null Beeld

Open brief aan Pat McQuaid, voorzitter van de Internationale Wielerunie (UCI)

Geachte voorzitter,

Meneer McQuaid,

Het zijn barre tijden. Uw vriend Lance Armstrong, die met een thermosfles epo onder de arm zeven Tours heeft gewonnen, wordt aan de schandpaal genageld.

Jan Antonissen

En het ziet er naar uit dat ook u hem binnenkort zal moeten laten vallen: als de Internationale Wielerunie zijn zeven overwinningen niet schrapt, is de kans groot dat er op de Olympische Spelen in Rio geen wegrit voor profrenners meer te zien zal zijn. En zo'n risico kunt u niet nemen.

Maar wat denkt u nu werkelijk: is Lance Armstrong, zoals de dopingjagers ons voorhouden, inderdaad een ordinaire valsspeler, een geslepen bedrieger, een criminele oplichter? Nee, natuurlijk is hij dat niet: hij deed al die jaren gewoon wat alle anderen ook deden. Alleen, hij hield het beter verborgen: hij dacht dat hem niks kon overkomen, met zijn grote knowhow en wijdvertakte netwerk. En dat is hem ten langen leste fataal geworden. De Oude Grieken wisten het al: hoogmoed komt voor de val.

Ik stel voor dat we in deze dopingdiscussie voor één keer niet elke zin voor nuance verliezen: laten we de topsporter Armstrong vooral in zijn waarde laten. Hij is een kampioen, en u weet ook: die zijn altijd een beetje slimmer dan de rest, binnen en buiten de koers.

Stel dat u binnen afzienbare tijd inderdaad overgaat tot het schrappen van Armstrong op de erelijst van de Tour, welke naam gaat u dan in zijn plaats invullen? Jan Ullrich, Ivan Basso, Alex Zülle of godbetert Alexandre Vinokourov? Weinig renners die hem in het algemeen klassement opvolgden, zijn zelf onbesproken. Ik heb het even nagetrokken: in de top-vijflijstjes van de zeven Tours die Lance Armstrong heeft gewonnen, staan vier renners die nooit tegen de lamp zijn gelopen. Dat is ongeveer twintig procent. En voor de oude en gebochelde Fernando Escartin, Quasimodo op de fiets, zou ik mijn hand niet in het vuur durven te steken: in het lijstje: 'renners die mogelijk met de hulp van geavanceerde gentechnologie in een lab zijn vervaardigd' prijkt hij met stip op één. Ongezonder vind je ze niet.

Er is een schrikbarende vaststelling die u toch aan het denken zou moeten zetten: Lance Armstrong was tijdens zijn carrière de meest gecontroleerde sportman op aarde. Vijfhonderd controles! Maar geen enkele daarvan was positief volgens de regels van de kunst – verklaringen van derden hebben hem de das omgedaan. Niet zelden afgekochte verklaringen, maar passons, mag ik u vragen: wat voor waarde hebben dopingcontroles nog als ze voor een beetje bijdehante topsporter en zijn gevolg zo eenvoudig te omzeilen zijn? In 'The Secret Race' vertelt Tyler Hamilton dat dokter Michele Ferrari, de geniale begeleider van Lance Armstrong, welgeteld vijf minuten nodig had om een oplossing te bedenken voor de epotest: het spul rechtstreeks in de aders spuiten en basta!

Een kleine rondvraag leert dat experimentele gendoping al enige tijd zijn weg in het peloton heeft gevonden. U weet ook hoe topatleten redeneren: 'Wat werkt bij proeven op ratten en muizen in laboratoria, zal dat ongetwijfeld ook bij ons doen.' De zoektocht naar het kleinste competitieve voordeel stopt nooit, niets overtreft de illusie van een onopspoorbaar wondermiddel. En als het wondermiddel niet blijkt te werken: geen ramp – er zijn alternatieven genoeg, middelen waarop nog altijd geen controle mogelijk is. Groeihormoon bijvoorbeeld, hoe zit dat nu eigenlijk? Daar zouden ze al dertig jaar een test voor hebben, maar als puntje bij paaltje komt, blijkt die niet waterdicht.

Ik weet wat u nu zal zeggen: 'Armstrong is het verleden, we slaan een zwarte bladzijde om, het wielrennen is nog nooit zo clean geweest als vandaag.' U hóéft het zelfs niet meer te zeggen, want Johan Museeuw – de grootste klassieke renner van de jaren 90 – heeft het u al voorgedaan. Eerst heette het dat hij nooit doping had gebruikt. Daarna één keer, een zwak moment in de nadagen van zijn grote carrière. Nu meldt hij dat bijna alle renners van zijn generatie in de fout zijn gegaan en een mea culpa moeten slaan om, jawel, de zwarte bladzijde te kunnen omslaan. De geschiedenis van de wielersport is stilaan een lachwekkende pageturner, meneer McQuaid. Toen Willy Voet aan de vooravond van de Tour '98 werd betrapt met een apotheek voor een Zwitsers ziekenhuis in zijn kofferbak, gold dat als een nieuw begin. Dit nooit meer! En toen kwamen Ullrich, Rasmussen, Landis, Contador en Armstrong eraan. Controle buiten competitie, epotest, biologisch paspoort – elke keer weer wordt het net om de zogenoemde dopingzondaars strakker aangehaald, maar nog altijd is het gebruik van verboden stimulerende middelen business as usual. Dat weet elke insider.

Er is dat eeuwige argument: doping is niet eerlijk. Het ondergraaft het beginsel van gelijke kansen voor alle deelnemers. Komaan. In een systeem waarin de leugen regeert zou eerlijkheid de norm moeten zijn? Het peloton is het walhalla van de ongelijke kansen. De ene renner wordt als een Formule 1-bolide gefinetuned door dokter Ferrari, de andere wordt als een overblijfsel uit het stenen tijdperk geïnjecteerd met slangengif door dokter Mabuse. Hoe eerlijk is het dat de ene elke nacht in een hogedruktent kan slapen, en de andere zelfs niet het geld heeft voor een jaarlijkse hoogtestage? Hoor je daar iemand over piepen? Het leven is niet eerlijk, valt te vrezen – en een schijnheilig onderscheid tussen cleane renners en rommelaars zal dat zeker niet veranderen.

Als één argument in dit debat van tel zou mogen zijn, is het de gezondheid van de renners. En dat is het net. Spreek met een beetje sportarts en hij zal u zeggen dat een Tour zonder epo en testosteron minder gezond is dan één met. Tenminste: als die dingen met mate worden toegediend. Maar daar kan dus geen sprake van zijn want het mag niet. Gevolg: het gebeurt clandestien. Het is wit of zwart, en daardoor komen renners in de grijze zone van de illegaliteit terecht, worden ze uitgeleverd aan rommelaars en sjoemelaars in plaats van kundige en bekwame artsen.

Denk, meneer McQuaid, eens na over de verpletterende verantwoordelijkheid die uw organisatie draagt. U organiseert wedstrijden zoals de Tour de France, die het gewone menselijke vermogen te boven gaan, maar u verplicht de deelnemers wel hun heil te zoeken in riskante bloedinfusen in oververhitte hotelkamers. Topsport is sowieso niet gezond, daarvoor hoef ik de namen van Fabio Casartelli en Wouter Weylandt niet te citeren. En toch doet u er nog een schepje bovenop door epo op de lijst van de verboden middelen te laten staan en het zo veel schadelijker schildklierhormoon niet. Wordt het niet de hoogste tijd dat we de gezondheid van de renners als de maat der dingen nemen? Vandaar mijn voorstel: laten we voortaan medische parameters stellen, met duidelijke onder- en bovengrenzen, zoals u al met epo hebt gedaan, en laten we aan de hand daarvan bepalen of renners mogen koersen. Wie de grenzen schendt, rijdt niet mee – klaar. Maar laten we in hemelsnaam ophouden overtreders te vervolgen, te schorsen, te broodroven en soms zelfs op te sluiten. Nee, even aan de kant tot de medische parameters weer kloppen, en daarna kunnen ze weer in het zadel. De cinema van de repressieve dopingindustrie heeft lang genoeg geduurd. Het heilige gebod 'Gij zult clean winnen' slaat nergens meer op. Dat kan u betreuren, maar het is niet anders. Clean bestaat niet in de topsport. Clean is – en dat weten alle toppers – wie niet gepakt wordt. Lance Armstrong is clean.

Natuurlijk zullen we op deze manier niet alle uitwassen uit de sport bannen. Er zullen altijd renners als Ricardo Riccò opduiken die tien jaar lang, winter en zomer, epo spuiten ongeacht de gezondheidsrisico's die daarmee gepaard gaan. Suïcidale types heb je overal. Maar dat zijn uitzonderingen. Wat ze wél allemaal zonder onderscheid doen, is de grens opzoeken – daarvoor zijn het per slot van rekening topsporters. In de oerversie van de Tour de France reden de gebroeders Pélissier al met nitroglycerine in hun drinkbus. En zo hoort het aan de top: push the limits. Maar het is uw verdomde plicht de jacht op de ultieme limiet veilig te laten verlopen. Of tenminste: zo veilig mogelijk.

U bent een Ier, meneer McQuaid, u vindt het vast niet erg dat ik besluit met een klein gebedje aan het adres van uw organisatie. Verlos uw sport eindelijk van de huichelachtige hang naar zuiverheid en eerlijkheid. Verlos ons van de selectieve verontwaardiging over valsspelers in het peloton. Verlos de renners van pek en veren. Doe iets. Stop de neergang en herstel de geloofwaardigheid. Want wat mensen door alle gedoe wel eens dreigen te vergeten: wielrennen is de mooiste sport ter wereld.

May the road rise with you.

Met sportieve groet,

Jan Antonissen

undefined

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234