Otis Redding: De eik en de aap

Bij Stax was iedereen gelijk, en tóch was er een koning: Otis Redding. Vijftig jaar geleden blikte hij in één snikheet zomerweekend het klassieke ‘Otis Blue: Otis Redding Sings Soul’ in.

Telkens als wij iemand horen fluisteren dat hij een droom heeft (want dat is niet iets wat je nog ongestraft hardop zegt). Elke keer als Bono in het refrein van ‘Pride (In the Name of Love)’ met gestrekte stem de hemel bestormt. Of als we gewoon aan Martin Luther King moeten denken omdat zwart van wit-in-uniform weer eens een blauwe boon heeft gegeten.

Dan zien wij dus niet het gezicht van de goeie dokter King voor ons, maar wel dat van Otis Redding. Niet omdat alle negers op elkaar lijken, maar omdat Redding op zijn elpee ‘Otis Blue’ uit ’65 een versie heeft geparkeerd van Sam Cookes ‘A Change Is Gonna Come’, een lied dat uitgroeide tot lijflied van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Gisteren eens gekeken en het stond er nog steeds, glimmend als de zwarte toetsen op een Steinway.


Een spoedcursus soul

De ondertitel ‘Otis Redding Sings Soul’ zegt in vier woorden alles wat de argeloze koper over ‘Otis Blue’ hoort te weten: er staat soulmuziek op, en ze wordt ingezongen door Otis Redding. Er had ook kunnen staan: ‘Beter dan dit wordt het niet’, maar dat zijn zes woorden.

Soul was in 1965 nog een heel jong genre, en ‘Otis Blue’ deed het netjes uit de doeken. De nauwe verwantschap met blues en rock-’n-roll werd blootgelegd in ‘Rock Me Baby’ van B.B. King en ‘Satisfaction’ van The Rolling Stones. ‘My Girl’ (The Temptations) wees naar de broeders van Motown in het noorden, ‘Down in the Valley’ naar pionier Solomon Burke en ‘You Don’t Miss Your Water’ van William Bell naar de eigen Stax-stal. ‘A Change Is Gonna Come’ verbeeldde het zwarte bewustzijn, Reddings eigen ‘I’ve Been Loving You Too Long’ stond voor het smachten, ‘Shake’ voor wat daar ook toen al idealiter op volgde – over het origineel van Sam Cooke gaan we ons niet uitspreken, maar als u echt denkt dat de versie hier alléén maar over verticaal dansen gaat, dan laten wij u in stilte verder denken.

Swingend samengevat, kortom. En wie het daarna nog niet begrepen had, kreeg een herkansing met ‘The Soul Album’ en ‘The Otis Redding Dictionary of Soul’, allebei uit 1966. Op de hoes van die laatste, die zowel ‘Fa-Fa-Fa-Fa-Fa (Sad Song)’ als ‘Try a Little Tenderness’ bevat, stond Otis zelfs onnozel te lachen met zo’n Adhemar-baret op z’n kop. Ze stond ’m niet.

Het is voor de liefhebber altijd een genoegen om lijnen te trekken tussen platen en artiesten, en met ‘Otis Blue’ heb je algauw een fraai spinnenweb. Bij ‘You Don’t Miss Your Water’ spring je van William Bell, met de nog baretloze kop van Otis als tussenstop, zo naar de fraaie versie die The Byrds met Gram Parsons opnamen voor ‘Sweetheart of the Rodeo’ (1968). En welke is de meest revolutionaire versie van ‘Satisfaction’? Het origineel van de Stones, de cover van Redding of de extreme make-over door de filosofisch ingestelde artpunkers van Devo dertien jaar later? Wij zouden het echt niet weten.

‘My Girl’ legt in net geen drie minuten de zeven verschillen tussen Motown en Stax bloot. En als Otis bij zijn thuiskomst respect eist, wordt hij van repliek gediend door een gepikeerde Aretha Franklin, die in ’67 aan ‘Respect’ haar eigen klassiek geworden draai gaf.

Als wij bij onze thuiskomst respect eisen, dan eten we koud.

Van ‘I’ve Been Loving You Too Long’ kunnen ten slotte dikke pijlen getrokken worden naar alle van smacht en onmacht brandende soulballads die erna kwamen. Wij hebben ‘Otis Blue’ speciaal op vinyl gekocht om u te kunnen vertellen hoe het voelt om na ‘I’ve Been Loving You Too Long’, dat de A-kant afsluit, te moeten opstaan om de plaat te draaien. Welaan: als een calvarietocht op flanellen benen.


De rancuneuze aap

In ‘When Will We Be Paid’ (1970) van The Staple Singers vraagt het zwarte ras, bij monde van de zachte maar onverzettelijke stem van Mavis Staples, genoegdoening aan de blanke man voor drie eeuwen slavernij en onderdrukking: ‘When will we be paid for the work we’ve done?’ Een belangrijke en gedurfde song, net als bijvoorbeeld ‘People Get Ready’ (1965) van The Impressions, waarin Curtis Mayfield z’n volk waarschuwt dat er een trein aankomt – ‘You don’t need no baggage, you just get on board’. Als we al die liedjes – zie ook: ‘We Shall Overcome’ – op een rij zetten, dan krijgen we als vanzelf een protestmars.

‘A Change Is Gonna Come’ (1964) van Sam Cooke loopt enigszins onzeker mee op in die mars: vertwijfeling en hoop houden elkaar maar net in evenwicht, en de trots van die latere anthems is soms ver te zoeken. Zeker in de versie van Otis Redding, die afkomstig was uit het diepe Zuiden (‘You straight from the Georgia woods’, beet de Queen of Memphis Soul Carla Thomas hem toe in hun duet ‘Tramp’), hoor je hoe de zwarte man op z’n grillige pad naar gelijkheid omgeven wordt door wiegende schaduwen. Zoals Billie Holiday zong, ja: ‘Black bodies swinging in the southern breeze / Strange fruit hanging from the poplar trees’.

Heel onlangs viel ons nog iets anders op: ‘A Change Is Gonna Come’ is ook de song waarin Cooke, de voormalige gospelzanger, liet weten dat zijn geloof niet zo onwankelbaar was als hij had gedacht. Nadat hij eerst een generatie godvruchtige jongeren aan de seculiere soul had geholpen, outte hij zich hier dus ook nog eens als agnost: ‘It’s been too hard living, but I’m afraid to die / I don’t know what’s up there, beyond the clouds.’

Waarop God, die rancuneuze aap, Sam in december 1964 bij zich riep. Drie jaar later, bijna dag op dag, zou hij met Otis hetzelfde doen. Sam was 33 toen hij stierf – de Heer is ook een drama queen – Otis nauwelijks 26.


De machtige eik

We keren terug naar Stax, die wonderlijke plek in hartje Memphis waar ongelijkheid aan de deur werd achtergelaten en waar ook God van oprichtster Estelle Axton z’n voeten moest vegen. Daar werd op 9 en 10 juli 1965 in niet meer dan 24 uur ‘Otis Blue’ ingeblikt. Opnametijd gedeeld door aantal klassiekers is hier gelijk aan kippenvel.

'Opnametijd gedeeld door aantal klassiekers is hier gelijk aan kippenvel'

De studio van Stax stellen wij ons voor als een dambord, met wit en zwart die elkaar proberen af te troeven tijdens een vriendschappelijk partijtje – en iedereen was precies even groot: Steve Cropper, meestergitarist en één van de zwartste blanken uit de muziekgeschiedenis; Al Jackson Jr., meesterdrummer en Reddings persoonlijke metronoom, zwart; bassist Donald ‘Duck’ Dunn, blank; Isaac Hayes, Black Moses in de dop. En dan hebben we het nog niet over de blazers.

In het midden van deze opstelling, die in ’65 nog veel en veel revolutionairder was dan wij u aan het verstand kunnen brengen, stond Otis Redding, een forse plattelander die, alweer volgens Carla Thomas, ‘dringend naar de kapper moest’. Hij miste de subtiliteit van zijn held Sam Cooke. Hij kon niet dansen als James Brown (hij danste, we moeten daar eerlijk in zijn, als een blanke op een trouwfeest). En van de verfijning waar Marvin Gaye tot in de toppen van z’n lange, elegante vingers van doordrongen was, kon hij slechts dromen. Maar z’n esprit en power waren ongeëvenaard, en daaraan had hij genoeg om z’n enige echte levensdoel te bereiken: het overbrengen van ongefilterde emotie. Dat is ook wat organist Booker T. Jones zich herinnert: ‘I’d never been with anybody that had that much desire to express emotion.’

'De eik en de aap'

Steve Cropper voegt daaraan toe: ‘De vrouwen waren gek op Otis, kinderen hingen altijd om hem heen en zijn fans aanbaden hem, en hij gaf al die liefde dubbel terug. Hij kwam altijd op tijd, was altijd in vorm, strooide complimenten rond en zorgde dat iedereen zich geliefd voelde. Ik weet dat dit klinkt alsof ik het ter plekke uitvind, maar zo was Otis: hij had geen tekortkomingen.’

Uit die mooie woorden en al die fantastische muziek hebben wij lang geleden ons beeld van Otis Redding gekneed. Een vent uit één stuk, een reus, of liever: een machtige eik uit de bossen van Georgia, die veel te vroeg werd geveld. En de grootste soulzanger aller tijden.

Er is gisterenavond iets heel vreemds gebeurd. In het donker van de slaapkamer deed Otis plots z’n houterige dans voor onze ogen. Eerst waren er die slecht geoliede heupen, dan z’n brede schouders. En op die schouders rustte het hoofd van Martin Luther King.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234