'Morning sun'Beeld Edward Hopper

Thuisquarantaine

Opeens zit je met jezelf op de bank, maar hoe moet je écht alleen zijn?

De coronacrisis legt een diepere, sluipende crisis bloot: we kunnen niet meer écht alleen zijn. En dat maakt ons vatbaarder voor burn-outs en depressies. Laten we dus vooral veel oefenen.  

Plotseling is Hopper overal. Op Twitter zag ik de eerste schilderijen voorbijkomen. Het portret van een lezende vrouw achter het grote raam van een bibliotheek, een vrouw en een man, ieder alleen aan een tafeltje in een café, een vrouw op de eerste rij van een leeg theater, een man aan een tafel achter een raam, ergens in een stadsappartement. ‘We are all Edward Hopper paintings now’, twitterde ene @m_tisserand erbij. Ik was niet de enige die werd geraakt door de melancholische kleuren en de intrigerende leegte waarmee de Amerikaanse schilder (1882-1967) beroemd werd. De tweet werd binnen enkele dagen bijna 220 duizend keer geliket en 70 duizend keer geretweet.

Al gauw twitterde iemand anders Hoppers beroemdste schilderij Nighthawks (1942), waarop een nachtelijk New Yorks café is afgebeeld met een paar mensen alleen aan de toog. Het geldt in kunstboeken als iconisch portret van eenzaamheid en vervreemding, juist vanwege het contrast tussen de gemoedelijkheid van het café en de desolate uitdrukking van de personages. Toen was het hek van de dam. Ook op andere sociale media postte de een na de ander een Hopper alsof het een wedstrijd was: welke beeldt het best onze current mood uit? Eén ding is zeker: onze current mood is eenzaamheid.

En zo legt de coronacrisis een diepere, sluipende crisis bloot: we kunnen niet goed meer alleen zijn. Nog geen week nadat sociale onthouding de nieuwe norm is geworden, wordt er al gesproken over het eenzaamheidsvirus. Zoals onze koning zei: ‘Het coronavirus kunnen we niet stoppen, het eenzaamheidsvirus wel.’

Nu is dat met het oog op verpleeghuizen en gehandicapten niet zo gek: er zijn mensen die alleen zijn én hulpbehoevend, en voor hen is sociaal contact met dierbaren van essentieel belang. Er komen ook hartverscheurende berichten van de ic, waar geliefden aan de deur afscheid moeten nemen zonder te weten of ze elkaar nog zullen terugzien en waar mensen inderdaad sterven zonder naasten aan hun bed. En dan zijn er nog de vele alleenstaanden. Door vergrijzing en scheidingen is het aantal alleenstaanden exponentieel toegenomen. Het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek bericht al twee decennia dat ook steeds meer dertigers er alleen voor komen te staan. Dat zijn dezelfde dertigers die we met lachende gezichten zien zwemmen in de Baltische Zee en mediteren in een Balinees resort, #lovemylife, maar die nu de muren van hun appartementje van 28 vierkante meter op zich af zien komen.

Maar een verloren gevoel is niet voorbehouden aan hen. Er is een reden waarom Hoppers schilderijen zo’n breed publiek aanspreken en die beperkt zich niet tot bekommernis om hen die praktisch alleen zijn. Zijn schilderijen vatten de stille eenzaamheid die onder het laagje vernis van onze samenleving verscholen ligt. De vrouw alleen met een kop koffie, de man die staand aan de bar een whisky drinkt: er spreekt een melancholie uit die we allemaal herkennen, maar waarvan we ons niet zo bewust zijn. Tot nu. De snelle veranderingen van de afgelopen week hebben die stille eenzaamheid pijnlijk luider gemaakt. Wie zijn we nog als onze vrienden, collega’s, voetbalmaten en de yogajuf ons niet zien? Als we niet de deur uit kunnen, de kroeg in, de Bijenkorf, op onze mooiste hakken naar een restaurant? Wie zijn we als we alleen zijn met onszelf?

Vervreemd van onszelf

Toegegeven, in het licht van de problemen van mensen in een land als India, waar een lockdown is terwijl het 30 graden is en velen geen airco hebben en niet eens een kraan, is het wellicht een triviaal gegeven dat we hier in het Westen niet weten hoe we alleen moeten zijn. Maar dat neemt niet weg dat het een reële ontwikkeling is, met reële gevolgen. Volgens de Vlaamse psychoanalyticus Paul Verhaeghe dreigt onze eenzaamheid groter te worden omdat we steeds minder verbonden zijn met anderen en vooral met onszelf. We raken in hoge mate vervreemd van onszelf en daarmee zijn we vatbaar voor burn-outs en depressies. In het boek Intimiteit (2018) legt hij uit dat het daarom zaak is dat we leren alleen te zijn. Daarin ligt de sleutel voor een goed leven. Want ook al is het een maatschappelijk probleem met oorzaken die grotendeels buiten onszelf liggen, de oplossing begint met iets essentieels dat in ons allemaal zit: ons zelfbeeld.

Wie wij zijn, het leven dat we leiden en de keuzes die we maken, hangt samen met hoe wij onszelf zien en voelen over onszelf. Daarbij gaat het niet alleen om de carrière die je kiest, maar ook om hoe je je kleedt, waar je woont, hoe je je kinderen noemt en welke zitbank je koopt. Dat zelfbeeld, zegt Verhaeghe, is geen statisch gegeven. Het wordt bepaald door onze omgeving – allereerst door onze ouders, daarna door onze leraren en leeftijdsgenootjes en weer later door onze collega’s, vrienden en kennissen. Het wordt ook bepaald door onze sociaal-culturele omgeving: de maatschappij waarin we leven en de normen en waarden die daarbij horen. Verhaeghe maakt hierbij het onderscheid tussen concrete anderen en abstracte anderen, ook wel de Ander. Zonder dat we het doorhebben, wordt onze identiteit grotendeels ingevuld door hun verwachtingen en de bijbehorende beelden waarmee we ons identificeren of waartegen we ons afzetten.

Dat is altijd al zo geweest, alleen waren die anderen vroeger vrij overzichtelijk. Je had je familie, je vrienden, de kerk en de gemeenschap waartoe je behoorde. Maar dankzij diverse revoluties, waaronder de digitale, leven we nu in een neoliberaal tijdperk van onbegrensde vrijheid en smartphones. De Ander is de hele wereld geworden. Dat komt er in de praktijk op neer dat onze identiteit er stukken kleurrijker en diverser uitziet, maar het heeft ook minder prettige gevolgen.

Nieuw mensbeeld

Want dit vrije tijdperk komt met een nieuw mensbeeld, dat ons ten eerste voorhoudt dat we maakbaar zijn en dus verplicht er iets van te maken. Succes is op alle vlakken haalbaar en dat hangt af van jou, van jouw keuzes en inspanningen. Ten tweede zijn we competitieve wezens, wat inmiddels betekent dat we altijd en overal moeten concurreren met de ander én met onszelf. Door de storm aan gemanipuleerde beelden die elke dag via sociale media op ons afkomen, is perfectie de norm geworden. We moeten een perfect lichaam hebben, perfect gezond zijn, perfecte kinderen hebben, de perfecte baan, de perfecte partner, het perfecte karakter en het perfecte huis op de perfecte plek. 

MIT-professor Sherry Turkle waarschuwt hierom al jaren voor de funeste werking van sociale media op ons zelfbeeld. We staan nooit uit, zegt zij, en daarom hebben we continu het gevoel dat we moeten presteren. De Amerikaanse informaticus Jaron Lanier schrijft hetzelfde in zijn boeken, waarin hij pleit voor een hervorming van het internet. En zo zijn er meerdere wetenschappers die aandringen op een maatschappelijk debat hierover. Maar intussen verandert er weinig, en doen wij allemaal onze stinkende best om te voldoen aan de norm van perfectie. We etaleren onze fysieke vooruitgang via fitnesstrackerapps, we posten selfies van onze strakgetrainde en gladgewaxte lichamen, we vullen ons LinkedIn-profiel met elke scheet die we laten en maken de hele wereld getuige van hoe eigen­zinnig/schattig/slim onze kinderen zijn. Vervolgens turven we de likes. Ben ik goed genoeg, mooi genoeg, leuk genoeg? Maar genoeg is het nooit.

Hier doet de vervreemding haar intrede, zegt Verhaeghe. We identificeren ons met idealen die niet haalbaar zijn en dat doen we ongemerkt, dat is het verneukeratieve. We geloven heilig in de maakbaarheid en zijn misschien zelfs wel blij met onszelf. Zie ons eens goed bezig, met onze sixpack (check), promotie (check), thigh gap (check), Big Egg-barbecue (check) en 1,4K volgers (check). Maar er is een verschil tussen wat de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau in de pruikentijd al ‘amour propre’ en ‘amour de soi’ noemde: eigendunk en liefde voor jezelf. In het eerste geval ben je in je nopjes met jezelf omdat je je lijstje met Gewenste Kenmerken hebt afgevinkt. In het tweede geval houd je van jezelf op de manier waarop houden van bedoeld is: onvoorwaardelijk. Om te overleven in dit digitale, hypercompetitieve tijdperk moet je haast wel gevoelig zijn voor de eigendunk, ook wel ijdelheid. Het gevolg is dat we steeds minder voeling krijgen met wat er in ons lichaam gebeurt, en met wat we echt voelen. Zo kan het gebeuren dat je op een dag in de spiegel kijkt en je afvraagt van wie die afgetrokken kop is, of zelfs zo aan jezelf voorbij bent gehold dat je een burn-out of depressie hebt.

Verloren

Het kan dus ook gebeuren dat op een dag de coronacrisis uitbreekt en je ineens met jezelf op de bank zit. Misschien vind je het aanvankelijk wel fijn, de afspraken die je uit je agenda kunt schrappen. Maar dan begint het te knagen. Je voelt je onrustig, weet niet waar je met jezelf naartoe moet. Je pakt voor de zoveelste keer je smartphone en opent Facebook, Twitter, Instagram. Daar is in de afgelopen minuut weinig nieuws bij gekomen. Als je geluk hebt, heb je een geliefde thuis. Als je nog meer geluk hebt, heb je niet al de neiging om die de hersens in te slaan met een Creuset-pan. Maar dan nog bestaat de kans dat je je verloren voelt. Dat je een zekere intimiteit mist, het vermogen om echt verbinding te maken. Het is een illusie dat je zelfstandig zin kunt geven aan je bestaan. Zinvol leven kunnen we alleen in verbondenheid met anderen. Liefst willen we alles betekenen voor één ander, met wie we alles kunnen delen, iemand bij wie we kwetsbaar kunnen zijn en toch geborgen. Maar, schrijft Verhaeghe, dat kan pas als we intiem kunnen zijn met onszelf.

Daarmee doelt hij niet op erotische intimiteit – al behoort die zeker tot de mogelijkheden. Intimiteit slaat in dit verband eerder op verbondenheid. Op het tegendeel van vervreemding: weten wie je bent en keuzes maken waarmee je je kunt identificeren. De voorwaarde hiervoor is – o ironie – precies datgene waartoe we nu veroordeeld zijn: alleen zijn. Je hebt stilte nodig om te voelen wat je voelt, om je verlangens te doorgronden zonder dat ze worden gecensureerd door de oordelen van de Ander. Dat is misschien eng, zeker nu we het niet meer gewend zijn. Want verlangens komen nooit alleen. Ze komen met angst voor afkeuring, voor teleurstelling, voor het ondraaglijke besef dat de tijd dringt. En misschien komen ze met de constatering dat je een vreemde bent in je eigen leven en dat het allemaal anders moet.

Wat in elk geval anders moet, is de manier waarop we ons leven (laten) leiden. Er wordt al gezegd dat we deze crisis te baat moeten nemen om als samenleving dingen fundamenteel anders te doen. Misschien kunnen we meteen leren alleen te zijn. Hoe? Daarvoor bestaan genoeg zelfhulpboeken. Veel hashtags ook, zoals #metime en #alonetime, en er zijn apps die je bijvoorbeeld helpen mediteren – wat een goede techniek is om je los te weken van verwachtingen van anderen. Maar zodra er een zelfhulptheorie, hashtag of app bij komt kijken, ligt al gauw de kans op de loer dat je vooral heel instagrammable alleen gaat zitten wezen. De echte kunst van alleen zijn leer je eenvoudigweg door alleen te zijn – met de nadruk op zijn. En vooruit, kunst kan helpen. Door te kijken naar Hoppers desolate figuren, die worden getekend door eenzaamheid en vervreemding. Dan weet je: ik ben niet alleen.

(VK)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234