null Beeld

Opnieuw actueel: Zondag Misdag, de erediensten op de VRT

Behoort het uitzenden van erediensten tot de kerntaak van de VRT? De openbare omroep kondigde deze week aan dat ze voortaan ook twee islamitische erediensten per jaar zal uitzenden, naast de bestaande rooms-katholieke erediensten en de erediensten van de andere erkende religies in ons land. Als het van minister van Media Sven Gatz (Open VLD) afhangt, stopt de VRT in de toekomst dan weer best met het uitzenden van religieuze erediensten. In 1999, toen de tv-mis veertig jaar bestond, ging Humo-journalist Jan Hertoghs een mis-opname volgen.

(Dit stuk verscheen in Humo 3051 van 23 februari 1999)


Live vanop de Luchtbasis te Koksijde: Ons-Heer-Hemelvaart!

Het is u mogelijk nog niet opgevallen dat de Vlaamse Televisie al veertig jaar om de veertien dagen een Heilige Mis uitzendt. Of die eucharistieviering op zondag het eeuwig leven gegund is op onze openbare omroep, laten we in het midden, maar het is toch een prestatie dat die eredienst al zolang standhoudt op onze schermen ondanks de voortschrijdende secularisering annex oprukkende ontkerkelijking. Humo sprak met enkele makers van dit live-programma, dat op het lijf geschreven is van de bovennatuurlijke-meerwaardezoeker.


Eva met Jonagold

De Sint-Lambertuskerk van Antwerpen-Dam is een grote maar wat achteruitgelegen kerk in een rij huizen in de regen. Op een gewone dag zou ze niet opvallen, maar nu springt ze eruit met de zes hagelwitte captatie-vrachtwagens van de VRT die zeker vijftig meter van de stoep innemen. De televisie is er, zoveel is duidelijk, en binnenin is het huis van God al het studio stadium ingetreden met mobiele camera’s, microfoons overal en stellages met felle spots. De 40 watt stralenkrans van Onze-Lieve-Vrouw verbleekt erbij, maar de voorhoofden van het zangkoor gaan er des te meer van blinken. Vooraan in de kerk heerst een opgewonden maar ongedwongen sfeer, de koorleden zitten zacht kletsend op de kerkstoelen, de studiomeester loopt te praten in zijn walkie-talkie, de pastoor - hier gemeenzaam Jef genoemd - trekt zijn kazuifel over het hoofd, en één cameravrouw leunt tegen haar opnametoestel en bijt op haar gemakje in een appel. Zo’n Eva met een Jonagold bij het altaar, het zou vroeger een doodzonde van hier tot Scherpenheuvel zijn geweest, maar nu is het ‘who cares?’ en trouwens, het is nog niet echt dé mis, het is nog maar de repetitie.

Tv-missen worden immers niet zomaar in de ether gegooid op zondag, ze worden de dag tevoren drie à vier uur lang gerepeteerd met alle priesters, misdienaars, koorleden en lectoren erbij. Ik vraag een cameraman of hij een kerkganger is. Nee, hij ging tot hier toe alleen maar naar begrafenissen ‘en zijn eigen huwelijksmis’. Maar hij vindt de tv-mis wel meevallen als zondagsplicht: vaak krijgt de ploeg een receptie van de parochie of komt de vrouwengilde een tafel broodjes smeren, dus over díe innerlijke mens hebben ze zeker niet te klagen.

Om de intrede te oefenen heeft de priester achteraan de kerk postgevat in een decorum van prikborden en slogans (stijl ‘Wat schaft de pot? - Wij willen RECHTVAARDIG eten!’) Er hangt ook een echte spiegel zodat we in onszelf kunnen kijken wat betreft ons engagement ten opzichte van de derde wereld.

De priester schrijdt nu naar het altaar, richt daar het woord tot de gelovigen en schetst alvast het thema van deze zondag: opschorting van de schuldenlast van de derde wereld. Jezus had het niet hoog op met de schuldeisers, zegt hij, Jezus gaf om de armen en deelde met de armen. Maar wat zien we: onze ontwikkelingshulp is slechts een schoendoosje vergeleken met het grote kartonnen blok aan schulden dat de armste landen aan hun been hebben (en hij wijst naast het altaar op een bruin doosje dat tegen een hoge kartonnen toren ligt). Ja, de wereldproblematiek is ingewikkeld, maar hier kunnen we gemakkelijk volgen.

De repetitie schiet goed op, maar na een uur wordt mijn zitvlak warm en is mijn aandacht al herhaaldelijk naar het kleine crucifix gegleden waar nog een late kerstslinger over de gekruisigde armen hangt. Ik hou het voor bekeken, de rest zie ik morgen wel op tv.


Zoom, zoom

En voilà, het is zondag en ik zit in mijn sofa en de mis begint. Ik probeer de aanwezigen te tellen, gisteren zei de pastoor dat er normaal slechts veertig mensen naar de hoogmis komen, nu kom ik aan circa honderdvijftig parochianen. Voor de iets minder kerkgebonden katholiek heeft het toch wel voordelen zo thuis naar de mis te gaan. Je mag je pyjama en je sloffen aanhouden, je kan nog eens wat zeggen, een kopje koffie drinken, en als het saai wordt intussen de ontbijttafel afruimen.

Mijn volle aandacht wordt pas getrokken als een protestantse predikante het woord neemt. Zij is uitgenodigd omdat het ‘week van de oecumene’ is en wat zij zegt over de rijke en arme landen is een regelrechte aanval op het westerse kapitalisme en het Internationaal Muntfonds (‘Géén opeenstapeling van armoede aan de ene kant van de wereld! Géén opeenstapeling van armoede aan de éne kant van de stad!’) Dat klínkt hier op de Dam, en dat er een rechtvaardiger wereld moet komen zegt ze in een emotioneel slotwoord: ‘Als we tegen het ongebreidelde kapitalisme kunnen ingaan, als we tegen het racisme kunnen ingaan, dan wordt Fort Europa een luchtkasteel!’ Het is verdorie lang geleden dat ik nog zo’n uitgesproken mening op de openbare omroep mocht horen! Haar oproep tot bijbelse radicaliteit deemstert nadien echter weg in lijzige voorbeden en traagslepende orgelaccenten en de camera glijdt terwijl al even traag over de koppen van het koor, en ook traag over een glasraam (zzzjt naar boven en zzzjt naar beneden) en al even traag zoomt ie in op een groot kruis aan de muur (en iiiinn en uiiiitt).

De mis loopt intussen uit, ik zie de studiomeester ingrijpen en terwijl de parochianen nog maar ter communie trekken, zegt de priester dat ‘we aan het einde van de viering gekomen zijn.’ Tegelijk verschijnt het telefoonnummer van de plaatselijke parochieherder. Kijkers kunnen hem tussen twaalf en twee bellen ‘voor meer info over deze viering’.

Hup, en daar zitten we weer in de profane Reyerslaan waar een opgewekte Bettina Geysen ons meedeelt dat ‘de mis uit is en dat we overstappen naar het volgende rechtstreekse programma, ‘De zevende dag’! En terwijl ze in Antwerpen nog het brood nuttigen, zijn ze in Brussel al in het bier en het spuitwater gevlogen.


Beatmissen en Bierfeesten

Producer Lena Demeester (58) maakt wetenschappelijke programma’s voor ‘overLeven’ maar heeft sinds april ’98 ook de iets minder wetenschappelijke ‘erediensten’ in haar takenpakket. Demeester is vertrouwd met het terrein, want ze ging al in de jaren zestig en zeventig mee als regie-assistente om de zondagse vieringen te verslaan. Kampioen van de misvieringen is evenwel regisseur René Bodson (65). Deze voormalige secretaris-generaal van het KTRC (Katholiek Televisie en Radio Centrum) heeft zevenhonderd eucharistievieringen op zijn naam staan. In 1993 is hij ermee gestopt, in 1967 is hij ermee begonnen.

HUMO Ik heb me laten vertellen dat de eerste uitzending van het NIR (de voorloper van de BRT) een mis was.

RENE BODSON «Dat klopt niet. De eerste uitzending in 1953 was een soort journaal gevolgd door het programma ‘Drie Dozijn rode rozen’ van Paula Semer. Maar de Vlaamse televisie heeft wel van bij het begin een religieus programma gehad. Dat werd gemaakt door pater Jan Joos, die veel werkte met stichtende tafereeltjes: vier vrouwen die in een kapsalon zaten en over Goed en Kwaad spraken en over zedig en onzedig zijn, en als ze over zonden of het kwade spraken, dan stuurde pater Jan al eens een duivel in beeld. Ja, zo waren de jaren vijftig. Maar bon, de eerste mis in de geschiedenis van de BRT moet in het najaar van 1959 zijn geweest. En sindsdien is er om de veertien dagen een eucharistieviering op tv.»

HUMO De mis is geen gastprogramma van Derden maar een volwaardige VRT-productie.

DEMEESTER «Ja, de eucharistieviering heeft dezelfde status als het journaal, het weerbericht of TerZake. Maar de rooms-katholieke dienst is niet de enige eredienst, hoor: er zijn ook drie protestantse, twee orthodoxe en twee joodse diensten per jaar.»

HUMO Maar 26 missen per jaar... Dan zitten Kerk en Staat toch nog dicht bij elkaar in Vlaanderen.

DEMEESTER «Het gaat gewoon terug op die jaren vijftig. Toen zal de openbare omroep dat als een evidente taak gezien hebben missen uit te zenden. Er gingen zoveel mensen naar de kerk, dus ook de televisie ging mee naar de kerk. En sindsdien is men daar niet meer op teruggekomen.»

HUMO Hebben jullie nog de tijd meegemaakt dat de priester met zijn rug naar het volk stond en dat alles in het Latijn was?

BODSON «Nee. Toen ik in ‘67 begon, waren de meeste missen al in het Nederlands en ik kan me ook niet herinneren dat de priester nog met zijn rug naar de gelovigen stond. Maar toch was dat toen geen gemakkelijke tijd voor mij. Het was een woelige periode in de Kerk. Het was het einde van de jaren zestig, je kreeg een nieuwe liturgie, je kreeg bijvoorbeeld de jeugdmissen.»

HUMO Ja! De beatmissen!

BODSON «Inderdaad, de beatmissen of ritmische missen zoals wij ze noemden. (Zuur gezicht) Ik ben daar nooit een groot voorstander van geweest, maar ze brachten wel veel volk en veel leven in de kerk. Maar het had geen stijl vond ik: elektrische gitaren in de kerk, trompetten, slagwerk.»

HUMO Bob Dylan en ‘Blowin’ in the Wind’!

BODSON «Of dat liedje ‘We Shall Overcome’... Katholieke kranten als de Gazet Van Antwerpen spraken van godslasterend lawaai en een liturgische schande, maar het was niet aan mij om censuur uit te oefenen. Als de pastoor van die parochie dat goedvond, dan kwam dat op televisie. Eigenlijk kon er heel veel van mij. Ik heb overal missen gedaan: in ziekenhuizen, in kloosters, in kazernes bij de soldaten, in colleges, op het vliegveld van Koksijde, overal. Neem de Zeewijding op de dijk van Blankenberge, daarmee ben ik in 1972 begonnen! Ik heb zelfs op de Wielerzesdaagse in het Sportpaleis, in het midden van de piste, een mis uitgezonden! Ik heb er zelfs één uitgezonden vanop het WK Wielrennen in Zolder en vanop de Bierfeesten in Wieze!»


Lichaam van Christus

HUMO U was een missionaris op al die wereldse plaatsen!

BODSON «Dat was geen zendingswerk, dat gebeurde toen dikwijls dat grote evenementen met een mis geopend werden. En dat lijken nu misschien curieuze plaatsen, maar toen was het een manier om aan de mensen te laten zien hoe het kerkelijke op al die verschillende plaatsen belééfd werd. En als ik erop terugkijk, dan was mijn grootste genoegen misschien wel ergens aan te komen en te zien dat de komst van de televisie aanstekelijk had gewerkt op het godsdienstig enthousiasme van al die mensen. De televisie bracht werkelijk geest op al die plaatsen en in al die parochies.»

HUMO Hoe was het om in kleine dorpen te arriveren met uw reportagetrein van zes captatiewagens?

BODSON «Dat was een wonder hé, dat was een mirakel als de televisie in het dorp kwam. Nu staat er bij wijze van spreken een cameraploeg in elke winkelstraat, mensen zijn gewend aan camera’s, maar in die beginjaren hield men zijn hart vast. ‘Wat zou dát geven?!’ Meestal was dat ook dé gelegenheid om de hele kerk te poetsen, en bijvoorbeeld nieuwe uniformen te kopen voor het koor of een nieuwe kazuifel voor mijnheer pastoor. De zaterdag tevoren stelden wij ons materiaal op en mochten er geen huwelijken meer plaatsvinden, maar er waren koppels die dan absoluut wilden huwen te midden van camera’s en kabels en buizen. Want dat was origineel, dat was iets voor de trouwfoto’s!»

HUMO Accepteerden pastoors vroeger dat je zomaar met camera’s, statieven en lichtstellages door hun kerk zeulde? Vonden ze dat niet heiligschennend? Moesten jullie bijvoorbeeld niet telkens knielen als je voorbij het tabernakel kwam?

BODSON «Nee, ik heb het nooit meegemaakt dat wij moesten knielen of dat ons gedrag als heiligschennend werd ervaren. Maar ik heb m’n ploegen altijd goed ingeprent dat ze zich rustig moesten gedragen, en bijvoorbeeld niet moesten roepen in de kerk, dat kon natuurlijk niet. De pastoors waren toen ook wel bang voor de televisie, dat we de pasgeverfde muren of het houtwerk zouden beschadigen, want je had dan wel weken van tevoren uitgelegd dat je licht- en cameratorens ging opstellen, maar als ze je dan bezig zagen, sloeg de schrik hun om het hart. Veel geestelijken gingen er ook van uit dat al onze medewerkers brave, gelovige katholieken waren. En als ze dan hoorden dat dat niet zo was, dan konden ze daar niet bij. Stel je voor, de regisseur heeft niet-katholieken om de mis te doen! Meestal kreeg ik dat gladgestreken, maar je had toch nog altijd pastoors die dachten dat de gelovigen in de ploeg toch iets deskundiger of eerbiediger waren dan de anderen.»

HUMO Is er ooit discussie over geweest of die Heilige Mis wel op dat wereldse scherm mocht?

BODSON «Dertig-veertig jaar geleden was daar veel discussie over, vooral bij Duitse theologen. Zij vonden dat dat niet kon, en dan voornamelijk vanwege de consecratie. De theologen vonden dat de verandering van brood en wijn in het lichaam en het bloed van Christus zo verheven was dat dat alleen maar tot het domein van de kerk kon behoren. De consecratie was immers het ‘heilige der heiligen’ en dat kon je zomaar niet uitstralen naar huiskamers en andere minder sacrale plaatsen.

DEMEESTER »Zo zijn er nu nog altijd een paar priesters die ‘s zaterdags bij de repetitie geen consecratie willen repeteren. In hun ogen wordt het brood op dat ogenblik het lichaam van Christus en dat is niet iets dat je zomaar efkes doet opdat de camera zijn shot van zondag zou kunnen voorbereiden.»


Géén close-up van de mijter!

HUMO De kerken zullen vroeger wel bomvol hebben gezeten.

BODSON «Ja, die jaren heb ik meegemaakt, dat alle kerken goed gevuld waren. Lege rijen zag je niet. Maar soms was de opkomst toch lager dan de pastoor verwacht had, dat waren dan parochianen die thuis waren gebleven om te zien hoe hùn kerk, hùn pastoor en hùn koor er uitzag op televisie. De mensen hadden toen nog geen video om het allemaal op te nemen hé!»

HUMO Hoe bracht u de mis vroeger in beeld? Nog statischer dan nu?

BODSON «Wat bedoelt u met statisch? Dat alles rustig en eerbiedig in beeld gebracht wordt? Wel, mijn indruk is dat het nu beweeglijker is dan in mijn tijd, zelfs iets té beweeglijk als je het mij vraagt!»

HUMO Straks zegt u nog dat het flitsende televisie is!

BODSON (Lacht) «Flitsend is het nooit geweest en zal het nooit worden, want we spreken hier over een dienst in een kerk, en dan moet je het rustig houden. Dat is altijd mijn standpunt geweest: beweeg niet te veel, vermijd bruuske beeldovergangen, kortom, zorg ervoor dat die kijker die camera niet voelt! Zorg ervoor dat het zo rustig is dat hij denkt dat hij live in de kerk zit en meebidt. En ik weet wel, het medium verandert, ik ben van een andere tijd, maar ik vind dat men nu ook iets te overdadig illustreert, dat men nu iets te veel verbeeldt van wat er in de kerk allemaal te zien is. Als men daarin overdrijft, leidt dat ook de aandacht af.»

HUMO Vindt u de close-up van een geheven kelk ook een teveel aan illustratie?

BODSON «Nee, een close-up van een kelk kan een mooi en geladen religieus beeld geven, maar je mag niet overdrijven met close-ups. Sommige zaken moet je zelfs niet close in beeld brengen omdat ze daarvoor niet geschikt zijn, zoals de mijter van een bisschop, die zou ik nooit in close-up geven.»

HUMO Waarom niet? Dat kan toch mooi zijn, dat de mensen dat eens van dichtbij kunnen zien.

BODSON «Nee, want zo’n mijter is groot ontworpen om in grote ruimten door grote groepen mensen als een teken van waardigheid te worden gezien. Als je dat close op het kleine scherm gaat brengen, dan verliest die mijter aan waardigheid, dan wordt dat zoiets als een attribuut van eh... sinterklaas


Het oor van de pastoor

HUMO Wat zijn de gemiddelde kijkcijfers van de mis nu?

DEMEESTER «Met de laatste kerst hadden we 101.000 kijkers, maar dat was een piek. Normaal schommelt het tussen de zestig- en de tachtigduizend. En dat betekent op zo’n zondagvoormiddag soms toch een marktaandeel van 25 procent.»

HUMO Weliswaar met tegenhangers als Musti, Pingu en Disney Festival. En wie zijn die 25 % dan, hoe ziet jullie kijkerspubliek eruit?

DEMEESTER «Dat zijn thuisblijvenden, veelal 55-plussers met nogal wat mensen in rusthuizen en ziekenhuizen, maar soms zitten er zeker ook jongeren bij, bijvoorbeeld als wij de viering capteren op de jaarlijkse Herfstontmoeting van de scouts en de gidsen. Je mag ons kijkerspubliek niet botweg omschrijven als de bejaarden die toch niks anders te doen hebben, want er wordt inténs gekeken, dat zien wij aan het pak reacties na de viering. Ik heb hier de parochie van O.L.V. Goede Bijstand in Brussel, 84 telefoons na de viering! Dat zijn mensen die of teksten of muziek opvragen of geboeid werden door de liturgie zelf, die inspiratie hebben opgedaan om hun mis in hun parochie wat anders of hedendaagser aan te pakken. En O.L.V.-Bijstand is een geëngageerde parochie, maar bel ook maar eens naar een klassieke parochie in een klein dorp, die krijgen ook veel respons!»

Ik bel met Jaak Leen, pastoor van de Sint-Martinusparochie in het Limburgse Kessenich, een dorp met achttienhonderd zielen. De viering vond plaats ter gelegenheid van Honderd Jaar Sint-Martinuskerk, er waren tweehonderdvijftig aanwezigen, en er hebben ook heel veel mensen thuis zitten kijken met de videorecorder erbij. Dat weet de pastoor van de uitbater van de elektro-winkel, die had de week voordien ‘ineens heel veel videobanden verkocht.’ En de telefonische reacties, mijnheer pastoor?

JAAK LEEN «Ik heb tweeënhalf uur aan de telefoon gezeten. Bijna véértig mensen hebben gebeld. En dat waren geen mensen van Kessenich, nee, dat waren telefoons van overal, vanuit Brussel, Antwerpen, Kortrijk, zelfs vanuit Nederland, die telefoon heeft niet stilgestaan. Nogal wat mensen belden ook om een pastoraal gesprek te hebben, het was het feest van Christus Koning en in mijn homilie had ik gesproken over het kruis dat ieder van ons in zijn leven moet dragen. Een vrouw die belde kon ik bijna niet stil krijgen, die bleef maar over het kruis in haar leven bezig (lacht). Maar het was zeker een mooie ervaring en hier in het dorp is er nog weken over gepraat. En ‘s anderendaags was ik zo’n beetje een bekend figuur in de streek, want ik kwam in het ziekenhuis van Maaseik en ik hoorde zeggen: ‘Dat is de pastoor die gisteren op de tv was!’»


Laat ons neuspeuteren

HUMO In de kerken waar je nu de camera’s opstelt, zitten veel minder mensen dan vroeger. Breng je die lege stoelen in beeld of zwaai je daarvan weg?

DEMEESTER «Als mensen niet meer komen, dan moeten we dat niet verdoezelen, maar dat wil nog niet zeggen dat we gaan inzoomen op die lege stoelen hé! Vroeger was die kerk inderdaad bomvol, maar ik betwijfel of die grote massa aandachtiger was dan die kleine kern nu. Ik denk zelfs dat de mensen nu overtuigder bidden en zingen dan vroeger.»

De mis is nog één van de weinige tv-programma’s die live gaan. Geeft dat een kick?

DEMEESTER «Wij behoren inderdaad nog tot die happy few die rechtstreeks mogen gaan en zo’n rechtstreekse uitzending brengt nog altijd spanning mee omdat er niks mag misgaan. Maar natùùrlijk gaan er zaken mis, de pastoor is bijvoorbeeld zijn tekst of heel zijn boekje kwijt, maar dan geef je vanuit de regiewagen gauw een algemeen beeld van de kerk en als het opgelost is, gaat de camera terug naar de priester.»

BODSON »Ik krijg er altijd een kick van als we live gaan. Heel die kerk in beeld houden, alert zijn voor alles wat onverhoeds kan gebeuren, en er is wat gebeurd! Spots die omvergelopen werden, bloempotten die van een staander tuimelden, zangertjes die flauwvielen, op een keer zelfs zeven zangertjes na mekaar, boem! boem! boem! - bijna elke minuut ging er één van zijn stokje, maar van al die ongelukjes is in de huiskamer nauwelijks wat te zien geweest. Ik wilde absoluut vermijden dat de kijker daarvan ook maar een glimp te zien kreeg.

»Op een keer zit ik in de regiewagen en we zien een man naar voren gaan, en een tweede man ook naar voren, en ineens rollen ze een groot spandoek uit vlak voor het altaar - het had iets met de taalkwestie te maken of zo - wel, in geen tijd had ik de camera al een opwaartse beweging naar de zoldering laten maken en de kijkers hebben alleen maar de witte rand van het spandoek gezien en verder niks. Maar die pastoor was ambetant! Die dacht dat zijn mis naar de knoppen was, die dacht dat heel Vlaanderen dat gezien had!

»Bij een eerste communie in Aalst heb ik wél pech gehad. Ik liet een panobeweging over een lange rij eerstecommunicantjes maken, al die propere gezichtjes kwamen één voor één in beeld, en drie keer na mekaar begon één van die mannekes in zijn neus te peuteren net wanneer zijn kopje in beeld kwam. Toen kon je de kijkers nog niet uitleggen dat dat toeval was. Veel mensen dachten dat ik dat zo gewild had en vijf geschokte kijkers hebben mij een heel kwade brief gestuurd!»


Het rieten mandje

HUMO Hoe grijp je in als de mis té lang wordt?

DEMEESTER «Het maximum is 58 minuten en dertig seconden, want dan begint ‘De Zevende Dag’. Als we daar te dicht bij komen, moeten we de mis voortijdig afsluiten.»

HUMO Dat heb ik gezien in Antwerpen. Jullie waren al aan de generiek en in de mis zelf waren ze nog maar aan de communie.

DEMEESTER «Ja, op dat moment heeft de opnameleider ingegrepen en de priester vroeger laten afsluiten. Meestal zitten we wel op ons tijdschema, maar mensen willen op zondag wel eens wat trager gaan lezen of plechtiger ter communie gaan dan tijdens de repetitie op zaterdag.»

HUMO Mij viel op dat er in de tv-mis geen collecte was met het overbekende rieten mandje.

DEMEESTER «Wij vragen om dat die ene zondag niet te doen, omdat dat stoort in beeld, zo iemand die alle rijen afloopt. Als de pastoor per se een collecte wil, dan moet het maar voor of na de mis.»

HUMO Over geld gesproken: wat kost één uur misviering?

DEMEESTER «Ik heb me laten vertellen dat dat één miljoen is. Maar ja, we hebben dan ook zes captatiewagens en een ploeg van twintig mensen die én zaterdag én zondag moeten werken.»

HUMO Andere programma’s met hetzelfde prijskaartje en met gemiddeld zestigduizend kijkers zouden allang zijn afgevoerd. Moet de mis per se op locatie opgenomen worden?

DEMEESTER «Die parochies hebben een charme die je zomaar niet kan nabouwen in een studio. Want je mag niet vergeten: veel van onze kijkers kunnen hun huis of het rusthuis of het ziekenhuis niet uit en op die manier blijven ze tenminste nog op de hoogte van wat er leeft in de Vlaamse kerken en parochies.»

HUMO Maar is het al eens geprobeerd: een mis vanuit een studio?

BODSON «Ik heb dat één keer geprobeerd. Dat had toen niks met besparingen te maken, ik wilde gewoon zien hoe het in beeld zou komen. Alles in studio, alleen een altaar, de voorganger en een paar misdienaars, ik dacht dat ik het op die manier tot zijn ware essentie kon terugbrengen. Maar het kwam kaal en koud over. Je miste het decor en de sfeer van een echte kerk.»

HUMO De mis loopt al bijna veertig jaar in zijn huidige vorm. Wil je als tv-maker dan niks veranderen, de uitzending ziet er toch altijd hetzelfde uit?

DEMEESTER «Er is volgens mij genoeg variatie, want ik heb drie regisseurs die iedere keer anders tewerkgaan en er zijn iedere keer ook andere teksten en andere liederen in de mis.»

BODSON «Altijd datzelfde plaatje, zegt u, maar het plaatje van het voetbal is al honderd jaar hetzelfde! Altijd diezelfde bal, altijd diezelfde doelen en datzelfde spel!»

HUMO Een match vind ik wel spannender dan een mis.

BODSON «Ja, natuurlijk, dat is de competitie, maar ik heb het over het concept. Vergelijk het dan met een rustige sport als snooker op tv, dat is ook elke keer hetzelfde, dat wordt ook elke keer rustig in beeld gebracht en niemand klaagt erover!»

HUMO Zijn er medewerkers in je tv-ploeg die ‘s zondags naar de mis gaan?

DEMEESTER «Ikzelf ga wekelijks naar de mis. De mis is mijn bezinningsmoment, ik heb de kerk als plaats van stilte nodig om over mijn dagelijks leven na te denken. Maar voor de rest denk ik niet dat er veel kerkgangers bij de ploeg zijn. Maar toch doen ze het graag, omdat een rechtstreekse uitzending nog altijd een uitdaging is voor televisiemensen.»

HUMO Hoe is het gesteld met de eerbied in de regiewagen, waar jullie naar de monitors zitten kijken? Wordt daar soms niet hardop gevloekt of gelachen tijdens de mis?

DEMEESTER «Och natuurlijk! Wij roepen wel eens tegen de pastoor: ‘Jongen, hou op want ge zijt aan het zagen.’ Natuurlijk gebeurt dat. Wij zijn mensen hé, geen pilaarbijters!»

HUMO Amen!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234