt, nu zijn ze vocals aan het opnemen. Ik ga een berichtje krijgen als we mogen gaan kijken. Ik stel voor dat jullie zich zo discreet mogelijk opstellen. Toch ten opzichte van Perry. Als je wil, mag je hem vragen stellen, maar je moet de situatie zelf wat aanvoelen. Er is in ieder geval niks officieel geregeld.’

Het berichtje komt, en na een ritje van vijf minuten parkeren we de auto aan het pittoreske Kasteel Blekkerbos, een stilteplaats van de Broeders van Liefde. Via het bos kunnen we de achtertuin van Bregt bereiken. De Polen hebben zich intussen helemaal in uniform gehesen: kaki militaire pakken met overal badges in de zwart-geel-groene kleuren van Jamaica, en op de rug de letters ‘Bombaclass Team’. Toegewijd, dat hadden we al gezegd. Piotr lacht: ‘In het dagelijkse leven ben ik brandweerman. Van het ene uniform in het andere. I prefer this one.’

Maarten, die een paar meter voor de rest van het gezelschap uit wandelt, stopt plots. We zijn er. Hij doet teken dat we stil moeten zijn, en zegt: ‘Kijk, hij is vuur aan het maken.’ Wat ik vervolgens vanachter een aftands tuinhuis zie opdoemen, behoort tot de onwaarschijnlijkste taferelen die ik in dit leven al heb mogen aanschouwen. Een typische Vlaamse achtertuin, huizen halfopen tegen elkaar, de onvermijdelijke betonplaten aan de andere kant, de schommel op het gazonnetje, spelende kinderen, oma’s en opa’s die er achteraan hollen, en te midden van dat alles: Lee ‘Scratch’ Perry die een vuurtje stookt. Op het terras. In Maria-Aalter. Maarten gebaart dat we dichterbij mogen komen en mogen filmen. Wat een stuk of acht mensen, Humo-fotograaf Guy Kokken inbegrepen, ook als bezeten beginnen te doen. Perry besluit om gewoon terug te filmen, met zijn laptop, het scherm als lens. De kinderen, een stuk of zeven, roepen en brullen en tieren om in beeld te komen, tot vermaak van Perry. Op de achtergrond flakkert het vuurtje gewoon verder. Uit de studio van De Boever, een omgebouwd aanbouwschuurtje, weerklinken lage reggaebassen. Bregt steekt glimlachend het hoofd naar buiten. Ik sta er met open mond naar te kijken.

Net op dat moment komt er uit het huis een aap tevoorschijn gesprongen. Manager Maarten die even was weggeglipt om zijn speciaal voor Perry gekochte Super Ape-pak aan te trekken, zo zal ik pas later op de avond te weten komen. In ieder geval: voor de kinderen wordt het allemaal net iets te veel. Keith Richards heeft Lee ‘Scratch’ Perry ooit de Salvador Dalí van de reggae genoemd, en dan had Keith dit tafereel in Maria-Aalter niet eens gezien.

Het gezelschap verdwijnt druppelsgewijs naar de studio, waar de opnames er helaas al blijken op te zitten. De track die ze vanmiddag hebben opgenomen draait wel op endless repeat. Heerlijk warme reggae met Perry die met zijn typische stemgeluid krast over ‘the children, the children’, en de kinderen van De Boever die op de achtergrond ‘Papa! Papa!’ roepen. De kleine Johanna en Egon waren de opnames komen verstoren, maar Perry stond erop dat hun bijdrage in het nummer werd opgenomen.

Het filmen en fotograferen gaat inmiddels onverminderd voort, en in een poging om plaats te maken, bevind ik mij via een openstaande deur plots in het washok van grootmoeder De Boever zaliger. Bregt komt er even bijstaan. ‘Mijn grootmoeder is in februari overleden,’ zegt hij. ‘Waardoor dit huis vrijkwam, en omdat ik op de vorige locatie huurde, ben ik met studio en al naar hier verhuisd.’

De studio van De Boever heet The Lost Ark, naar analogie met de ter ziele gegane Black Ark van Perry.

De Boever «Mijn studio is gebouwd naar het voorbeeld van Perry. Het rudimentaire trok mij enorm aan. Tot dan had ik alleen maar studio’s gezien die ik zelfs in mijn wildste dromen niet zou kunnen bouwen. Maar wat hij had staan, was haalbaar. Ik heb foto’s bestudeerd, ja, en veel research gedaan, uitgevlooid welk materiaal hij gebruikte. Niet alles wat ik heb, is exact hetzelfde, en ik werk natuurlijk ook met computer – je moet ook niet te hardnekkig in het verleden willen leven. Maar ik heb bijvoorbeeld wel een Soundcraft-mengtafel, ongeveer dezelfde als die in The Black Ark. Jarenlang naar op zoek geweest, en uiteindelijk voor vrij weinig geld gevonden in Antwerpen. De verkoper vroeg nog: ‘Waarom wil jij in godsnaam zo’n aftandse mengtafel?’ ‘Wel, omdat Lee Perry dezelfde had.’ Hij schrok, en in zijn hoofd zag ik de prijs met een paar duizend euro omhooggaan, maar het was te laat: we hadden net afgerekend (lacht).

'Hij speelt de dwaas, maar hij heeft wel de touwtjes in handen'

»Ik heb de studio The Lost Ark genoemd met in het achterhoofd de gedachte: ‘Misschien krijg ik op die manier Lee Perry wel ooit tot hier.’ Ik heb dus eigenlijk een val voor hem gespannen (lacht). Sinds de verhuis heet de studio The Last Ark, omdat Lee mijn Lost Ark gevonden had. Scratch is thuis.»


Van Bob naar Lee

Scratch is intussen druk bezig, hij plakt de studio vol met stickers van de nieuwe plaat. Maarten doet teken dat ik hem mag aanspreken, als ik dat wil. Maar ik voel gêne. Perry lijkt zich namelijk in da world of creation te bevinden. Hij plakt en plakt, goed nadenkend over waar zijn volgende sticker moet komen. Een lijn of patroon valt er echter niet te bespeuren. Pas wanneer hij mijn ‘Super Ape’ en ‘Arkology’ vastpakt die ik had klaargelegd (inclusief stift!) om te signeren, stel ik een vraag. Of hij tevreden is met wat Bregt met de studio heeft gedaan? Geen reactie. Heeft de studio zijn zegen? Perry lacht besmuikt en slaat een kruisje. Een lach die overgaat in een iets luider gekraak als hij op de cover van ‘Arkology’ een foto van zijn jonge zelve ziet. Eenzelfde reactie bij de aap op ‘Super Ape’. Twee keer krabbelt hij een grote ‘L$P’, herschikt vervolgens vijf minuten lang en zeer geconcentreerd een hoopje rommel op een tafeltje, en verdwijnt dan naar buiten, spelen met de bal. Met de kinderen. Perry heeft zich niet één keer naar mij omgedraaid. Tot zover mijn interview.

Scratch en Maarten blijven nog even in Aalter, maar voor ons is het tijd om naar Brugge te verhuizen, waar Pura Vida en Scratch vanavond in de Cactus Club spelen. Pura Vida opent de show, Perry vervoegt de groep voor het tweede gedeelte.

In de kleedkamer van de Cactus Club hangen de leden van Pura Vida erbij zoals alleen een groep die het gisteren laat heeft gemaakt erbij kan hangen. Verspreid over alles wat bank, stoel of sofa genoemd kan worden, heen en weer sloffend naar de koelkast, zuchtend weer neerzijgend.

Ik zonder me af met Bregt in de lege kleedkamer van Perry en vraag hem hoe hij als witte Vlaming zo diep in de reggae verzeild is geraakt.

'Ik laat Perry gewoon doen. Als hij de muren wil schilderen: go ahead. Liever mijn gitaar: ook goed. Zingen? Perfect!' Bregt De Boever

De Boever «Op mijn 14de zijn mijn ouders gescheiden, en dat heeft emotioneel een grote impact op mij gehad. Het is toen een paar jaar erg slecht met mij gegaan. In die periode heb ik Bob Marley leren kennen. De eerste plaat die ik van hem had was ‘Live’, gekocht in Londen. Een epische plaat. Hij zingt: ‘Forget your troubles and dance’. En dat wilde ik maar al te graag. Daar en toen ben ik aan reggae verslaafd geraakt, heel alleen in mijn kamertje, en toch was ik niet alleen. Ik speelde al gitaar toen, in een psychedelische rockgroep, met onder meer Fons Symons zaliger. Voor mij een geweldige leerschool. Ik kocht elke week reggaeplaten, maar pas rond mijn 18de ben ik het zelf beginnen te spelen. Ik had toen nooit kunnen vermoeden dat ik ooit nog met Lee Perry zou samenwerken.»


Scratch likes it

Pura Vida moet het podium op. De zaal zit vol, maar de groep - de nacht van gisteren nog in hoofd, armen en benen - heeft moeite om op gang te komen. Maar het lukt ze wel, even later staan we te skanken op een goed geoliede reggaemachine. Een mens zou bijna vergeten dat we op Lee ‘Sratch’ Perry zitten te wachten. Maar waar is hij? De groep staat intussen al bijna een uur op de planken, Bregt heeft hem al twee keer aangekondigd, ‘Ladies and gentlemen: Lee ‘Scratch’ Perry!’ Zonder resultaat.

En dan verschijnt plots zijn zoon op het podium, Noel, 27 jaar en mee op tournee als oppasser van zijn vader. Noel zet achteraan tegen het drumstel een klein reiskoffertje neer: het teken, zo hadden filmpjes op YouTube mij geleerd, dat Scratch er klaar voor is. Nog één keer en daar is hij dan: ‘Ladies and Gentlemen: Lee ‘Scratch’ Perry!’ Ik had het bij George Clinton al eens gezien en nu ook hier weer: hoe een al retestrakke groep nog beter wordt als de ster gewoon nog maar het podium op wandelt. We krijgen meer dan ons deel Perry-klassiekers, de nieuwe, vanmiddag opgenomen track met Bregt – de kinderen liggen in bed – die de rol van zijn kroost overneemt. ‘Papa! Papa!’ De song heeft nog geen titel en ik krijg ze al niet meer uit mijn hoofd. Iemand uit het publiek reikt Perry een banaan aan waaruit een forse joint tevoorschijn steekt. Scratch weet er wel raad mee. Na een dik uur is Noel daar weer en gaat het koffertje van het podium. Perry volgt geen minuut later. Hij zal, voorafgegaan door hetzelfde ritueel, nog één keer terugkomen, en dan zit het erop.

Achteraf komt hij in de kleedkamer van de groep nog een rondje doen. Perry houdt zelfs iets wat op een toespraak lijkt, maar in afwezigheid van Bregt is er niemand die hem verstaat. Met een krakende lach verlaat hij het pand, Noel met koffertje achter hem aan.

Bij gebrek aan Perry zelf wil ik van Bregt nog van alles over Perry weten. Hoe hij in godsnaam ooit met hem in contact is gekomen bijvoorbeeld.

De Boever «Ashanti Roy had mij gezegd: ‘You gotta paint him.’ Ik schilder ook namelijk, dus heb ik een schilderijtje met zijn beeltenis gemaakt. Op de achterkant mijn naam en gegevens gezet en gaan overhandigen na één van zijn optredens. Niet veel later stond er een bericht op zijn Facebookpagina: dat hij een visioen had gehad, en dat hij iemand zocht die dat voor hem kon visualiseren op doek. Ik heb daar meteen op gereageerd. En ik ben als een zot beginnen te schilderen, twee weken lang, iedere dag. Af en toe stuurde ik hem iets door, en zo heb ik hem leren kennen. Hij begon te reageren, en aanwijzingen te geven. Via mail, maar ook telefonisch. Meestal in het midden van de nacht. In Zwitserland leeft hij blijkbaar vooral ’s nachts. Raar hoor, ineens urenlang met je grote idool aan de telefoon hangen. Gelukkig had ik al veel met Jamaicanen samengewerkt en had ik het patois al wat onder de knie, anders had ik hem aan de telefoon niet eens verstaan. Enfin, schilderen en weer overschilderen, veel werk aan gehad. En plots, na twee weken een mail: ‘Scratch likes it.’ (lacht) Zijn vrouw Mireille heeft mij onlangs nog gezegd: ‘Je kunt niet geloven hoeveel mails wij krijgen van mensen die met Lee de studio in willen. Als je niet via de schilderkunst was gegaan, zou je nooit zijn binnengeraakt.’»

★★★

Een paar weken na onze surrealistische dag in Aalter bel ik Bregt om te vragen of hij nog iets van Perry gehoord heeft

De Boever «Nee, maar dat is niet abnormaal. Hij zit op Jamaica nu, waar hij iets moeilijker te bereiken is dan in Zwitserland. Hij is wree content vertrokken, en dat is voor mij het allerbelangrijkste. Lee is een gesloten mens, je komt niet snel te weten wat hij denkt. Eind jaren 70 is er bij hem iets geknakt. Hij heeft zijn studio in brand gestoken en is nooit meer naar het producen teruggekeerd. In plaats daarvan werd hij performancekunstenaar, en dichter. Ik heb hem eens gevraagd of hij nooit zijn studio heeft willen heropbouwen, waarop hij zei: ‘The rats would come again.’»

HUMO Als hij bij jou in de studio zit, werpt hij zich dan op geen enkel moment op als producer?

De Boever «Nee, blijkbaar heeft hij daar echt wel definitief afscheid van genomen. Als je hem naar technische dingen vraagt, begint hij psychedelische antwoorden te geven. Hij creëert heel doelbewust geheimen, spuwt mist. Het is moeilijk om tot hem door te dringen, dus laat ik hem gewoon doen. Als hij de muren wil schilderen: go ahead. Liever mijn gitaar: ook goed. Zingen? Perfect! Whatever he wants.»

HUMO Doet hij weleens iets dat je niet goed vindt?

De Boever Ja, en dat knip ik er dan uit. Daar trek ik mij niks van aan. Perry kan over van alles beginnen, hè, over piss en shit en wat nog allemaal. Of hij begint een halfuur andere reggaeartiesten te dissen. Heb ik er allemaal uitgehaald. Niet omdat ik vind dat ik hem moet censureren, maar omdat ik een positieve plaat wilde uitbrengen. Hij heeft er achteraf niks van gezegd.»

HUMO Hij herinnert zich dat wel nog, denk je?

De Boever «Jaja, je moet hem godverdomme niet onderschatten, vent. Dat heb ik wel geleerd. Hij speelt dan wel de dwaas en gebaart voortdurend van krommenaas, maar af en toe zegt hij iets over mij waardoor ik weet: ‘Die kerel heeft achter mijn rug alles gecheckt.’ Hij heeft de touwtjes in handen, hem zullen ze niet meer hebben.»

'Keith Richards heeft Lee Perry ooit de Salvador Dalí van de reggae genoemd. En dan had Keith de taferelen in Maria-Aalter niet eens gezien'

HUMO Nog een laatste vraag: weet jij wat er in het koffertje van Perry zit?

De Boever «Ik heb het één keer open gezien, toen hij het schilderijtje erin stak dat ik voor hem had gemaakt. Wat zit daar in? Speelgoed, prullaria, magische stenen… Apen ook, pluchen beren. Ik vraag me weleens af wat ze er aan de controle op de luchthaven van denken. In ieder geval: dat koffertje wijkt nooit van zijn zijde.»

HUMO Toch nog één allerlaatste: sla je weleens gewoon een babbeltje met hem? Over, ik zeg maar wat, moeder de vrouw, te weinig slaap, slecht eten in vliegtuigen?

De Boever «Nee. Hij zegt dat zelf ook: hij verkiest de magische taal boven de rationele. Hij wil in een kinderlijke wereld vertoeven. Hoe concreter de vragen die je hem stelt, hoe psychedelischer hij begint te praten. Als je het niet uit hem wil halen, en als hij rustig is, meestal na de show, komt er heel af en toe wel eens iets normaals uit. Naar Perry-normen dan toch (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234